Posts tonen met het label Auvergne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Auvergne. Alle posts tonen

zaterdag 10 mei 2014

Internet in de Auvergne

April. Sinds de sneeuwstorm in november (zie blog: winter) waarbij alle telefoonpalen geknakt en omgevallen zijn en de draden er maar verloren bijhangen, hebben wij problemen met de verbinding.
Het hoeft maar wat harder te waaien of te regenen en wij zitten zonder telefoon en internet. De storing duurt dan een middag, een dag of zelfs enkele dagen. Soms doet de stroom ook nog mee en zijn we werkelijk van de moderne wereld afgesneden.
Het heeft niet echt zin om te klagen want de schade is over een gebied van zo’n twintig  vierkante kilometer, dus het probleem zit overal.
Toen het gebeurde, zat zo’n beetje de hele streek zonder telefoon en reageerde France telecom redelijk snel. Overal zag je autootjes en hoogwerkers van het bedrijf en waren mannen bezig om alles weer provisorisch aan elkaar te knopen
Natuurlijk begrijpen wij ook wel dat het veel tijd kost om het telefoonnetwerk helemaal te vernieuwen, maar dit duurt wel erg lang, ondertussen zijn we al een half jaar verder.
Ik heb begrepen dat ze wat hogerop in de bergen alles al vernieuwd hebben, maar bij ons is er verdomd weinig activiteit.

Sinds gisteren is het weer zover, alles ligt er weer uit, maar er is een lichtpuntje want Henk heeft net ontdekt dat er draden uit de box steken, dit euvel moet dus zo te verhelpen zijn.  
De box is een verdeelkast, niet zover van ons huis, waar alle telefoondraden uit onze buurtgemeenschap samenkomen. Deze is normaal gesproken keurig aan een paal gemonteerd maar hangt nu dus al vanaf november gewoon in de berm langs de weg te bungelen.
Ik bel SFR en leg de helpdeskmedewerker uit dat het probleem exterieur is en dat ik zelfs weet waar de storing zit.
De man zegt een dossier aan te maken en er zal een technicien van France telecom komen, binnen nu en vijf dagen. SFR zelf zal ook over vijf dagen contact met ons opnemen om te kijken of alles goed verlopen is.  
“Wat is dat een achterlijke werkwijze,” foetert Henk, “ze kunnen toch zo komen, het is een kleinigheid en dat moet vijf dagen duren?”
Henks ogen schieten vuur. “Ik ga zelf kijken wat ik kan doen, hier ga ik niet op zitten wachten!” Hij zoekt wat gereedschap en gaat vastberaden de deur uit.
Een half uur later hoor ik de telefoon geluidjes maken, wow het is hem gelukt!
“Joehoe,” gil ik uit het raam, “hij doet het Henk!”
Opgetogen komt Henk teruglopen. Hij heeft de box open geschroefd, goed gekeken en toen het draadje dat vanaf ons huis kwam vastgemaakt aan eenzelfde kleur draadje in de box.
“Wow, Henk je bent een kanjer!” zeg ik bewonderend.
 “Eigenlijk heel simpel,” zegt hij voldaan, “maaruh, ik ga nog even terug om de boel wat in te pakken en een beetje beter vast te zetten. Ik zal er ook een brief bij doen voor de technicien.”
Het is maar goed dat Henk de verbinding zelf gemaakt heeft, want na vijf dagen is er nog steeds geen technicien geweest, de brief zit nog steeds in de tas. Ook SFR laat niets meer van zich horen. Inmiddels heeft Henk ook nog een stoel met reflecterend jasje in de berm gezet om automobilisten te attenderen voorzichtig te zijn.  

Een week later is het weer raak. Een vrachtwagen heeft de telefoonleiding, die schuin boven de weg hangt, doormidden gereden.
Toevallig zie ik het gebeuren, dus ik bel direct naar de SFR.
Voor de zoveelste keer weer de riedel uitgelegd over de storm en dat daardoor de draden te laag hangen, bla bla bla…. en dat er nu dus een vrachtwagen de draad kapot heeft gereden.
De helpdeskmedewerker zegt het te onderzoeken en zet me in de wacht. Twee minuten later is hij er weer.
“Nee hoor mevrouw, er is niets aan de hand, u heeft gewoon verbinding.”
“Hoe is het mogelijk! Ik heb toch duidelijk gezien dat de kabel in twee stukken getrokken is, hoe kan er dan verbinding zijn? Als dat zo was dan zou ik toch niet bellen!” werp ik geirriteerd tegen.
“Nee, echt mevrouw, volgens de computer heeft u gewoon telefoon.”
Wat is dit nu weer? Dit kan niet waar zijn, denk ik ongelovig. Maar wat ik ook probeer, de man houdt bij hoog en laag vol dat ik gewoon verbinding heb.
“Maar als u niets doet, hoe moet ik dit dan oplossen? Ik kan toch niet zelf een hoofdkabel aan elkaar knopen?” vraag ik haast wanhopig.
De man zegt dat, als ik toch wil dat er iemand komt ik maar contact op moet nemen met de gemeente, de burgemeester moet maar bellen. Beduusd hang ik op.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt, van alle ‘kastje naar de muur’ ervaringen hier in Frankrijk is dit wel de meest bizarre, die man poeiert mij gewoon af met een leugen!

“Het komt vast doordat jij de kabel vorige week zelf hebt gerepareerd,” zeg ik peinzend tegen Henk. “ Het is ook gek dat er niemand is geweest zoals afgesproken. Waarschijnlijk hebben ze eerst de lijn gemanipuleerd met hun computer om te kijken waar de storing zat en toen bleek dat alles werkte, hebben ze natuurlijk gedacht dat ik vals alarm had geslagen.”

Ik bel de burgemeester en hij belooft er werk van te maken. Drie dagen later is het weer gefikst. De kabel is gerepareerd maar hangt nog steeds net zo laag als voordat hij kapot gereden werd, het wachten is op het volgende euvel.
En dat komt er al weer vrij snel, twee weken later. Mannen van de gemeente zijn de hele dag bezig geweest met het maaien van de wegenbermen en ja hoor de verbinding is weer verbroken, niet bij ons maar bij het buurtschap verderop.
De buurvrouw komt aanbellen om te kijken of wij er ook uit liggen. Ze is woedend en zegt dat ze direct naar de Mairie gaat. Twee dagen later hebben zij weer verbinding maar nu liggen wij er weer uit.   
“Wanneer wordt het nu eens echt goed gemaakt, dat steeds maar provisorisch oplossen, ik word er gek van,” zucht ik moedeloos.
“Het is een schande dat ze alles er zo maar bij laten hangen! We kunnen klagen wat we willen maar niemand doet wat, ze laten ons gewoon stikken.”
Even later heeft Henk de oplossing. “Als ik die box nu eens helemaal los trap, dan zit echt iedereen zonder telefoon en dan zal er toch iets moeten gebeuren!” zegt Henk strijdbaar en voegt meteen de daad bij het woord en loopt naar de deur om naar buiten te gaan. “Ik ben het hartstikke zat!”  
Even later is hij terug, “ Zo, nu zitten minstens 25 huizen zonder telefoon!” zegt hij tevreden lachend, “als die allemaal gaan klagen dan zal het probleem toch eindelijk wel eens afdoende opgelost worden!”
“En heeft iemand je gezien?” vraag ik toch een beetje ongerust. “Welnee, ben je gek! Maar ik heb de stoelconstructie ook nog een trap gegeven zodat het echt een aanrijding lijkt.”

Vier dagen later hebben we nog geen hoogwerker met nieuwe kabels en palen gezien, wel stopt er een klein bestelautootje voor de deur. Het blijkt een monteur van France telecom te zijn die langskomt om de situatie te verkennen zodat ze later met grof geschut terug kunnen komen om alles te repareren, tenminste dat veronderstellen wij.
We wijzen hem de omgevallen palen her en der, en ook waar de box ligt. Hij rijdt er met zijn auto heen.
Een half uurtje later horen we hem wegrijden, nieuwsgierig gaan we bij de box kijken en zijn zwaar teleurgesteld; deze ligt weer op z’n oude plek en alle draden zitten er weer in. Er is niets veranderd, zelfs de stoel heeft hij er weer keurig voor gezet.
De hele actie is voor niets geweest, hier zijn we voorlopig dus nog niet vanaf. Ik begrijp werkelijk niet waarom France Telecom niets aan deze situatie doet. Je kan iets provisorisch maar ook direct goed maken. Er zijn nu al zo vaak mensen geweest om te repareren, wat kan het belang van deze omslachtige handelswijze zijn?
Ach, ik moet het loslaten, denk ik bij mezelf. In Frankrijk moet je niet alles willen weten en vooral niet zoeken naar logica.
Dan maar weer provisorisch... we hebben nu in ieder geval weer verbinding met de buitenwereld. Dat is toch weer een geluk bij een ongeluk vandaag!




     ____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

vrijdag 31 januari 2014

Burenhulp

16 december
Ik open de voordeur en daar staat ze, buurvrouw Agnes.
71 jaar, keurig in de make up, sjieke lammycoat,  hoed een tikje schuin op haar hoofd, lekker luchtje.
“Coucou Lisbeth, On y va?” vraagt ze kokette.
“Wacht even, kom even binnen, ik moet je wat laten zien.”
We lopen naar de tafel waar het aanbiedingenkrantje van de Carrefour ligt. “Ah,” zegt ze met een gilletje, en haalt uit haar tas eenzelfde blaadje, met pen een grote cirkel om de advertentie.
We moeten lachen. “Mooi, dus jij vindt het ook wel wat,” constateer ik goedgemutst.
Nou dat gaat een makkie worden, we weten dus al wat we gaan kopen. Nu hoeven we niet helemaal naar de Fnac in Vichy zoals afgesproken maar kunnen we gewoon naar Thiers, twintig minuutjes hier vandaan.  
Vandaag is het namelijk een belangrijke dag, onze afspraak staat al een week.
Wij gaan vandaag een computer voor haar kopen en het geluk is aan onze kant, want eergisteren kwam deze fantastische advertentie van een super HP laptop in de bus vallen.
“Ok, on y va!” Ik pak snel mijn jas en daar gaan we dan, met haar auto.
Ik heb me er helemaal op ingesteld, vandaag ben ik volledig ten dienste van haar. Nou als dat nog geen staaltje van goed sociaal gedrag is dan weet ik het niet meer, denk ik om mijn ego op te poetsen en mezelf moed in te spreken.
Agnes en haar man wonen zo’n 500 meter bij ons vandaag in een keurig gestreken huis en tuintje. Het is een echtpaar op leeftijd, ik mag ze erg graag maar ik zie ze haast nooit omdat zij zich niet willen opdringen, zoals ze zeggen, en ik te druk ben met mijn eigen leven.
Nu beginnen ze inmiddels met hun gezondheid te kwakkelen en alleen hierom al vind ik dat je, zeker als je op zo’n geïsoleerde plek woont als wij,  blijk moet geven van enige belangstelling en burenhulp.
Maar ja een bezoekje aan hen kost tijd.  Agnes is erg gestructureerd zodat even ‘langs’ gaan eigenlijk niet mogelijk is, een bezoekje wordt gelijk een heel gedoe, Henk moet dan ook altijd weer meekomen. Het voelt erg als opzitten en pootjes geven, dus zonder een echte reden om te gaan, stel ik mijn bezoek steeds uit, ondanks mijn principes en het feit dat ik ze graag mag.
Toch voel ik me daar best wel schuldig over, zeker omdat ik weet dat er zo weinig gebeurt in hun leven en ze het zo ontzettend leuk vinden als wij komen.
Daarom ben ik blij dat ik nu eens iets concreets voor haar kan doen, nu eens niet dat opgeprikte gedoe maar gewoon aardigheid als vrouwen onder elkaar.

Maar m’n geduld wordt al direct op de proef gesteld; met een vaartje van zo’n 40 kilometer per uur tuffen wij gemoedelijk over de route nationale. Kachel op tien, ik stik zowat van de traagheid en de hitte. In mijn buitenspiegel zie ik achter ons een enorme staart aan auto's.
Phoe, blij dat we niet helemaal naar Vichy gaan. Even doorbijten deze middag en dan zit het eerste traject van mijn burenhulp er al op.
Nu is de aanschaf van een nieuwe computer natuurlijk altijd wel opwindend maar in dit geval is het veel meer dan dat, het is vreselijk spannend.
Wij gaan namelijk een helse machine kopen en Agnes is zich hierop al geruime tijd aan het voorbereiden.
Ze is zuinig, control freak, houdt van zekerheid en wil waar voor haar geld. Tja, en dan zit je met computers in een lastig parket want er zijn zoveel soorten, maten en mogelijkheden en natuurlijk heeft iedereen er ook nog een mening over. Verschillende mensen hebben haar al advies gegeven. Maar nu, na anderhalf jaar twijfelen, heeft ze uiteindelijk besloten dat ze mijn aanbod om haar te helpen aanneemt.
Ik ben de deskundige, de verantwoordelijkheid voor de aankoop komt op mijn schouders.
Achteloos aangeboden omdat ik het zo leuk voor haar zou vinden als ze wat meer verbonden zou zijn met de wereld. En omdat ze hier in de buurt ook geen computercursus kon vinden heb ik ook nog aangeboden om haar wat van de basisbeginselen te leren.

In de winkel blijkt dat het exemplaar dat we hebben uitgezocht al uitverkocht is.
Als het nu voor mezelf zou zijn dan was de keuze voor een andere computer simpel; de goedkoopste met de meeste mogelijkheden maar Agnes overweegt elk aanbod. Omdat ze echt niets van computers weet, stelt ze vragen die er niet toe doen en zaait hiermee verwarring. Computertaal is gewoonlijk al gecompliceerd en dan moet ik dit ook nog eens in het Frans zien uit te leggen aan iemand die er werkelijk geen snars van begrijpt maar die, eenmaal hier, toch een soort controle wil houden over wat ze koopt.
We halen er een verkoper bij en uiteindelijk komen we naar buiten met een exemplaar waar ik niet voor gekozen zou hebben. Maar hij is wel mooi.
Opgetogen dat de kogel door de kerk is gaan we naar huis. Agnes moet internet nog aanvragen dus tot die tijd blijft de computer bij mij, dan kan ik alles alvast installeren en voor haar gebruiksklaar maken.
“Ja,” zegt ze resoluut, “ik ben blij dat je me wilt helpen met de computer. Als ik nu straks les krijg wil ik je er wel voor betalen hoor, je hoeft dat niet voor niets te doen maar ik wil twee keer per week een uur les!  
Ik voel een licht beklemmend gevoel opkomen. Waar ben ik aan begonnen?

_______________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

vrijdag 15 november 2013

Viriel Frankrijk

Op een mooie lentedag rijd ik opgetogen vanuit Nederland naar huis. Ik heb een aantal leuke optredens in Nederland gehad, dus ik ben voldaan. Nederland was fijn, maar nu wil ik weer snel naar huis en naar Henk.
Rond twee uur ’s middags draai ik vanaf de drukke A6 Parijs-Lyon, de altijd rustige A77 richting Nevers op.
Heerlijk, de zon schijnt, een vrolijk briesje waait door mijn haar, cd speler aan, lekker meezingen en ondertussen, al kilometers vretend, genieten van het mooie natuurschoon om me heen.
Ik passeer een dikke Mercedes.
Als ik voor hem uit stuif, zie ik in mijn spiegel dat hij seint met z’n lampen. Ik moet er wel een beetje om lachen, dat is lang geleden, denk ik. Vroeger toen ik als jonge griet in mijn lelijke eend door Nederland crosste, kwam dit regelmatig voor.
Terwijl ik geamuseerd terugdenk aan die tijd en hoe ik in het begin steeds naïef dacht dat ze seinden om aan te geven dat er iets met mijn auto aan de hand was, heeft de dikke Mercedes flink gas bijgegeven en rijdt nu naast me. Een corpulente zestiger met lachend rood hoofd maakt hevig insinuerende gebaren.
Ik weet niet zo goed wat ik moet doen dus geef ik hem een snelle doch minzame blik, knik ‘nee’ en probeer verder net te doen of ik hem niet zie, ervan uit gaande dat hij dan wel door zal rijden.
Maar nee hoor, eenmaal voor me blijft hij in zijn spiegel kijkend zwaaien en gaat hij weer zachter rijden zodat ik hem weer in moet halen. Getver wat een creep, dit is niet leuk!
Ik geef een flinke peut gas, wegwezen!
Maar ja, zo’n Mercedes kan ook gewoon snel en hij blijft me volgen en seinen met zijn lichten. Na nog een aantal keren voorbij rijden en dan weer inhouden geeft hij het zo’n drie kwartier later eindelijk op en houdt gas in. Heel in de verte kan ik hem nog zien in m’n spiegel. Na Nevers ben ik hem kwijt. Wat een gekkigheid wat denkt die man wel niet, vraag ik me af.
Dat je eens een seintje geeft aan een ‘leuke’ vrouw, allez, maar zo opdringerig avances maken naar iemand die daar totaal geen aanleiding toe geeft en er ook niet op in gaat, is wel heel merkwaardig.
Het zal de lentekolder wel zijn.
Eenmaal thuis, een paar uur later, vermeld ik het voorval nog wel aan Henk maar verder houdt het me niet meer bezig.
Nu maanden later, op de heenweg naar Nederland word ik er weer aan herinnerd. Dit keer zijn Henk en ik samen onderweg en om de reiskosten een beetje te drukken hebben we besloten dat we de tolwegen zullen vermijden. Eigenlijk ook best wel weer eens leuk, op deze manier zie je toch wat meer van Frankrijk. En ons valt wel iets heel erg opmerkelijks op.
Henk ziet het als eerste. Een wit busje staat langs de weg, wat schuin achter een bosje.
“Kijk Lies, staan ze nu ook al hier?” Hoewel we al drie uur onderweg zijn, zijn we nog niet ver gevorderd op onze reis, we zitten net boven Nevers. Snel kijk ik nog even terug over mijn schouder, “Ja hoor, het is er één, wat apart” antwoord ik verwonderd.
Ik heb het nog maar net uitgesproken of we zien er wéér een staan op een uitval weggetje, er naast staat een personenauto.
Ach, helemaal nieuw is het niet, tien jaar geleden hadden we er ook al enkelen gezien, dat was in de bossen langs de weg tussen Soissons en Parijs. We weten dus wel van het bestaan af, maar tot nu toe hadden we ze hier, zo ver van Parijs, in de Allier grens Bourgogne nog niet gezien, deze witte busjes die overduidelijk dienst doen als peeskamer.  Bij sommigen zijn de ramen geblindeerd met een soort aluminiumfolie, anderen met stukken karton en weer anderen hebben zelfs een kaars op het dashboard staan.
“Gedverderrie”, gruwel ik, “dat is toch hartstikke smerig. Hoe moeten die vrouwen zich wassen in zo’n busje?”
“Kijk wéér één…” en daar wéér één…”, roept Henk uit. Het is echt ongelooflijk maar hoe dichter we bij Parijs komen, hoe bosrijker het gebied en je kunt geen bospad meer inkijken of er staat wel zo’n wit busje. Een vrachtwagen langs de weg? Ja hoor een busje erbij.
Nieuwsgierig en geïntrigeerd door dit fenomeen kijken we speurend om ons heen. Inmiddels weer vijftig kilometer verder op de route staan de jonge en vaak erg knappe vrouwen zelfs ook gewoon zonder busje langs de weg of zitten ze samen op een hefboom die een weggetje afsluit.
Tussen Fontainebleau en Melun is het ‘t ergst, het hele bos waar we doorheen rijden zit er vol mee.
“Jeetje, je zou met je gezin lekker in het bos willen picknicken, gezellig hoor, met overal om je heen kreunende busjes,” grap ik.
We zien een jogger een bospad inslaan. “Jaja, joggen zeker!” zeg ik met een knipoog naar Henk. Vanaf nu is elke man die we zien verdacht als hoerenloper.
Doordat het er zo bizar veel zijn kunnen Henk en ik er niet mee stoppen: “ Daar wéér één, en daar…”
Je ontkomt er ook niet aan, ze staan echt overal! “Nou, al zou ik moeten pissen, dan ga ik toch echt hier het bos niet in,” grapt Henk, “wie weet wat ik tegenkom!”
“Mijn god, heel midden Frankrijk en met name het île de France is een hoerenkiet geworden, je zal hier maar wonen met zo’n busje als buurvrouw, ik moet er niet aan denken! En hoe kijken ze hier aan tegen deze vrouwen of hoe denken ze überhaupt over vrouwen in het algemeen?” vraag ik peinzend.
Als we door een stadje komen merk ik, dat ook ik zelfs de meisjes die alleen rondlopen bekijk of ze toevallig niet aan het tippelen zijn. Nu ben ik gewoon een vrouw, die toevallig door dit gebied rijdt, die nietsvermoedend overvallen wordt door verbazing over dit fenomeen, en zelfs ik ga loslopende vrouwen in deze streek al met andere ogen bekijken.
Kun je nagaan wat er in het hoofd van een hitsige viriele man omgaat?
En dat te bedenken dat wij in het begin van ons Frankrijk avontuur ook een wit busje hadden, nou lekker als ik er nu nog in zou rijden, zeker als je bedenkt dat ik soms, ’s nachts langs de snelweg, op een air nog wel eens een tukkie doe.
Ineens moet ik aan die dikke Mercedes denken, die man was er vast ook zo één. Het was weliswaar op de snelweg, maar wel in deze streek. Als hij hier vaak komt is zijn blik waarschijnlijk alleen nog maar op loslopende of losrijdende vrouwen gericht, allemaal één pot nat in zijn ogen.
Wat een walgelijk idee. Hoe is dit de laatste jaren zo uit de hand gelopen? Zijn er zoveel mannen die hoge nood hebben en op deze manier aan hun gerief moeten komen? Is dit nu eigenlijk in Nederland ook zo aan de orde of zijn de Fransen virieler dan Nederlanders? Is het vanwege de crisis dat vrouwen weer teruggrijpen naar het oudste beroep van de wereld? Zoeken mannen meer afleiding of is het omdat de grenzen met Oost-Europa opengesteld zijn waardoor die vrouwen hierheen komen en de mannen worden blootgesteld aan al dat vrouwelijk schoon?
Waarom wordt dit niet aan de kaak gesteld, best wel gek eigenlijk? Ook voor de prostitué is het niet de meest ideale situatie, lijkt me. Sta je daar alleen in een bos met een klant, er kan van alles gebeuren of zouden er zich dan achter de bosjes weer pooiers bevinden om hen ‘te beschermen’? Hoe groot is dit netwerk?
Eigenlijk weet ik niet wat ik ervan moet denken, maar voor mij voelt het toch vooral als “Niet in de haak”!
Maar, zoals met zoveel ‘wereldse’ zaken waarvan ik niet weet wat ik ermee aan moet, verdwijnt de gedachte eraan zodra ik weer lekker in de onbedorven en ongerepte natuur van onze Auvergne ben.
Ook nu, na de hectiek in Nederland is het weer heerlijk thuiskomen. De simpelheid van het bestaan. Geen vertier, wat ook wel eens saai te noemen is, maar wel zo rustig. Hier rijden er gewoon nog mannen in witte busjes, techniciens. Gewoon hardwerkende pappa’s die na een drukke werkdag, ’s avonds moe maar voldaan, weer thuiskomen in hun vertrouwde wereld waar het familieleven hoog in het vaandel staat.
Hoewel ik hierover, door de ontmoeting vandaag met Monsieur Ducros, de energie-expert die vandaag, tijdens mijn afwezigheid, ons lege Hotel kwam keuren voor de verkoop, ook zo mijn twijfels heb.
“Dit is m’n vrouw” zei hij, met blosjes op de wangen, toen hij met een schone jonge deerne in zijn kielzog rond 11.30 uur de trap afkwam en ineens mij in de keuken aantrof. “Ze is een week op vakantie geweest, en we gaan nu even samen lunchen…”

_______________________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014