Posts tonen met het label paniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paniek. Alle posts tonen

vrijdag 18 december 2015

Vive les pompiers! (part 1)


‘Ik ga naar bed,’ zegt Henk terwijl hij sloom opstaat van de bank en naar me toeloopt om me een kus te geven. ‘Je hebt gelijk! Welterusten lieverd, ik kom er zo aan.’
Ik ben ook moe, we hebben de hele dag in de tuin gewerkt, maar ik zit nog zo lekker. De houtkachel brandt behaaglijk en m’n glaasje wijn heb ik zojuist nog eens bijgevuld.
Onze honden Tess en Bobbie, die duidelijk geen zin hebben om de warme plek voor de kachel te verruilen voor hun mand in de koude slaapkamer, houden zich wijselijk slapend. Zachte jazzdeunen vullen de ruimte.
Wat is het leven hier op het Franse 'platteland' toch heerlijk, denk ik tevreden terwijl ik wat dromerig naar de sierlijke vlammendans zit te staren.
Een half uurtje later beginnen m’n ogen te rollen en m’n hoofd te knikkebollen, tijd om ook naar bed te gaan.
Ik kijk op de klok, het is nog maar kwart voor twaalf, eigenlijk nog hartstikke vroeg. De muziek is al tien minuten geleden gestopt, het is nog steeds behaaglijk warm, het enige wat ik hoor is het zachte gesnor van de kachel, het getik van oma’s klok en verder vooral de vredige stilte van ons slapende huis.  
Shit, de honden  moeten er nog uit! Ik sta op en roep de honden, die net als ik met tegenzin voor de kachel vandaan komen om met mij mee de tuin in te gaan.
Het is een maanloze nacht, het is waterkoud, de rivier ruist onrustig en de silhouetten van de bomen om ons heen zijn diepzwart en dreigend. ’s Nachts wordt onze vertrouwde tuin een donker bos, ver van de bewoonde wereld. Brr, hier is het echt nacht!
Ineens begint Tess, die ook niet ver de tuin in durft, te blaffen. Op m’n hoede probeer ik iets in de duisternis te ontwaren, maar ik zie niets, ogenschijnlijk is er niets aan de hand.
‘Kom, we gaan gauw naar binnen hondjes!’ roep ik monter, ‘kom maarrr..’
Snel de deur dicht, lichten uit, naar boven en naar bed.

In de muziekkamer op de eerste etage, aan de voorzijde van ons huis, brandt nog licht en ik zie dat Henk z’n laptop niet heeft afgesloten.
Terwijl ik de klep van de computer dichtdoe, werp ik nog even nonchalant een blik naar buiten waar een eenzame lantaarnpaal het verlaten kruispunt voor ons huis zacht verlicht. En dan slaat mijn hart een paar slagen sneller van schrik.
Midden op het kruispunt staat een auto, doodstil te staan. De lichten zijn nog aan en schijnen een witte lichtbundel de berm in. De deur aan de bestuurderskant staat wagenwijd open. Binnen in de auto brandt licht en de auto is leeg.
Getver wat eng, wat is dit nu weer? Daarom moest Tess natuurlijk blaffen.
Wat heeft iemand nu op dit tijdstip hier voor de deur te zoeken? Het is echt vreemd want ik  zie ook niemand.
Om het wat beter te kunnen bekijken open ik het raam en aanvallend roep ik wat dreigend met een stoere stem: ‘Qui est là!?’
Er komt geen antwoord, maar ineens zie ik op de grond in de schaduw tussen het portier en de auto iets zwarts in beweging komen.   
Verrek daar ligt iemand op de grond naast die auto, denk ik verbaasd. ‘Qu’est-ce-que vous faites là-bas?’(wat doet u daar?) roep ik nog steeds wat dreigend maar toch ook enigszins ongerust.

‘Je suis handicapééé, je suis handicapéééé, aidez-moi’ hoor ik een oudere vrouwenstem bibberig uitroepen.
Shit ik moet iets doen, maar wat als het een valstrik is?,denk ik toch een beetje in vertwijfeling.
Sinds de twee inbraken in ons café enige jaren geleden, kan mijn fantasie nog wel eens met me op de loop gaan, zeker als het donker is, maar ik verman me. ‘Kom op niet zeiken Lies,’ spreek ik mezelf heldhaftig toe, ‘er is iemand in nood en het is in ieder geval een vrouw! Ik neem aan dat er geen roverbende verstopt zit achter de bosjes.’
De honden rennen blaffend met me mee het kruispunt op.
‘Wat is er aan de hand? Waarom ligt u hier naast de auto?’ vraag ik ongerust.
‘Aidez-moi, je suis handicapés,’ zegt de vrouw nog steeds met een bibberig stemmetje, ‘ik kan de auto niet meer inkomen.’ De honden lopen onrustig en nieuwsgierig rond de auto.  
‘Wacht even, ik help u zo, even de honden binnen opsluiten,’ zeg ik gehaast.
 
Ze is maar een klein vrouwtje, maar ze is behoorlijk aan de maat. En terwijl zij zich probeert op te hijsen aan de stoel en de deurpost, probeer ik haar aan haar dikke jas omhoog te trekken en haar tegen haar kont de auto in te duwen. Maar echt handig gaat het niet vanwege haar zwaarlijvige en weinig flexibele postuur en de autodeur die in de weg zit.
Haar jas en broek voelen klam en koud aan, haar handen zijn verkleumd.
‘Ik heb in m’n broek geplast,’ stamelt ze beschaamd. ‘Geeft helemaal niets hoor, madame,’ antwoord ik geruststellend.
Na enkele minuten sjorren, duwen en trekken zit ze hijgend klem achter het stuur. Ik ga aan de andere kant naast haar zitten. Nu zie ik haar pas echt goed. Het is een klein dik propje, vriendelijk vollemaansgezicht, kort grijs krullend haar en een rond zilverkleurig brilletje.
‘Ach mevrouw, wat is er toch allemaal gebeurd?’ vraag ik medelevend maar inmiddels ook erg nieuwsgierig.  
Wat doet zo’n lief oud omaatje, in hemelsnaam op dit tijdstip liggend náást haar auto voor onze deur; een plek in the middle of nowhere? Hoe lang ligt ze hier al in die kou? Bizar, terwijl ik eigenlijk maar zo’n tien meter van haar vandaan op de bank zat.
Ze is helemaal overstuur en praat verward van de hak op de tak: ‘Merci beaucoup madame, ik was bang dat God me kwam halen, niemand hielp me, ik riep en riep…, er kwamen twee auto’s voorbij en die reden gewoon door, ik ben verdwaald, ik ben ziek, ik heb diabetes, ik moet naar een dokter.’
‘Ach arme vrouw,’ leef ik mee.

Een auto passeert en ook deze rijdt met een stevige vaart gewoon door. Shit we moeten hier van dit kruispunt af, denk ik ineens praktisch, het is niet druk, maar toch gevaarlijk.
Maar hoe? De vrouw zit nu gelukkig weer in de auto, maar wel aan de verkeerde kant. Zij kan onmogelijk nog rijden en uitstappen en even omlopen zit er ook niet in.
Ik leg haar uit dat ik de auto veilig voor ons huis wil parkeren en dat ze dus van haar stoel af moet.
Ze begrijpt het, ik stap uit en moeizaam probeert zij haar rechterbeen over de versnellingspook te tillen. Wat een ramp, als een sausijsje zit ze klem achter het stuur, ik sleur weer aan haar arm en de kraag van haar gewatteerde jas.
Hoewel ik aanvankelijk denk dat dit niet gaat lukken, krijgen we haar rechterbeen over de pook getrokken en schuift ze na enkele tellen toch moeizaam op de andere stoel.

Eenmaal voor het huis geparkeerd kom ik erachter waar ze woont, het blijkt in een naburig dorp zo’n 8 kilometer verderop. ‘Mevrouw, ik zal mijn man wakker maken en dan rijd ik u naar huis.’
‘Nee, ik wil naar een dokter, ik heb mijn medicijnen niet gehad..’ zegt ze zwakjes.
Naar een dokter, jeetje, waar moeten we in hemelsnaam heen op dit nachtelijk tijdstip? Wat moet ik doen?
Ineens krijg ik een helder idee: ik kan les pompiers (brandweer) bellen natuurlijk.
De vrijwillige brandweer heeft hier in Frankrijk naast het blussen van branden ook nog de taak om mensen te redden en te vervoeren in hun aangepaste ambulanceauto.
‘Madame, blijft u hier even rustig zitten, ik ga naar binnen om de pompiers te bellen, alles komt goed,’ zeg ik geruststellend.
Binnen is het huis nog steeds warm, stil en vredig. Zowel Henk boven, als de honden voor de kachel zijn in diepe rust. Wat een bizarre situatie!
Ik bel de pompiers en leg het verhaal uit. De man aan de andere kant van de lijn vraagt ons adres en telefoonnummer en belooft dat ze zo snel mogelijk komen.
De pompiers, redders in nood! Het is toch geweldig! Wat zouden we hier in deze verlaten wereld zonder hen moeten, denk ik opgelucht.
Blij dat er hulp komt stap ik weer naar buiten, terug de koude auto in om samen met het omaatje hun komst af te wachten…  



woensdag 24 juli 2013

Part1, Gelukkig zijn we verzekerd...

Oktober 2012. Al jaren rijd ik, vanwege mijn werk als artieste, met zeer grote regelmaat het traject 'Aubusson d’Auvergne  -  Nederland' en weer terug, meestal alleen. Ik houd van autorijden en vind die acht uur alleen in de auto, terwijl ik heerlijk over het goede Franse wegennet zoef, geen belasting maar eerder ontspannend.
Ik rijd vaak ’s avonds en ‘s nachts omdat het dan rustig is op de weg. Muziekje aan en gaan.
Mijn ouders, zelf niet erg reislustig, vinden die nachtelijke ritten van mij niet zo prettig, want wat als er wat gebeurd, als ik pech krijg bijvoorbeeld, dan sta ik daar als vrouw alleen in het holst van de nacht langs de autoroute. Tot nu toe lachte ik het vrolijk weg. “Mij gebeurt niets, en daarbij ik ben toch verzekerd!”
Onlangs belandde ik met Henk dan toch in die gevreesde situatie, autopech.
Na een ontzettend leuk weekend in Nederland rijden we, op een dinsdagochtend, opgetogen en nagenietend weer naar huis. Henk heeft zijn verjaardag in Nederland gevierd en we hebben iedereen weer gezien, veel hartelijke famillie en vrienden.
Ook de auto is in goede doen want deze heeft in Nederland bij een bevriend 'mannetje' een grote beurt gehad, compleet met nieuwe distributieketting, dus niets staat een gezellige terugreis in de weg.
Alles gaat zeer voorspoedig tot, rond drie uur ’s middags, net nadat we de buitenring (N104) rond Parijs opdraaien, ineens de radio wat zachter gaat spelen en het lampje van de accu gaat branden.
Foute boel, ik verstijf achter het stuur en mijn hart slaat sneller. In paniek probeer ik tussen het drukke verkeer door van de linker naar de rechter rijbaan te komen. De boardcomputer schrijft nu met vuurrode letters STOPPEN!!
 “Oh Henk wat moeten we doen?” jammer ik met een ijl stemmetje. “Straks valt de auto hier stil op de ring.”
Na vijf minuten komt er een afslag. We slaan af en komen in een buitenwijk met veel beton, veel verkeer, veel rotondes en geen garages. “Oh, oh, oh”, kan ik alleen nog maar uitroepen.
Dan ineens, na twintig minuten cirkelen, een wonder! We zien een Speedy, een soort Quickfit. Opgelucht draaien we het terrein op. Eén persoon zit in het kantoortje te bellen en blijft maar bellen. Na twintig minuten wachten komt er een monteur die wel even wil kijken. Dynamo kapot, constateert hij. Verdorie, dat is ernstig. Maar nog erger, hij kan het niet maken want zij doen niet aan elektriciteit. Maar, hij wil ons uit de brand helpen en stelt voor een nieuwe dynamo te bestellen, die zal morgen aankomen en hij wil het wel voor een klein prijsje repareren.
We zeggen dat we ook de assistance van onze verzekering AXA kunnen bellen om ons naar een echte garage te laten verslepen. Hij maakt ons bang. “Je weet niet waar ze je heenbrengen, die garages kunnen woekerprijzen vragen omdat ze weten dat je toch geen kant meer op kunt.”

Nu hebben we naast deze autopech nog een ander, zo niet groter probleem. De auto zit afgeladen vol met veel en ook redelijk kostbare spullen zoals, cadeautjes, boeken, flessen drank, zeven kratten bier, twee basgitaren, een versterker, kleding, slaapspullen en twee honden. Waar blijven we met dit alles in een buitenwijk van Parijs?
We besluiten toch de assistance te bellen want op deze plek kunnen we echt niet blijven.
Zij sturen een sleepwagen. Wachten. Om half vijf komt hij de bocht om en na wat getob met opladen in het beginnende spitsuur, sleept hij ons naar een piepklein gehucht 40 km van Parijs. Volgens de chauffeur zijn alle garages in Parijs al gesloten. Rond zes uur komen we aan. Ook hier kan de auto niet direct gerepareerd worden.
Maar nu we via de verzekering hulp krijgen, hebben we ook recht op een hotelovernachting of een huurauto. We kiezen voor de huurauto, want dan kunnen we met de honden naar huis en kan Henk morgen in ieder geval naar zijn geplande optreden. Axa zegt dat we hiervoor een creditkaart met opstaande cijfers moeten hebben. Die hebben we niet maar we zeggen van wel. We zien wel hoe we dat straks daar weer oplossen.
Axa gaat het regelen en zegt dat ze over tien minuten terugbellen.
Twintig minuten later nog niets gehoord, ik bel zelf. Er is een probleem, ze kunnen geen vervangende auto vinden waar al onze spullen in kunnen. Ze beloven over tien minuten terug te bellen wat ze dus niet doen. Ik bel zelf en Axa zegt dat ze het opgeven en dat we maar in een hotel moeten overnachten. Ze zullen wederom over tien minuten terugbellen.
Ondertussen wordt het steeds maar later. Weer probleem, hotels die nog kamers hebben, accepteren geen honden. Half acht inmiddels, Axa belt en zegt toch een autobedrijf gevonden te hebben, alleen is het wat omslachtig want het bedrijf zit helemaal aan de andere kant van Parijs. Er zal een taxi komen om ons op te halen maar helaas zullen daar al onze spullen niet in passen. De garagehouder verzekert dat er niets met de spullen kan gebeuren want de auto staat op zijn terrein en het hek is gesloten als hij straks sluit.
Wachten, geen taxi.  Om acht uur zegt de garagehouder dat hij nu toch echt gaat sluiten. We besluiten de gitaren en versterker en wat kleding in ieder geval mee te nemen. De drank en de cadeautjes verstoppen we onder een dekbed.
De poort van de garage gaat dicht, de lichten uit en daar zitten we dan, met de honden en een groot deel van de spullen in het donker en de kou, langs de kant van de route nationale, waar de auto’s voorbij razen. De taxi blijkt dit afgelegen oord niet te kunnen vinden en komt pas aan om negen uur. Wij zijn inmiddels helemaal verkleumd.
Op naar de AVIS, het autoverhuurbedrijf. Hier komen we om kwart voor tien aan. We moeten de man uit zijn privéhuis bellen. Natuurlijk probleem met de creditkaart, maar bij hoge uitzondering en omdat hij van ons af wil op dit tijdsstip, belt hij zijn baas en accepteren ze een borg van tweehonderdvijftig euro.

We krijgen een busje. Spullen achterin, honden bij ons voorin in de piepkleine cabine. Het kleintje bij Henk op schoot en de grote op zijn voeten. Vijf uur rijden voor de boeg. Busje rijdt goed alleen hebben de koplampen een erg korte reikwijdte.
Onderweg, bij Nevers is er een niet van te voren aangegeven wegafzetting, ik zie het te laat en ram de eerste kegel. Dit geeft zulke enorme klappen dat het lijkt alsof de hele onderkant van het busje opengereten wordt.
We stoppen met hartkloppingen, een beginnende slaapaanval is volledig verdwenen.
In het pikdonker kruipt Henk onder het busje. De schade lijkt mee te vallen. Oh, laten we het hopen want wat moeten we doen als we de borg kwijt raken. Naast de reparatie die bijna zeshonderd euro zal gaan kosten, kunnen we er dat echt niet meer bij hebben!
Onderweg zien we allemaal kapot gereden kegels liggen. Blijkbaar zijn we niet de enigen die verrast zijn.  
Om vier uur ’s nachts rijden we uitgeput de parkeerplaats naast ons huis op. Thuis in de Auvergne. De volgende ochtend blijkt er een onderdeel uit de bumper van het busje te ontbreken maar Henk heeft in het donker iets van de weg gegrist, dit blijkt het ontbrekende kapje te zijn, dat is dan wel weer mazzel.
Poeh, is alles toch nog goed gekomen. Overmorgen weer terug naar Parijs en de film in tegengestelde richting afdraaien. Ik heb nu al frisse tegenzin.
Gelukkig weet ik hier nog niet wat me nog te wachten staat....
_______________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99



uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

part.2, Gelukkig zijn we verzekerd...

Donderdagochtend tien uur vertrek ik weer naar AVIS in Parijs, het voorstadje ligt westelijk van het centrum, voor mij precies aan de verkeerde kant van Parijs. De planning is om daar om drie uur aan te komen. Op de A6, voor Parijs file. Ik sta anderhalf uur stil. Hierdoor kom ik laat aan op de Périphérique. Ik moet dwars door Parijs heen en heb geen GPS en nog wel uit principe. Dat bij deze kan gaan varen!
De route, die ik thuis had uitgeprint, blijkt midden in het centrum, gedurende vier kilometer, hevige verkeershinder te hebben. Ze werken aan een reparatie of aanleg van de Tram- of Metrolijn. De hele  middenberm is één grote bouwput. 
‘Deze weg  vermijden!’ staat er op een bord. Ik weet geen andere weg. Zie ineens ook geen borden meer van het voorstadje. Ik twijfel en draai om en kom erachter dat ik toch goed zat. Aangezien hier alles éénrichtingverkeer is vlieg ik met het busje over een aantal stoepen, om toch weer terug op die weg te komen en sluit wederom aan in de file. Het is hectisch, aangezien er geen echte weg meer is maar meer een stofpad naast die bouwput, houdt niemand zich meer aan de verkeersregels en voegt iedereen maar kriskras in en uit. Wat een ellende want ik moet ook nog ergens zien te tanken.
Net voor ik bij AVIS ben zie ik gelukkig een tankstation. Deze werkt alleen op bankpasjes. Weer probleem, om onverklaarbare reden doet mijn Franse pasje niets, dus geen diesel.
Dan maar doorrijden naar AVIS, ik ben er in ieder geval aangekomen.
Ik vraag of ik de auto ook gewoon bij hen af kan tanken. Dat kan, maar dan wordt het drie euro per liter. Dat is te gek, dus weer op zoek naar een tankstation.
Het is half zes en ik rijd de file weer in. Zij zullen alvast Axa bellen om tijd te winnen, zodat die alvast een taxi kunnen bellen om mij naar de garage naar die verloren plek aan de oostkant van de stad te brengen.
Bij het tankstation is er weer ellende want ook hier doet mijn pas het niet. Omdat ik haast heb en zo even geen andere oplossing weet betaal ik dan maar contant van het geld dat ik voor de reparatie bij me heb. Zometeen heb ik daar dus te weinig geld. Ondertussen ben ik murw, eerst dit probleem oplossen de rest zie ik straks wel weer.

Een half uur later ben ik weer terug bij AVIS en heb aan alle voorwaarden voldaan. Axa heeft nog geen taxi geregeld, er blijken weer eens problemen te zijn met het vinden van een taxi, ze zullen over tien minuten terugbellen.
Na twintig minuten belt Axa en zegt dat ik de huurauto nog maar een dag moet lenen want het is te laat om nog naar de garage te gaan.
Nu raak ik toch echt in paniek, ik heb geen geld waar moet ik blijven? Ik bel zelf de garage en vraag smekend of ze op me willen wachten. Ze beloven tot acht uur open te blijven.
AVIS belt Axa dat er toch een taxi moet komen. Axa  twijfelt of we het gaan halen want er is overal file. Het toeval wil dat er juist vandaag ook nog staking is bij het openbaar vervoer, waardoor bijna alle taxis bezet zijn en al het verkeer in en om de stad nu helemaal plat ligt. Axa belooft terug te bellen en doet het niet.
AVIS belt nog drie keer want ook bij hen dringt de tijd, ze gaan sluiten om zeven uur. Dat is over tien minuten. Axa kan nog niets concreets beloven en de bedrijfsleider van AVIS is zo vriendelijk om toch nog even op kantoor te blijven en met mij te wachten op antwoord.
Half acht nog geen teken van Axa.
Ik bel weer naar de garage maar er wordt niet opgenomen. Weer paniek, straks sta ik daar met mijn taxi in the middle of nowhere en dan zijn ze er niet meer. Normaal gesproken ben ik redelijk stressbestendig maar ik trek het even niet meer, ik ben moe en op van de zenuwen. Ik heb niets bij me, geen spullen voor mijn lenzen, geen slaapspullen, niets te eten, niet genoeg geld voor een hotel en het begint al aardig koud te worden 's nachts. Ik heb nog niet eens een jas bij me. Ik kan mijn tranen niet meer bedwingen, bibberig zit ik te sniffen op mijn stoel.
Om tien voor acht arriveert de taxi. Ik spring haast een gat in de lucht. Nadat ik de mensen van AVIS heel hartelijk bedankt heb, vertrek ik dan eindelijk richting mijn auto.
En nu hebben we eindelijk eens wat geluk want vanwege het tijdsstip zijn er inmiddels minder files en de taxichauffeur is bereid om wat gas bij te geven. Volgens zijn routeplanner zullen we er over drie kwartier zijn. Ik probeer toch nog de garage te bellen, gelukkig, de man neemt nu wel op. Ik zeg dat ik in de taxi zit en lieg dat we er over 35 minuten zijn. De man zegt dat ik op moet schieten want hij heeft een afspraak.
In de buurt van de garage raakt ook deze taxi gps het spoor bijster. Ik vis nog een uitgeprint kaartje uit mijn tas. We zitten in de buurt, nog een rotonde en een dorp door en dan komen we op de weg van de garage. Al met al is de reis toch redelijk snel gegaan het is half negen als we aankomen.

Over tot betaling. Aangezien ik vijenveertig euro opgebruikt heb aan gasolie kom ik dat nu tekort. Ik tel al het kleingeld bij elkaar en kom best ver, maar ik mis toch twintig euro. Als afleiding vraag ik of ik het mag pinnen maar de man heeft het apparaat al opgeborgen. 
Ik trek mijn meest hulpeloze en betrouwbare gezicht en vraag hem of ik het geld dan op mag sturen. De man doet moeilijk.
Dan heb ik een idee. In de auto zit nog de drank die over was van het feestje van Henk. Ik betaal met vier kratten Heineken. Het kan me allemaal niks meer schelen als ik maar weg kan hier.
En dan hè hè, zit ik eindelijk in mijn auto maar zonder één cent op zak. Ik rijd richting rondweg, de opritten gaan alleen richting vliegveld en dat is precies de verkeerde kant op. Ik dwaal wat over het donkere platteland en kom uiteindelijk bij een goede oprit.
Ik bedenk me dat ik zonder geld dus ook niet over de tolweg kan en ik weet ook niet of ik het ga redden  met de dieselolie.
Als ik door de stad Melun kom zie ik een pinautomaat. Toch nog eens proberen. De Franse pas is nog steeds geblokkeerd, ik snap er niets van. Zonder veel hoop, probeer ik nog even een Nederlandse pas, die ik zelden gebruik en warempel ik kan pinnen. Ik slaag een zucht van verlichting en ga weer richting A6 de tolweg op.
De auto rijdt verder erg goed en om twee uur ‘s nachts ben ik thuis.... volledig uitgeput!  Als ik de volgende dag mijn moeder bel om het verhaal in geuren en kleuren te vertellen, antwoordt ze bezorgd: "Ga nu de volgende keer toch maar overdag rijden hoor." Ik wuif het weg. "Het is altijd een risico, maar ach, ik ben toch verzekerd." grap ik erachteraan.
Volgende week vrijdag is het weer zover en ga ik weer vol goede moed op weg naar Nederland voor een optreden, gelukkig zit ik dan weer alleen in de auto!

_______________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014