zaterdag 11 mei 2019

Heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!


Net voor de tolpoortjes van Fleury en bière op de A6 richting Parijs scheurt ie me voorbij, een gele motor met achterop twee grote gele zijkoffers. Ik zie nog net zoiets als “dépannage” achterop staan. En terwijl ik hem met m'n ogen volg zie ik dat hij direct na de betaalpoortjes de parkeerplaats oprijdt en stopt bij een auto.
Wat apart, die zie ik normaal nooit op de weg, zou die van de ANWB zijn? Nieuwsgierig strek ik m’n nek om nog iets meer te zien en even kom ik in de verleiding om er naartoe te gaan om me voor te stellen.
“Ach, doe niet zo stom,” vermaan ik mezelf, “die man is gewoon met z’n werk bezig en die zit echt niet op een praatje met jou te wachten!”
Al mijmerend rijd ik verder nog zo’n 450 km te gaan voor ik bij m’n moeder in Nederland ben.
De ANWB…. alleen de naam heeft voor mij al iets magisch, iets vrijbuiterigs.

Dat begon al in m’n jeugd, zodra de ‘Kampioen’ bij ons op de mat viel, wist ik niet hoe snel ik hem moest inkijken en dan vooral weg zwijmelen achterin bij de kleine advertenties van particuliere vakantiebestemmingen in het buitenland.
Helaas voor mij hielden mijn ouders niet van ‘op vakantie gaan’ en naar ‘het buitenland’ was al helemaal niet aan de orde.
Ik wel, ik droomde ervan en door die kleine advertenties kon ik toch een soort van contact maken met dat magische buitenland.
Toch hadden mijn ouders  wel iets met ‘verkeer en autorijden’. Mijn moeder was rij-instructrice en m’n vader moest voor z’n werk altijd behoorlijk wat kilometers afleggen.
Dus natuurlijk waren zij lid van de ANWB. En omdat mijn vader altijd in oude barrels reed, moest de wegenwacht er nog wel eens aan te pas komen, de redders in nood.

 Voor mij zijn die rondrijdende monteurs echt road cowboys, vrijbuiters met creatieve, originele oplossingen voor elk probleem. Je voelt dat ze begaan zijn met je auto en dat ze je niet een dure reparatie aan willen smeren. Je vertrouwt ze!
Als echte appel die niet ver van de boom valt rijd ook ik mijn hele rijbewijsleven al in oude barrels, dus ook ik heb toen ik nog in Nederland woonde mogen genieten van deze aardige ANWB pechhulp.
Zo heel anders is het dan hier in Frankrijk.
Natuurlijk heb ik via mijn Franse verzekeringsmaatschappij ook ‘auto-assistance’, en daar helaas ook al een aantal keren beroep op moeten doen, maar ondanks hun zeer goede hulp en inzet, krijg je toch niet het vertrouwde ‘wegenwacht’ gevoel.
Hier in Frankrijk gaat de hulp veel afstandelijker,  je auto wordt door een ‘dépanneur’ de weg afgesleept naar een garage, en je wordt naar een autoverhuurder of hotel gebracht door een taxi. Lang wachten overal, maar het levert wel leuke blogverhaaltjes op trouwens. Zie: ‘gelukkig zijn we verzekerd’.     Maar goed, ik dwaal af…

In Nederland word ik hartelijk begroet door m’n moeder.
“Kijk,” zegt ze, terwijl ik op het vertrouwde plekje aan de keukentafel ga zitten: “hij staat erin hoor!” Lachend schuift ze ‘de Kampioen’ onder m’n neus. Nieuwsgierig blader ik in het tijdschrift op zoek naar de advertentie. ‘Werken bij de ANWB in Lyon’, ja hoor daar staat ie. “Ze zoeken dus blijkbaar nog steeds mensen,” zegt m’n moeder meelevend.
“Nou ik ben in ieder geval alvast aangenomen,” zeg ik trots.  Vanaf 20 mei ga ik beginnen.
Lyon j’arrive…..

Dus aan alle Nederlanders die deze zomer naar Frankrijk op vakantie komen:
heb je pech, dan krijg je mij aan de lijn!




____________________________________________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik twee boeken geschreven:
 

Ben je geïnteresseerd?
  Bol.com   
boek € 16,95 

                   Ebook 
 €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen… 



 


donderdag 17 januari 2019

Enge stinkbeesten

De ochtend is vandaag begonnen met een zonnetje dat gezellig door de ramen naar binnen schijnt. Na dagen van mist, kou en motregen is dit een geschenkje uit de hemel en goedgemutst ga ik m’n werkkamer in om aan de Franse les te beginnen.
Op het moment dat ik mijn handen op het toetsenbord wil plaatsen om het computerwachtwoord in te typen deins ik van schrik achteruit, “Getver!” roep ik geïrriteerd uit richting de keuken onder mij, “Henk, er zit wéér zo’n beest!
En ook nog precies op mijn toetsenbord, het lijkt wel of ie het erom doet!”
Er gaat een rilling over m’n rug en gruwelend sta ik op om in de wc een stukje toiletpapier te halen waarmee ik het beest tussen m’n vingers kan vermorzelen.

 Gelukkig is het nu januari, winter en zijn ze zo sloom dat je ze zo kunt pakken. Een werkje van niets, waar ik inmiddels zo geroutineerd in ben geworden dat mijn aan paniek grenzende reactie een beetje ‘overdone’ kan overkomen. Wat kan zo’n klein beestje nou voor kwaad doen, zeker als je het zo kan oppakken en verwijderen?
Nou voor mij is het beestje in mijn fantasie uitgegroeid tot ‘een eng monster’ ; een ‘vies kwaad’ van twee cm lang met sprieten dat al bijna niet meer weg te denken is uit ons huishouden.
En daar zit dan ook direct de reden van mijn paniek. Oh, ik ben zo bang dat we er nooit meer vanaf komen! En dat ik daar reden voor heb is wel duidelijk gezien het feit dat er vandaag dus, ondanks de winter, toch weer één op mijn bureau zit. Ze zouden nu toch gewoon dood, of met hun winterslaap bezig moeten zijn.

Twee jaar geleden kwamen ze voor het eerst ons huis en ons bewustzijn binnenkruipen. Of eigenlijk al wel een paar jaar eerder toen we er enkelen op onze zolder aantroffen. We hadden geen idee wat het voor beestjes waren, even twijfelden we of het de voor het huis gevaarlijke boktorren zouden zijn. Gelukkig waren deze dood en wij hadden genoeg aan ons hoofd dus lieten we het erbij, dood konden ze in  ieder niet veel kwaad meer aanrichten.
Maar twee jaar geleden dus, waren ze ineens  in levende lijve aanwezig.
Het was rond oktober.
In eerste instantie was het een enkeling die tegen het raam zat.  Het was ook alleen maar op de tweede verdieping, onze slaapetage.  Ook toen waren ze sloom dus we konden ze voorzichtig met een papiertje naar buiten schuiven.
Maar in de weken die volgden werden het er toch iets meer. Benieuwd en ook wel bang dat het de gevreesde boktorren zouden zijn, maakte ik een foto van het beestje en ging ik op internet speuren wat voor soort het was.
Het bleken geen torren maar wantsen te zijn, de bladpootwants wel te verstaan.
Heel veel kon ik niet over de beestjes vinden behalve dan dat ze nog niet zolang in Europa aanwezig zijn.
Rond 2006 werden ze voor het eerst gesignaleerd ergens in Italie geloof ik. Ze komen uit Noord-Amerika. Leven in naaldbossen, waar ze zich voeden met het sap uit dennenappels, ze zijn niet agressief, bijten of steken niet en zijn dus onschadelijk voor de mens.
 Het enige minpuntje wat ze hebben is dat ze graag in een beschutte omgeving willen overwinteren, in huis bijvoorbeeld. Aangezien de halve Auvergne bedekt is met dennenbomen en wij er midden tussenin wonen is het dus niet zo vreemd dat het beestje ons huis inmiddels ook gevonden heeft.

In eerste instantie was ik opgelucht, hoewel ik na wat verder speuren op youtube toch wel verontrustende filmpjes tegenkwam. Er was één filmpje waar in Amerika, een huis  midden in een bos  getoond werd dat aan de buitenkant ‘zwart’ zag van die beestjes die allemaal naar binnen wilden. ‘Stinkbugs’ worden ze daar genoemd. Nou daar waren wij ook al achter: die beesten verspreiden een geur op het moment dat ze zich in gevaar wanen, op zich voor het beestje geen slechte reactie. Maar ze doen het ook als je ze doodknijpt en dat zou toch niet nodig zijn.
In het begin vond ik het nog niet echt stinken, een soort lucht van ‘groene appeltjes’ , maar er zit toch een ranzig randje aan die geur. Bij de één is dat sterker dan bij de ander en naar mate ik er steeds meer in huis tegenkwam hoe smeriger ik het vond worden. Toch wel wat ongerust door het filmpje en de hoeveelheid beestjes in onze slaapkamer waren we begonnen om ze toch gewoon te killen, gewoon met papiertje in de hand , want opstofzuigen durfde ik niet, veel te bang dat ze dan weer die zak uit zouden kruipen.
Maar dat was twee nazomers geleden.

Afgelopen najaar begon het allemaal anders. Veel vroeger in het jaar, eind augustus vlogen de eersten binnen.
Het was nog warm buiten dus alle ramen van onze slaapkamer stonden uitnodigend open. Als het nog warm is zijn ze blijkbaar veel actiever en doordat ze heel goed kunnen vliegen hopten ze vlijtig onze slaapkamer door.
De ellende begon.
De ramen gingen natuurlijk dicht! Maar nu hebben wij zo’n oud niet geïsoleerd huis dus daar lieten ze zich niet door weerhouden. Elke dag wisten toch wel minstens zo’n dertig beestjes zich door de raamkozijnen heen te wurmen. Voordat we gingen slapen moesten Henk of ik eerst op wantsenjacht. En wat een stank gaf dat! En de ramen moesten potdicht blijven natuurlijk.
Als ik al een raam opende dan vielen er zo een clubje van zes, acht of tien samengeklitte wantsen de kamer in en dan moest ik snel zijn om ze allemaal te pakken te krijgen.

Hier ontstond mijn gruwelfobie voor die krengen.
Overdag ging dat dan nog wel maar ’s nachts was een ramp want in tegenstelling tot vorig jaar was  deze lichting heel avontuurlijk. Ondanks mijn gespeur voor het naar bed gaan, wisten er zich toch altijd wel één of twee aan mijn aandacht of mijn grijphandjes te ontsnappen.
Hoe vaak was het niet dat ik in paniek opsprong uit bed. “oh… ik ruik zo’n beest!”
“Oh, Lies, laat toch gaan,” zuchtte Henk menigmaal naast me. “Ze zijn er nou eenmaal, maar ze doen toch niets? Je kunt wel aan de gang blijven!”
“Laten gaan? NOOIT!”, kreeg hij dan weer de wind van voren terwijl ik de dekens omhoog hield en mijn ogen centimeter voor centimeter het bed afzochten.
En ja hoor daar zat ie dan, naast m’n kussen bijvoorbeeld. Ik kreeg er wat van, bij elk beweginkje rondom mijn kussen zat ik weer rechtop in bed.
Ik raakte er steeds meer door geobsedeerd want inmiddels waren ze niet meer alleen in de slaapkamer te vinden, overal door het huis heen kwam ik ze tegen. Bang om ze dan ’s avonds weer bij ons bed aan te treffen greep ik weer naar een wc rol die inmiddels overal verspreid door het huis lagen.

Rond eind september begon het ook buiten een probleem te worden. Op een dag ontdekte ik er één in het wasgoed dat lekker fris en schoon aan de waslijn hing. Ik was al halverwege met afhalen toen ik die ene dus in een t-shirt zag zitten. De schrik sloeg me om het hart! Oh god, als ze ook maar niet in de rest zitten… en ja hoor! Gemiddeld twee per kledingstuk, goed verscholen in broekspijpen, mouwen en andere beschutte plekjes.
Gelukkig had ik ze onderschept, maar de lol aan het wassen, zo’n beetje het enige huishoudelijke karweitje wat ik echt leuk vind, werd hier in één klap door verpest!
Ik kon het werkje ook niet aan Henk overdragen, want die inspecteerde niet nauwkeurig genoeg naar mijn mening en hiermee was het dus echt mijn probleem.
Ergens begin oktober, waren ze gedurende enkele dagen bijzonder frivool, ze vlogen in grote getale heen en weer in de tuin, tussen de bomen en het huis. Op mijn lievelingsplekje onder de lindeboom, naast de coniferenheg  vlogen ze zelfs tegen je aan en bleven dan haken in je kleding. Buiten was er geen lol meer aan.

Gelukkig moest ik voor mijn NLP opleiding een week naar Avignon, dus zou ik even rust krijgen. Maar zelfs daar achtervolgden ze me. Op de dag van vertrek ging ik ons camperbusje inruimen en toen zag ik ze… op de kussens van het bed. Wat stom dat ik daar niet aan gedacht had!
“Oh Henk, nu zitten ze ook nog hier in!”jammerde ik zielig en boos, “ik word er gek van! Oh en ik moet zo vertrekken om op tijd bij de camping aan te komen! Wat een gezeik! Kutbeesten!!” schreeuwde ik hartgrondig.
Geduldig hielp Henk me alles uit de bus te slepen en uit te kloppen. Wat moesten we anders.
 Wat later dan gepland, enigszins gerustgesteld vertrok ik naar het zuiden. Daar onder de platanen was van een bladpootwants geen spoor te bekennen. Behalve dan die vijf die toch nog tussen de kieren van de auto met me meegelift waren.
Bij thuiskomst was de situatie nog steeds hetzelfde. Een voor logés bedoelde caravan in onze tuin zat helemaal vol met die beesten. We zouden bezoek krijgen en Henk was een dag bezig  om de hele caravan leeg te halen en alles van boven tot onder te stofzuigen, dat moest wel zo want met het papiertjes doodknijpen was een onbegonnen werk. En steeds als hij dacht dat hij ze allemaal had, kwamen er weer enkelen tevoorschijn.

En nu is het winter en sinds het echt koud werd zien we ze niet meer. Voorzichtig hebben wij boven de ramen weer op een kiertje open.
Einde wantsenverhaal voor dit jaar! We hebben de herfst overleefd met die beesten.
Veel ongemak, maar we konden ons huis deze winter uiteindelijk met veel gedoe toch een soort ‘wantsenvrij’ houden, daar ben ik heel blij om!
Volgend jaar gaan we het anders aanpakken. Henk is van plan om voor alle ramen op de slaapverdieping horren te maken.  Dan kunnen we in ieder geval wel rustig slapen en frisse lucht binnen laten.

Maar ik ben bang!
Want vandaag, een wat minder koude winterdag met een zonnetje zaten er toch weer een paar binnen. Daarbij deden we vorige week nog een andere heel vervelende ‘wants ontdekking’.
Na een hele lange tijd niet meer op zolder te zijn geweest  wilde ik er iets gaan halen. Nietsvermoedend deed ik de deur naar zolder open. De ‘appeltjeslucht’ kwam me tegemoet en daar lagen ze, op de trap… honderden dode wantsen.
De eerste treden heb ik opgeveegd maar het was eind van de middag en omdat het donker werd staakte ik het werkje en deed de deur dicht. Sindsdien durf ik het niet meer onder ogen te komen, ik ben er zo vies van!
We hebben een pannendak zonder isolatie, dus ze zijn blijkbaar overal doorheen komen.

Henk die inmiddels wel op zolder is geweest zegt dat er duizenden liggen en allemaal dood.
En dat is gek, vind ik. Waarom moeten ze zo massaal binnenkomen om te overwinteren als ze toch doodgaan?

Internet biedt geen uitkomst. Er wordt zo weinig over die beesten geschreven.
Over de situatie hier in Frankrijk kan ik niets vinden.
Blijkbaar vindt niemand het nodig om een alarmbel te laten rinkelen. Ik heb het hier in de buurt nagevraagd. Er zijn zeker mensen die er ook last van hebben maar men doet toch wat laconiek over die punaises, zoals ze die hier noemen.
Een paar Nederlandse natuurfreaks die het blijkbaar ook opgevallen is dat er in Nederland bladpootwantsen rondvliegen, melden er iets over op hun blog.
Ze spreken over ‘enkelen’ , en vooral over het feit dat het beestje onschuldig is.
Nadrukkelijk zijn er een aantal voor die beestjes op de bres gesprongen door erop te hameren dat je ze gewoon moet laten leven. Als je er last van hebt zet je het exemplaar gewoon buiten.

Nou bij mij gaan ze eraan!
Ik walg van die beesten. Wij hebben er last van!
Dit heeft niets meer te maken met een beestje buiten zetten. Wij kunnen toch echt spreken van een plaag!
Ik vrees voor de toekomst, we kunnen moeilijk die beesten met bestrijdingsmiddelen gaan te lijf gaan.
Hele bossen benevelen, dat is geen oplossing en zou ik niet willen!
Maar zover ik het nu kan vinden op internet, heeft de bladpootwants geen noemenswaardige natuurlijke vijand. Ik hoop nog dat de vorst iets voor ons kan doen, maar ja met die opwarming van de aarde ben ik bang dat we weinig kans maken.

 Hoe gaat dit aflopen?
Alhoewel ik geen idee heb op wat voor manier,  voorzie ik een ramp!
Ineens moet ik aan de bijbel denken. Daar stond toch ook iets over insectenplagen? Waren het geen sprinkhanen?  De strekking van het verhaal mag ik even kwijt wezen maar volgens mij zat er een bedoeling achter. Misschien moet ik het toch eens opzoeken. 

dinsdag 15 januari 2019

Aan de slag weer


Om 8 uur gaat de wekker.
M’n eerste gedachte is: “Oh neeee, ik wil niet..” maar terwijl ik het knopje indruk om het irritante gejengel tot  zwijgen te brengen realiseer ik me ineens weer waarom ik gewekt moest worden.
“Oja, leuk!”  begin ik vanuit het niets tegen het slapende hoofd naast me te praten, “ik heb straks een afspraak!” 
Ondanks mijn vermoeidheid, als gevolg van een onrustig slaapritme, maak ik aanstalten om over opstaan na te gaan denken.  Henk die net als ik ook erg verheugd is over mijn afspraakje en die wél altijd goed en diep slaapt, staat al kwiek naast ons bed.
“Oh spannend hoor Lies” antwoordt hij enthousiast, “ blijf jij nog even lekker liggen, ik ga koffie zetten!”  Het klinkt aanlokkelijk maar ik gooi de dekens resoluut van me af:  “Nee, ik moet nog zoveel doen, ik kom er ook gelijk uit!”
De afspraak staat om 11 uur gepland maar het is wel een uur en een kwartier rijden van ons huis vandaan, dus om uiterlijk kwart voor tien moet ik de deur  uit.
En dat is al best snel want voor ik vertrek wil ik m’n Franse les doen en natuurlijk gezellig met Henk koffie drinken.

Beneden hoor ik Henk bezig met zijn ochtendritueel: beesten eten geven, de vaat wegwerken wat rondlummelen. Mmm, het begint lekker te ruiken, ik hoor het koffiezetapparaat pruttelen.
Blij inmiddels dat ik ben opgestaan, verdwijn ik in mijn werkkamer op de eerste verdieping en neem plaats achter de computer. Die Franse les vind ik een prettig begin van de dag. Ik wil de taal zo graag goed leren spreken! Het was één van mijn kinderdromen om ooit in een ander land te gaan wonen en dan de taal zo te spreken dat je er zelfs in zou dromen.  Zover ben ik nog niet dus ik ben heel erg gemotiveerd om te studeren.  

Op het ogenblik gaat het erg goed met me.  Ik vind het heerlijk om samen met Henk, onze hond Tess en ons nieuwe katje Bella in Frankrijk te wonen. Ons huis, dat we beetje bij beetje steeds meer aan het transformeren zijn tot een paradijsje staat in een prachtige omgeving midden tussen de bossen en weilanden. We wonen hier nu 14 jaar en na de behoorlijk turbulente beginjaren, zijn we nu in een wat rustiger vaarwater gekomen.
Henk is inmiddels met pensioen dus we hebben een basisinkomen dat we hier en daar aanvullen met optredens.
Henk als muzikant en ik als artiest/waarzegster in de entertainmentbranche.
Wat Henk betreft leeft hij prima zo, hij neemt na jaren van hard werken en moeten presteren, zijn ‘rust’ en doet alleen nog dingen waar hij zin in heeft, het liefst thuis.
Eigenlijk is in een rustiger vaarwater niet de juiste benaming, ik zou beter kunnen zeggen in een ander vaarwater. Want behalve dat hij iets minder de deur uitgaat als muzikant, is hij nog steeds druk met al z’n artistieke bezigheden: muziek schrijven, schilderen en het huis verfraaien.
En mij verzorgen natuurlijk! Want nu hij zichzelf officieel tot ‘pensionado’ heeft bestempeld is hij nu ook officieel huisman geworden.

Ik zit in een andere fase van m’n leven. Ik wil werken en geld verdienen, eer krijgen, ondanks mijn toch al 53 levensjaren ben ik nog steeds ambitieus!
Tien jaar ongeveer hebben we samen gewerkt aan ons gezamenlijke project: het op poten zetten en runnen van ons café en résidence d’artistes. Een heel leuke periode waarin we heel veel hebben meegemaakt.
Maar nu ben ik veel meer gericht op mijn persoonlijke doelen.
M’n werk als waarzegster begint hier in Frankrijk op de rails te komen maar ik ben er nog niet, ik wil nog veel bekender worden in de entertainmentbranche.
Daarnaast heb ik het afgelopen jaar in Avignon een cursus NLP gevolgd om naast het werken als artiest ook een coachings praktijk op te kunnen zetten.
Het voelt alsof ik nu meer van ‘mannen-energie’ naar ‘vrouwen-energie’ ben gegaan.

Henk laat me vrij om te doen wat ik wil maar hij geloofd er niet zo in, met name het NLP coachings gedeelte.
 Hij hoort mijn enthousiaste verhalen aan maar toont verder geen echte interesse.
 “Als jij denkt dat dit goed voor je is Lies, dan steun ik je volledig.” Is tot nu toe zijn enige commentaar.
Maar mijn lieve ‘meegaande’ man kan het toch niet laten om me, met enige regelmaat, uitdagend toch zijn versie van mijn toekomst in te peperen.  


“Dat mensen gecoach is niets voor jou, ik zie jou niet achter een bureau zitten met een klant voor je, daar ben jij veel te ongedurig voor. En dan dat leren en studeren; je verspilt je tijd, je weet toch alles al!
Waarzeggen, dat is écht iets voor jou, probeer daar verder in te komen en voor de rest kun je je naar mijn mening beter richten op je creativiteit. Schrijven bijvoorbeeld!
Waarom schrijf je niets meer? Je was daar zo goed mee bezig? Iedereen vraagt waar die verhaaltjes van jou blijven.”
“Oh, begin je weer? Je weet het toch? Omdat ik geen inspiratie heb Henk!
Houd er over op, ik heb andere dingen aan m’n hoofd!” heb ik hem al zo vaak toegebeten.
“Ik kan toch niet alles tegelijk?”
Zo is het!
Toch heeft hij een punt, dat weet ik ook, hoewel ik hem dat natuurlijk niet toegeef.
Ik mis het schrijven, en inderdaad heb ik weinig inspiratie, maar ik weet ook dat als je weer begint, de inspiratie weer gaat stromen. Je moet het gewoon doen!

“Koffie!” klinkt het vrolijk vanuit de andere ruimte naast mijn werkkamer.
“Oh jee, 9 uur al”, zeg ik verschrikt als ik tegenover Henk op de bank plof, “ik moet zo weg!”
Henk bladert wat in de krant, ik niet, ik ben te opgewonden om te lezen. Ik heb zoveel zin in deze dag!
Mijn afspraak straks heeft alles met schrijven te maken.  Ik ga een vrouw ontmoeten, een andere Nederlandse Liesbeth die 65 kilometer bij ons vandaan woont.
Ik ken haar niet persoonlijk, als Nederlanders hier in Frankijk hebben we wat vaag gezamelijke kennissen, maar we zijn facebookvrienden en zodoende weet ik dat ze iets met schrijven en bloggen doet.
Bij toeval kwamen we begin deze week, op facebook via een 'podcast’ over het schrijversbestaan, met elkaar in discussie. Hierbij ontdekten we dat we het beiden wel leuk zouden vinden om onze ervaringen uit te wisselen.
Met name over het schrijven maar ook het leven hier in Frankrijk, het werk, de integratie en de Franse taal.
“Zullen we samen gaan bloggen?” stelde ze mij spontaan voor, “Misschien kunnen we elkaar uitdagen en inspireren?”
Ik vond het direct een interessant idee en stelde voor dat ik nog deze week naar haar toe zou komen om er over te ‘brainstormen’.  En dat gaat dus straks gebeuren.
Nu snel douchen en aankleden.

 “Weet je Henk, dit afspraakje heeft echt alles wat ik leuk en interessant vind aan een afspraak,” kwek ik enthousiast tegen Henk als hij met me mee loopt naar de auto.
“Ten eerste gewoon een ontmoeting met een vrouw, niet dat stelletjes gedoe. Kunnen we tenminste lekker over alles praten wat ons interesseert en over onze plannen natuurlijk.
En dan is het ook nog hier in de buurt, want wat is nu 65 km? ” jubel ik verder, “Ik ben zo benieuwd hoe zij hier woont en leeft, volgens mij hebben we veel gemeen.  Weet je dat we even oud zijn? En ze heet ook nog Liesbeth dat is wel heel apart!”
“Ja, heel apart hoor Lies,” onderbreekt Henk me resoluut, “ga nu maar, straks ben je nog te laat!”
Snel start ik de auto en draai achteruit de weg op. “Dag Lief, tot vanavond”, roep ik terwijl ik Henk een kushandje toewerp.
Ik vind autorijden heerlijk, zeker hier in Frankrijk, lekker van de natuur genieten, oude dorpjes doorkruisen, de geur van haardvuurtjes, muziekje aan en wegdromen. Autorijden geeft me altijd een gevoel van vrijheid, het gevoel alsof alles mogelijk is, dat de wereld aan mijn voeten ligt.
En dit keer ook nog een interessante ontmoeting in het vooruitzicht!  
Liesbeth Konink, denk ik enthousiast,  “ik ben heel benieuwd wie jij bent!”


Binnenkort komt ons gezamelijke blog online!