Posts tonen met het label Toekomstmuziek in Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toekomstmuziek in Frankrijk. Alle posts tonen

zondag 20 december 2015

Vive les Pompiers (part 2)

Woensdagnacht half één, volgens planning zou ik nu al zo’n veertig minuten in huis, lekker naast Henk in een heerlijk warm bed liggen, maar in tegenstelling zit ik buiten, voor ons huis, in de middle of nowhere op een verlaten kruispunt in een donkere koude auto naast een verwarde mevrouw te wachten op de pompiers.
Wat een bizarre situatie, wie vindt er nu op dit late tijdstip in de donkere nacht, voor z’n deur een oud dametje liggend naast haar auto? Wat deed ze daar in hemelsnaam, zo’n omaatje moet toch ook allang in bed liggen? Wat een geluk dat Henk z’n computer niet afgesloten had, anders had ik niet naar buiten gekeken.
“Gaat het madame?” vraag ik bezorgd en ik pak haar handen die volkomen verkleumd zijn. Ze moet vast al een flinke tijd daar op de grond gelegen hebben, de arme ziel.
“Ze komen er zo aan hoor!” zeg ik bemoedigend, terwijl ik haar handen tussen mijn handen probeer warm te wrijven.
Ik moet haar aan de praat houden, denk ik bezorgd, wie weet wat ze onder haar leden heeft en als ze inderdaad suikerziekte heeft en haar medicijnen niet heeft gehad kan er van alles gebeuren.

Om haar gerust te stellen vertel ik dat ik Nederlandse ben en hier woon en dat ik toevallig naar buiten keek en haar auto zag. “Waarom was u daar?” vraag ik toch ook nieuwsgierig.
Het dametje begint weer wat op te warmen en nog steeds een beetje hortend en stotend komt er dan toch een soort van verhaal:
Ze was in haar auto wakker geworden op een parkeerplek bij de rotonde. Waarom ze daar was vermeldt ze niet, en ik vergeet het te vragen. Ze is gaan rijden maar in plaats van thuis kwam ze hier uit. Ze had totaal geen idee waar ze was, dus is ze hier op het kruispunt gestopt omdat ze niet wist welke richting ze op moest. Maar ze moest ontzettend plassen, dus is ze uitgestapt en daar was wat misgegaan, ik begrijp het niet helemaal, maar het komt er op neer dat ze is gevallen, niet meer op kon staan en toen dus in haar broek geplast heeft.  
Ze bedankt me wederom, en inmiddels duidelijk weer wat tot zichzelf gekomen, vraagt ze hoe ik heet. “Elisabeth,” antwoord ik. “Ah, Elisabeth,” zegt ze met een zucht, “dat is makkelijk om te onthouden, zo heet m’n zus ook. Ik heet Paulette.”

Net als ik is zij blijkbaar ook nieuwsgierig van aard, dat schept een band.
Ze wil weten hoe oud ik ben en vertelt dat ze zelf 78 jaar is en dat ze vroeger twee discotheken gerund heeft. Nou dat vind ik natuurlijk weer razend interessant! Wie verwacht dat nu weer?
Ik vertel dat ik met mijn man ook een muziekcafé gehad hebben in ons dorp.  Zij legt uit waar haar discotheek was en dat ze daar nu nog woont,  en toevallig weet ik nog dat toen wij hier kwamen wonen, ik uit nieuwsgierigheid nog wel eens langs die discotheek gereden ben. Ik vond het toen best merkwaardig dat er in zo’n schijnbaar uitgestorven doods dorp,  zo’n ‘Boîte de Nuit’ (Discothèque) was. Dan moeten er hier toch ook jongeren wonen, had ik mezelf, gezien onze plannen om een muziekcentrum te starten, nog gerustgesteld.
Haar handen zijn inmiddels weer opgewarmd maar voor de zekerheid houd ik ze nog maar even vast. En terwijl we daar zo samen zitten besef ik me dat we toch zeker al twintig minuten aan het wachten zijn.
“Waar blijven die pompiers nou?” vraag ik me hardop af.
Oh shit, misschien hebben ze wel gebeld, bedenk ik me ineens helder. Wat een kip ben ik, geef ik m’n telefoonnummer en laat ik dat ding vervolgens binnen liggen. 
“Ik ga even naar binnen, Paulette, ik ben zo terug.”
De telefoon knippert, er heeft dus iemand gebeld. Ik bel het nummer terug en het zijn inderdaad de pompiers. “Inmiddels zijn we erachter waar u woont,” zegt de brandweerman, en gelijktijdig komt er iets groots dreigends met zwaailichten verderop de bocht omzeilen.

En dan gaat het ineens snel.
Ze zijn met z’n drieën. Eén van de pompiers vraagt waar ik haar heb gevonden en vraagt hoe die auto dan nu voor ons huis komt. De andere twee ontfermen zich over madame.
Ik leg alles uit en dan komt één van de andere twee vragen of ze even binnen mogen met mevrouw. Ze moeten haar eerst onderzoeken voordat ze de ‘ambulanceauto’ in kan.
Ze zijn gehaast.
Ik open de voordeur en de pompier pakt vrijpostig direct de eerste de beste fauteuil die hij ziet.
Oh nee, ze heeft in haar broek gepiest, schiet het verschrikt door m’n hoofd.  “Nee, die niet!” gebied ik de man, “wacht even, ik pak een andere!”
Terwijl ik vanuit de kamer een zware leren stoel richting de voordeur sleur, gaat de man snel weer naar buiten. Tien tellen later staat de stoel bij de deur, maar het hoeft al niet meer. Ze hebben madame inmiddels uit de auto gesjord en haar toch maar in de ambulance gelegd.
De eerste man komt aanlopen met de sleutels van Paulettes auto en vraagt waar hij die hier kan parkeren. “Zet maar naast het huis,” antwoord ik, beduusd door deze overmacht aan snelle acties.
In een vaart rijdt hij achteruit en parkeert de auto redelijk schuin, slechts enkele centimeters van onze eigen auto, op de betonnen parkeerplaats.
Ik loop naar hem toe om te vragen hoe het nu verder gaat, maar hij baant me resoluut voorbij, stapt aan de achterkant de ambulance in en trekt zo recht voor m’n neus de deur dicht.
Beng!

Beteuterd sta ik alleen buiten in de kou naast de auto. Verwonderd hoe het allemaal gaat voel ik na enkele seconden verontwaardiging opkomen. Ik heb verdorie madame gevonden, me over haar ontfermd en nu word ik zo aan de kant geschoven, ik mag toch op z’n minst weten wat er aan de hand is en wat ze gaan doen met haar!
Venijnig klop ik op de achterdeur van de ambulance.
De deur gaat open en binnen zie ik haar op de brancard liggen. Ze zijn druk bezig om haar te onderzoeken… Ze hebben haar jas uitgetrokken en ze heeft een bloeddrukmeter rond haar bovenarm.
“ Ça va, Paulette?” vraag ik bezorgd. “Oui, ça va Elisabeth,” antwoordt Paulette gedwee met een zacht pruttelstemmetje…
Als ik vraag of ze haar naar het ziekhuis gaan brengen, knikt één van de pompiers bevestigend en verder geven ze geen krimp. Ik sta er echt voor spek en bonen bij.
“Ok, Paulette, veel sterkte,” zeg ik meelevend en doe een stap terug. De brandweerman trekt de deur weer dicht.

Ineens voel ik dat ik het koud heb, door alle consternatie ben ik al die tijd vergeten om een jas aan te trekken. Het heeft geen zin om hier buiten in de kou naast die wagen te blijven staan.
Ik ga naar binnen, nog steeds besluiteloos wat te doen, want de ambulance staat na tien minuten nog steeds voor onze deur. Door het raampje boven de deur zie ik het oranje licht van de zwaailampen vervaarlijk rond draaien.  
Ze pakken het wel heel grondig aan hoor, denk ik bewonderend ondanks mijn ergernis over hun niet toeschietelijke, haast norse gedrag naar mij toe.
Als ‘slachtoffer’ ben je bij hen echt in heel goede handen, dat moet ik ze nageven!
Terwijl ik nog wat loop te drentelen in huis, hoor ik de motor starten, er wordt gas gegeven en  het oranje licht verdwijnt, weg zijn ze…
Ik ga naar boven, poets m’n tanden en stap dan eindelijk, ijskoud, naast Henk ons bed in.
Het is tien voor half twee. Wat een nacht!
“Henk, je moet eens weten wat ik net allemaal heb meegemaakt,” zeg ik tegen m’n half slapende man.  “De ambulance is net weg, er was een vrouw in nood voor de deur.” Henk mompelt wat en geeft verder geen sjoege.
Nou ja, dat vertel ik morgen wel, denk ik, terwijl ik het dekbed over m’n hoofd trek en rillend tegen hem aankruip.  
 
Na drie dagen heb ik nog steeds geen nieuws van Paulette. Er is ook nog niemand geweest om haar auto, die behoorlijk onhandig staat geparkeerd, op te halen. Ze zal toch nog wel leven?
Ik besluit om haar op te gaan zoeken.
De wijk waar ik moet zijn is niet de sjiekste van het dorp. Het is even zoeken, want ik kom hier nooit, maar dan herken ik ineens de oude discotheek. Maar helaas vang ik bot, de plek ziet er erg stil en verlaten uit. Het hek is dicht en ik heb dubbele pech want op de brievenbus staat geen naam vermeld. De straat is verder erg stil, ik bel aan bij een aantal huizen, maar er wordt niet opengedaan.
Iets verder weg, bij een van de wat kleinere arbeidershuisjes heb ik geluk. Een vriendelijke man van mijn leeftijd doet open. Hij weet dat madame daar woont maar weet verder ook van niets, ook niet hoe ze heet. Wel weet hij dat ze twee dochters heeft en dat de buren, die niet opendeden, wel contact met haar hebben.
Hij beloofd om navraag te doen en mij te bellen. Ik laat m’n kaartje met ons telefoonnummer achter.
Maar ik hoor of zie niemand de hele week, tot er op vrijdag op de voordeur geklopt wordt. Henk die beneden is, doet open.
Ik zit boven en hoor hem wat murmelen en dan naar boven roepen, “Lies, het is iemand voor jou!”
Ik herken hem direct, de buurman uit het huisje. Hij verontschuldigt zich dat hij niet meer gebeld heeft, maar hij zegt dat hij wel mijn kaartje aan zijn buren gegeven heeft. Hij is inmiddels ook benieuwd, want de oude dame is nog steeds niet thuis teruggekeerd.
Ik zeg dat ik ook geen nieuws heb en dat de auto er ook nog steeds staat.
We zijn het er beiden over eens dat het maar een vreemd verhaal is. Schouder ophalend vertrekt hij weer.


Op zondagmiddag is de auto ineens weg.
“Nou moe, dat is wel heel brutaal, vind je niet Lies?” zegt Henk ontstemd. “We waren nota bene gewoon thuis, niet erg netjes om ons niet eens in te lichten!”
“Ja en nog erger, nu weet ik nog niet wat er gebeurd is en hoe het met haar gaat,” zeg ik beteuterd.
“Er is vast iets ergs gebeurd, want dit had ik niet van haar verwacht, zij zou me wel opgezocht hebben!”
Ik neem me voor om nog eens naar haar huis te gaan om haar op te zoeken, maar daar blijft het bij en aangezien de dagen toch zo snel gaan, zakt de hele geschiedenis wat weg.

Maar vandaag, drie weken na die koude nacht, stopt er weer een auto voor de deur en ook nu is het Henk die opendoet. “Lies, twee dames hier voor jou!”, roept ie naar boven.
Ze staan al binnen als ik beneden kom, een oudere en jongere vrouw, de oudere heeft een  pakketje in haar hand. Even begrijp ik het niet, een pakketje voor mij? Maar dan zie ik ineens wie het is… “Hee, Paulette! roep ik blij verrast, “wat ben ik blij om jou te zien!”
We kussen elkaar hartelijk op de wang en Paulette stelt de andere vrouw voor als haar dochter. “Ik woon nu bij haar in huis,” zegt ze zachtjes.
“Ja, ze kon echt niet meer alleen blijven wonen!” zegt haar dochter resoluut. “Moeder heeft  diabetes, dus ze moet oppassen! Voor jou geen nachtelijke escapes meer moeder,” zegt ze streng tegen Paulette.
Paulette is het roerend met haar eens, “Nee, dat is allemaal niet goed meer voor mij,” bevestigt ze  haar dochter ferm.

“Maar Paulette, hoe gaat het nu met je?  Ik wil weten wat er allemaal gebeurd is. Hoelang heb je uiteindelijk in het ziekenhuis gelegen? Was het ernstig?”
“Nee, het viel reuze mee,” antwoordt haar dochter wat pinnig in haar plaats, en ze kijkt bestraffend naar Paulette.  “Ze hebben haar ’s nachts bloed afgenomen en toen bleek dat ze een veel te hoog alcoholpromillage in haar bloed had. Ze heeft haar roes uitgeslapen en de volgende dag, ’s middags, heb ik haar opgehaald, het is voor schandaal!”
Paulette overhandigt me het cadeautje en zegt berouwvol maar met een heimelijk schalks lachje: “Ik had te veel gedronken…”

vrijdag 18 december 2015

Vive les pompiers! (part 1)


‘Ik ga naar bed,’ zegt Henk terwijl hij sloom opstaat van de bank en naar me toeloopt om me een kus te geven. ‘Je hebt gelijk! Welterusten lieverd, ik kom er zo aan.’
Ik ben ook moe, we hebben de hele dag in de tuin gewerkt, maar ik zit nog zo lekker. De houtkachel brandt behaaglijk en m’n glaasje wijn heb ik zojuist nog eens bijgevuld.
Onze honden Tess en Bobbie, die duidelijk geen zin hebben om de warme plek voor de kachel te verruilen voor hun mand in de koude slaapkamer, houden zich wijselijk slapend. Zachte jazzdeunen vullen de ruimte.
Wat is het leven hier op het Franse 'platteland' toch heerlijk, denk ik tevreden terwijl ik wat dromerig naar de sierlijke vlammendans zit te staren.
Een half uurtje later beginnen m’n ogen te rollen en m’n hoofd te knikkebollen, tijd om ook naar bed te gaan.
Ik kijk op de klok, het is nog maar kwart voor twaalf, eigenlijk nog hartstikke vroeg. De muziek is al tien minuten geleden gestopt, het is nog steeds behaaglijk warm, het enige wat ik hoor is het zachte gesnor van de kachel, het getik van oma’s klok en verder vooral de vredige stilte van ons slapende huis.  
Shit, de honden  moeten er nog uit! Ik sta op en roep de honden, die net als ik met tegenzin voor de kachel vandaan komen om met mij mee de tuin in te gaan.
Het is een maanloze nacht, het is waterkoud, de rivier ruist onrustig en de silhouetten van de bomen om ons heen zijn diepzwart en dreigend. ’s Nachts wordt onze vertrouwde tuin een donker bos, ver van de bewoonde wereld. Brr, hier is het echt nacht!
Ineens begint Tess, die ook niet ver de tuin in durft, te blaffen. Op m’n hoede probeer ik iets in de duisternis te ontwaren, maar ik zie niets, ogenschijnlijk is er niets aan de hand.
‘Kom, we gaan gauw naar binnen hondjes!’ roep ik monter, ‘kom maarrr..’
Snel de deur dicht, lichten uit, naar boven en naar bed.

In de muziekkamer op de eerste etage, aan de voorzijde van ons huis, brandt nog licht en ik zie dat Henk z’n laptop niet heeft afgesloten.
Terwijl ik de klep van de computer dichtdoe, werp ik nog even nonchalant een blik naar buiten waar een eenzame lantaarnpaal het verlaten kruispunt voor ons huis zacht verlicht. En dan slaat mijn hart een paar slagen sneller van schrik.
Midden op het kruispunt staat een auto, doodstil te staan. De lichten zijn nog aan en schijnen een witte lichtbundel de berm in. De deur aan de bestuurderskant staat wagenwijd open. Binnen in de auto brandt licht en de auto is leeg.
Getver wat eng, wat is dit nu weer? Daarom moest Tess natuurlijk blaffen.
Wat heeft iemand nu op dit tijdstip hier voor de deur te zoeken? Het is echt vreemd want ik  zie ook niemand.
Om het wat beter te kunnen bekijken open ik het raam en aanvallend roep ik wat dreigend met een stoere stem: ‘Qui est là!?’
Er komt geen antwoord, maar ineens zie ik op de grond in de schaduw tussen het portier en de auto iets zwarts in beweging komen.   
Verrek daar ligt iemand op de grond naast die auto, denk ik verbaasd. ‘Qu’est-ce-que vous faites là-bas?’(wat doet u daar?) roep ik nog steeds wat dreigend maar toch ook enigszins ongerust.

‘Je suis handicapééé, je suis handicapéééé, aidez-moi’ hoor ik een oudere vrouwenstem bibberig uitroepen.
Shit ik moet iets doen, maar wat als het een valstrik is?,denk ik toch een beetje in vertwijfeling.
Sinds de twee inbraken in ons café enige jaren geleden, kan mijn fantasie nog wel eens met me op de loop gaan, zeker als het donker is, maar ik verman me. ‘Kom op niet zeiken Lies,’ spreek ik mezelf heldhaftig toe, ‘er is iemand in nood en het is in ieder geval een vrouw! Ik neem aan dat er geen roverbende verstopt zit achter de bosjes.’
De honden rennen blaffend met me mee het kruispunt op.
‘Wat is er aan de hand? Waarom ligt u hier naast de auto?’ vraag ik ongerust.
‘Aidez-moi, je suis handicapés,’ zegt de vrouw nog steeds met een bibberig stemmetje, ‘ik kan de auto niet meer inkomen.’ De honden lopen onrustig en nieuwsgierig rond de auto.  
‘Wacht even, ik help u zo, even de honden binnen opsluiten,’ zeg ik gehaast.
 
Ze is maar een klein vrouwtje, maar ze is behoorlijk aan de maat. En terwijl zij zich probeert op te hijsen aan de stoel en de deurpost, probeer ik haar aan haar dikke jas omhoog te trekken en haar tegen haar kont de auto in te duwen. Maar echt handig gaat het niet vanwege haar zwaarlijvige en weinig flexibele postuur en de autodeur die in de weg zit.
Haar jas en broek voelen klam en koud aan, haar handen zijn verkleumd.
‘Ik heb in m’n broek geplast,’ stamelt ze beschaamd. ‘Geeft helemaal niets hoor, madame,’ antwoord ik geruststellend.
Na enkele minuten sjorren, duwen en trekken zit ze hijgend klem achter het stuur. Ik ga aan de andere kant naast haar zitten. Nu zie ik haar pas echt goed. Het is een klein dik propje, vriendelijk vollemaansgezicht, kort grijs krullend haar en een rond zilverkleurig brilletje.
‘Ach mevrouw, wat is er toch allemaal gebeurd?’ vraag ik medelevend maar inmiddels ook erg nieuwsgierig.  
Wat doet zo’n lief oud omaatje, in hemelsnaam op dit tijdstip liggend náást haar auto voor onze deur; een plek in the middle of nowhere? Hoe lang ligt ze hier al in die kou? Bizar, terwijl ik eigenlijk maar zo’n tien meter van haar vandaan op de bank zat.
Ze is helemaal overstuur en praat verward van de hak op de tak: ‘Merci beaucoup madame, ik was bang dat God me kwam halen, niemand hielp me, ik riep en riep…, er kwamen twee auto’s voorbij en die reden gewoon door, ik ben verdwaald, ik ben ziek, ik heb diabetes, ik moet naar een dokter.’
‘Ach arme vrouw,’ leef ik mee.

Een auto passeert en ook deze rijdt met een stevige vaart gewoon door. Shit we moeten hier van dit kruispunt af, denk ik ineens praktisch, het is niet druk, maar toch gevaarlijk.
Maar hoe? De vrouw zit nu gelukkig weer in de auto, maar wel aan de verkeerde kant. Zij kan onmogelijk nog rijden en uitstappen en even omlopen zit er ook niet in.
Ik leg haar uit dat ik de auto veilig voor ons huis wil parkeren en dat ze dus van haar stoel af moet.
Ze begrijpt het, ik stap uit en moeizaam probeert zij haar rechterbeen over de versnellingspook te tillen. Wat een ramp, als een sausijsje zit ze klem achter het stuur, ik sleur weer aan haar arm en de kraag van haar gewatteerde jas.
Hoewel ik aanvankelijk denk dat dit niet gaat lukken, krijgen we haar rechterbeen over de pook getrokken en schuift ze na enkele tellen toch moeizaam op de andere stoel.

Eenmaal voor het huis geparkeerd kom ik erachter waar ze woont, het blijkt in een naburig dorp zo’n 8 kilometer verderop. ‘Mevrouw, ik zal mijn man wakker maken en dan rijd ik u naar huis.’
‘Nee, ik wil naar een dokter, ik heb mijn medicijnen niet gehad..’ zegt ze zwakjes.
Naar een dokter, jeetje, waar moeten we in hemelsnaam heen op dit nachtelijk tijdstip? Wat moet ik doen?
Ineens krijg ik een helder idee: ik kan les pompiers (brandweer) bellen natuurlijk.
De vrijwillige brandweer heeft hier in Frankrijk naast het blussen van branden ook nog de taak om mensen te redden en te vervoeren in hun aangepaste ambulanceauto.
‘Madame, blijft u hier even rustig zitten, ik ga naar binnen om de pompiers te bellen, alles komt goed,’ zeg ik geruststellend.
Binnen is het huis nog steeds warm, stil en vredig. Zowel Henk boven, als de honden voor de kachel zijn in diepe rust. Wat een bizarre situatie!
Ik bel de pompiers en leg het verhaal uit. De man aan de andere kant van de lijn vraagt ons adres en telefoonnummer en belooft dat ze zo snel mogelijk komen.
De pompiers, redders in nood! Het is toch geweldig! Wat zouden we hier in deze verlaten wereld zonder hen moeten, denk ik opgelucht.
Blij dat er hulp komt stap ik weer naar buiten, terug de koude auto in om samen met het omaatje hun komst af te wachten…  



vrijdag 5 juni 2015

Afscheid van Marjolein

Toen ik Marjolein zo’n 30 jaar geleden ontmoette woonde ze in Geertruidenberg samen met Frans, de saxofonist waar ik les van kreeg. Ik woonde ook samen, met Frank in Lage- Zwaluwe. Hoewel ik Marjolein al direct aardig vond was ons contact oppervlakkig. Soms spraken we elkaar op een verjaardagsfeestje van Frans.

Onze vriendschap ontstond pas toen ik haar zo’n vier jaar later op een middag in Breda tegenkwam. Marjolein had niet lang daarvoor haar relatie met Frans beëindigd en ik die met Frank.  Zij woonde nu in een leuk flatje midden in de binnenstad en ik woonde samen met mijn dochtertje Sofie in een gekraakt schoolgebouw.
De vonk sprong direct over en we werden vriendinnen.


Uiterlijk hadden we heel verschillende levens maar innerlijk hadden we veel overeenkomstige ideeën en interesses, maar het meest overeenkomstig was denk ik dat we allebei, ieder op onze eigen manier, excentriek waren in de keuzes die we maakten.
Alleen het verschil waarop zich dat uitte was op dat moment tegengesteld. Waar ik me afzette tegen van alles, maar vooral een burgerlijk leven, probeerde Marjolein het juist zo goed mogelijk te doen.
Marjolein wilde vastigheid, een gezin, goedkeuring. En dat kreeg ze! Ze ontmoette Jan, ze trouwden, kochten een mooi huis en niet snel daarna werd Koen geboren, haar mooiste cadeau in het leven! Het huwelijk leek ook zo mooi maar hield geen stand. Marjolein ging door een diep dal, maar krabbelde weer op.
En zo waren we ineens beiden alleenstaande moeders. Hierna werd onze band pas echt hecht.

We deelden ons verdriet over de liefde, ons ideaalbeeld dat aan diggelen lag, de teleurstelling daarover, we deelden de perikelen rondom het moederschap, maar we filosofeerden ook over het doel van het leven, wat we wilden bereiken, onze idealen. Want naast onze heftige ervaringen was het toch vooral de positieve levenshouding en vrolijkheid die ons bond. Samen konden we ontzettend lachen en giebelen, om de gekke dingen die we meemaakten, vooral door onszelf veroorzaakt, we bekenden elkaar de fouten die we maakten, de ondeugd.
Dacht ik aan Marjolein, dan belde zij, en andersom was dat ook zo, dat vonden we beiden heel speciaal.

Er kwamen nieuwe liefdes in Marjoleins leven en ook in die van mij. Ook andere bezigheden. Ik verhuisde naar Amsterdam en later naar Frankrijk, zij naar Rotterdam en weer terug naar Breda.
Natuurlijk werd ons contact hierdoor minder frequent, maar dat gaf niets… tussen ons zat het toch wel goed!
De toon in onze vriendschap was gezet; als wij samen afspraken kwam er niemand tussen, dan was het quality time tussen vriendinnen!
Zo was mijn vriendschap met Marjolein, maar ik weet zeker dat veel mensen die haar kennen, eenzelfde soort ervaring hebben gehad.
Want Marjolein was een mensen-mens, ze was lief, spontaan en hartelijk, betrokken, openhartig, loyaal, royaal, attent en hulpvaardig.

Als ze dit zou horen, zou ze wat verlegen gaan grinniken, zouden haar ogen ondeugend gaan fonkelen en zou ze er met en schalks lachje aan toevoegen dat ze ook best een draak kon zijn… en dat geloof ik wel!
Marjolein had ook een verbeten kant, ze kon ongelooflijk ruimdenkend zijn ten aanzien van anderen, terwijl ze vaak erg streng was voor zichzelf. Werd het haar allemaal teveel dan gingen de luiken dicht en verschanste ze zich in haar eigen binnenwereld, dan was de verbinding verbroken. Die diepgewortelde innerlijke strijd, dat zoeken en toch niet vinden is voor mij altijd een mysterie geweest. Voor mij was ze een mooie, prachtige en krachtige, wijze vrouw. Waarom kon ze niet wat meer in zichzelf geloven? Ik zal het nooit weten.

Lieve Marjolein, ik wil je bedanken voor je vriendschap en liefde! Je was me heel erg dierbaar, m’n vriendin-zus.
Samen zijn we zoveel levensfasen doorgegaan, ik had je zo graag nog heel lang om me heen gehad. Alles is anders gelopen, je ziekte nam de overhand, je kon niet meer genezen. Ik hoop nu alleen maar dat je rust en vrede hebt gevonden.





woensdag 5 november 2014

Boekpresentatie 'La Guinguette Hollandaise


De boekpresentatie..... het was fantastisch!!!!!






La Guinguette Hollandaise
schilderij en compositie door: Henk Arts

Een oude boerenschuur op het Brabantse platteland...
In afwachting van publiek
Uitgever Eric-Jan van Dorp in gesprek...

Familie... Marijn Valk (neef) Moeders op de voorgrond

Ik in gesprek met Geert Scheygrond en viendin Jenny (personages in het boek)


Henk Arts

Jan Willem (personage boek)

Muzikanten: Johan Clement, Arno van Nieuwenhuize, Henk Arts





Sessie met: Stormvogel, Jeroen Pek, Barend Petersen, Victor Borkent, Sjoerd PLak.
Foto onder: ook nog met Arno van Nieuwehuize en Dirk Stolk



Jeroen Pek en Jan Willem van Opstal


Ik zing ook nog een deuntje mee.....










Arno van Nieuwenhuize en Henk Arts (Drums and Bass)


Verslag van Jan Willem van Opstal over deze middag......

Boekpresentatie Liesbeth Arts, La Guinguette Hollandaise

13 oktober 2014 om 15:38
Het was erg bijzonder. Prachtige locatie, mede door 't mooie weer. Een schitterende omgeving, die ik goed heb kunnen beleven. Ik had vandaag gekozen voor het openbaar vervoer. De bus ging echter niet verder dan Made, want het was zondag. Dat is OV logica. Ook had ik, naar het schijnt, van tevoren een belbus moeten bellen. De zeer vriendelijke chauffeuse was zo aardig, omdat ze hoorde dat ik naar Drimmelen moest, me nog een stukje verder te brengen dan de eind-halte bij het stadhuis, maar 't zou vanaf daar volgens haar nog zeker een uur lopen zijn. En dat klopte.

Tijdens de wandeling van Made naar Drimmelen, en het prachtige fiets-en wandelpad van Drimmelen naar Oud-Drimmelen, heb ik genoten van de prachtige omgeving. Een route die achteraf 4 km om was, dus ik had bijna op tijd kunnen zijn. Met een accordeon op de rug en een gitaar in de hand, kwam ik zo ook weer aan mijn broodnodige lichaamsbeweging toe. Een zogehete win-win situatie.

Eenmaal aangekomen heb ik genoten. Sowieso al van het weerzien van Liesbeth en Henk. Vervolgens ook nog eens van de hoogstaande muziek, had ook niet anders verwacht in het gezelschap van Henk. Tot mijn grote genoegen kwamen ook Jenny en Geert, in het boek de geluidstechnicus Gerrit genaamd, een bijnaam die hij aan onze gitarist Pim te danken heeft. Geert Scheijgrond, die nog altijd toert met Thijs van Leer en Focus was nog net in Nederland. Binnenkort begint er weer een tour waarbij Zwitserland, Duitsland en Engeland worden aangedaan, Mexico en Brazillië zaten er al weer op en waren zeer indrukwekkend geweest.

De sfeer was geweldig, de zoon van de uitgever bleek een prima gastheer in spee, en een prima barman. Liesbeth was gepast zenuwachtig en deed een leuke voordracht waarbij ze voorlas uit haar kersverse boek, nadat Henk met een aantal begenadigde Jazz muzikanten, een speciaal muziekstuk getiteld "la guinguette Hollandaise" had gespeeld. Ik vond het zowaar spannend om na deze muzikanten zelf te gaan spelen. Eén van hen, de fluitist Jeroen Pek, speelde spontaan mee op diverse (dwars)fluiten en een zeer bijzondere mengvorm van een kazoo en een dwarsfluit met een zeer eigen geluid. Gelukkig was het merendeel van het publiek aandachtig en enthousiast. Zeker degenen die wisten dat ik, en de liedjes die ik zong, ook onderdeel zijn van het zojuist gepresenteerde boek.

Vanmorgen heb ik de hoofdstukken die daar over gaan met veel plezier gelezen. Erg leuk om zo vanuit iemand anders perspectief je eigen geschiedenis te lezen. En knap en fijn leesbaar geschreven. Eigenlijk gewoon zoals ik Liesbeth ken. Recht voor zijn raap, geen blad voor haar mond, annalytisch, vertederend en eerlijk. Ik verheug me nu nog meer op het lezen van deel één en de rest van boek twee en eigenlijk ook al op het vervolg daarvan. Dus Liesbeth: "Werk aan de winkel."Tot mijn grote genoegen wilde Geert en Jenny me op de terugweg een lift aanbieden en hebben ze me na een gezellige rit met vooral vakantie anecdoters, zelfs helemaal voor mijn deur afgezet. 
Jan-Willem laat zijn hond uit (passage in het boek)


zondag 6 juli 2014

Het Champagne concert

We hebben een uitje!
Henk is gevraagd om op te treden voor een Champagnehuis in de buurt van Reims.
Drie weken geleden belt Roger met de vraag of Henk ook zin en tijd heeft om mee te gaan.
Roger is een bevriende Franse saxofonist waar Henk regelmatig en graag mee speelt. Een lieve man, uitstekende saxofonist maar vooral levensgenieter die het grootste deel van zijn leven door heel Frankrijk heeft rond-geschnabbeld en zodoende dus ‘zo zijn contacten heeft’.
“Het gaat helemaal fantastisch worden!” zegt Roger enthousiast. “We spelen als jazz trio alleen wat tijdens de ‘opening’ van hun nieuwe ‘cave’ en daarna nog wat tijdens het diner.
Maar allemaal rustig aan, het is ook voor ons feest.
Onze partners mogen mee, we krijgen een eigen gîte waar we twee nachten mogen overnachten. Een rondleiding in Reims, door de kelders van het Champagnehuis Pommery. Het gage is niet al te hoog, het beslaat zo’n beetje de reiskosten, maar… we krijgen wel allemaal een doos Champagne mee naar huis.
Dus,” besluit Roger zijn relaas alsof hij Henk nog over moet halen, “het wordt ‘een beetje spelen’ en verder vooral ook voor ons een leuk feest!”
Nou over dit aanbod hoeft Henk niet lang na te denken, natuurlijk wil hij wel mee, zeker omdat ik ook uitgenodigd ben!
Dit is nu het leuke van een muzikantenbestaan, dan kom je nog eens ergens!
“Een Champagnefeest, geweldig”, zegt Henk in z’n nopjes.
Ik zie het ook direct helemaal zitten, wow gaan we naar een Frans ‘upper class’ feest, dat wil ik ook wel eens meemaken!
“Weet je Henk, als het nu toch kennissen van Roger zijn dan kan ik ze ook wel voorstellen om ‘kaart te lezen’ tijdens het feest,” zeg ik enthousiast tegen Henk, “dat is mooi want dan heb ik wat te doen en daar komen vast allemaal chique mensen die ook wel eens een feestje geven. Kan ik mezelf in ‘the picture’ spelen voor vervolgoptredens!”

Toevallig heeft mijn zus ook sinds kort een huis in Noord Frankrijk, zo’n uurtje rijden van onze bestemming en we besluiten om dit concert te koppelen aan een bezoekje aan haar. Dat is ook een geluk want als zij akkoord gaat dan kunnen onze honden ook mee.
Ik stel haar voor dat we een dag eerder komen en vraag aarzelend of de honden dan één nacht bij haar mogen blijven als wij de volgende dag naar het optreden gaan. Ik vind het altijd wel lastig om zoiets te vragen, maar gelukkig vindt mijn zus het geen enkel probleem. “Ja,” zeg ik enthousiast, “dan blijven we nog een paar dagen om je te helpen met klussen!”
Een gezellige en praktische oplossing voor iedereen.
En zo geschiedt het; met een auto vol kleding, slaapspullen, honden, een contrabas en een basversterker reizen we goedgemutst naar Noord Frankrijk.
We hebben een gezellige avond bij m’n zus en haar man en de volgende dag vertrekken Henk en ik om half twee ’s middags, zonder honden, weer terug in zuidelijke richting.

Rond drie uur rijden we het dorpje Chamery binnen. Het is een klein eenvoudig dorp met smalle straatjes, waardoor de protserige grote auto’s die we tegenkomen nog imposanter lijken.
Franse maar ook Nederlandse en Belgische kentekens.
Het adres hebben we snel gevonden.
Ik verwachtte eigenlijk wel een grootse Chateau-achtige locatie, maar onze bestemming blijkt een enorme witte loods te zijn, aan de rand van het dorp. Ogenschijnlijk is er niet veel bedrijvigheid. Moet hier een feest plaats gaan vinden? denk ik verbaast.
Terwijl we de auto parkeren komen, vanuit de Auvergne, Roger en de anderen er ook aan, de band is compleet.
In de loods worden we verwelkomd door een uiterst vriendelijke, wat slonzig geklede rondborstige blonde vrouw van rond de veertig jaar. Ze blijkt de vrouw van de zoon van de champagneboer te zijn. Het is een familiebedrijf. Ze begeleidt ons de trap op naar een kantine boven de enorme hal waar we de hand van haar schoonvader schudden. De sfeer is uiterst gemoedelijk.
Hier boven zijn meerdere mensen aanwezig, sommigen horen duidelijk bij de familie of de organisatie en zijn druk bezig met onduidelijke dingen, anderen hangen wat rondom de tafels en gedragen zich als gasten.
De schoondochter biedt ons wat te drinken aan en verdwijnt weer naar beneden, wij worden, zoals zo vaak in Frankrijk, wat vaag aan ons lot overgelaten.
Na het drankje gaan de muzikanten maar eens kijken waar ze kunnen gaan opbouwen want over een klein uurtje moeten ze al spelen, niemand schijnt zich druk te maken over tijd.

Dit is voor mij als meekomend muzikantenvrouw altijd het ‘vervelendste’ gedeelte van de avond. Het wachten en er maar wat bijhangen. Gelukkig heb ik deze keer een missie, dus ik ga op zoek naar de schoondochter om mijn ‘waarzeg’ voorstel te doen.
Ondanks dat ze niet zo goed weet wat dat ‘waarzeggen’ nu precies inhoudt en ze zich afvraagt of het wel past bij de gelegenheid en de gasten staat ze er toch niet helemaal onwelwillend tegenover.
Ze legt uit dat het inauguratiefeest zal plaatsvinden op twee verschillende locaties.
We beginnen met een apéro met muzikale omlijsting in deze loods. Onder deze loods bevinden zich de nieuwe wijnkelders, waar het hele feest om draait.
De voornamelijk zakelijke relaties, die hier zijn uitgenodigd, krijgen een rondleiding door deze kelders en na afloop de kans om hun dozen champagne in te kopen.
Vervolgens zal een select gezelschap van familie en vrienden, bij elkaar zo’n vijftig man voor het diner naar het oudere keldercomplex komen.  
Ze zegt dat het diner met intimi waarschijnlijk een betere gelegenheid is om iets met het ‘waarzeggen’ te doen, maar ze kijkt er wel bedenkelijk bij.

In de tussentijd is de locatie aardig op orde, maar dat is hier niet zo ingewikkeld. Vanuit mijn ervaring in Nederland ben ik wel gewend dat er feesten in een bedrijfspand worden georganiseerd. De boel wordt vaak zo mooi aangekleed dat je er geen bedrijfspand meer in herkent. Door middel van decor ontstaat er bijvoorbeeld een feestlocatie binnen de bestaande locatie.
Hier niet.
De muzikanten hebben hun instrumenten op het podium geïnstalleerd, er is geen stage light. De loods is sfeerloos verlicht door tl-lampen en er staan enkele tafels met wat zoutjes erop, gewoon zonder kleedje of een gezellig kaarsje. Op panelen, rechts van het podium, is er een soort expositie van foto’s over de familiegeschiedenis en het ontstaan van het bedrijf.
De obers zijn gearriveerd en staan klaar met een fles champagne in de hand, er zijn zelfs ook al enkele gasten aanwezig.
Nou, hier is niets chique ’s of stijlvols aan, stel ik licht teleurgesteld vast.

“Kom, we nemen alvast één glaasje voor we beginnen,” zegt Roger opgetogen.
Bij de ingang staan tafels met lege glazen met de naam van het wijnhuis erop gegraveerd. Geen sierlijke flinterdunne champagneglazen op een pootje maar kleine stevige cilinderglaasjes die zo dienst zouden kunnen doen als waxinehouders.
De bedoeling is dat je zelf zo’n glaasje pakt en de obers komen het vullen.  
De champagne smaakt opperbest, maar vanwege de grootte van het glaasje, één of twee ferme slokken, kunnen de muzikanten vrijwel direct beginnen.
Ze stappen het podium op en ik blijf achter met de vriendin van de pianist, een jonge vrouw van rond de vijfendertig jaar.
Roger heeft als alleenstaande man zijn dochter als introducé meegenomen en die staat ook op het podium, ze heeft aangekondigd dat ze wil zingen.

Terwijl de klanken van het bandje door de ruimte galmen kijk ik om me heen. Het publiek bestaat uit wat grove, eenvoudig geklede plattelandsbewoners. Ondanks dat ik toch vriendelijk knik naar de mensen is het onmogelijk om contact met ze te krijgen.
Wij als meegekomen muzikantenvrouwen vallen behoorlijk uit de toon. Met een schuchter knikje lopen de gasten ons voorbij.
Dit ‘feest’ is totaal niet wat ik me had voorgesteld. Wat een suffe bijeenkomst is het eigenlijk. Gelukkig blijkt de vriendin van de pianist wel ontzettend leuk te zijn en geanimeerd starten we een gesprekje.
Een ober komt langs. Hij wil onze glaasjes vullen maar die hebben we inmiddels weggezet.
Het is een charmante jongeman die ons wat flirterig uitlegt dat het de bedoeling is dat we de glaasjes bij ons houden, zodat hij ze kan vullen. Maar voor ons wil hij wel een glaasje gaan halen. 
Willen wij dat?
Aangezien ik zeker zin heb in een tweede glaasje zeg ik direct “oui”. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet voor een Auvergnatse.
Toen wij de jazzclub nog hadden had ik het ook al gemerkt, een Auvergnat zal nooit een ‘direct’ antwoord geven als je hem of haar iets aanbiedt. Ze reageren bijna altijd aarzelend; ‘zal ik wel, zal ik niet’ en uiteindelijk zeggen ze dan, met een gezicht van ‘nou vooruit dan maar, het is dat je zo aandringt’: “Oui un petit verre”…..
In het begin maakte ik de vergissing om dan inderdaad een klein glas te serveren. Maar al snel begreep ik dat dat niet de bedoeling was.
Dus terwijl de ober haar vragend aankijkt begint de vriendin met haar Auvergnatse voordracht kunstje;  in de lucht kijken, weer naar vloer, vaag glimlachen, wat hummen en dan eindelijk met haar blik naar beneden gericht komt er een vaag ‘oui-knikje’.
De ober verdwijnt en even later is hij terug met één glaasje, voor mij. Ik proest het uit als ik het beteuterde gezicht van de vriendin zie.
“Ja, je bent nu in Noord Frankrijk, als je hier iets wilt zul je, net als in Nederland, duidelijk moeten zijn,” grap ik vrolijk.
Snel gaat ze op zoek naar een leeg glaasje en als de ober niet al te lang hierna weer terug is zegt ze volmondig “oui” en reikt hem haar glas aan. Aangezien die van mij al weer leeg is, laat ik deze ook nog maar een keertje vullen.
Echt heel erg druk is het niet maar de obers lopen ijverig rond om iedereen te bedienen, er wordt niet gekeken op een glaasje en aangezien wij een beetje halverwege hun loopje staan, wordt ons glaasje zowel op de heenweg als op de terugweg weer bijgevuld.

De Champagnebubbels beginnen aardig naar ons hoofd te stijgen en de vriendin en ik beginnen het steeds beter naar onze zin te krijgen. Giebelend over de gekke situatie waarin we beland zijn en zeker ook over zo’n overdaad aan Champagne proosten we ondeugend met onze glaasjes naar elkaar en naar de muzikanten die het allemaal met lede ogen aanzien. Het is hun feestje, wij zijn als aanhang meegekomen en staan nu lekker lol te maken en Champagne te drinken terwijl zij daar gewoon op een droogje staan te spelen voor mensen die nog niet eens luisteren.
Oh, denk ik wat lodderig, ik geloof niet dat ik op deze manier straks nog kaarten kan lezen. Shit, had ik nu maar niets voorgesteld.
Na een half uurtje komen ook de muzikanten van het podium, gezamenlijk drinken we nog een glaasje en dan wordt het tijd om naar de volgende locatie te gaan. Zij moeten alle versterkers en instrumenten weer inpakken en die daar zo meteen weer opbouwen. Natuurlijk help ik mee, maar wel met enigszins onvaste tred. Minimaal één fles Champagne heb ik al wel weg gebubbeld en een kleine vermoeidheid begint achter mijn ogen te prikken. "Oops, nu even bij de les blijven Lies," spreek ik mezelf ferm toe, "de avond is nog niet eens begonnen"….  


________________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014




zaterdag 24 mei 2014

Uit je comfortzone(1)

Om kwart over acht ‘s ochtends begint mijn mobiele telefoon te rinkelen, op het display zie ik een onbekend Frans nummer. Zondagochtend, wie belt er nu op dit tijdstip? Een beetje verwonderd neem ik op.
Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn stelt zich voor in het Nederlands en vraagt of ik nog steeds plaats in de auto heb. Haar man en dochter zijn in Breda en zoeken een lift naar Parijs.
“Ja natuurlijk!” antwoord ik verrast. Ze geeft me zijn telefoonnummer zodat ik het verder met hem kan regelen.
Zo dat is geluk hebben, denk ik in m’n nopjes, toch nog gedeelde reiskosten.
Vier dagen geleden ben ik, met redelijke bibbers in mijn lijf, toch weer in onze oude Renault Espace uit 1993 naar Nederland gereden voor een optreden.
Een reis waar ik van te voren wel heel erg tegenop zag maar die wonderwel toch weer goed verlopen is. De motor liep zelfs als een zonnetje en ook in Nederland reed ik vlekkeloos nog zo'n driehonderd kilometer weg. 
Dit had me de moed gegeven om toch een oproep voor co-voiturage voor de terugweg te plaatsen op Nederlanders.fr
Helaas heeft er niemand gereageerd, maar daar heb ik met Henk door de telefoon ontzettend om gelachen. “Die hebben natuurlijk allemaal m’n blogverhaal ‘In z’n drie door Vichy’ gelezen”.
 

Ik bel de man en krijg een adres in het Ginniken, een wat sjiekere wijk in Breda. De man klinkt aardig en keurig. “Ik heb wel een oude auto hoor, geen luxe!” waarschuw ik toch maar even voor de zekerheid. Hij vindt het geen enkel probleem en we spreken af dat ik er om tien uur zal zijn.
Ik vind het spannend, dit is de eerste keer dat ik iemand meeneem die ik niet ken. Ik rijd bijna altijd alleen, daar houd ik van, dan heb ik m’n gedachten voor mezelf en kan ik lekker harde muziek luisteren. Nu gaat deze man met dochter, alleen maar mee tot Parijs, de helft van mijn reis, maar toch zullen we nog zo’n drie à vier uur bij elkaar in de auto moeten zitten, hopelijk hebben we wat gespreksstof anders duurt zo’n reis knap lang.
Wat zou het eigenlijk voor iemand zijn?
Een vader en een dochter die naar Parijs gaan en een moeder die uit Parijs belt, zoiets maakt me toch nieuwsgierig. Het zal wel een gescheiden man zijn, denk ik het antwoord te weten. Het kind zal dan wel bij haar moeder in Parijs wonen. Als het maar niet zo’n kleine krijsende dreumes is.
Ojee, en ik moet lachen bij de gedachte, straks heeft hij allemaal ‘kinderen voor kinderen’ cd tjes bij zich om het meisje zoet te houden. Dat zal mijn geluk weer wezen!
Ach, we zullen wel zien, voorlopig ben ik blij dat ik mijn kosten wat kan delen, maar vooral dat ik weer naar huis ga.

Deze keer verloopt het bezoek aan Nederland niet echt ontspannen. Ik weet niet wat ik heb, ik ben gevoeliger dan normaal, erg moe en kan me slecht concentreren.
M’n optreden is daardoor nogal zwaar geweest.
Het bezoek aan m’n dochter in Amsterdam voelt als 'veel tekort' en ondanks dat is het parkeertarief nog te hoog.
Hoewel ik op het ogenblik best gelukkig ben en ik me erg verheugd heb om haar weer te zien, maakt ons weerzien me dit keer melancholiek. Wat mis ik eigenlijk een groot deel van haar handel en wandel, nooit kunnen we eens even gezellig bij elkaar langs.
Wat is nu eigenlijk mijn moederrol? Ik ben me pijnlijk bewust dat ik haar al een hele tijd niet meer even lekker heb kunnen verwennen met cadeautjes of leuke kleren. Een bezoekje aan de ‘stad’ en samen lekker lunchen op een terrasje, wanneer was dat voor het laatst?
Ik voel me verdrietig en in de war.
Wat is de prijs eigenlijk die ik betaal voor mijn droomleven in Frankrijk? Ik houd van mijn dochter en toch kies ik voor een leven met een veel lagere levensstandaard, zodat ik haar lang niet zo vaak kan zien als dat ik zou willen. Groeien we niet uit elkaar? Ze is vijfentwintig inmiddels, terwijl ze in mijn hoofd maar steeds achttien blijft.
Ik kijk naar mezelf met mijn oude autobrik, om me heen vliegen de grote en vooral nieuwe auto’s langs me heen. Nederland is één en al bling bling, het levensritme is hier twee of misschien wel drie keer zo snel als in de Auvergne.
Dit kan ik nooit evenaren. Ik ben blij dat ik hier nog kan komen voor een bezoekje maar meer zit er voorlopig niet in. Toch voel ik tegelijkertijd ook dat ik deze snelle wereld aardig begin te ontgroeien, ik moet er niet aan denken om nog aan deze ratrace mee te doen.
Met een behoorlijke brok in m’n keel rijd ik weer naar Brabant, naar m’n ouders om hier nog één nachtje te slapen voor mijn terugkeer naar huis. Terug naar de rust en de natuur.  

Maar in plaats van nog een laatste gezellig avondje krijg ik op de valreep nog een tirade van m’n vader over me heen.
Dit heb ik sinds mijn pubertijd niet meer meegemaakt en je zou het op mijn leeftijd ook niet meer verwachten, maar blijkbaar zit het hem erg hoog.
De strekking is duidelijk: het wordt tijd dat ik terugkom. De  résidence d’artistes en  jazzclub, waarvoor we naar Frankrijk zijn verhuisd is van de baan, dus waarom zouden we dan nog in Frankrijk blijven?  
“Je kunt daar de kost maar amper verdienen, wat zoek je daar toch in die armoede!” roept hij boos uit. Hiermee volkomen voorbijgaand aan alles wat me lief is en waar ik trots op ben.
Nu kan ik me zijn standpunt ook wel voorstellen, we moeten best wel  sappelen om rond te komen en soms raak ik daar ook wel van in de stress,  maar anders dan mijn vader zie ik nog steeds mogelijkheden.  
Hij gaat ook voorbij aan het feit dat ik al bijna tien jaar weg ben. Behalve mijn dierbare familie en een paar goede vrienden en af en toe een optreden, is er niets meer dat me aan Nederland bindt. Ik heb in Frankrijk een nieuw leven opgebouwd. We hebben ontzettend hard gewerkt om ons huis prachtig te verbouwen en een gezellige stek te creëren. Ik heb een geweldige werkplek waar ik heerlijk kan schrijven.  

Maar vooral dat het leven in Frankrijk een ‘mode de vie’ is die mij ontzettend bevalt en dat ik dit leven niet zomaar meer wil en kan loslaten, is iets wat hij totaal niet begrijpt.
Voor hem is het gewoon terugkomen en de draad weer oppakken, nou zo simpel ligt dat niet!
Dit probeer ik hem allemaal uit te leggen maar hij heeft zijn mening gevormd en staat totaal niet open voor mijn argumenten.
Ondertussen voel ik me gefrustreerd over zoveel onbegrip maar eigenlijk nog meer dat ik mezelf, als een kind, toch weer aan het verdedigen ben.
Ik zie mijn boze vader maar ik zie ook zijn onmacht en liefde.  Hij begrijpt gewoon niets van mijn leven in Frankrijk. Hij ziet mijn struggling niet als een avontuur en een uitdaging, zoals ik dat zelf ervaar.

Eigenlijk heb ik deze tirade ook wel aan mezelf te danken. Ik ben veel te open geweest al die tijd, ik vertel mijn ouders altijd alles over mijn voor en tegenspoed omdat ik dat graag wil delen, maar daar moet ik mee gaan stoppen. Vooral voor mijn vader is dit heel moeilijk, hij staat niet open voor het onbekende, het maakt hem alleen maar angstig, zodat hij alleen maar de  “negatieve” kant van mijn verhaal hoort.  
Hij wil me gelukkig en vooral welvarend zien, gewoon, lekker veilig in Nederland.
En misschien ligt onder deze hele discussie ook nog wel het feit dat hij me mist. Of het feit dat hij ouder wordt en dat er zomaar dingen kunnen gebeuren en dat ik dan erg ver weg ben.
Mijn moeder die er de hele tijd wat stilletjes bijgezeten heeft, roept ons tot de orde. “Zullen we er over ophouden? Jullie komen er toch niet uit, de situatie is zoals hij is, laten we nog even een gezellige avond hebben met elkaar.”
Gedurende de avond proberen we weer gewoon te doen, maar gemakkelijk is dat niet. De opgeroepen emoties blijven als een soort mistwolk om ons heen hangen.
Emigreren is soms ook gewoon heel erg pijnlijk.

Maar nu is het zondagochtend en ik sta op het punt om te vertrekken. Ondanks dat ik me nog steeds redelijk geëmotioneerd voel, ben ik ook erg opgelucht dat ik weg kan, naar huis en naar Henk.
Mijn ouders zwaaien me na. “Tot de volgende keer Lies, doe voorzichtig!”
Het zijn gewoon heel erg lieve mensen, ik hoop dat ik weer snel terug kan komen.
Maar voor nu… op naar Breda. Terug naar mijn nieuw gekozen leven,  ik ben benieuwd wat deze reis weer gaat brengen…………   


_________________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014