dinsdag 6 april 2021

Geëmigreerd en 15 jaar verder, waar sta ik nu? Tijd voor zelfreflexie... (3e en laatste)

Bij Pole Emploi (arbeidsbureau) bleek dat ik een nieuwe conseillère (consulente) had gekregen. Na een teleurstellend onderhoud in 2013 met een andere vrouw die toen tegen me zei dat ze, behalve ‘me inschrijven’, niets voor me kon doen, was ik daar nooit meer geweest.
Die vrouw had me indertijd geringschattend aangekeken, waardoor ik van de zenuwen helemaal niets meer van mijn Frans bakte. Ik voelde me zo ongelooflijk Nederlands en onbeholpen, door haar ogen zag ik de onmogelijkheid van mijn positie, wat weer haarfijn aansloot bij mijn eigen gevoel van falen en onvermogen.

Maar gedreven door mijn hevig verlangen om uit de problemen te komen en geld te gaan verdienen had ik nu, drie jaar later de stoute schoenen toch weer aangetrokken en bij Pole Emploi aangeklopt.
Deze veel jongere vrouw begroette me hartelijk. Aangemoedigd door haar welwillende houding en ook doordat ik inmiddels toch wel beter Frans sprak vertelde ik haar  over mijn problemen om in Frankrijk te integreren en werk te vinden. Dat ik inmiddels zoveel had geprobeerd en dat ik niet meer wist hoe ik het aan moest pakken en nog belangrijker, dat ik niet meer wist wat ik nu verder nog zou kunnen. Ik was het vertrouwen in mijn keuzes kwijtgeraakt.

De conseillère begreep me helemaal en noteerde alles in mijn dossier. “ Op het moment zijn er volop mogelijkheden om u via Pole Emploi te ontwikkelen”  zei ze vriendelijk. “Maar laten we bij het begin beginnen met een ‘Bilan de compétences’ (beoordeling van vaardigheden). Eens kijken welk beroep nu werkelijk geschikt voor u is!”
“Oh wat fijn, weet u, ik wil zo graag werken en iets betekenen voor deze omgeving!” zei ik enthousiast. “Alors, dan gaan we daar aan werken,” antwoordde de vrouw vol vertrouwen, “mensen als u hebben we hier nodig!”
Op de terugweg naar huis echode haar woorden na in mijn oren… Ik was nodig, ik was nodig!
Alles zal veranderen! Jubelend zat ik achter het stuur, ik kon m’n geluk niet op. 

Vier weken later was het onderzoek afgerond. Met een jong meisje van het 'Compétences bureau' had ik allerlei lijsten ingevuld en besproken en  de conclusie was dat ik absoluut niet geschikt was voor de Horeca en ook niet voor het werken in de ouderen en jongerenzorg, maar dat wist ik al. Waar ik wel geschikt voor was, was weer gewoon voor mijn werk als artiest, als schrijfster/vertaalster en vanwege mijn sociale achtergrond werken als coach. Maar ik had alleen maar mijn Tarotkaarten, ik had steun nodig via een echte coachopleiding. Nu kon je via Pole Emploi cursussen vergoed krijgen maar het meisje kon me zo al wel vertellen dat dit natuurlijk niet gold voor zo’n dure particuliere coachopleiding. Die optie viel dus af!  

Dus vier weken na aanvang stond ik met de uitkomst van mijn ‘Bilan de compétences’ nog steeds voor dezelfde onmogelijkheid.
Het zou het beste zijn als ik zou investeren in mijn beroep als artiest/waarzegster. Een nieuwe aanpak, goede Franse website en reclamemateriaal en vooral een kostuum passend bij mijn leeftijd.
De moed zakte me in de schoenen, want wat had ik daarvoor nodig?  Juist: geld.
Een dag later zat ik wat murw zonder veel hoop achter mijn computer te kijken op de site van Pole Emploi. En daar tussen al die baantjes die niets voor mij waren stond het ineens:
Gevraagd twee werknemers in een naaiatelier in het kader van een ‘atelier d’insertion’.

Ik  wist dat zo’n 'atelier d'insertion' een sociale werkplaats was waar mensen die ver van de arbeidsmarkt verwijderd zijn onder begeleiding kunnen werken aan terugkeer naar een werkzaam leven.
Een naaiatelier! Daar zou ik nou nooit aan gedacht hebben maar iets erin sprak me aan.
Vroeger had ik nog wel eens zelf kleren in elkaar geflanst, dat vond ik eigenlijk best leuk. “Maar een sociale werkplaats is wel een heel laag niveau” fluisterde een angstig stemmetje in me. “Ja, maar het is toch ook creatief werk!” wierp een ander stemmetje tegen. Zo zat ik wat te dubben toen ik ineens een ingeving kreeg. “Verrek, ik ken die vrouw die daar technisch begeleidster is.”
Ze was klant in ons café, een vriendin van een muzikant. Nadine, een leuk mens, ik wist dat ze oorspronkelijk kostuumnaaister van beroep was. Ik had destijds altijd leuke gesprekken met haar aan de bar. 


Ineens zag ik het voor me! Werken in een naaiatelier, iets compleet anders!
Misschien zou ik hiermee de vicieuze cirkel waarin ik vastzat kunnen doorbreken!


Resoluut pakte ik de telefoon, ik wilde het met haar bespreken. Geweldig, ik had zelfs haar telefoonnummer nog!
Zij reageerde ook meteen erg enthousiast: “Ja het zou ideaal voor jou zijn! Je kunt bij ons werken aan jezelf en aan je Frans, je komt uit je isolement én je kunt geld verdienen zodat je daarna kunt investeren in je bedrijf!”
Ze legde me uit dat deze vacature via Pole Emploi ging, dus dat ik hen een sollicitatiebrief moest schrijven, die zou dan vervolgens weer bij haar terechtkomen. “Oh… dat ga ik direct doen!” reageerde ik blij en enthousiast door de telefoon.
Het was zaterdag en de hele middag zat ik ijverig te schrijven en ‘s avonds was de brief via de mail verstuurd, inclusief een persoonlijk berichtje aan mijn consulente waarin ik haar mijn motivatie toelichtte.  

Vol verwachting controleerde ik maandag elk uur mijn mailbox. Er kwam geen reactie van mijn aardige consulente. Dinsdag ook niet, en vrijdag nog steeds niet. Was er iets mis gegaan? Wat moest ik doen ? Ik wilde niet pressen, misschien was ik wel veel te ongeduldig?
Anderhalve week later kreeg ik een telefoontje van Nadine van het atelier: “Liesbeth, waarom heb je nog niet geschreven? We gaan eind van de week met de gesprekken beginnen. Wil je het nog wel?”
Ik was met stomheid geslagen. “Ik heb wél geschreven! Zelfs de dag dat wij elkaar gesproken hebben!”
“Nou ja, dat geeft niet,” antwoordde ze resoluut. “Vrijdag komen alle sollicitanten, kom dan ook en neem de brief en je cv mee.”  “Ok, graag Nadine! Dank je wel!”

Verbluft zat ik met de telefoon in m’n handen. Het was wéér gebeurd! Die aardige consulente had gewoon mijn sollicitatiebrief niet doorgestuurd waardoor ik zelfs de kans niet had om aangenomen te worden.
Dit was dus wéér iemand die heel vriendelijk in mijn gezicht was geweest, die had gezegd dat ze me begreep, dat ze me zou helpen en zelfs suggereerde dat de omgeving mensen zoals ik nodig had, maar die uiteindelijk niets deed.
Dit gedrag, waar ik al die jaren op stuk gelopen was, waardoor ik geen vertrouwen in mijn intuïtie meer had, had me mijn laatste sprankje hoop en vertrouwen kunnen afnemen.
Maar deze keer liep het anders: Ik had een andere ingang: Ik kende iemand in een kaderpositie!!!


Op 15 oktober 2016 begon mijn baan op het naaiatelier. Sindsdien is mijn leven, persoonlijke ontwikkeling en integratie in Frankrijk in een stroomversnelling gekomen.
Ik heb tot de bodem moeten gaan! Qua sociale positie was ik in de laagste sociale klasse terecht gekomen.
“Oh, werk je daar als begeleidster?” vroegen vrienden en familie toen ik vertelde van mijn baan. “Nee, ik werk daar als arbeidster!” antwoordde ik dan trots en beschaamd tegelijk.

Ik heb een jaar in het atelier gewerkt. Het was een bewogen jaar met momenten waarop ik hartgrondig dacht: Wat doe ik hier!
Het is een heel hiërarchische wereld. In feite waren er twee équipes: de begeleidsters, dit waren leuke intelligente onafhankelijke vrouwen met hetzelfde opleidingsniveau als ikzelf, maar daar hoorde ik dus niet bij. Ik hoorde bij de andere équipe van laag of niet opgeleidde vrouwen (“les filles”) die het naaiwerk deden en hulp nodig hadden.
Dat was in het begin heel moeilijk. Ik moest mijn trots opzij zetten en aanvaarden dat ik soms stompzinnig werk moest uitvoeren zoals een kast met lappen uit- en inruimen omdat er niet genoeg naaiwerk was. Op zo’n moment was het voor iemand die altijd eigen baas is geweest zoals ik, tergend om onderaan de ladder te staan!   

Gelukkig begrepen Nadine en de andere begeleidsters mijn positie en kreeg ik privileges. Als er niet genoeg werk was mocht ik Frans studeren in plaats van stompzinnige klusjes doen.  
Daarbij was er juist toen ik begonnen was paniek in het atelier, er zou niet voldoende subsidie zijn voor het komende jaar. Een aantal begeleidsters werden ontslagen. Toevallig had ik een vriendin in Nederland die ook begeleidster was op zo’n zelfde naaiatelier in Nederland. Dat Nederlandse bedrijf draaide volledig op eigen kracht, zonder subsidies. Ik had ideeën over hoe wij dat aan zouden kunnen pakken en ik kreeg toestemming om dat onder naaitijd uit te zoeken in de computerkamer.  Er kwamen mensen van het hoofdkantoor in Clermont-Ferrand om met mij hierover praten.

"Les filles” van mijn équipe waren in eerste instantie wantrouwend naar mij, het spande erom! Eén van de dominantste vrouwen begon me onderhuids te ondermijnen, door tijdens mijn afwezigheid mijn naaiwerk en mijn naaiattributen te verplaatsen, zodat ik ze moest gaan zoeken als ook ik weer achter de naaimachine moest. Dan werd er gegniffeld achter mijn rug. Toch zette het pesten gelukkig niet door, blijkbaar vonden ze me toch te aardig en accepteerden ze mijn uitzonderingspositie. Ik was anders, dat zagen zij ook wel! Nadine zei dat ik haar wel mocht tutoyeren omdat we elkaar nu eenmaal al vriendschappelijk kenden, dat was logisch. En voor mijn (te) harde werken vonden ze een goede verklaring waardoor de vrede weer hersteld werd: Ik kwam uit het noorden, die mensen werken nu eenmaal harder en zijn ambitieuzer.


Ik bloeide op, ondanks alle ups en downs en ik zag dit ook gebeuren bij de andere “filles.”
Vaak wordt er heel laagdunkend gedaan over dit soort ateliers maar ik heb vanuit eigen ervaring geleerd wat een goede functie ze hebben. Iedereen krijgt de kans om zich op z’n eigen niveau te ontwikkelen.
Ik heb een tijdje onderzocht of het vak van begeleidster van zo’n atelier iets voor mij zou zijn. Als ik had gewild, dan had ik nog een jaar langer moeten blijven werken, zodat ik onder werktijd ook de opleiding zou kunnen doen. Maar ondanks dat ik het een heel goed beroep vind besloot ik het toch niet te doen. Het is een wereld van regels en hiërarchie, daar pas ik niet tussen. Ik besloot dat ik liever gewoon zelfstandig coach wilde worden. Dus na een jaar vertrok ik, iedereen begreep het!


Op 15 oktober 2017 stond ik weer op straat. Nog steeds geen ander werk maar alles was veranderd.
Henk had inmiddels vervroegd pensioen dus we hadden een basisinkomen. De laatste schulden waren afbetaald.  Doordat ik veel beter Frans sprak en door alles wat er dat jaar gebeurd was had ik weer zelfvertrouwen. Maar het allerbelangrijkste: ik had contacten!
Want ondanks dat ik had gewerkt op de onderste laag van de arbeidersklasse was ik opgemerkt bij mensen in kaderfuncties.


Het balletje ging rollen: Ik was geïntegreerd en werd geaccepteerd.
Mijn begeleidster werd een vriendin, ik meldde me aan bij een vrouwen ondernemers netwerk in Clermont-Ferrand. Mijn werk als artiest/waarzegster ging beter lopen.
De directrice van Pole Emploi, die ik ook dat jaar via het atelier had ontmoet, regelde dat ik een opleiding NLP in Avignon kon volgen. Dat was ook weer een geweldige uitdaging en ervaring!
In 2019 werkte ik 4 maanden bij de ANWB om een vervolgopleiding NLP te kunnen bekostigen. 4 maanden op kamers in Lyon, heerlijk. Weer eens verblijven in een grote stad. Deze opleiding ging door te weinig deelnemers niet door, maar bij ‘toeval’ kwam ik in aanraking met een opleidingsinstituut tot Humanistische Hypnose in Parijs en Lyon. In ruil voor een opleiding heb ik 2 boeken vertaald van het Frans naar het Nederlands….  De opleiding volg ik nog steeds.

Dus dankzij één Frans contact, mijn reddende engel Nadine van het naaiatelier is de deur naar echte integratie in Frankrijk voor mij opengegaan. 
Alles draait om de taal spreken maar vooral contacten hebben!
Achteraf zie ik ook wat een rijke periode ik achter de rug heb. De financiële- en taal problemen hebben me compleet op mezelf teruggeworpen. En ja, je kunt je dromen waarmaken, maar de weg ernaartoe gaat niet altijd zoals je gedacht had.  
Ik heb aan den lijve ondervonden hoe het voelt om “vast” te zitten, om je wanhopig te voelen en dat je er toch weer uit kunt komen! In mijn geval door een “knieval” te doen en daarna genoegen te nemen met de kleine stapjes voorwaarts!  
Ik voel me rijk en dankbaar.
 

 

De ervaringen in het atelier zijn zo bijzonder geweest, dat ik er waarschijnlijk nog wel eens over zal schrijven!   




 

 

 


 
 

woensdag 24 maart 2021

Geëmigreerd en 15 jaar verder, waar sta ik nu? Tijd voor zelf-reflexie… (2)

Toen we 4,5 jaar de na de opening, de deuren van ons café in december 2011 definitief sloten dacht ik: zo, en nu ga ik weer gewoon in mijn eigen vak werken en geld verdienen.

Na al die jaren van hard werken en dienstbaar zijn had ik ontzettende zin in om weer fulltime als artiest aan de slag te gaan. Ook Henk ging zich, als contrabassist weer meer toeleggen op optredens buiten de deur. Gelukkig had hij dankzij ons café een enorm netwerk aan muzikanten opgebouwd.
Ik nam weer contact op met mijn organisatienetwerk in Nederland, maar dat viel tegen. De tijd had ook daar niet stilgestaan en het was duidelijk: ik en mijn act lagen eruit. Een jongere garde had mijn plaats ingenomen.  Maar dat was niet het enige, ik merkte dat de hele entertainment business in Nederland veranderd was.  
Alles was superchic geworden, een en al glamour. Was Nederland nu zo veranderd of was ik inmiddels al zo  verfranst?

Ik zou me aan moeten passen aan deze snelle veeleisende wereld, een nieuwe act moeten verzinnen, een nieuwe aanpak met een ander imago dan die van inmiddels ‘suffe waarzegster in een soepjurk’, zoals Henk het zo fijntjes verwoordde.
Naast de vraag of ik hier nog wel zin in had, kwam natuurlijk ook het probleem geld. Om te investeren heb je geld nodig en dat had ik dus niet.

Gelukkig had ik hier in de buurt kennis gemaakt met een Franse organisator van circusspektakel en die zag wel wat in mijn ‘act’ als zigeunerin. Ik sprak inmiddels voldoende Frans om kaart te lezen.  Toen ik hem aangaf dat ik heel druk bezig was met Frans studeren zei hij lachend: “Maar verlies je accent niet hoor!”  
Hij probeerde me werkelijk aan werk te helpen, maar het kwam langzaam op gang. Hier was dat waarzeggen op feestjes niet echt bekend, de mensen waren wat wantrouwend. Maar als ik wel werd ingehuurd dan waren ze allemaal razend enthousiast, dus ik had wel de hoop dat als ik eenmaal bekend zou zijn, veel zou kunnen werken.
Ik had gewoon meerdere opdrachtgevers nodig!  Via internet schreef ik wel honderd Franse organisatiebureaus aan, soms kreeg ik een antwoord dat ze mijn act in een dossier zouden bewaren. Maar net als in Nederland destijds zou ik eigenlijk zo’n bureau moeten bezoeken om mezelf te presenteren. De Tarotkaarten meenemen en laten zien welke impact mijn act kon hebben. En dat kon dus niet omdat reizen door Frankrijk nu eenmaal geld kost. En zo eindigde elke poging die ik deed steeds weer op het grote struikelblok: geld.

het was me wel duidelijk dat ik met die enkele Franse en soms nog Nederlandse optredens niet uit het  geldgebrek dal zou komen.
Ik had structureel werk en inkomen nodig !
Het zou beter zijn als ik gewoon een baan had, maar wel een beetje op niveau. Het leek me heel leuk om iets in het toerisme te doen. Ik dacht dat ik met mijn enthousiasme,  klantgerichtheid én kennis van Engels, Nederlands en een klein beetje Duits wel kans zou maken.   
Maar dat viel tegen! Alle aardige mensen waar ik de voorgaande jaren een leuk contact mee had gehad gaven geen sjoege. Ze bleven vriendelijk maar het baantje kreeg ik niet.
Ze vonden me wel  leuk, beetje gek en aardig, prima als uitbaatster van ons “Café des Arts” maar blijkbaar  niet geschikt voor de rol van collega! Er waren ook gewoon niet zoveel banen en wel veel jonge Franse sollicitanten met een diploma voor toerisme. En om eerlijk te zijn begreep ik ook wel dat mijn Frans goed genoeg was voor een café eigenaresse en artieste, maar niet representatief voor een medewerkster op kantoor.
Een vrouw van de communauté commune zei letterlijk op een voorstel van mijn kant : “Daar heb je madame Arts weer met haar ideeën!”

Inmiddels waren we anderhalf jaar verder en was ik de wanhoop nabij en dat wreekte ik op mezelf: “Wie ben ik eigenlijk nog, wie zit er nu op mij te wachten, ik kan niets, ik zie er ook niet uit, ik ben oud, dik en oninteressant… !”
Ik was 51, m’n zwarte haar was verruild voor een grijze bos. Dat was het: ik was een grijze muis geworden, “een mislukking”!

Al mijn vaste waarden en zekerheden waren omver geworpen:
In Nederland was ik op het moment van vertrek de best betaalde waarzegster in de entertainmentbranche, ik wist me te verkopen, communicatie was mijn sterke kant. Hier in Frankrijk durfde ik haast geen geld meer te vragen, alles leek mij veel te duur. Ik was de feeling voor geld kwijt geraakt.  Dit werd ook bevestigd door de omgeving. Alle Franse mensen die wij kenden leefden van een habbekrats, sommigen hadden misschien wel meer te besteden maar iedereen vond alles te duur.
Op communicatieniveau voelde ik me teruggeworpen op kleuterniveau.
In Nederland was ik een persoonlijkheid met eigen vrienden, hier was ik onderdeel van een stel geworden. Natuurlijk wilde ik heel graag met Henk samen zijn, ook onze muzikantenvrienden en de mensen uit de omgeving  vond ik heel leuk en aardig  maar ik miste ontzettend echte vriendinnen om gezellig diepgaande gesprekken mee te voeren.

Ik dacht er ook aan om met mijn kaarten te gaan coachen, maar het bleef bij het plannen maken. Het lukte me niet om het concreet te maken.
Eigenlijk was dat wel logisch! Ik was bang geworden om te ondernemen en risico’s te nemen. Ik was in mijn leven altijd gewend geweest dat het “meezat” , dat mensen open stonden voor wie ik was, hier liepen al mijn pogingen uit op een flop. Ik was mijn bravoure en eigenwaarde kwijt.
Ik was zelf vastgelopen, dan kom je niet ver als coach!

Aangezien ook al mijn sollicitaties en pogingen om hier in Frankrijk aan de bak te komen op niets uitliepen en er niet veel anders te doen viel, ben ik op aandringen van Henk begonnen met schrijven.
Het boek over onze belevenissen, dat ik eigenlijk al een tijd wilde schrijven. (zie mijn tweede blogverhaaltje, juli 2013)
En warempel, ik knapte op!
Het was heerlijk om over onze beginperiode te schrijven, ik werd er vrolijk van!  Ook in het schrijven zelf had ik enorm veel plezier, ik was eigenlijk verbaasd over mezelf , dat het zo gemakkelijk ging.
Ik begon mijn oude bravoure weer terug te krijgen, zeker toen mijn schrijverij geaccepteerd werd door een Nederlandse uitgever. Ik kreeg het gevoel dat ik weer meetelde.
Ik begon mijn blog en had dat eerste jaar al 30000 views en kreeg leuke reacties. Ik had weer hoop op de toekomst met een baan als schrijfster.


In de tussentijd deed Henk nog steeds optredens in de omgeving, had enkele leerlingen en was begonnen met muziek schrijven.
Er kwam een soort innerlijk rijke en vredige periode, we leefden heel erg op onszelf, genietend van de prachtige natuur en ons huis, dat we toch nog steeds hadden, allebei volgden we ons hart en waren bezig met een creatief proces. Iets waar ik eigenlijk heel trots op was.   
In de zomer organiseerden we tuinconcerten waarbij iedereen iets te eten en drinken meenam. Voor de muzikanten gingen we na afloop met de pet rond.
En waar dezelfde personen in de kroeg zuinigjes op één drankje hadden gezeten, kwamen ze hier aan met een overvloed aan zelfgemaakte taartjes, hapjes en voldoende drankjes, alles werd gedeeld. Het waren super gezellige middagen met goede muziek, de gasten waren hartelijk en genoten. De muzikanten kwamen graag met Henk spelen, ook voor hen was het een feestje. Dat waren de zorgeloze momenten van het leven als God in Frankrijk!  

Op zich konden we zo onszelf die eerste vier jaar na de sluiting nog wel bedruipen en zelfs gelukkig zijn, zolang we gewoon dit kleine sobere Franse leventje leidden. Door de sluiting van ons café bouwden we in ieder geval geen verdere schulden op, dat was alleen al een enorme opluchting!
Armoede op zich is heus niet erg zolang er nog perspectieven zijn! Je kunt best een tijd héél sober leven en gelukkig zijn omdat je weet dat het een keer goed komt.  

Hoewel we met heel kleine beetjes deze schulden aflosten, ging het toch financieel steeds moeizamer. Spullen zoals computers, auto, wasmachine, schoenen, kleding die we nog uit onze rijke’ Hollandse tijd hadden gingen kapot, de kachel begaf het en voor vervanging was natuurlijk geen geld. Alle centen moesten worden omgedraaid!  

Henk verkocht een aantal versterkers en twee basgitaren. Ik verkocht mijn viool. We hielpen iemand verhuizen en kregen in ruil een oud maar heerlijk bed, precies wat we nodig hadden.
Maar spontane ritjes naar Nederland, zomaar voor een verjaardag zaten er niet in, cadeautjes geven ho maar, zelfs logerend bezoek ontvangen gaf stress…

Gelukkig werden we erg geholpen door vrienden en familie, financieel  of met spullen, wat natuurlijk heel lief was, en zelfs onze redding!
Maar dat heeft ook een keerzijde. Mensen gaan zich uit bezorgdheid ook met je bemoeien.
Onze lieve vrienden en familie bekeken de zaak vanuit hun Hollandse perspectief, zij hadden niet in de gaten dat we echt ons best deden maar dat we zo ver over onze grenzen waren gegaan dat we lamgeslagen waren door de financiële problemen…  
Onbegrip volgde, mijn ouders wilden dat we terugkwamen. Mijn vader zei  hartgrondig: “Wat zoeken jullie daar toch in die armoede, kom terug naar Nederland, hier kun je gewoon weer werken!”  en werd vervolgens boos omdat we dat niet deden.
Onze kinderen werden boos omdat we niet meer naar Nederland op bezoek kwamen. Het hebben van géén geld was onvoorstelbaar voor onze ‘rijke’ familie in Nederland, zij zagen het als een keuze.
Iedereen wist wel een oplossing voor ons, maar wij zaten gewoon vast. Tussen wal en schip gevallen.
Zelfs voor terug verhuizen heb je geld nodig.
Het was ook maar de vraag of we in Nederland, met onze leeftijd (50 en 63),  wel zomaar gelijk aan de slag zouden kunnen gaan. En geen geld hebben in Nederland leek ons nog zwaarder dan hier in Frankrijk. Daarbij ging ook iedereen voorbij aan het feit dat we geëmigreerd waren en dat we ons bestaan hier wilden opbouwen. 

Inmiddels was het 2015, ik had twee boeken geschreven. Ze waren lovend ontvangen maar ook weer hetzelfde liedje: het leverde geen geld op.
Ik verviel in een tweede dip periode, al mijn hoop had ik op het schrijven gezet. Het was zo’n teleurstelling! Zelfs de e-books werden haast niet verkocht. In 2014 slechts 3 stuks terwijl ik inmiddels meer dan 35000 views op mijn blog had. Ik begreep het niet en was ook boos.
“Die boeken kosten maar 5 euros, dat zou toch niet zo’n drempel moeten zijn voor mensen die blijkbaar wel mijn verhaaltjes leuk vinden om te lezen?” klaagde ik gefrustreerd tegen Henk.  

En zo begon het weer van voren af aan, weg was mijn vertrouwen in de toekomst. 
Het allerergste van die periode voor mij was dat ik het gevoel had een tweederangs burger te zijn geworden. Als je geen geld hebt tel je niet meer mee…
Als je voor een groot deel  leeft van wat mensen je toestoppen verlies je je autonomie en uiteindelijk ook het respect van anderen.  Ik had het gevoel alsof voor al onze familie en Nederlandse vrienden ‘mislukt’ op mijn voorhoofd getatoeëerd stond.
Ik zag en voelde het aan hun reacties; we waren afgeschreven.
Ook voor ons was de limiet bereikt ik voelde me inderdaad niet geloofwaardig meer. We zaten op een zinkend schip, zoals mijn vader het ons misprijzend voor de voeten had gegooid.

In 2016 besloot ik dat het zo niet verder kon, alles wat we aan spullen hadden kunnen verkopen was verkocht, mijn nachtelijke paniekaanvallen werden heviger, zeker als er weer  een deurwaarder aan de deur was geweest. De bodem was bereikt,ik was het geploeter rondom geldproblemen zo ongelooflijk beu!  Ik moest het toegeven, alleen kwam ik er niet uit, alles wat ik probeerde om een stabiel inkomen te genereren liep op niets uit.

Ik kon het niet alleen, ik moest deze spiraal doorbreken en hulp gaan zoeken!  En die vond ik: er kwam een reddende engel op mijn pad…

woensdag 10 maart 2021

Geëmigreerd en 15 jaar verder, waar sta ik nu? Tijd voor zelf-reflexie… (1)

 Vanochtend vond ik een mail in m’n mailbox die m’n aandacht trok.

De afzender was een vrouwelijke businesscoach die ik volg op Linkedin, ik vind haar een fijn mens, warm, hartelijk, spiritueel  en ook zakelijk en overtuigend!
Aan die eerste beschrijvingen kan ik mezelf wel spiegelen, maar bij  zakelijk en overtuigend wordt het beeld troebel, daaraan ontbreekt het mij al een behoorlijke tijd, vind ikzelf.
De titel van de mail was :  Je kunt de ander niet verder brengen dan je zelf bent.
Die zin triggerde me. Eigenlijk verwoordde zij hiermee het antwoord op de kern van mijn zoektocht.

Een zoektocht, via een zelfgekozen pad, dat een dwaalspoor leek te zijn en nu al zo’n 15 jaar duurt.  
Toen ik eraan begon was ik vol enthousiasme en wilde ik andere mensen graag meenemen op mijn pad,  een gids zijn, gebruikmakend  van mijn Tarotkaarten en de prachtige natuur. Maar al vrij snel raakte ik zelf de weg kwijt.
Inmiddels ben ik vele ervaringen  en inzichten verder en sta ik op het punt om weer bij “af” te beginnen…  Terug  bij de start  van het pad dat ik ingeslagen was…  Ik heb mijn opleiding tot Hypnotherapeut bijna afgerond, ik kan een eigen praktijk beginnen, of nog spannender: een centrum voor levenskunst.
Ik woon nog steeds in die prachtige natuur, Henk is inmiddels met pensioen, dus nu is het echt de tijd om aan “mijn deel” te beginnen, vol passie en levenslust, net zoals ik van plan was toen we naar Frankrijk verhuisden, ik raakte de weg kwijt, maar daardoor is mijn landkaart nu wel behoorlijk uitgebreid…

En toch merk ik dat ik het starten nog steeds voor me uitschuif… diep van binnen aarzel ik nog.
“ Wat houdt me dan tegen?” is een vraag die me heel erg bezighoudt de laatste weken, vandaar dat die mail me triggerde. Tijd voor zelf-reflexie en misschien het allerbelangrijkste: het afsluiten van een periode!
De periode die eigenlijk begon na het laatste hoofdstuk van mijn tweede boek.  

Toen Henk en ik naar Frankrijk verhuisden was ons doel om een centrum voor muziek én levenskunst te beginnen.
Henk de muziek, ik de levenskunst. We begonnen met de muziek en als dat op de rails was zou ik aan mijn deel beginnen.
Ik was tot dan toe altijd al bezig geweest met me te verdiepen in spiritualiteit, de mens en het leven. Maatschappelijk werk gestudeerd, me bezig gehouden met natuurgeneeswijzen, massage, astrologie en de Tarotkaarten natuurlijk. Voor ik Henk ontmoette was ik alleenstaande moeder, had aan mezelf gewerkt en veel geleerd door middel van Gestallt-therapie en door alles wat ik tot dan toe had meegemaakt in mijn leven. 

Ik zag problemen dan ook voornamelijk als mogelijkheden tot groei en wijsheid. Aanpakken en lef hebben daar ging het om! Vooral niet blijven hangen in je problemen!
In mijn werk als waarzegster ging het door mijn positieve instelling dan ook hartstikke goed. Ik had veel succes. Toen ik Henk ontmoette was voor mij m’n levensvervulling compleet,  ik liep tegen de veertig en was vol zelfvertrouwen en vooral gelukkig. Dus toen we begonnen te dromen over Frankrijk dacht ik meteen aan de mogelijkheid om mijn geluk en inzichten te delen met anderen.

We begonnen met de muziek omdat Henk al zoveel ervaring had in workshops geven dus hij zou direct aan de slag kunnen. We hadden een oud hotel opgeknapt en er een zeer sfeervolle  Résidence d’artistes, met café  van gemaakt. Vrienden en familie waren blij voor ons en zagen misschien wel wat hobbels op de weg, maar door ons enthousiasme zagen ze onze plannen toch wel zitten. Nou voor ons was het duidelijk : dit kon niet anders dan een succes worden !
Menselijk en creatief gezien was het dat ook. We hebben zoveel mooie en ontroerende ontmoetingen gehad en veel vrienden gemaakt! Genoten van alle muziek en blije mensen.
Ook in de omgeving werden we goed ontvangen. Het office du tourisme maakte een video over ons om ons gebied cultureel  te promoten.  We verschenen regelmatig in een artikel in de krant en kregen zelfs een ‘eigen kopje’  op de activiteiten pagina van de regio. 

Er was alleen één grote ‘maar’….. we konden er niet van leven, sterker nog we bouwden alleen maar schulden op. Dat lag voor een groot deel buiten ons, het was bankencrisis, de mensen hadden geen geld, we zaten verstopt à la campagne, ver van de stad, ver van Nederland. Maar ook wij hadden ons aandeel in onze crisis: we waren meer idealistisch dan commercieel vaardig. We zaten door overmoedige inschatting van onze toekomstige inkomsten in het zwaarste sociale lastenregime waardoor we meer moesten betalen dan dat we verdienden.  
De geldzorgen werden op den duur te groot, we sliepen steeds slechter, we ploeterden, we stortten in en krabbelden weer op, soms stroomden de tranen.
Met name van teleurstelling! We hadden zo’n mooie plek gecreëerd en we deden zo ons best.


Henk had met het café nog zijn eigen speeltuin, een podium dat altijd speelklaar stond, hij vond het heerlijk om daar te zijn. Maar ik kreeg steeds grotere weerzin om er heen gaan. Ik werd niet meer blij van de mensen die zeiden dat ze ons café en de muziek zo fijn vonden.  Innerlijk  werd ik alleen maar steeds bozer op de klanten die niets verteerden, die de hele middag zaten op één biertje. Ik was zo teleurgesteld! Iedereen vond het leuk bij ons, mensen genoten van de muziek, maar geld uitgeven ho maar! Ik vatte het ook te persoonlijk op.  “Die mensen weten toch dat wij hiervan moeten leven! Als ze het hier zo leuk vinden waarom verteren ze dan niet wat meer!” klaagde ik hartgrondig tegen Henk.

Op een dag zei Henk: “Lies, jij zou toch jouw centrum beginnen? Ga daar dan mee aan de slag!”
“Hoe kan ik dat nou nog doen?  Ik geloof er niet meer in!” riep ik stampvoetend uit terwijl de tranen over mijn wangen biggelden.
Ik was wanhopig, verdrietig en boos. ik voelde me bekocht door het leven! Alles had erop gewezen dat we er goed aan hadden gedaan om deze stap te zetten en op het moment dat we onze deuren hadden geopend begon de tegenslag in te treden. Mijn hele spirituele positieve visie op het leven lag aan diggelen.
En dat was nog maar het begin…. Het zou nog erger worden, want ook mijn zelfvertrouwen zou het nog zwaar te verduren krijgen ….

vrijdag 12 februari 2021

Zomaar een repetitiedag... een jaar geleden.

  “Kwart over elf, ” zegt Henk goedgemutst terwijl hij opstaat om twee extra stoelen uit de schuur te pakken, “ga er maar vanuit dat ze er zo zijn Lies.”

“Hum, ik weet het!” antwoord ik sloom, “shit, de tijd gaat veel te snel, ik zit hier net zo lekker!”
Het is zaterdagochtend, winter en best koud, maar wij zitten heerlijk buiten, beschut in onze toekomstige buitenkeuken, lekker koffie te drinken en van het zonnetje te genieten.  
“Waarom moet je toch altijd zo vroeg afspreken?” vraag ik wrevelig naar de bekende weg. 
“Nou je hebt geluk Lies, ik heb het nog een uur gerekt, Philippe wilde eigenlijk al om half elf komen.”

Henk is door Philippe gevraagd voor een optreden morgen in Clermont-Ferrand. Het is een routine klusje, spelen als jazztrio tijdens een apéro, gewoon twee uurtjes jazz standards spelen in de kroeg. Normaal gesproken is hij hier niet zo happig meer op, maar het is dit keer samen met Philippe en Jean-Marc, twee zeer sympathieke Franse muzikantvrienden waarmee hij hier in Frankrijk zo’n elf jaar geleden, voor het eerst speelde.

Net als Henk zitten deze muzikanten al minstens 40 jaar ‘in de muziek’ en zijn dus door de wol geverfd. Voor zo’n apéro draaien ze hun hand niet om, maar Philippe, de gitarist,  stelde toch voor om er nog een repetitie aan te wijden.
Henk die niet graag van huis weg wil, had toegestemd onder voorwaarde dat het bij ons thuis zou plaatsvinden en Jean-Marc, de drummer wilde, als echte Auvergnaat, alleen maar komen als er eerst gegeten werd.
En dat eten doen de Fransen à midi, om twaalf uur ‘s ochtends. En zo wordt een simpele repetitie dus een repetitiedag.  
“Weet je Henk, helemaal leuk dat die mannen komen, maar dat vroege ge-eet, pff, ik kan er niet aan wennen!”
“Tja, ik snap er ook niets van,” zegt Henk schouderophalend, “het lijkt er soms wel op dat die mannen nooit thuis willen zijn, ze waren er duidelijk op uit om er een ‘dagje’ van te maken!”

Op het veldje voor ons huis stopt een auto. “Daar heb je ze!” roept Henk en springt op om de deur open te gaan doen.
Even later stappen ze grijnzend via het huis en de cave de buitenkeuken in en volgt de  gebruikelijke begroeting van hartelijke schouderklopjes en bijbehorende bises.
“Une petite bière, mes amis?” vraagt Henk terwijl hij ze ‘en passant’ het biertje al in de hand drukt.
Het gezicht van mon mari spreekt boekdelen; hij heeft zin in een feestje!
En zo ook zijn copanen, dus zitten we gezellig rond het middaguur in het zonnetje aan de apéro, want er bestaat hier in Frankrijk natuurlijk geen maaltijd zonder het voorafgaand aperitief.

Ik loop even naar binnen om de maaltijd die we gisteren al hebben voorbereid in de oven te zetten. Ik kijk op de klok, kwart over twaalf, mooi over een half uurtje kunnen we eten.
Bij terugkomst aan tafel blijkt dat Henk een nieuw biertje heeft bijgezet. “Dit zijn de betere repetities,” zegt Jean-Marc genietend met een ondeugend lachje.”  

Na het eten verdwijnen de mannen naar Henk’s muziekkamer en ik duik zoals gewoonlijk in mijn werkkamer achter de computer.
Onze kamers zitten op dezelfde etage dus ik hoor ze bezig, de versterkers gaan aan, de instrumenten worden gestemd, en tussendoor hoor ik ze ook steeds lachen. Maar na een kwartiertje komen dan toch de zwoele jazzklanken mijn kamer binnendwarrelen.
Ondanks dat ik dat eten altijd wel een gedoe vind, geniet ik toch ook heel erg van zoveel gezelligheid en muziek in huis.

Omdat ik opga in het verhaal dat ik aan het schrijven ben raakt het geluid uit de muziekkamer wat op de achtergrond. Zo gaat het eigenlijk altijd, ik hoor ze wel maar echt last heb ik er niet van.
Maar na een uurtje realiseer ik me dat het nu wel heel erg hard klinkt. Ik probeer nog verder te werken maar ik kan me echt niet meer concentreren door het geluid.
Wacht even, “Dit is geen jazz meer” zeg ik tegen mezelf terwijl ik opsta om poolshoogte te gaan nemen.
Voor de deur is het geluid al niveau ‘slecht voor je oren’, maar binnen is het echt een  oorverdovende herrie.  
“Stone Free” hoor ik boven de muziek uit galmen. Philippe die ik tot dan toe alleen maar zwoele deuntjes als ‘The girl from Ypanema’ had horen zingen heeft zich als ware Jimmy Hendrix ontpopt. Jean-Marc slaat haast door z’n vellen heen, met een brede grijns zit ie er heerlijk op los te trommelen. De contrabas staat verloren in de hoek want Henk is overgestapt op de basgitaar.

“Wow, super” roep ik lachend als het liedje klaar is.
 “Hé Lies, moet je horen, we zijn met Jimmy Hendrix bezig, ga even zitten,” zegt Henk enthousiast. Alsof ik dat nog niet gehoord had.
Ik pak een kruk en ga zitten. De mannen zetten het nummer wederom in met ook weer dezelfde spirit.
Philippe zingt maar Henk en Jean-Marc slingeren de koortjes luidkeels mee de ruimte is… “Stone free”…

Muzikanten zijn toch echt een slag apart, hoe oud ze ook zijn, het blijven jongetjes, “gamins”, zoals de Fransen zeggen.
Ik luister nog drie liedjes en dan vind ik het wel best, de gamins zeggen dat ze ook stoppen maar zetten nog een laatste nummer in, ze kunnen er geen genoeg van krijgen!
“Hoe kwamen jullie daar nou bij?” vraag ik nieuwsgierig als de mannen weg zijn.
“Nou eigenlijk per toeval, Philippe speelde een rifje, gewoon even om te stemmen, maar omdat ik alles van Jimmi Hendrix uit m’n hoofd ken, viel ik in en toen bleek Jean-Marc het ook te kennen. We kwamen erachter dat we alle drie Hendrix gek zijn.” Zegt Henk met een lach.
“Ja dat is niet zo gek gezien jullie leeftijd” antwoord ik bijdehand.
“We hebben afgesproken om er een project van te maken, kunnen we het lekker van de zomer spelen in de tuin.” Vervolgt Henk enthousiast…..

 

En hier stopte mijn verhaaltje vorig jaar. Ik heb het nooit gepost op m’n blog omdat ik op dat moment toch dacht dat het eigenlijk niet zo speciaal was...
Gewoon een dag uit ons leven, vol van muziek, gezelligheid en vriendschap.
Maar toevallig kwam ik het vandaag weer tegen en nu komt zo’n onbezorgde luchtige repetitiedag toch in een heel ander licht te staan.
Vrij kort daarna was het voor de mannen afgelopen met optreden, Corona kwam om de hoek, we zaten ineens allemaal op ons eiland thuis.
Gelukkig konden onze tuinconcerten in de zomer toch doorgaan vanwege de zomerpauze in de lockdown.
De mannen hebben heerlijk gespeeld, maar de concerten waren toch anders als anders. Er waren minder mensen aanwezig, behoorlijk wat trouwe bezoekers bleven weg uit angst om besmet te worden, zelfs bij ons in de tuin, midden in de vrije natuur.


Sinds de zomer hebben we ze niet meer gezien, onze muzikantenvrienden. Henk houdt zich goed, hij wil er niet over klagen, maar hij mist het spelen met zijn vrienden enorm. En zeker ook de gezellige repetitiedagen!
De lockdown is hier in Frankrijk, afgezien van de avondklok om 18 uur, toch minder streng geworden, of althans zo voelt het voor ons à la campagne.
En hoewel er dus nog steeds geen optredens zijn, en dus ook geen aanleiding voor een repetitie hebben de mannen afgesproken om toch weer van tijd tot tijd lekker hier bij ons te komen spelen…

Henk is met pensioen, voor het geld hoeft hij het niet meer te doen, we wonen afgelegen dus wij kunnen nog een beetje onze eigen wereld scheppen, maar mijn hart gaat uit naar alle jonge muzikanten, vol enthousiasme en talent, waarvan hun hele bestaan en vooralsnog hun toekomstperspectief afgepakt is…Muzikant zijn is naast een beroep, vooral een "passie"!!
En die moeten ze kunnen delen... met elkaar terwijl ze muziek maken, maar ook met het publiek die er van kan genieten. 


zondag 28 juli 2019

Pech met alles erop en eraan

Het is topdrukte op de alarmcentrale.
Eind juli, de vakantieperiode is in volle gang. Duizenden Nederlandse toeristen die met hun auto met of zonder caravan, camper of mooie oldtimer de Franse wegen bevolken, op zoek naar alle geneugten die ‘La douce France’ hen te bieden heeft. Rust, mooie natuur, zon , bergen, meertjes, terrasje, wijntje, kaasje, vrijheid kortom vakantie,  genieten dus.
En dan slaat het noodlot toe: pech onderweg!
Soms maar op enkele uurtjes afstand van de eindbestemming, dat is schrikken! wat nu?

Maar gelukkig zijn wij er, de alom vertrouwde en gerespecteerde ANWB om hen bij te staan en hen zo goed en snel mogelijk weer op weg te helpen.
En dat is ook zeker onze intentie! Ik werk nu 2,5 maand op de alarmcentrale en word omringd door leuke, lieve gemotiveerde collega’s.  Jonge studenten die vol energie zitten en alles uit deze tijdelijke zomerbaan en verblijf in Lyon proberen te halen. Een oudere garde die het wat rustiger aan doet. Hoe dan ook, we doen allemaal ons best om de toeristen te helpen en  zo goed mogelijk te begeleiden.   

En helpen doen we! Maar deze hulpverlening in Frankrijk gaat anders en is niet zo eenvoudig  als het lijkt in ons snelle efficiënte kleine kikkerlandje. Frankrijk is groot, afstanden zijn langer dus alles duurt ook langer. We werken met Franse sleepdiensten en garages, de regels in Frankrijk zijn anders, er mag niet langs de weg gerepareerd worden.
Als wij een klant beloven dat we iemand sturen dan komt er een Franse garagehouder  die met zijn sleepwagen de auto, eventueel met caravan, op komt halen om mee te nemen naar zijn garage voor een diagnose en reparatie.

Sommige toeristen laten de hulp aan ons over,  leggen zich bij de situatie neer, hebben een houding van ‘het is niet anders’ , passen zich aan.
Maar anderen hebben een meer eisend karakter,  wat op het ogenblik nog eens aangewakkerd wordt door  de hittegolf die in europa huishoudt.
Zij hebben naar deze vakantie toegeleefd, sterker nog ze hebben het verdiend! Dit euvel is niet in de planning opgenomen dus het is dan ook noodzakelijk dat er wel nu, ter plekke hulp komt! Daarvoor zijn ze verzekerd!

Dus tegen de tijd dat de hulpdienst is aangekomen, wat soms enkele uurtjes kan duren, waardoor de zenuwen van de met name eisende groep al aardig getergd zijn, komt de shock: “De man spreekt Frans!”  Verontwaardiging alom, “zelfs in het Engels konden we niet met hem communiceren!”
Ongelooflijk, ook voor mij! Zeker als ik mezelf geduldig hoor uitleggen aan deze persoon dat hij in Frankrijk is en dat men hier nu eenmaal Frans spreekt.  

Dit is een tragikomisch voorbeeld, want deze mensen zijn vaak volledig uit het lood geslagen, in paniek, geërgerd, bang en boos. Hoe moet het nu? Komt er dan geen wegenwacht? Gewoon zo’n snelwegcowboy die alles oplost?
Werken op de alarmcentrale, het is een belevenis. Net als deze mensen had ook ik een geromantiseerd beeld over deze job; mensen helpen die pech hebben, mooi toch?
Klant blij, jij blij!

Maar deze dienstverlening zit gecompliceerder in elkaar. Een wereld die ik, 130 km verderop in de Auvergne, à la campagne nooit heb opgemerkt, en zelfs niet had vermoed…
Ook ik ben uit mijn comfortzone geslingerd. Werken op kantoor, de hele dag zitten maar innerlijk draait alles op volle toeren. Er komt een lawine PECH over je heen, met alles erop en eraan.

In mijn hoofd zie ik het als een enorme mierenhoop. Een enorme drukte, auto’s op sleepwagens, auto’s in garages, auto’s langs de kant van de weg, voorbijrazende auto’s, mensen die wachten en wachten en wachten, mensen die meerijden, mensen die schreeuwen, mensen die huilen, mensen die klagen, mensen om echt medelijden mee te hebben, mensen die lachen, mensen die mopperen, veel gebaren, veel onrust, er is een enorme bedrijvigheid, want wat zijn er ongelooflijk veel mensen die met pech stranden…
Tussendoor tringelt steeds de telefoon en hoor ik mijn eigen stem: “Goedemorgen Anwb alarmcentrale, met Liesbeth….. “

zaterdag 11 mei 2019

Heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!


Net voor de tolpoortjes van Fleury en bière op de A6 richting Parijs scheurt ie me voorbij, een gele motor met achterop twee grote gele zijkoffers. Ik zie nog net zoiets als “dépannage” achterop staan. En terwijl ik hem met m'n ogen volg zie ik dat hij direct na de betaalpoortjes de parkeerplaats oprijdt en stopt bij een auto.
Wat apart, die zie ik normaal nooit op de weg, zou die van de ANWB zijn? Nieuwsgierig strek ik m’n nek om nog iets meer te zien en even kom ik in de verleiding om er naartoe te gaan om me voor te stellen.
“Ach, doe niet zo stom,” vermaan ik mezelf, “die man is gewoon met z’n werk bezig en die zit echt niet op een praatje met jou te wachten!”
Al mijmerend rijd ik verder nog zo’n 450 km te gaan voor ik bij m’n moeder in Nederland ben.
De ANWB…. alleen de naam heeft voor mij al iets magisch, iets vrijbuiterigs.

Dat begon al in m’n jeugd, zodra de ‘Kampioen’ bij ons op de mat viel, wist ik niet hoe snel ik hem moest inkijken en dan vooral weg zwijmelen achterin bij de kleine advertenties van particuliere vakantiebestemmingen in het buitenland.
Helaas voor mij hielden mijn ouders niet van ‘op vakantie gaan’ en naar ‘het buitenland’ was al helemaal niet aan de orde.
Ik wel, ik droomde ervan en door die kleine advertenties kon ik toch een soort van contact maken met dat magische buitenland.
Toch hadden mijn ouders  wel iets met ‘verkeer en autorijden’. Mijn moeder was rij-instructrice en m’n vader moest voor z’n werk altijd behoorlijk wat kilometers afleggen.
Dus natuurlijk waren zij lid van de ANWB. En omdat mijn vader altijd in oude barrels reed, moest de wegenwacht er nog wel eens aan te pas komen, de redders in nood.

 Voor mij zijn die rondrijdende monteurs echt road cowboys, vrijbuiters met creatieve, originele oplossingen voor elk probleem. Je voelt dat ze begaan zijn met je auto en dat ze je niet een dure reparatie aan willen smeren. Je vertrouwt ze!
Als echte appel die niet ver van de boom valt rijd ook ik mijn hele rijbewijsleven al in oude barrels, dus ook ik heb toen ik nog in Nederland woonde mogen genieten van deze aardige ANWB pechhulp.
Zo heel anders is het dan hier in Frankrijk.
Natuurlijk heb ik via mijn Franse verzekeringsmaatschappij ook ‘auto-assistance’, en daar helaas ook al een aantal keren beroep op moeten doen, maar ondanks hun zeer goede hulp en inzet, krijg je toch niet het vertrouwde ‘wegenwacht’ gevoel.
Hier in Frankrijk gaat de hulp veel afstandelijker,  je auto wordt door een ‘dépanneur’ de weg afgesleept naar een garage, en je wordt naar een autoverhuurder of hotel gebracht door een taxi. Lang wachten overal, maar het levert wel leuke blogverhaaltjes op trouwens. Zie: ‘gelukkig zijn we verzekerd’.     Maar goed, ik dwaal af…

In Nederland word ik hartelijk begroet door m’n moeder.
“Kijk,” zegt ze, terwijl ik op het vertrouwde plekje aan de keukentafel ga zitten: “hij staat erin hoor!” Lachend schuift ze ‘de Kampioen’ onder m’n neus. Nieuwsgierig blader ik in het tijdschrift op zoek naar de advertentie. ‘Werken bij de ANWB in Lyon’, ja hoor daar staat ie. “Ze zoeken dus blijkbaar nog steeds mensen,” zegt m’n moeder meelevend.
“Nou ik ben in ieder geval alvast aangenomen,” zeg ik trots.  Vanaf 20 mei ga ik beginnen.
Lyon j’arrive…..

Dus aan alle Nederlanders die deze zomer naar Frankrijk op vakantie komen:
heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!




____________________________________________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik twee boeken geschreven:
 

Ben je geïnteresseerd?
  Bol.com   
boek € 16,95 

                   Ebook 
 €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen… 



 


donderdag 17 januari 2019

Enge stinkbeesten

De ochtend is vandaag begonnen met een zonnetje dat gezellig door de ramen naar binnen schijnt. Na dagen van mist, kou en motregen is dit een geschenkje uit de hemel en goedgemutst ga ik m’n werkkamer in om aan de Franse les te beginnen.
Op het moment dat ik mijn handen op het toetsenbord wil plaatsen om het computerwachtwoord in te typen deins ik van schrik achteruit, “Getver!” roep ik geïrriteerd uit richting de keuken onder mij, “Henk, er zit wéér zo’n beest!
En ook nog precies op mijn toetsenbord, het lijkt wel of ie het erom doet!”
Er gaat een rilling over m’n rug en gruwelend sta ik op om in de wc een stukje toiletpapier te halen waarmee ik het beest tussen m’n vingers kan vermorzelen.

 Gelukkig is het nu januari, winter en zijn ze zo sloom dat je ze zo kunt pakken. Een werkje van niets, waar ik inmiddels zo geroutineerd in ben geworden dat mijn aan paniek grenzende reactie een beetje ‘overdone’ kan overkomen. Wat kan zo’n klein beestje nou voor kwaad doen, zeker als je het zo kan oppakken en verwijderen?
Nou voor mij is het beestje in mijn fantasie uitgegroeid tot ‘een eng monster’ ; een ‘vies kwaad’ van twee cm lang met sprieten dat al bijna niet meer weg te denken is uit ons huishouden.
En daar zit dan ook direct de reden van mijn paniek. Oh, ik ben zo bang dat we er nooit meer vanaf komen! En dat ik daar reden voor heb is wel duidelijk gezien het feit dat er vandaag dus, ondanks de winter, toch weer één op mijn bureau zit. Ze zouden nu toch gewoon dood, of met hun winterslaap bezig moeten zijn.

Twee jaar geleden kwamen ze voor het eerst ons huis en ons bewustzijn binnenkruipen. Of eigenlijk al wel een paar jaar eerder toen we er enkelen op onze zolder aantroffen. We hadden geen idee wat het voor beestjes waren, even twijfelden we of het de voor het huis gevaarlijke boktorren zouden zijn. Gelukkig waren deze dood en wij hadden genoeg aan ons hoofd dus lieten we het erbij, dood konden ze in  ieder niet veel kwaad meer aanrichten.
Maar twee jaar geleden dus, waren ze ineens  in levende lijve aanwezig.
Het was rond oktober.
In eerste instantie was het een enkeling die tegen het raam zat.  Het was ook alleen maar op de tweede verdieping, onze slaapetage.  Ook toen waren ze sloom dus we konden ze voorzichtig met een papiertje naar buiten schuiven.
Maar in de weken die volgden werden het er toch iets meer. Benieuwd en ook wel bang dat het de gevreesde boktorren zouden zijn, maakte ik een foto van het beestje en ging ik op internet speuren wat voor soort het was.
Het bleken geen torren maar wantsen te zijn, de bladpootwants wel te verstaan.
Heel veel kon ik niet over de beestjes vinden behalve dan dat ze nog niet zolang in Europa aanwezig zijn.
Rond 2006 werden ze voor het eerst gesignaleerd ergens in Italie geloof ik. Ze komen uit Noord-Amerika. Leven in naaldbossen, waar ze zich voeden met het sap uit dennenappels, ze zijn niet agressief, bijten of steken niet en zijn dus onschadelijk voor de mens.
 Het enige minpuntje wat ze hebben is dat ze graag in een beschutte omgeving willen overwinteren, in huis bijvoorbeeld. Aangezien de halve Auvergne bedekt is met dennenbomen en wij er midden tussenin wonen is het dus niet zo vreemd dat het beestje ons huis inmiddels ook gevonden heeft.

In eerste instantie was ik opgelucht, hoewel ik na wat verder speuren op youtube toch wel verontrustende filmpjes tegenkwam. Er was één filmpje waar in Amerika, een huis  midden in een bos  getoond werd dat aan de buitenkant ‘zwart’ zag van die beestjes die allemaal naar binnen wilden. ‘Stinkbugs’ worden ze daar genoemd. Nou daar waren wij ook al achter: die beesten verspreiden een geur op het moment dat ze zich in gevaar wanen, op zich voor het beestje geen slechte reactie. Maar ze doen het ook als je ze doodknijpt en dat zou toch niet nodig zijn.
In het begin vond ik het nog niet echt stinken, een soort lucht van ‘groene appeltjes’ , maar er zit toch een ranzig randje aan die geur. Bij de één is dat sterker dan bij de ander en naar mate ik er steeds meer in huis tegenkwam hoe smeriger ik het vond worden. Toch wel wat ongerust door het filmpje en de hoeveelheid beestjes in onze slaapkamer waren we begonnen om ze toch gewoon te killen, gewoon met papiertje in de hand , want opstofzuigen durfde ik niet, veel te bang dat ze dan weer die zak uit zouden kruipen.
Maar dat was twee nazomers geleden.

Afgelopen najaar begon het allemaal anders. Veel vroeger in het jaar, eind augustus vlogen de eersten binnen.
Het was nog warm buiten dus alle ramen van onze slaapkamer stonden uitnodigend open. Als het nog warm is zijn ze blijkbaar veel actiever en doordat ze heel goed kunnen vliegen hopten ze vlijtig onze slaapkamer door.
De ellende begon.
De ramen gingen natuurlijk dicht! Maar nu hebben wij zo’n oud niet geïsoleerd huis dus daar lieten ze zich niet door weerhouden. Elke dag wisten toch wel minstens zo’n dertig beestjes zich door de raamkozijnen heen te wurmen. Voordat we gingen slapen moesten Henk of ik eerst op wantsenjacht. En wat een stank gaf dat! En de ramen moesten potdicht blijven natuurlijk.
Als ik al een raam opende dan vielen er zo een clubje van zes, acht of tien samengeklitte wantsen de kamer in en dan moest ik snel zijn om ze allemaal te pakken te krijgen.

Hier ontstond mijn gruwelfobie voor die krengen.
Overdag ging dat dan nog wel maar ’s nachts was een ramp want in tegenstelling tot vorig jaar was  deze lichting heel avontuurlijk. Ondanks mijn gespeur voor het naar bed gaan, wisten er zich toch altijd wel één of twee aan mijn aandacht of mijn grijphandjes te ontsnappen.
Hoe vaak was het niet dat ik in paniek opsprong uit bed. “oh… ik ruik zo’n beest!”
“Oh, Lies, laat toch gaan,” zuchtte Henk menigmaal naast me. “Ze zijn er nou eenmaal, maar ze doen toch niets? Je kunt wel aan de gang blijven!”
“Laten gaan? NOOIT!”, kreeg hij dan weer de wind van voren terwijl ik de dekens omhoog hield en mijn ogen centimeter voor centimeter het bed afzochten.
En ja hoor daar zat ie dan, naast m’n kussen bijvoorbeeld. Ik kreeg er wat van, bij elk beweginkje rondom mijn kussen zat ik weer rechtop in bed.
Ik raakte er steeds meer door geobsedeerd want inmiddels waren ze niet meer alleen in de slaapkamer te vinden, overal door het huis heen kwam ik ze tegen. Bang om ze dan ’s avonds weer bij ons bed aan te treffen greep ik weer naar een wc rol die inmiddels overal verspreid door het huis lagen.

Rond eind september begon het ook buiten een probleem te worden. Op een dag ontdekte ik er één in het wasgoed dat lekker fris en schoon aan de waslijn hing. Ik was al halverwege met afhalen toen ik die ene dus in een t-shirt zag zitten. De schrik sloeg me om het hart! Oh god, als ze ook maar niet in de rest zitten… en ja hoor! Gemiddeld twee per kledingstuk, goed verscholen in broekspijpen, mouwen en andere beschutte plekjes.
Gelukkig had ik ze onderschept, maar de lol aan het wassen, zo’n beetje het enige huishoudelijke karweitje wat ik echt leuk vind, werd hier in één klap door verpest!
Ik kon het werkje ook niet aan Henk overdragen, want die inspecteerde niet nauwkeurig genoeg naar mijn mening en hiermee was het dus echt mijn probleem.
Ergens begin oktober, waren ze gedurende enkele dagen bijzonder frivool, ze vlogen in grote getale heen en weer in de tuin, tussen de bomen en het huis. Op mijn lievelingsplekje onder de lindeboom, naast de coniferenheg  vlogen ze zelfs tegen je aan en bleven dan haken in je kleding. Buiten was er geen lol meer aan.

Gelukkig moest ik voor mijn NLP opleiding een week naar Avignon, dus zou ik even rust krijgen. Maar zelfs daar achtervolgden ze me. Op de dag van vertrek ging ik ons camperbusje inruimen en toen zag ik ze… op de kussens van het bed. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht had!
“Oh Henk, nu zitten ze ook nog hier in!”jammerde ik zielig en boos, “ik word er gek van! Oh en ik moet zo vertrekken om op tijd bij de camping aan te komen! Wat een gezeik! Kutbeesten!!” schreeuwde ik hartgrondig.
Geduldig hielp Henk me alles uit de bus te slepen en uit te kloppen. Wat moesten we anders.
 Wat later dan gepland, enigszins gerustgesteld vertrok ik naar het zuiden. Daar onder de platanen was van een bladpootwants geen spoor te bekennen. Behalve dan die vijf die toch nog tussen de kieren van de auto met me meegelift waren.
Bij thuiskomst was de situatie nog steeds hetzelfde. Een voor logés bedoelde caravan in onze tuin zat helemaal vol met die beesten. We zouden bezoek krijgen en Henk was een dag bezig  om de hele caravan leeg te halen en alles van boven tot onder te stofzuigen, dat moest wel zo want met het papiertjes doodknijpen was een onbegonnen werk. En steeds als hij dacht dat hij ze allemaal had, kwamen er weer enkelen tevoorschijn.

En nu is het winter en sinds het echt koud werd zien we ze niet meer. Voorzichtig hebben wij boven de ramen weer op een kiertje open.
Einde wantsenverhaal voor dit jaar! We hebben de herfst overleefd met die beesten.
Veel ongemak, maar we konden ons huis deze winter uiteindelijk met veel gedoe toch een soort ‘wantsenvrij’ houden, daar ben ik heel blij om!
Volgend jaar gaan we het anders aanpakken. Henk is van plan om voor alle ramen op de slaapverdieping horren te maken.  Dan kunnen we in ieder geval wel rustig slapen en frisse lucht binnen laten.

Maar ik ben bang!
Want vandaag, een wat minder koude winterdag met een zonnetje zaten er toch weer een paar binnen. Daarbij deden we vorige week nog een andere heel vervelende ‘wants ontdekking’.
Na een hele lange tijd niet meer op zolder te zijn geweest  wilde ik er iets gaan halen. Nietsvermoedend deed ik de deur naar zolder open. De ‘appeltjeslucht’ kwam me tegemoet en daar lagen ze, op de trap… honderden dode wantsen.
De eerste treden heb ik opgeveegd maar het was eind van de middag en omdat het donker werd staakte ik het werkje en deed de deur dicht. Sindsdien durf ik het niet meer onder ogen te komen, ik ben er zo vies van!
We hebben een pannendak zonder isolatie, dus ze zijn blijkbaar overal doorheen komen.

Henk die inmiddels wel op zolder is geweest zegt dat er duizenden liggen en allemaal dood.
En dat is gek, vind ik. Waarom moeten ze zo massaal binnenkomen om te overwinteren als ze toch doodgaan?

Internet biedt geen uitkomst. Er wordt zo weinig over die beesten geschreven.
Over de situatie hier in Frankrijk kan ik niets vinden.
Blijkbaar vindt niemand het nodig om een alarmbel te laten rinkelen. Ik heb het hier in de buurt nagevraagd. Er zijn zeker mensen die er ook last van hebben maar men doet toch wat laconiek over die punaises, zoals ze die hier noemen.
Een paar Nederlandse natuurfreaks die het blijkbaar ook opgevallen is dat er in Nederland bladpootwantsen rondvliegen, melden er iets over op hun blog.
Ze spreken over ‘enkelen’ , en vooral over het feit dat het beestje onschuldig is.
Nadrukkelijk zijn er een aantal voor die beestjes op de bres gesprongen door erop te hameren dat je ze gewoon moet laten leven. Als je er last van hebt zet je het exemplaar gewoon buiten.

Nou bij mij gaan ze eraan!
Ik walg van die beesten. Wij hebben er last van!
Dit heeft niets meer te maken met een beestje buiten zetten. Wij kunnen toch echt spreken van een plaag!
Ik vrees voor de toekomst, we kunnen moeilijk die beesten met bestrijdingsmiddelen gaan te lijf gaan.
Hele bossen benevelen, dat is geen oplossing en zou ik niet willen!
Maar zover ik het nu kan vinden op internet, heeft de bladpootwants geen noemenswaardige natuurlijke vijand. Ik hoop nog dat de vorst iets voor ons kan doen, maar ja met die opwarming van de aarde ben ik bang dat we weinig kans maken.

 Hoe gaat dit aflopen?
Alhoewel ik geen idee heb op wat voor manier,  voorzie ik een ramp!
Ineens moet ik aan de bijbel denken. Daar stond toch ook iets over insectenplagen? Waren het geen sprinkhanen?  De strekking van het verhaal mag ik even kwijt wezen maar volgens mij zat er een bedoeling achter. Misschien moet ik het toch eens opzoeken.