zondag 28 juli 2019

Pech met alles erop en eraan

Het is topdrukte op de alarmcentrale.
Eind juli, de vakantieperiode is in volle gang. Duizenden Nederlandse toeristen die met hun auto met of zonder caravan, camper of mooie oldtimer de Franse wegen bevolken, op zoek naar alle geneugten die ‘La douce France’ hen te bieden heeft. Rust, mooie natuur, zon , bergen, meertjes, terrasje, wijntje, kaasje, vrijheid kortom vakantie,  genieten dus.
En dan slaat het noodlot toe: pech onderweg!
Soms maar op enkele uurtjes afstand van de eindbestemming, dat is schrikken! wat nu?

Maar gelukkig zijn wij er, de alom vertrouwde en gerespecteerde ANWB om hen bij te staan en hen zo goed en snel mogelijk weer op weg te helpen.
En dat is ook zeker onze intentie! Ik werk nu 2,5 maand op de alarmcentrale en word omringd door leuke, lieve gemotiveerde collega’s.  Jonge studenten die vol energie zitten en alles uit deze tijdelijke zomerbaan en verblijf in Lyon proberen te halen. Een oudere garde die het wat rustiger aan doet. Hoe dan ook, we doen allemaal ons best om de toeristen te helpen en  zo goed mogelijk te begeleiden.   

En helpen doen we! Maar deze hulpverlening in Frankrijk gaat anders en is niet zo eenvoudig  als het lijkt in ons snelle efficiënte kleine kikkerlandje. Frankrijk is groot, afstanden zijn langer dus alles duurt ook langer. We werken met Franse sleepdiensten en garages, de regels in Frankrijk zijn anders, er mag niet langs de weg gerepareerd worden.
Als wij een klant beloven dat we iemand sturen dan komt er een Franse garagehouder  die met zijn sleepwagen de auto, eventueel met caravan, op komt halen om mee te nemen naar zijn garage voor een diagnose en reparatie.

Sommige toeristen laten de hulp aan ons over,  leggen zich bij de situatie neer, hebben een houding van ‘het is niet anders’ , passen zich aan.
Maar anderen hebben een meer eisend karakter,  wat op het ogenblik nog eens aangewakkerd wordt door  de hittegolf die in europa huishoudt.
Zij hebben naar deze vakantie toegeleefd, sterker nog ze hebben het verdiend! Dit euvel is niet in de planning opgenomen dus het is dan ook noodzakelijk dat er wel nu, ter plekke hulp komt! Daarvoor zijn ze verzekerd!

Dus tegen de tijd dat de hulpdienst is aangekomen, wat soms enkele uurtjes kan duren, waardoor de zenuwen van de met name eisende groep al aardig getergd zijn, komt de shock: “De man spreekt Frans!”  Verontwaardiging alom, “zelfs in het Engels konden we niet met hem communiceren!”
Ongelooflijk, ook voor mij! Zeker als ik mezelf geduldig hoor uitleggen aan deze persoon dat hij in Frankrijk is en dat men hier nu eenmaal Frans spreekt.  

Dit is een tragikomisch voorbeeld, want deze mensen zijn vaak volledig uit het lood geslagen, in paniek, geërgerd, bang en boos. Hoe moet het nu? Komt er dan geen wegenwacht? Gewoon zo’n snelwegcowboy die alles oplost?
Werken op de alarmcentrale, het is een belevenis. Net als deze mensen had ook ik een geromantiseerd beeld over deze job; mensen helpen die pech hebben, mooi toch?
Klant blij, jij blij!

Maar deze dienstverlening zit gecompliceerder in elkaar. Een wereld die ik, 130 km verderop in de Auvergne, à la campagne nooit heb opgemerkt, en zelfs niet had vermoed…
Ook ik ben uit mijn comfortzone geslingerd. Werken op kantoor, de hele dag zitten maar innerlijk draait alles op volle toeren. Er komt een lawine PECH over je heen, met alles erop en eraan.

In mijn hoofd zie ik het als een enorme mierenhoop. Een enorme drukte, auto’s op sleepwagens, auto’s in garages, auto’s langs de kant van de weg, voorbijrazende auto’s, mensen die wachten en wachten en wachten, mensen die meerijden, mensen die schreeuwen, mensen die huilen, mensen die klagen, mensen om echt medelijden mee te hebben, mensen die lachen, mensen die mopperen, veel gebaren, veel onrust, er is een enorme bedrijvigheid, want wat zijn er ongelooflijk veel mensen die met pech stranden…
Tussendoor tringelt steeds de telefoon en hoor ik mijn eigen stem: “Goedemorgen Anwb alarmcentrale, met Liesbeth….. “

zaterdag 11 mei 2019

Heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!


Net voor de tolpoortjes van Fleury en bière op de A6 richting Parijs scheurt ie me voorbij, een gele motor met achterop twee grote gele zijkoffers. Ik zie nog net zoiets als “dépannage” achterop staan. En terwijl ik hem met m'n ogen volg zie ik dat hij direct na de betaalpoortjes de parkeerplaats oprijdt en stopt bij een auto.
Wat apart, die zie ik normaal nooit op de weg, zou die van de ANWB zijn? Nieuwsgierig strek ik m’n nek om nog iets meer te zien en even kom ik in de verleiding om er naartoe te gaan om me voor te stellen.
“Ach, doe niet zo stom,” vermaan ik mezelf, “die man is gewoon met z’n werk bezig en die zit echt niet op een praatje met jou te wachten!”
Al mijmerend rijd ik verder nog zo’n 450 km te gaan voor ik bij m’n moeder in Nederland ben.
De ANWB…. alleen de naam heeft voor mij al iets magisch, iets vrijbuiterigs.

Dat begon al in m’n jeugd, zodra de ‘Kampioen’ bij ons op de mat viel, wist ik niet hoe snel ik hem moest inkijken en dan vooral weg zwijmelen achterin bij de kleine advertenties van particuliere vakantiebestemmingen in het buitenland.
Helaas voor mij hielden mijn ouders niet van ‘op vakantie gaan’ en naar ‘het buitenland’ was al helemaal niet aan de orde.
Ik wel, ik droomde ervan en door die kleine advertenties kon ik toch een soort van contact maken met dat magische buitenland.
Toch hadden mijn ouders  wel iets met ‘verkeer en autorijden’. Mijn moeder was rij-instructrice en m’n vader moest voor z’n werk altijd behoorlijk wat kilometers afleggen.
Dus natuurlijk waren zij lid van de ANWB. En omdat mijn vader altijd in oude barrels reed, moest de wegenwacht er nog wel eens aan te pas komen, de redders in nood.

 Voor mij zijn die rondrijdende monteurs echt road cowboys, vrijbuiters met creatieve, originele oplossingen voor elk probleem. Je voelt dat ze begaan zijn met je auto en dat ze je niet een dure reparatie aan willen smeren. Je vertrouwt ze!
Als echte appel die niet ver van de boom valt rijd ook ik mijn hele rijbewijsleven al in oude barrels, dus ook ik heb toen ik nog in Nederland woonde mogen genieten van deze aardige ANWB pechhulp.
Zo heel anders is het dan hier in Frankrijk.
Natuurlijk heb ik via mijn Franse verzekeringsmaatschappij ook ‘auto-assistance’, en daar helaas ook al een aantal keren beroep op moeten doen, maar ondanks hun zeer goede hulp en inzet, krijg je toch niet het vertrouwde ‘wegenwacht’ gevoel.
Hier in Frankrijk gaat de hulp veel afstandelijker,  je auto wordt door een ‘dépanneur’ de weg afgesleept naar een garage, en je wordt naar een autoverhuurder of hotel gebracht door een taxi. Lang wachten overal, maar het levert wel leuke blogverhaaltjes op trouwens. Zie: ‘gelukkig zijn we verzekerd’.     Maar goed, ik dwaal af…

In Nederland word ik hartelijk begroet door m’n moeder.
“Kijk,” zegt ze, terwijl ik op het vertrouwde plekje aan de keukentafel ga zitten: “hij staat erin hoor!” Lachend schuift ze ‘de Kampioen’ onder m’n neus. Nieuwsgierig blader ik in het tijdschrift op zoek naar de advertentie. ‘Werken bij de ANWB in Lyon’, ja hoor daar staat ie. “Ze zoeken dus blijkbaar nog steeds mensen,” zegt m’n moeder meelevend.
“Nou ik ben in ieder geval alvast aangenomen,” zeg ik trots.  Vanaf 20 mei ga ik beginnen.
Lyon j’arrive…..

Dus aan alle Nederlanders die deze zomer naar Frankrijk op vakantie komen:
heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!




____________________________________________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik twee boeken geschreven:
 

Ben je geïnteresseerd?
  Bol.com   
boek € 16,95 

                   Ebook 
 €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen… 



 


donderdag 17 januari 2019

Enge stinkbeesten

De ochtend is vandaag begonnen met een zonnetje dat gezellig door de ramen naar binnen schijnt. Na dagen van mist, kou en motregen is dit een geschenkje uit de hemel en goedgemutst ga ik m’n werkkamer in om aan de Franse les te beginnen.
Op het moment dat ik mijn handen op het toetsenbord wil plaatsen om het computerwachtwoord in te typen deins ik van schrik achteruit, “Getver!” roep ik geïrriteerd uit richting de keuken onder mij, “Henk, er zit wéér zo’n beest!
En ook nog precies op mijn toetsenbord, het lijkt wel of ie het erom doet!”
Er gaat een rilling over m’n rug en gruwelend sta ik op om in de wc een stukje toiletpapier te halen waarmee ik het beest tussen m’n vingers kan vermorzelen.

 Gelukkig is het nu januari, winter en zijn ze zo sloom dat je ze zo kunt pakken. Een werkje van niets, waar ik inmiddels zo geroutineerd in ben geworden dat mijn aan paniek grenzende reactie een beetje ‘overdone’ kan overkomen. Wat kan zo’n klein beestje nou voor kwaad doen, zeker als je het zo kan oppakken en verwijderen?
Nou voor mij is het beestje in mijn fantasie uitgegroeid tot ‘een eng monster’ ; een ‘vies kwaad’ van twee cm lang met sprieten dat al bijna niet meer weg te denken is uit ons huishouden.
En daar zit dan ook direct de reden van mijn paniek. Oh, ik ben zo bang dat we er nooit meer vanaf komen! En dat ik daar reden voor heb is wel duidelijk gezien het feit dat er vandaag dus, ondanks de winter, toch weer één op mijn bureau zit. Ze zouden nu toch gewoon dood, of met hun winterslaap bezig moeten zijn.

Twee jaar geleden kwamen ze voor het eerst ons huis en ons bewustzijn binnenkruipen. Of eigenlijk al wel een paar jaar eerder toen we er enkelen op onze zolder aantroffen. We hadden geen idee wat het voor beestjes waren, even twijfelden we of het de voor het huis gevaarlijke boktorren zouden zijn. Gelukkig waren deze dood en wij hadden genoeg aan ons hoofd dus lieten we het erbij, dood konden ze in  ieder niet veel kwaad meer aanrichten.
Maar twee jaar geleden dus, waren ze ineens  in levende lijve aanwezig.
Het was rond oktober.
In eerste instantie was het een enkeling die tegen het raam zat.  Het was ook alleen maar op de tweede verdieping, onze slaapetage.  Ook toen waren ze sloom dus we konden ze voorzichtig met een papiertje naar buiten schuiven.
Maar in de weken die volgden werden het er toch iets meer. Benieuwd en ook wel bang dat het de gevreesde boktorren zouden zijn, maakte ik een foto van het beestje en ging ik op internet speuren wat voor soort het was.
Het bleken geen torren maar wantsen te zijn, de bladpootwants wel te verstaan.
Heel veel kon ik niet over de beestjes vinden behalve dan dat ze nog niet zolang in Europa aanwezig zijn.
Rond 2006 werden ze voor het eerst gesignaleerd ergens in Italie geloof ik. Ze komen uit Noord-Amerika. Leven in naaldbossen, waar ze zich voeden met het sap uit dennenappels, ze zijn niet agressief, bijten of steken niet en zijn dus onschadelijk voor de mens.
 Het enige minpuntje wat ze hebben is dat ze graag in een beschutte omgeving willen overwinteren, in huis bijvoorbeeld. Aangezien de halve Auvergne bedekt is met dennenbomen en wij er midden tussenin wonen is het dus niet zo vreemd dat het beestje ons huis inmiddels ook gevonden heeft.

In eerste instantie was ik opgelucht, hoewel ik na wat verder speuren op youtube toch wel verontrustende filmpjes tegenkwam. Er was één filmpje waar in Amerika, een huis  midden in een bos  getoond werd dat aan de buitenkant ‘zwart’ zag van die beestjes die allemaal naar binnen wilden. ‘Stinkbugs’ worden ze daar genoemd. Nou daar waren wij ook al achter: die beesten verspreiden een geur op het moment dat ze zich in gevaar wanen, op zich voor het beestje geen slechte reactie. Maar ze doen het ook als je ze doodknijpt en dat zou toch niet nodig zijn.
In het begin vond ik het nog niet echt stinken, een soort lucht van ‘groene appeltjes’ , maar er zit toch een ranzig randje aan die geur. Bij de één is dat sterker dan bij de ander en naar mate ik er steeds meer in huis tegenkwam hoe smeriger ik het vond worden. Toch wel wat ongerust door het filmpje en de hoeveelheid beestjes in onze slaapkamer waren we begonnen om ze toch gewoon te killen, gewoon met papiertje in de hand , want opstofzuigen durfde ik niet, veel te bang dat ze dan weer die zak uit zouden kruipen.
Maar dat was twee nazomers geleden.

Afgelopen najaar begon het allemaal anders. Veel vroeger in het jaar, eind augustus vlogen de eersten binnen.
Het was nog warm buiten dus alle ramen van onze slaapkamer stonden uitnodigend open. Als het nog warm is zijn ze blijkbaar veel actiever en doordat ze heel goed kunnen vliegen hopten ze vlijtig onze slaapkamer door.
De ellende begon.
De ramen gingen natuurlijk dicht! Maar nu hebben wij zo’n oud niet geïsoleerd huis dus daar lieten ze zich niet door weerhouden. Elke dag wisten toch wel minstens zo’n dertig beestjes zich door de raamkozijnen heen te wurmen. Voordat we gingen slapen moesten Henk of ik eerst op wantsenjacht. En wat een stank gaf dat! En de ramen moesten potdicht blijven natuurlijk.
Als ik al een raam opende dan vielen er zo een clubje van zes, acht of tien samengeklitte wantsen de kamer in en dan moest ik snel zijn om ze allemaal te pakken te krijgen.

Hier ontstond mijn gruwelfobie voor die krengen.
Overdag ging dat dan nog wel maar ’s nachts was een ramp want in tegenstelling tot vorig jaar was  deze lichting heel avontuurlijk. Ondanks mijn gespeur voor het naar bed gaan, wisten er zich toch altijd wel één of twee aan mijn aandacht of mijn grijphandjes te ontsnappen.
Hoe vaak was het niet dat ik in paniek opsprong uit bed. “oh… ik ruik zo’n beest!”
“Oh, Lies, laat toch gaan,” zuchtte Henk menigmaal naast me. “Ze zijn er nou eenmaal, maar ze doen toch niets? Je kunt wel aan de gang blijven!”
“Laten gaan? NOOIT!”, kreeg hij dan weer de wind van voren terwijl ik de dekens omhoog hield en mijn ogen centimeter voor centimeter het bed afzochten.
En ja hoor daar zat ie dan, naast m’n kussen bijvoorbeeld. Ik kreeg er wat van, bij elk beweginkje rondom mijn kussen zat ik weer rechtop in bed.
Ik raakte er steeds meer door geobsedeerd want inmiddels waren ze niet meer alleen in de slaapkamer te vinden, overal door het huis heen kwam ik ze tegen. Bang om ze dan ’s avonds weer bij ons bed aan te treffen greep ik weer naar een wc rol die inmiddels overal verspreid door het huis lagen.

Rond eind september begon het ook buiten een probleem te worden. Op een dag ontdekte ik er één in het wasgoed dat lekker fris en schoon aan de waslijn hing. Ik was al halverwege met afhalen toen ik die ene dus in een t-shirt zag zitten. De schrik sloeg me om het hart! Oh god, als ze ook maar niet in de rest zitten… en ja hoor! Gemiddeld twee per kledingstuk, goed verscholen in broekspijpen, mouwen en andere beschutte plekjes.
Gelukkig had ik ze onderschept, maar de lol aan het wassen, zo’n beetje het enige huishoudelijke karweitje wat ik echt leuk vind, werd hier in één klap door verpest!
Ik kon het werkje ook niet aan Henk overdragen, want die inspecteerde niet nauwkeurig genoeg naar mijn mening en hiermee was het dus echt mijn probleem.
Ergens begin oktober, waren ze gedurende enkele dagen bijzonder frivool, ze vlogen in grote getale heen en weer in de tuin, tussen de bomen en het huis. Op mijn lievelingsplekje onder de lindeboom, naast de coniferenheg  vlogen ze zelfs tegen je aan en bleven dan haken in je kleding. Buiten was er geen lol meer aan.

Gelukkig moest ik voor mijn NLP opleiding een week naar Avignon, dus zou ik even rust krijgen. Maar zelfs daar achtervolgden ze me. Op de dag van vertrek ging ik ons camperbusje inruimen en toen zag ik ze… op de kussens van het bed. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht had!
“Oh Henk, nu zitten ze ook nog hier in!”jammerde ik zielig en boos, “ik word er gek van! Oh en ik moet zo vertrekken om op tijd bij de camping aan te komen! Wat een gezeik! Kutbeesten!!” schreeuwde ik hartgrondig.
Geduldig hielp Henk me alles uit de bus te slepen en uit te kloppen. Wat moesten we anders.
 Wat later dan gepland, enigszins gerustgesteld vertrok ik naar het zuiden. Daar onder de platanen was van een bladpootwants geen spoor te bekennen. Behalve dan die vijf die toch nog tussen de kieren van de auto met me meegelift waren.
Bij thuiskomst was de situatie nog steeds hetzelfde. Een voor logés bedoelde caravan in onze tuin zat helemaal vol met die beesten. We zouden bezoek krijgen en Henk was een dag bezig  om de hele caravan leeg te halen en alles van boven tot onder te stofzuigen, dat moest wel zo want met het papiertjes doodknijpen was een onbegonnen werk. En steeds als hij dacht dat hij ze allemaal had, kwamen er weer enkelen tevoorschijn.

En nu is het winter en sinds het echt koud werd zien we ze niet meer. Voorzichtig hebben wij boven de ramen weer op een kiertje open.
Einde wantsenverhaal voor dit jaar! We hebben de herfst overleefd met die beesten.
Veel ongemak, maar we konden ons huis deze winter uiteindelijk met veel gedoe toch een soort ‘wantsenvrij’ houden, daar ben ik heel blij om!
Volgend jaar gaan we het anders aanpakken. Henk is van plan om voor alle ramen op de slaapverdieping horren te maken.  Dan kunnen we in ieder geval wel rustig slapen en frisse lucht binnen laten.

Maar ik ben bang!
Want vandaag, een wat minder koude winterdag met een zonnetje zaten er toch weer een paar binnen. Daarbij deden we vorige week nog een andere heel vervelende ‘wants ontdekking’.
Na een hele lange tijd niet meer op zolder te zijn geweest  wilde ik er iets gaan halen. Nietsvermoedend deed ik de deur naar zolder open. De ‘appeltjeslucht’ kwam me tegemoet en daar lagen ze, op de trap… honderden dode wantsen.
De eerste treden heb ik opgeveegd maar het was eind van de middag en omdat het donker werd staakte ik het werkje en deed de deur dicht. Sindsdien durf ik het niet meer onder ogen te komen, ik ben er zo vies van!
We hebben een pannendak zonder isolatie, dus ze zijn blijkbaar overal doorheen komen.

Henk die inmiddels wel op zolder is geweest zegt dat er duizenden liggen en allemaal dood.
En dat is gek, vind ik. Waarom moeten ze zo massaal binnenkomen om te overwinteren als ze toch doodgaan?

Internet biedt geen uitkomst. Er wordt zo weinig over die beesten geschreven.
Over de situatie hier in Frankrijk kan ik niets vinden.
Blijkbaar vindt niemand het nodig om een alarmbel te laten rinkelen. Ik heb het hier in de buurt nagevraagd. Er zijn zeker mensen die er ook last van hebben maar men doet toch wat laconiek over die punaises, zoals ze die hier noemen.
Een paar Nederlandse natuurfreaks die het blijkbaar ook opgevallen is dat er in Nederland bladpootwantsen rondvliegen, melden er iets over op hun blog.
Ze spreken over ‘enkelen’ , en vooral over het feit dat het beestje onschuldig is.
Nadrukkelijk zijn er een aantal voor die beestjes op de bres gesprongen door erop te hameren dat je ze gewoon moet laten leven. Als je er last van hebt zet je het exemplaar gewoon buiten.

Nou bij mij gaan ze eraan!
Ik walg van die beesten. Wij hebben er last van!
Dit heeft niets meer te maken met een beestje buiten zetten. Wij kunnen toch echt spreken van een plaag!
Ik vrees voor de toekomst, we kunnen moeilijk die beesten met bestrijdingsmiddelen gaan te lijf gaan.
Hele bossen benevelen, dat is geen oplossing en zou ik niet willen!
Maar zover ik het nu kan vinden op internet, heeft de bladpootwants geen noemenswaardige natuurlijke vijand. Ik hoop nog dat de vorst iets voor ons kan doen, maar ja met die opwarming van de aarde ben ik bang dat we weinig kans maken.

 Hoe gaat dit aflopen?
Alhoewel ik geen idee heb op wat voor manier,  voorzie ik een ramp!
Ineens moet ik aan de bijbel denken. Daar stond toch ook iets over insectenplagen? Waren het geen sprinkhanen?  De strekking van het verhaal mag ik even kwijt wezen maar volgens mij zat er een bedoeling achter. Misschien moet ik het toch eens opzoeken. 

dinsdag 15 januari 2019

Aan de slag weer


Om 8 uur gaat de wekker.
M’n eerste gedachte is: “Oh neeee, ik wil niet..” maar terwijl ik het knopje indruk om het irritante gejengel tot  zwijgen te brengen realiseer ik me ineens weer waarom ik gewekt moest worden.
“Oja, leuk!”  begin ik vanuit het niets tegen het slapende hoofd naast me te praten, “ik heb straks een afspraak!” 
Ondanks mijn vermoeidheid, als gevolg van een onrustig slaapritme, maak ik aanstalten om over opstaan na te gaan denken.  Henk die net als ik ook erg verheugd is over mijn afspraakje en die wél altijd goed en diep slaapt, staat al kwiek naast ons bed.
“Oh spannend hoor Lies” antwoordt hij enthousiast, “ blijf jij nog even lekker liggen, ik ga koffie zetten!”  Het klinkt aanlokkelijk maar ik gooi de dekens resoluut van me af:  “Nee, ik moet nog zoveel doen, ik kom er ook gelijk uit!”
De afspraak staat om 11 uur gepland maar het is wel een uur en een kwartier rijden van ons huis vandaan, dus om uiterlijk kwart voor tien moet ik de deur  uit.
En dat is al best snel want voor ik vertrek wil ik m’n Franse les doen en natuurlijk gezellig met Henk koffie drinken.

Beneden hoor ik Henk bezig met zijn ochtendritueel: beesten eten geven, de vaat wegwerken wat rondlummelen. Mmm, het begint lekker te ruiken, ik hoor het koffiezetapparaat pruttelen.
Blij inmiddels dat ik ben opgestaan, verdwijn ik in mijn werkkamer op de eerste verdieping en neem plaats achter de computer. Die Franse les vind ik een prettig begin van de dag. Ik wil de taal zo graag goed leren spreken! Het was één van mijn kinderdromen om ooit in een ander land te gaan wonen en dan de taal zo te spreken dat je er zelfs in zou dromen.  Zover ben ik nog niet dus ik ben heel erg gemotiveerd om te studeren.  

Op het ogenblik gaat het erg goed met me.  Ik vind het heerlijk om samen met Henk, onze hond Tess en ons nieuwe katje Bella in Frankrijk te wonen. Ons huis, dat we beetje bij beetje steeds meer aan het transformeren zijn tot een paradijsje staat in een prachtige omgeving midden tussen de bossen en weilanden. We wonen hier nu 14 jaar en na de behoorlijk turbulente beginjaren, zijn we nu in een wat rustiger vaarwater gekomen.
Henk is inmiddels met pensioen dus we hebben een basisinkomen dat we hier en daar aanvullen met optredens.
Henk als muzikant en ik als artiest/waarzegster in de entertainmentbranche.
Wat Henk betreft leeft hij prima zo, hij neemt na jaren van hard werken en moeten presteren, zijn ‘rust’ en doet alleen nog dingen waar hij zin in heeft, het liefst thuis.
Eigenlijk is in een rustiger vaarwater niet de juiste benaming, ik zou beter kunnen zeggen in een ander vaarwater. Want behalve dat hij iets minder de deur uitgaat als muzikant, is hij nog steeds druk met al z’n artistieke bezigheden: muziek schrijven, schilderen en het huis verfraaien.
En mij verzorgen natuurlijk! Want nu hij zichzelf officieel tot ‘pensionado’ heeft bestempeld is hij nu ook officieel huisman geworden.

Ik zit in een andere fase van m’n leven. Ik wil werken en geld verdienen, eer krijgen, ondanks mijn toch al 53 levensjaren ben ik nog steeds ambitieus!
Tien jaar ongeveer hebben we samen gewerkt aan ons gezamenlijke project: het op poten zetten en runnen van ons café en résidence d’artistes. Een heel leuke periode waarin we heel veel hebben meegemaakt.
Maar nu ben ik veel meer gericht op mijn persoonlijke doelen.
M’n werk als waarzegster begint hier in Frankrijk op de rails te komen maar ik ben er nog niet, ik wil nog veel bekender worden in de entertainmentbranche.
Daarnaast heb ik het afgelopen jaar in Avignon een cursus NLP gevolgd om naast het werken als artiest ook een coachings praktijk op te kunnen zetten.
Het voelt alsof ik nu meer van ‘mannen-energie’ naar ‘vrouwen-energie’ ben gegaan.

Henk laat me vrij om te doen wat ik wil maar hij geloofd er niet zo in, met name het NLP coachings gedeelte.
 Hij hoort mijn enthousiaste verhalen aan maar toont verder geen echte interesse.
 “Als jij denkt dat dit goed voor je is Lies, dan steun ik je volledig.” Is tot nu toe zijn enige commentaar.
Maar mijn lieve ‘meegaande’ man kan het toch niet laten om me, met enige regelmaat, uitdagend toch zijn versie van mijn toekomst in te peperen.  


“Dat mensen gecoach is niets voor jou, ik zie jou niet achter een bureau zitten met een klant voor je, daar ben jij veel te ongedurig voor. En dan dat leren en studeren; je verspilt je tijd, je weet toch alles al!
Waarzeggen, dat is écht iets voor jou, probeer daar verder in te komen en voor de rest kun je je naar mijn mening beter richten op je creativiteit. Schrijven bijvoorbeeld!
Waarom schrijf je niets meer? Je was daar zo goed mee bezig? Iedereen vraagt waar die verhaaltjes van jou blijven.”
“Oh, begin je weer? Je weet het toch? Omdat ik geen inspiratie heb Henk!
Houd er over op, ik heb andere dingen aan m’n hoofd!” heb ik hem al zo vaak toegebeten.
“Ik kan toch niet alles tegelijk?”
Zo is het!
Toch heeft hij een punt, dat weet ik ook, hoewel ik hem dat natuurlijk niet toegeef.
Ik mis het schrijven, en inderdaad heb ik weinig inspiratie, maar ik weet ook dat als je weer begint, de inspiratie weer gaat stromen. Je moet het gewoon doen!

“Koffie!” klinkt het vrolijk vanuit de andere ruimte naast mijn werkkamer.
“Oh jee, 9 uur al”, zeg ik verschrikt als ik tegenover Henk op de bank plof, “ik moet zo weg!”
Henk bladert wat in de krant, ik niet, ik ben te opgewonden om te lezen. Ik heb zoveel zin in deze dag!
Mijn afspraak straks heeft alles met schrijven te maken.  Ik ga een vrouw ontmoeten, een andere Nederlandse Liesbeth die 65 kilometer bij ons vandaan woont.
Ik ken haar niet persoonlijk, als Nederlanders hier in Frankijk hebben we wat vaag gezamelijke kennissen, maar we zijn facebookvrienden en zodoende weet ik dat ze iets met schrijven en bloggen doet.
Bij toeval kwamen we begin deze week, op facebook via een 'podcast’ over het schrijversbestaan, met elkaar in discussie. Hierbij ontdekten we dat we het beiden wel leuk zouden vinden om onze ervaringen uit te wisselen.
Met name over het schrijven maar ook het leven hier in Frankrijk, het werk, de integratie en de Franse taal.
“Zullen we samen gaan bloggen?” stelde ze mij spontaan voor, “Misschien kunnen we elkaar uitdagen en inspireren?”
Ik vond het direct een interessant idee en stelde voor dat ik nog deze week naar haar toe zou komen om er over te ‘brainstormen’.  En dat gaat dus straks gebeuren.
Nu snel douchen en aankleden.

 “Weet je Henk, dit afspraakje heeft echt alles wat ik leuk en interessant vind aan een afspraak,” kwek ik enthousiast tegen Henk als hij met me mee loopt naar de auto.
“Ten eerste gewoon een ontmoeting met een vrouw, niet dat stelletjes gedoe. Kunnen we tenminste lekker over alles praten wat ons interesseert en over onze plannen natuurlijk.
En dan is het ook nog hier in de buurt, want wat is nu 65 km? ” jubel ik verder, “Ik ben zo benieuwd hoe zij hier woont en leeft, volgens mij hebben we veel gemeen.  Weet je dat we even oud zijn? En ze heet ook nog Liesbeth dat is wel heel apart!”
“Ja, heel apart hoor Lies,” onderbreekt Henk me resoluut, “ga nu maar, straks ben je nog te laat!”
Snel start ik de auto en draai achteruit de weg op. “Dag Lief, tot vanavond”, roep ik terwijl ik Henk een kushandje toewerp.
Ik vind autorijden heerlijk, zeker hier in Frankrijk, lekker van de natuur genieten, oude dorpjes doorkruisen, de geur van haardvuurtjes, muziekje aan en wegdromen. Autorijden geeft me altijd een gevoel van vrijheid, het gevoel alsof alles mogelijk is, dat de wereld aan mijn voeten ligt.
En dit keer ook nog een interessante ontmoeting in het vooruitzicht!  
Liesbeth Konink, denk ik enthousiast,  “ik ben heel benieuwd wie jij bent!”


Binnenkort komt ons gezamelijke blog online!





dinsdag 15 maart 2016

Op zoek naar Zika Alders


De dame en de heer maken aanstalten om te vertrekken. Zij, een keurige vrouw met een wat chique artistieke uitstraling, een blik vol zelfverzekerdheid. Hij een jongere man zonder duidelijk karakter maar smaakvol zakelijk gekleed. Zijn rol is ook onduidelijk, hij is er gewoon bij. We hebben zojuist een zakelijk gesprek gehad maar de uitkomst is me duister. Het ging om de nieuwe cd van Henk en zij hebben iets in de melk te brokkelen. Aangezien ze op het punt staan om te vertrekken en ik deze strohalm nog niet helemaal los wil laten, zeg ik wat gehaast tegen de dame dat ik ook een blog onderhoud en dat het leuk zou zijn als zij daar eens op zou kijken.

 “Daar staat nog veel meer informatie over mij en Henk en over mijn boek natuurlijk en dat is echt heel leuk om te lezen!” illustreer ik dit feit met mijn meest innemende glimlach.
Ik moet hun aandacht zien vast te houden!
Ik heb geluk, de vrouw, wiens hele uitstraling aangeeft dat ze al te lang van haar kostbare tijd bij ons heeft doorgebracht, buigt zich toch enigszins geïnteresseerd naar mij toe. “Je moet eens contact zoeken met Zika Alders, zij kan zeker iets voor je betekenen!”
Opgewonden door deze aardige geste gris ik een pen van het bureau en schrijf gehaast op het eerste beste velletje:  ‘ZIKA ALDERS’ . Deze naam mag ik niet vergeten! Mijn hart jubelt van blijdschap, ik voel duidelijk dat ik iets dieper in het bolwerk der macht ben toegetreden. Alles hangt af van goede contactpersonen die je iets willen gunnen!

De dame en de heer staan inmiddels naast elkaar bij de deur. Het is grappig want ze hebben dezelfde lange jassen aan, het zijn net twee pilaren.
“Wacht! Ik geef even mijn kaartje, dan kunt u zelf ook nog kijken op m’n blog.” Zenuwachtig begin ik te graaien tussen alle paperassen die op het bureau liggen. Shit nergens een kaartje, dan maar even snel het adres op een papiertje schrijven denk ik in paniek, ze mogen niet zonder dat blogadres weg!  Maar nergens een leeg vel!
Het LIRA contract daar kan ik toch niets van afscheuren? Ander vel, iets van de belastingdienst, shit, shit, shit. “Nog even hoor” roep ik richting de deur, “ik heb het zo…”
Oh, vind het nou! Vind het nou! Je loopt een kans mis…
Naast me begint iets te bewegen, het is Henk die zich omdraait. Verschrikt doe ik mijn ogen open. Oh, we liggen in bed, het was maar een droom.  Gelukkig, denk ik meteen opgelucht, dan heb ik deze flater niet geslagen!
"Zika Alders, Zika Alders," komt mijn bewustzijn binnen dwarrelen, dat zei die vrouw. Wat een  bijzondere naam, zou ik die ergens tegengekomen zijn deze week?
Deze droom is op zich niet verwonderlijk want ik heb de hele week achter mijn computer geplakt gezeten, op zoek naar informatie en vooral contactpersonen.
Maar dat ik nu zo’n naam aangereikt krijg is toch wel merkwaardig, moet ik toch onderzoeken straks. Slaperig kijk ik op de klok, 5 uur, oh lekker, nog even slapen.

Zika Alders maalt het door in mijn hoofd, moet ik niet vergeten! Ik trek de dekens eens extra om me heen in de hoop weg te doezelen, maar ik kan het vergeten. De discussie is begonnen.
Zul je zien, heb je straks geslapen en is alles weg. Nee, deze naam is zo apart, die blijft wel hangen. Ja maar wat als je het straks wel vergeten bent, dan kun je jezelf wel voor je kop slaan! Misschien moet ik het toch even opschrijven?
Dat doen zoveel mensen met hun dromen.
Phoe, echt geen zin om nu mijn bed uit te stappen, het is te koud. Zika Alders, zo’n naam vergeet je toch niet? Laat ik nu geen risico nemen, dit kan zomaar een voorspellende droom zijn. Misschien ligt er wel een pen op het nachtkastje.
Oja, dat is een mogelijkheid, laat ik even kijken, met dit gepieker kan ik toch niet meer slapen.
In het duister tast ik, zonder resultaat, wat tussen de boeken naast me. Lampje aan, kijken. Natuurlijk geen pen.
“Okee, ook goed! Dan ga ik er wel weer uit!” mopper ik tegen mezelf. “Je moet wat over hebben voor je toekomst!”
Bibberend loop ik naar mijn al maanden verlaten zomerbureau aan de andere kant van deze etage. Gelukkig ligt er een pen.
Ook nu krabbel ik de naam op het eerste het beste velletje. Brrr, snel weer terug m’n bed in, nog even uitstel voor het grote moment.
Oh wat is dit spannend! Misschien gaan nu dan toch de goede tijden aanbreken…  

dinsdag 26 januari 2016

Niet lullen maar doen! (2)

Als Henk en ik om 17 uur aankomen is de jazzclub nog gesloten voor publiek. De grote dikbuikige kok doet de deur open en begroet ons hartelijk: “Ah, les Hollandais, comment allez-vous?”
Na het gebruikelijke handen schudden, de twee kussen op de wangen en een klopje extra op de schouders om te bewijzen dat we het beste met elkaar voorhebben, stapt hij goedgemutst zijn keuken weer in. Henk en ik sjouwen onze spullen het nog lege restaurant in waar het bedienend personeel ons achteloos begroet, ze zijn druk in de weer met de voorbereidingen voor vanavond, achterin, in het aangrenzende zaaltje hoor ik een stofzuiger loeien.
Nog geen spoor van de andere muzikanten.

Deze club bestaat sinds 2004 en is inmiddels een populaire plek geworden voor jazzliefhebbers. Het oude pand, midden in het centrum van Clermont-Ferrand, ademt ook echt de sfeer van een donkerbruin jazz café-restaurant. De inrichting heeft een warme ambiance: een lange houten bar met antieke bierpompen beslaat de volledige L-vormige zijmuur, die gedeeltelijk open is om de gasten een kijkje in de keuken te gunnen. Langs de andere kant staan tafeltjes, er zijn twee nisjes met gezellige zitjes en achter in de bar is een doorgang naar een aansluitend eetzaaltje. De verlichting is zacht, aan de muren hangen zwartwit foto’s van jazzmuzikanten. Deze ‘jazzclubsfeer’ wordt nu nog versterkt door een mengeling van de wat muffe vochtige geur van oudheid, verschraald bier en een vage rioleringslucht, die overigens oplost zodra er klanten zijn.
In het pand zijn er twee plekken waar gespeeld kan worden. Hierboven in een hoek van het café-restaurant, dit is meer de plek voor de ‘informele’ optredens tijdens de apéro (het borreluur), en de speciaal voor concerten ingerichte middeleeuwse boogjeskelder.
Ons optreden is hierboven en daar ben ik erg blij om, aangezien de Fransen erg op eten gesteld zijn is het in het restaurant bijna altijd een gezellige drukte en in de kelder is het maar afwachten of er publiek komt, zeker sinds er entree gevraagd wordt.

Als we de spullen neergezet hebben en Henk naar buiten is gegaan om de auto op een goede plek te gaan parkeren, kijk ik een beetje ontredderd om me heen, wat nu? Het barmeisje is nog steeds aan het stofzuigen en kijkt niet op of om, dus een drankje bestellen zit er niet in.
Wachten dan maar, er zit niets anders op! Dit is echt de keerzijde van het muzikantenbestaan, zeker hier in Frankrijk waar het de gewoonte is dat muzikanten al uren voor een concert aanwezig zijn.
Daarom ging ik de laatste tijd ook niet meer mee naar optredens van Henk. Voor mij als meekomende gast is er die eerste uren helemaal niets te doen en dan duurt het behoorlijk lang voordat de show begint.

Maar deze keer is het anders, vanavond ga ik meezingen met de band en mijn enigszins desolate gevoel komt nu niet door verveling maar meer door een opkomende zenuwachtigheid.
Dit zingen in de ‘grote’ stad is voor mij een behoorlijk hoge drempel en hoewel ik echt moeite doe om ze de andere kant op te sturen, neigen m’n gedachten naar paniek.
Hoe zal het gaan straks? Zal het druk worden? Wat als er bekenden zijn die mij nog nooit gehoord hebben? Oh god, als ik m’n teksten maar niet vergeet! Als ik maar sound heb! Als m’n stem maar niet bibbert! Oh…

En het ergste is dat iedereen natuurlijk heel wat verwacht.
Daar had ik in eerste instantie zelf nog niet bij stilgestaan omdat ik me in dit hele zangavontuur een beginneling voel en ik sowieso maar wat koketteer met mijn leeftijd omdat ik het zelf eigenlijk nog niet kan geloven.
Maar een vriend van Henk was laatst, toen we het wat lacherig over mijn late ‘zangdebuut’ hadden, zo aardig om me er op te attenderen: “Nou één mazzel heb je,” zei hij peinzend, “je leeftijd werkt in ieder geval in je voordeel.”
“Hoe bedoel je dat?” reageerde ik verbaasd.
“Als vijftiger dwing je toch respect af, iedereen gaat er natuurlijk van uit dat je al een lange zangcarrière achter de rug hebt, dan heb je toch een streepje voor op iemand die jong is en  zich nog maar moet zien te bewijzen.”
Het klonk erg logisch, dit was nou nog eens een positieve insteek.
“Kijk, dat ouder worden heeft dus vele voordelen!” beaamde ik lachend, “Bedankt voor de tip, zo heb ik het nog niet bekeken.”

Helaas was het korte mazzel.
Al snel drong de keerzijde wat dreinerig tot me door: maar als ze verwachten dat er een jazzdiva staat te zingen kan ik alleen maar tegenvallen!
“Oh Henk, “wat doe ik mezelf toch allemaal aan op m’n vijftigste, waarom verzin ik nog steeds projecten die niet bij mijn leeftijd horen?” piepte ik later die dag vol zelfbeklag tegen Henk.
“Lies, je draait alles om, je moet eens niet zoveel denken!”, reageerde Henk wrevelig, “houd daar mee op, je zorgt maar dat je goed zingt!”
 

De deur van de bar gaat open en Henk stapt samen met de andere muzikanten binnen.  Gelukkig, tijd voor afleiding!
De jongens begroeten me hartelijk en Henk stelt hen voor dat ik ook enkele liedjes zing. Het is geen probleem, toevallig heeft de saxofonist ook nog een trombonist uitgenodigd, dus het wordt gewoon een sessie.
Ach, natuurlijk doen ze niet moeilijk, voor mij is het een super spannende gebeurtenis maar voor hen is het vanavond gewoon een ‘schnabbel’.
De muzikanten pakken hun instrumenten uit, versterkers worden aangesloten. Ik heb mijn microfoon ingeplugd, er volgt een minieme soundcheck. De stemming onderling is vrolijk. Wat een geluk dat we zoveel leuke, sympathieke muzikanten om ons heen hebben denk ik trots.
De barjuffrouw staat inmiddels op haar post en schenkt een biertje voor ons in, de muzikanten maken nog snel een set lijst, gestadig druppelen de klanten binnen.
De zaak ruikt nu naar mensen, parfum, eten en gezelligheid, er wordt gepraat en gelachen, er klinkt zachtjes jazzmuziek op de achtergrond en het personeel heeft een ander gezicht opgezet.
Het wordt tijd voor het bandje om te gaan spelen.

We hebben afgesproken dat de muzikanten eerst instrumentaal beginnen en dat ik er wat later bijkom.
Hoewel ik altijd erg geniet van hun spel gaat dat dit keer toch redelijk aan me voorbij, in mijn hoofd raast het teksten en toonsoorten en ondertussen ben ik het publiek aan het inspecteren. Het ziet er allemaal best gemoedelijk uit gelukkig.
En dan zie ik Henk naar me wenken, “Lies, kom je?”
Met knikkende knieën pak ik de microfoon. Tijdens de tuinconcerten thuis zou ik nu het publiek begroeten en een kleine uitleg geven over het nummer dat ik ga zingen, waarschijnlijk ook nog een grapje maken. Dat staat professioneel en hier in Frankrijk is dat ook wel praktisch, aangezien ik in het Engels zing en veel Fransen deze taal niet verstaan.

Ik kijk het restaurant in en zie dat de gasten me verwachtingsvol aankijken en terwijl ik hen vriendelijk toeglimlach val ik tekstdood, mijn Franse register is volledig gecrasht.
Een paar seconden sta ik daar maar wat te glimlachen en m’n buik in te houden, want daar moet ik vanwege mijn strakke jurk ook nog aan denken.
“Lies,” sist Henk links achter me, “beginnen!”
Oh god, ik moet iets doen! Ik moet iets doen, flitst het door m’n hoofd en dan hoor ik mezelf ineens met zowaar zwoele divastem zeggen: “Makin’ Whoopee.”
Goed opgelost, dan maar geen presentatie.
Ik geef de muzikanten een knikje, Henk telt af, de band zet het intro in en daar ga ik:

“Everytime I hear that marchin Lohengrin”

Zo, de eerste zin is gezongen! Hoewel m’n benen bibberen van de zenuwen, constateer ik dat m’n stem gelukkig vast klinkt. Over de tekst hoef ik me bij dit nummer geen zorgen te maken, dit is het enige liedje waarvan ik deze kan dromen.
Eigenlijk is het een truttig liedje, redelijk cliché ook, maar ik vind het leuk om te zingen omdat de melodie mooi en zoet is terwijl het verhaal over het huwelijksbootje behoorlijk cynisch is. Een liefdesstory die zo mooi begint maar eindigt voor de rechter, een duidelijk verhaal met een moraal, met een kop en een staart.
Ondertussen ben ik behoorlijk op dreef, wow! Ik begin het erg leuk te vinden en voel me zelfs zo ontspannen dat ik ondeugend wat speel met het publiek en achter ‘makin' whoopee’, met een vette knipoog, "faire l’amour avec quelqu’un d’autre", weet toe te voegen.
De mensen moeten lachen om deze Franse kwinkslag. Ik heb succes!
Sohee, dat kwam er zomaar spontaan uit, en nog binnen de maat ook! Ik sta versteld van mezelf, zie je wel, de jazzdiva zit toch in me, denk ik trots.
Het refrein, waarin ik de toehoorders fijntjes uit zal leggen dat ‘making whoopee’ buiten je huwelijk, je volgens de rechter duur kan komen te staan, is aangebroken.
Opgetogen dat ik dit liedje in m’n zak heb, zet ik vol zelfvertrouwen het laatste refrein in:

Picture a little love nest,
There were the roses cling,

SHIT!! SHIT! OH NEE dit is het verkeerde refrein!
Nu ben ik weer halverwege het verhaal, dit heb ik allemaal al gehad. Hoe moet ik nu eindigen?
In paniek kijk ik naar de jongens van de band, zij hebben niets in de gaten, dat komt pas hierna bij het laatste couplet.
Op de automatische piloot zing ik onverstoorbaar dit refrein verder terwijl er binnen in mijn hoofd een beurskrach bezig is. Ik vlieg langs alle tekstregels op zoek naar een manier om van onderwerp te kunnen veranderen en dit allemaal natuurlijk binnen ‘de maat’.
Nu komt ook nog Henks strenge stem door mijn hoofd spoken: “Nooit laten merken dat je een fout maakt!”
Wat een ramp, ik wil niet meer! Oh het liefst zou ik ter plekke in rook opgaan.
In onze tuin zou ik nu gewoon schaapachtig gaan giechelen en ermee ophouden, maar dat kan hier echt niet!

Picture the same sweet love nest
See what a year can bring
De tijd dringt nu toch echt, ik heb denk ik nog zo'n veertig seconden.

I….don’t know…. Hoor ik mezelf ondanks Henks waarschuwing zingen.
Fout! Laat ik toch merken dat er iets niet klopt.

Ik laat enkele regels voorbij gaan zonder te zingen maar ik blijf serieus glimlachen naar het publiek alsof er niets aan de hand is, wat wel weer goed is.
Ik werp nogmaals een hulpeloze blik naar de muzikanten maar die steven onverstoorbaar op het einde af, dit is echt mijn probleem dat ikzelf op moet lossen!
En dan… juist op tijd, switch ik over op de laatste regels van het liedje:
The judge said : Budge right into jail,
you better keep her, I think it’s cheaper
Than makin’ dooble u, h, dooble o, p, double e
Whoopeeeeeeee……  Jippeee...Ik heb het gehaald.

De mensen applaudisseren enthousiast en lachen me toe. Ze geven me absoluut niet het idee dat het hen opgevallen is dat ik op het einde redelijk de mist in ging en dat de tekst op het laatst ronduit bizar was. Wat een lief publiek!   
“Merci beaucoup,” zeg ik dankbaar door de microfoon.
De twee liedjes die volgen gaan, afgezien van één kleine uitschieter, verder goed. Het is wat moderner repertoire: twee nummers van Tom Waits in een jazzjasje. De jeugd aan een tafeltje wat meer achterin de zaak draait zich geïnteresseerd om, m’n benen bibberen nog steeds een beetje en ik heb een hoofd als een boei, maar van binnen jubel ik.
Henk en ik kijken elkaar aan met een blik van verstandhouding, hij is duidelijk tevreden.
Als ik klaar ben en de band ook even pauze neemt, word ik door wat mensen aangesproken.
Ze willen me bedanken en zeggen dat ze hebben genoten.
Wat verlegen neem ik hun complimenten in ontvangst. Een jongen zegt zelfs dat hij op momenten dacht dat hij Dee Dee Bridgewater hoorde. Nu heb ik hierbij zo mijn twijfels, maar alles duidt er in ieder geval wel op dat mensen het waardeerden. Ik voel me helemaal warm van binnen.
Het is dus echt zoals Henk me steeds zegt: “Niet lullen maar doen!” en dan vervolgens vallen en vooral weer opstaan!
Tijdens het eerste nummer ging ik half dood van paniek en wilde ik het liefst nooit meer zingen maar dit is toch echt geweldig. Het is het allemaal waard.  Wat is het heerlijk om te zingen, om samen muziek te maken en te zien dat je er andere mensen ook een plezier mee doet!


Makin' Whoopee.....door een echte jazzdiva:



zondag 27 december 2015

Niet lullen maar doen!

Zondagochtend. Henk en ik zitten volgens ochtendritueel aan de koffie. Kranten en tijdschriften om ons heen, de honden spelen aan onze voeten.
“Henk, ik denk dat ik toch niet meega vanmiddag,” opper ik voorzichtig terwijl ik mijn meest vermoeide gezicht opzet.
“Hoezo niet?” klinkt het behoedzaam vanachter de krant tegenover mij. “Nou weet je, ik ben eigenlijk nog heel moe van de reis en daarbij is mijn stem ook niet in orde, moet je horen hoe hees ik ben!” Als bewijs kuch ik zwakjes. “Ik heb hartstikke veel slijm op mijn stem, zo kan ik toch niet zingen?”
“Nou, het valt reuze mee hoor, dat is vanmiddag wel weer in orde, je gaat maar mooi mee!” zegt Henk resoluut. “Jij wilt toch zangeres worden?”
“Ja.”
“Nou dan! Dan moet je ook zingen!” 


Henk heeft een optreden vanmiddag in een jazzclub in Clermont-Ferrand, dat staat al weken vast maar vorige week stelde hij spontaan voor dat ik ook een paar liedjes zou zingen.
Enthousiast stemde ik in: “Wat een goed idee!”
“We zullen jou eens in Clermont-Ferrand lanceren,” zei Henk gekscherend. “Ja, we zullen ze eens wat laten horen!” ging ik mee in zijn verbeelding terwijl ik moest gniffelen bij het idee.   
“Je moet het jezelf niet gelijk te moeilijk maken, je zingt gewoon twee of drie liedjes die je gemakkelijk afgaan, het moet leuk blijven!”
“Ja en ondertussen doe ik dan toch weer meer podiumervaring op!” vulde ik opgetogen aan.   
Yes, zingen in een Jazzclub, ik voelde me vereerd dat Henk het met me aandurft, dat hij blijkbaar genoeg vertrouwen heeft in mij als zangeres.
In gedachte zag ik mezelf daar al staan voor het onbekende ‘stadse’ publiek en ineens voelde ik een lichte huivering.
Meezingen met de band in de ‘grote stad’, is wel even wat anders is dan hier ‘à la campagne’ wat liedjes zingen tijdens de gemoedelijke zomerconcerten bij ons in de tuin.
“Ja, maar alleen als ik me goed voel hoor! Je weet ook dat ik nog twee optredens als waarzegster heb volgende week, wie weet is m’n stem te slecht of ben ik te moe,” voegde ik er voor de zekerheid aan toe.
 
Zingen is een ‘beladen onderwerp’ in mijn leven. Als jong meisje, begin jaren zeventig, was het mijn grootste wens om zangeres te worden. Aangemoedigd door kindsterretjes als Wilma en Heintje, leek mijn zangerescarrière binnen handbereik, zeker omdat Vader Abraham bij ons in de buurt, iets verderop in Breda woonde.
Op dat moment nog zonder gêne gaf ik in de huiskamer meezing voorstellingen, waarna m’n ouders me goedmoedig maar ook wat lacherig complimenteerden.
Ik kende de teksten uit m’n hoofd, ik zong net zo zuiver en zéker zo hoog als Wilma, dus ik was er klaar voor!
IJverig schreef ik Vader Abraham een brief waarin ik hem mijn grote wens voorlegde. Mijn moeder zou het adres opzoeken en de brief op de post doen.
Het gespannen wachten begon maar helaas liet het antwoord nogal op zich wachten.
Diep van binnen begon mijn zelfvertrouwen wat te wankelen; zou hij geen interesse hebben in mijn plan?   
Stilletjes bleef ik hopen en toen ik na een aantal weken m’n beklag deed bij mijn moeder, zei ze ferm met de bedoeling om me te troosten: “Vader Abraham heeft het vast al veel te druk met Wilma.”
Dat klonk redelijk.
“Ach” verzuchte m’n moeder, “er zijn natuurlijk ook zoveel goede zangeressen!”
Dat klonk al iets minder bemoedigend.
“Zingen is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd Lies, zet het nu maar uit je hoofd,  het  wordt toch niets met jou want je hebt net zo’n stem als ik!” en dat klonk bepaald niet als een compliment.
Met die laatste toevoeging, argeloos uitgesproken, waarschijnlijk niet eens met slechte intenties, kreeg mijn zangeressen aspiratie de genadeklap. Waarschijnlijk wilde m’n moeder me alleen maar behoeden voor te hoge verwachtingen en teleurstellingen, maar het kwam hard aan. Ik moest het maar vergeten, dat was duidelijk!
Inmiddels vermoed ik dat mijn brief Vader Abraham nooit bereikt heeft, maar ach, daardoor  heeft  mijn lieve moeder me misschien wel behoed voor een carrière in het smurfenkoor of ander gruwelijks van Nederlandse bodem. 


Mijn verlangen om zangeres te worden verdween naar de achtergrond en hoewel het als pijnpuntje met de jaren toch regelmatig terug kwam, werd het altijd weer keurig weggestopt door de, door faalangst gedreven, strenge innerlijke criticus, die zich inmiddels ook in mij ontwikkeld had. De appel valt nu eenmaal niet ver van de boom!
Daarbij kreeg ik werk als waarzegster in de entertainmentbranche waarbij mijn stem een redelijke oplawaai kreeg van het altijd boven de decibellen van de muziek uit orakelen.
Zingen kon ik nu echt vergeten!


Zoals ik als jong meisje niet kon vermoeden dat ik ooit nog eens met een muzikant in Frankrijk zou gaan wonen, zo kon ik het me destijds al helemaal niet voorstellen dat ik, als ik eenmaal oud was, op mijn vijftigste, met hulp van die vastberaden muzikant, toch nog als zangeres voor een publiek zou komen te staan.
Ook wist ik toen nog niet dat het eigenlijk geen verschil uitmaakt of je nu zeven, vijftien of vijftig bent.
Toch moest ik vijftig worden om te ontdekken dat een zangcarrière niet alleen afhangt van talent, of een mooie stem. Wat je vooral nodig hebt is doorzettings- en incasseringsvermogen! Vallen en weer opstaan.  Goed zingen bereik je door een mengeling van veel oefenen, je kwetsbaar op durven stellen, lef hebben en vooral van op je ‘bek’ durven te gaan.
En dat laatste is juist het geen waar ik, al die tijd en vandaag in het bijzonder, ondanks al m’n nieuwe inzichten, toch gewoon bang voor ben.

Maar deze keer is het anders, al vind ik het zelf. Nu is het niet alleen het risico nemen dat ik op m’n bek ga: onder deze lichamelijke omstandigheden kan ik er op wachten! Vandaag is echt niet de dag om in die jazzclub te gaan zingen en daar heb ik gewoon een goede reden voor!
Henk gaat maar alleen, dat was aanvankelijk toch ook gewoon de bedoeling?  
“Ik vind toch dat het geen goed idee is dat ik straks ga zingen,” zeg ik vastberaden tegen Henk die nog steeds met z'n hoofd in de krant zit. “Je weet dat ik eergisteren een enorm vermoeiende dag gehad heb. Het is niet niks hoor om vanuit Nederland hierheen te rijden en ‘en passant’ in Parijs nog een optreden te doen!"
Stilte aan de andere kant.
"Ik heb je van te voren toch gewaarschuwd?” m'n stem klinkt inmiddels jankerig.
“Lies je stelt je aan, dit zijn smoesjes! Komt Vader Abraham straks ook nog op de proppen?  Je durft gewoon niet, faalangst noemen ze dat!”
En daarmee is de kous af voor mijn Rotterdamse echtgenoot met z’n ‘niet lullen maar doen’ -mentaliteit.
Rond half vijf zitten we samen in de auto, richting Clermont-Ferrand. Bij ons hebben we: een contrabas, een versterker en de speciaal voor mij aangeschafte nieuwe microfoon…