Posts tonen met het label dromen over de grens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dromen over de grens. Alle posts tonen

donderdag 10 oktober 2013

Frankrijk is binnenkort een bedevaartsoord rijker…

Er hangen vreemde sferen in de Pyreneeën. Nu is dit ook niet echt verwonderlijk want het is natuurlijk een prachtig en uitgestrekt gebergte waar de natuur ongerept is en waar je de basis en de oneindigheid van het bestaan kunt voelen. Deze overweldigende natuur maakt je nederig en ontvankelijk.
Niet gek dat Maria daar wel gezien wilde worden, als je dan toch graag nog contact met de mens wilt houden dan is zo’n uitgestorven plek natuurlijk ideaal om alle aandacht te krijgen, kan ik me zo voorstellen. Het is alleen een beetje jammer dat deze plek Lourdes, inmiddels zo druk bezocht wordt dat er in het stadje zelf maar weinig sprake meer is van hemelse sferen.
Maar Maria blijft trouw op haar ‘post’, terwijl hordes mensen, bussen en auto’s, jaar in jaar uit, het stadje overbevolken en haar de rust ontnemen.

Ondanks mijn sterke interesse in spiritualiteit, was dit negen jaar geleden niet ons doel om een vakantie in de Pyreneeën te plannen. We zochten een huis te midden van natuur maar zeker ook van cultuur en levendigheid, dus hadden we besloten om in de buurt van de kust te blijven, maar wel hogerop in de bergen. Mijn dochter en een vriendin zetten we af bij een camping in Argeles sur Mer en wij reden de bergen in. Zo’n dertig kilometer hogerop vonden we een mooie camping municipal.
We hadden geluk want we kregen een plek op een doodlopend paadje uit het zicht van de andere camping gangers, heerlijk rustig. Behalve huizen kijken, wilden we natuurlijk ook gewoon vakantie vieren dus maakten we leuke tochtjes en hingen we ook vaak gewoon bij de tent. Ik had een paar goede boeken bij me en Henk zijn schilderspullen.
Op een ochtend besloot ik een bezoekje aan de meiden te brengen. Henk ging niet mee, hij wilde liever rustig bij de tent blijven en wat schilderen.
Ik zou  een paar uurtjes weg blijven, maar het liep anders. De meiden gaven aan dat de camping te suf was en dat ze wilden verkassen, dus wij op onderzoek uit! Maar Argeles in de zomer betekent één grote file, zodat deze verhuisoperatie zowat een dag in beslag nam.
Al die tijd zat Henk alleen bij de tent ongerust te wachten omdat ik maar niet terugkwam. Intussen begon het te regenen, waardoor de temperatuur maar ook zijn humeur met het uur daalde.
Toen ik eind van de middag ‘thuis’ kwam trof ik in de voortent een boze man met het deksel van een pan op z'n hoofd. Maar hij had wel een heel mooi schilderijtje op de ezel staan.

“Wow een Dali!” riep ik verrast uit. Henk glunderde van trots. Zijn slechte bui zakte al gelukkig. “Dat is nu het voordeel als je verder geen afleiding hebt, Henk, kun je je goed concentreren,” probeerde ik mijn ‘afwezigheid zonder overleg’ goed te praten.
In een tijdschrift stond een portret van Dali en Henk had, als bewonderaar van deze kunstenaar, bedacht dat hij dat zou gaan schilderen. Het was een bijzonder schilderijtje geworden omdat in eerste instantie het rechteroog van Dali op zijn doekje maar niet open wilde, hij kreeg het gewoon niet goed. Ineens zag hij er eigenlijk ook een tweede gezicht in. Dus schilderde hij het portret nogmaals ernaast en koppelde de twee gezichten. Een dubbelgezicht van Dali, surrealistisch in de lijn van de meester.
Eenmaal thuis kreeg Dali natuurlijk een mooie plek in huis en een jaar later toen we inmiddels ons huis, niet in de Pyreneeën maar in de Auvergne hadden, heeft Henk er op een tentoonstelling in een buurtgelegen stad, nog een prijs mee gewonnen.
Henk mag terecht trots zijn.

Maar sinds vanavond is alles anders, dit is magie!
Op TV zien we een documentaire over Dali, zijn leven met live beelden en interviews met deze excentrieke persoonlijkheid.
Uitvoerig wordt zijn leven als ‘provocateur en genie’ uit de doeken gedaan. En dan aan het eind van de uitzending komt Dali met een zeer ‘open’ verklaring voor zijn excentrieke gedrag en zijn wens om altijd uniek en uitzonderlijk te willen zijn. Duidelijk wordt waarom het thema van de verdubbeling vaak zo wezenlijk in zijn schilderkunst is.
Dali’s leven blijkt gedirigeerd te zijn door een levensbepalend trauma. Zijn ouders hebben hem bij zijn geboorte de naam van zijn gestorven broer Salvador gegeven. Maar nog erger, zijn leven werd aan dat van deze broer gekoppeld.  Als het ware dat hij niet bestond maar dat hij een vervanger was. Hij had het gevoel dat hij een deel was van deze broer, dat het dode lijf en de ziel van zijn broer in hem zaten. 
Door zich excentriek te gedragen wilde hij zichzelf overtuigen dat hij de levende broer was.
Het is een prachtige documentaire die een heel ingrijpend beeld geeft van de mens Dali. Zover hadden wij hem nooit onderzocht, wij wisten eigenlijk niets van dit grote levensthema moet ik beschaamd toegeven. Henk en ik zijn er beiden door geraakt.

Henk pakt zijn eigen schilderij erbij.
Een slapende en wakende Dali, tenminste zo zagen wij het altijd.
Ik krijg een schok, de verdubbeling zit ook in Henks werk.
“Dit is toch wel heel bizar, Henk” zeg ik met een brok in mijn keel. “Jij hebt Dali met zijn dode broer geschilderd! Je hebt zijn levensthema verbeeld.”
“Verrek,” zegt Henk, zo heb ik het nooit bekeken. Wel die twee gezichten natuurlijk, maar ik wist echt niets van deze broer. Inderdaad, het is wel heel frappant.” We bekijken het schilderijtje nu ineens met heel andere ogen.   
“Het was wel een hele gekke middag toen ik dit schilderijtje maakte”, vervolgt Henk peinzend. “ Ik was boos, voelde me een Jan joker die maar zat te wachten, maar ik was ook ongerust en voelde me onmachtig zonder auto en telefoon.
Het schilderen daarentegen ging als en trein, eigenlijk voelde ik me wel een soort Dali. Voor ik het wist stond het op het doek, ik heb niet eens wit gebruikt, alleen maar bruin.”  

“joh, je bent door de meester zelf aangeraakt”, roep ik in vervoering uit,  “die zweeft daar vast nog, zover zaten we niet af van Figuères en Cadaqués, die steden liggen gewoon aan de andere kant van de Pyreneeën.”
We raken er niet over uitgepraat, gezellig zitten we samen aan de keukenbar te filosoferen.
Het schilderijtje krijgt in onze ogen steeds meer meesterlijke proporties.
En natuurlijk ook Henks ontmoeting met Dali. Hoewel hij dat op dat moment niet echt gevoeld heeft, maar toch…
Daarbij heeft zijn ome Henk, waar hij naar vernoemd is en die touringcarchauffeur was, wel eens in het echt een avondje doorgezakt met Dali in een hotel in Cadaqués in Spanje. Ome Henk had op dat moment niet geweten dat hij sprak met de grote Dali en de mannen hadden een genoeglijke avond doorgebracht door al drinkend te praten over hun beider hobby, het schilderen. De volgende ochtend stond er voor de deur van ome Henks hotelkamer en fles champagne en een roos met een servet waarop stond “merci” gesigneerd met twee streepjes van ‘le maître’. Later begreep ome Henk pas met wie hij gesproken had.
Kijk en dat schept toch een band want nu mijn Henk weer..... Mijn fantasie trekt een sprintje, in feite heeft hij onbewust ‘een verschijning’ gehad, zou je kunnen zeggen.
Zo, als dit wereldnieuws wordt, zal ook dat pittoreske Pyrenese bergdorpje binnenkort overladen worden door hordes kunstenaars en Dali-fans die in de hogere sferen de banden aan willen trekken met ‘le Maître’ lui-même….!
“En dat allemaal door jou schat”, zeg ik bewonderend terwijl ik met het laatste staartje wijn onze glazen nog maar eens volschenk.


                             Henk Arts 2004


                 _______________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

zondag 29 september 2013

Al twee weken zweven...

En dan is het moment daar, de boekpresentatie is een feit.
Nog met de spierpijn en vermoeidheid van het hout sjouwen en daarbij ook nog van een boerenschuur gezellig inrichten in mijn lijf, sta ik daar dan. Op van de zenuwen, wat een spanning.
Er is een fotograaf van de krant aanwezig en die heeft maar een half uurtje de tijd, terwijl de presentatie eigenlijk pas over een half uur zal beginnen.  Aardige jongen, hij wil zijn tijd nog wel iets rekken.
Ondertussen ben ik dus niet goed voorbereid waardoor er steeds, tussen het vrienden verwelkomen door, dingen door m’n hoofd schieten die ik straks zou willen zeggen als ik mijn presentatie ga geven.
Mijn uitgever Eric Jan van Dorp arriveert… langzaamaan druppelen steeds meer vrienden en bekenden de boerenschuur binnen.
Aangezien ik het feestje bij mijn ouderlijk huis organiseer, zijn er ook veel vrienden uit mijn jeugd, mensen die elkaar onderling ook alweer tijden niet gezien hebben.
Ook voor Henk is het haast een reünie, dat krijg je als je al een tijdje weg bent uit Nederland.
Het wordt gezellig.

Henk en ik hebben besloten dat we samen de presentatie zullen doen, dat wil zeggen; ik zal iets uit het boek voorlezen en dan zal hij, op van te voren afgesproken tijdstippen, een deuntje uit zijn speciaal voor dit boek geschreven muziekstuk spelen. Als ik klaar ben zal de band het gehele stuk spelen. We hebben geoefend samen.
Iedereen staat gezellig te kletsen, vriend Ron die zal gaan drummen moet zijn bekkens nog aan het drumstel hangen. Aangezien het een spontane sessie is moet  Henk hem en vriend Michel, die de piano wel wil bespelen nog even uitleggen wat de bedoeling is.
Maar als ik ze zo gezellig zie lachen heb ik niet het idee dat ze erg ‘to the point’ komen, en de fotograaf maar wachten en plaatjes schieten.
Als deze uiteindelijk drie kwartier later aangeeft dat het nu toch echt tijd wordt dat hij vertrekt en het overgrote deel van de genodigden gearriveerd is, beginnen we.
Het is overweldigend. Dan sta je daar met al die lieve en welwillende mensen voor je, een uitgever die je je boek komt overhandigen en ook nog lovende woorden uitspreekt. Ik had van te voren niet kunnen bedenken hoe emotioneel dat is.
De speech, waarin ik  ook uitgebreid wat mensen wilde bedanken valt enigszins in het water omdat ik door mijn emoties overweldigd word. Aangezien ik ook geen zin heb om een potje te gaan staan janken roep ik snel de uitgever. Hij neemt het woord van me over om me dan eindelijk, na maanden van gespannen wachten, het boek te presenteren.

Dan begint het voorlezen.
Ik hervind mijn zenuwen weer en geanimeerd lees ik het eerste hoofdstuk van het boek.
Natuurlijk gaat er iets mis in het hapsnap geoefende fragment waarin Henk mij met bas begeleidt. En dan is het weer gewoon zoals vanouds….. zie fimpje:


         
Hierna is het ijs gebroken. Het feestje kan nu echt van start gaan. Er zijn behoorlijk wat muzikanten dus er wordt gejamd, bijgepraat en gelachen. Waarschijnlijk ook wel mede door de vijftig liter wijn, die we speciaal voor de gelegenheid uit Frankrijk hebben meegenomen. 
Ik beland achter een tafel met een enorme stapel boeken. Het signeren kan beginnen. Iedereen wil een boek. Wat een eer!
En nu twee weken later zweef ik al die tijd al tien centimeter boven de grond. Ik kan het nog steeds allemaal maar amper bevatten. Ik heb nu echt een boek!
Daarbij heb ik het ineens razend druk. Ik ben bezig met de publiciteit, persberichten schrijven, boeken versturen, mijn website bijwerken, er ligt overigens nog steeds wat hout voor de deur.... dus dat moet ook nog even tussendoor, ook nog kijkers voor ons hotel die we moeten rondleiden.
Ik ben bezig om alle gasten die geweest zijn te bedanken voor hun aanwezigheid en ondertussen krijg ik ook al weer mailtjes van mensen die het boek inmiddels gelezen hebben.
Iedereen is lovend.
Ik ben uitgenodigd door het blad Maison en France om, tijdens de 'Frankrijkdagen' 9 en 10 november, bij  hun stand mijn boek te signeren en daarnaast ga ik op diezelfde beurs een lezing geven over ondernemen in Frankrijk.
Hierbij een boekfragment van het boek:  "Toekomstmuziek in Frankrijk, dromen over de grens"

De eerste 37 pagina's staan nu online...klik hier:  via de uitgever  of  via itunes 

                                              Op de foto met Uitgever Eric Jan van Dorp.


     ___________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

zondag 8 september 2013

Een bos hout voor de deur

Het zal je maar gebeuren, sta je op de vooravond van je grote doorbraak als schrijfster en dan storten ze ineens 21 kuub hout voor je deur.
Nou ja vooravond? Nog een kleine week zo’n beetje, dan komt mijn boek echt uit. 
Maar ondanks dat ik me volledig in deze euforie wil storten, zijn er ook andere zaken waar ik net deze week aandacht aan moet schenken.
Sinds we in Frankrijk wonen is hout een jaarlijks terugkerend ongemak, zeg maar probleem, dat aan belangrijkheid toeneemt naarmate de zomerse dagen korter worden en dat opgelost zou moeten zijn voordat de kortste dag van het jaar is aangebroken.
Hout is bewerkelijk en geeft veel gedoe, tenminste voor mensen als wij, zonder overvolle portemonnee.
Tja, waarom kiezen we er dan voor, als het elk jaar weer een probleem oplevert? zou je denken.
Het is een haat-liefde verhouding, dat is duidelijk.
Want wat is er mooier dan stoken en koken op hout? “Geweldig,  er is toch geen betere warmte als deze,” zeggen we tevreden tegen elkaar, terwijl we ons behaaglijk voor de kachel nestelen.
En dan hebben we het nog niet over de heerlijke geuren die een open haart of houtkachel door je huis verspreiden.

Henk blijft een vrolijke kok bij de gratie van het hout. Onvermoeibaar staat hij elke winteravond in de keuken te kokerellen en pannen van de ene kant van het fornuis naar de andere kant te schuiven, terwijl ik gezellig bij hem aan de andere kant van de keukenbar aan een wijntje zit te nippen.
“Oh, dit ontspant me toch zo, dat koken op hout,” zegt hij zo vaak.
“Ja, fijn hè Henk,” zeg ik sluw, “wat is dat een goede keuze geweest dat wij op een houtfornuis zijn overgegaan!”
Ondanks dat het me al wel extra kilo’s heeft opgeleverd, want tja het koken op hout gaat nu eenmaal langzamer dan op gas, wat mij weer aanleiding geeft tot snaaien van een kaasplankje, ben ik er toch echt bij gebaat dat mijn man een blije kok blijft.
’s Zomers als de buitenkeuken met gasfornuis in gebruik is, beginnen er regelmatig enige geïrriteerde woorden te vallen over mijn totale ‘niet over eten koken nadenken’ mentaliteit. Meestal als er weer eens iets aangebrand is, vergeet Henk dat koken zijn hobby is en vindt hij het ineens een taak voor ons allebei.
Nou en mijn hobby is het zeker niet!   
Dus eigenlijk kun je zeggen dat ons huishoudelijk geluk in grote mate bepaald wordt door hout.
En daar ligt nu 21 kuub van voor de deur aan de andere kant van de weg. Heel fijn.

Afgelopen maandag belde de fabriek dat ze konden komen storten en aangezien we volledig zonder hout zitten en het sneller winter is dan we zouden willen, stemden we in.
De houtfabriek is de nieuwe vondst van dit jaar waar we ontzettend blij mee zijn. Zij verkopen afvalhout voor de helft van de prijs van gewoon stookhout.
Nu zitten er, behalve de enorme financiële voordelen, ook wat haken en ogen aan dit koopje.
Het is afwachten wanneer je aan de beurt bent en wat je zal krijgen, in welke lengte en dikte het hout is afgezaagd.
Maar het meest bewerkelijke is dat het alleen maar in grote hoeveelheden aangeleverd wordt, namelijk een vrachtwagenlading. En deze vrachtwagen kan niet op ons privéterrein komen, dus werd de hele hoop op dinsdag, in één klap op het terrein voor ons huis gestort.
En daar zit een probleem, het ligt daar niet veilig. Ook in deze vreedzame Auvergne bevinden zich mensen die het mijn en het dijn niet altijd van elkaar kunnen scheiden en sinds de crisis al helemaal niet meer. Dus moet alles verplaatst worden naar onze tuin en hiervoor hebben wij alleen onze eigen mankracht en twee kruiwagens tot onze beschikking. Dus niks geen schrijvers allures voor mij maar gewoon sjouwen.

Op dit moment hebben we er zo’n zes kuub tussenuit gesleept de afgelopen dagen, in de volle zon met een temperatuur van 35 graden gaat dat zo snel niet. Terwijl  we zaterdag en vandaag weer niets konden doen omdat het ineens stortregende. De tijd dringt.
Het is een enorme klus want het hout is namelijk verdeeld in twee categorieën: 1, dat wat gekliefd moet worden voordat het in het hok kan, wat zéér veel werk is, en 2, kleine latjes van dertig bij tien centimeter, waardoor je blijft bukken en ook eindeloos blijft stapelen.
Nu loopt het normaal gesproken allemaal niet zo’n vaart, want ons huis staat nog geen tien meter van deze houtberg af, dus als er nachtelijke bezoekers zijn gaan onze honden wel tekeer.
Maar dan moet je wel thuis zijn natuurlijk.

En dat zijn we dus niet, want over drie dagen gaan we voor de boekpresentatie een week naar Nederland.
Zodoende zijn we al dagen aan het buffelen en zal dat de komende dagen nog wel even door moeten gaan. Helaas heeft Henk ook nog een hele repetitiedag voordat we vertrekken over drie dagen.
En 21 kuub is haast onoverzichtelijk veel!  Eén kruiwagenlading lijkt geen enkel verschil te maken.
Inmiddels heb ik overal spierpijn, m’n rug, m’n billen, m’n benen, ja zelfs m’n handen en voeten doen zeer. ’s Avonds duik ik uitgeput mijn bed in en val in slaap. Maar gelijktijdig draait ook mijn hoofd, na enige uren slaap weer op volle toeren vanwege alle spanning rondom de boekpresentatie. Dus rond drie uur ’s nachts lig ik weer klaarwakker na te denken over hoe ik het allemaal aan ga pakken.

Juist nu ik een persoonlijk creatieve mijlpaal beleef zou ik me eigenlijk rustig willen voorbereiden op mijn nieuwe rol als schrijfster en de presentatie van mijn boek.  Nadenken over wie ik moet benaderen, wat ik wil zeggen in de speech, alvast bedenken wat ik in het boek ga schrijven tijdens de signeersessie, nog wat extra oefenen in voorlezen en schoonschrijven. Kortom, mezelf in een ontspannen mood brengen.
Het zit er niet in.
Zoals alles in mijn leven zal ook dit weer spontaan moeten gaan verlopen.
Laat ik er maar op vertrouwen dat ik ter plekke wel de juiste woorden en houding zal vinden om mezelf te profileren!
Fijne bijkomstigheid van al die zware lichamelijke arbeid is wel, dat ik er aankomende zaterdag natuurlijk helemaal fantastisch strak uit ga zien, een sportschool is hier echt overbodig.
Zo heeft ieder nadeel, inderdaad, toch weer zijn voordeel! 

                                    ________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

zaterdag 17 augustus 2013

Part2, Speuren voor de Franse belastingdienst

De naam die ik bij de Trésorie heb opgeschreven, staat achter op de kwitantie die ik voor mijn storting heb gekregen. Ik vis in mijn tasje en pluk er het verfrommelde blaadje uit. Nog nooit heeft een kwitantie met deze recordsnelheid, de weg van Trésor Public naar mijn bureau afgelegd, waar nieuwsgierigheid al niet goed voor is.
Computer aan, de speurtocht kan beginnen!
Laat ik eerst maar eens googlen of het woord dat maar één letter verschilt met de naam van een Nederlandse stad, ook als achternaam bestaat.
Ja hoor, direct prijs. Ondanks dat het voor mij een onwaarschijnlijke achternaam is,  verschijnen er meerdere personen op mijn beeldscherm, wat bedrijfsnamen en enkele via een facebook pagina.
Nou dat is dan duidelijk, dan is ‘de heer’ dus geen naam maar ‘monsieur’. Ik ben helemaal in mijn nopjes, wow wat is internet toch geweldig.
Maar hoe kom ik er nu achter of de persoon die ik zoek er tussenstaat? Het is allemaal leuk dat ik zo snel heb uitgevonden dat het dus zijn naam is maar nu heb ik geen enkele aanwijzing meer naar zijn woonplaats. Ik kan toch moeilijk al die bedrijven en facebook pagina’s uit gaan pluizen om te kijken of er linkjes naar de Auvergne zijn.
Ik zit wat te scrollen en door te klikken en dan zie ik een site die straatnamen aangeeft.
Ongelooflijk, dat zoiets bestaat! Wie bedenkt of maakt zo’n site?
Wat melig, je moet een naam invullen en dan verschijnen alle straatnamen in Nederland waar een familie met die naam woont. Ik ga het rijtje af en warempel ik zie een straat die met een beetje fantasie lijkt op het woord dat, wat ik me herinner, met blokletters op het papiertje van de Trésorie stond. Ik klik erop en ik krijg een adres in Waalwijk. Hiermee zoek ik op telefoonboek.nl, voilà ook dat verschijnt.
Record speurtijd, zeven minuten.
Trots bel ik de dames van de Trésor Public, we verifiëren de straat en het klopt, dit moet hem zijn! 
De dame reageert blij verrast, nu heeft ze zijn hele adres compleet, inclusief zijn telefoonnummer. Aangezien ik me inmiddels bij de zaak betrokken voel, vraag ik haar wat ze gaat doen. Of beter gezegd, ik bemoei me er gewoon mee en zeg haar dat bellen natuurlijk het snelst gaat.
“Oui, oui,” zegt ze zonder veel enthousiasme, “mais c’est difficile avec la langue.” Oh ja, dat durft ze natuurlijk niet, schiet door mijn hoofd.
Ondanks dat ik twijfel of dit niet te ver gaat,  stel ik voor dat ik wel wil bellen. De dame, maakt zich duidelijk niet zo druk over de beroepsethiek en neemt mijn aanbod direct aan. “Vraag naar hun Franse adres en welke belasting ze gestort hebben.”
Dit is toch wel weer bizar, sta ik met de belastingdienst te bespreken hoe ‘we’ hun klant moeten benaderen. Haha, dit vind ik leuheuk!

Ik bellen, maar in plaats van op  een Nederlandse man of vrouw, stuit ik op een Franse computerstem die zegt dat dit nummer op dit moment niet beschikbaar is. Dat is vreemd. Maar er is dus duidelijk wel een connectie met Frankrijk.
Ik bel weer terug naar de Trésorie en leg uit dat ik geen gehoor krijg en stel voor dat ze dan zelf op een later tijdstip maar contact moeten zoeken, of gewoon een briefje sturen. Terwijl we daarover bezig zijn, dat duurt altijd even want in Frankrijk moet een conversatie altijd in drie verschillende vormen herhaald worden, hoor ik een piepje in de hoorn. Een dubbelgesprek. Dat is vast die vent, denk ik en omdat je maar twee piepjes de tijd hebt om dat gesprek aan te nemen, zeg ik zeer gehaast dat ik moet ophangen en verbreek de lijn. Nu zou de telefoon weer moeten gaan rinkelen maar er gebeurt niets. Ik ben dus te laat.
Pff, de zaak begint wat slepend te worden, daar gaan we weer, terugbellen naar de Trésor Public. Terwijl ik uitleg dat het loos alarm was en we bezig zijn met afronden van het gesprek, hoor ik weer een piepje. Zul je hem weer hebben, denk ik vermoeid door de situatie, pff laat maar gaan, ik heb er geen zin meer in.
Ik wens de dame veel succes en we hangen op.

De verdere middag duik ik weer in mijn schrijversbestaan.
Rond vier uur gaat de telefoon, in het scherm zie ik een 06 nummer. Ik neem op: “Oui allo?”
Een, aan zijn stem te horen, wat oudere nette heer, maakt zich in een enigszins onzeker Frans, kenbaar met de naam die maar één letter verschilt met een Nederlandse plaatsnaam. “Vous me téléphoné?”
Daar is hij dan, hebben we toch nog contact.
Om hem direct uit deze Franse conversatie te bevrijden, antwoord ik wat lachend: “Ik ben Nederlandse hoor, we kunnen Nederlands spreken.”
“Ah, Nederlandse,” zegt de heer verbaast, “maar ik zag toch een Frans nummer staan?”
Ik leg uit dat ik in Frankrijk woon en dat ik hem bel namens de Franse belastingdienst. De heer maakt een geluid alsof hij me niet begrijpt. “Ja,” vervolg ik , “u heeft geld gestort, maar zij weten niet waarvoor.”
De heer antwoordt vragend: “Maar bent u dan van het office du tourisme?”
Nu begrijp ik hem weer niet. “ Nee, de Trésor Public, voor uw huis in Frankrijk.”
“Mevrouw, ik heb helemaal geen huis in Frankrijk.”
Dit is bizar!
“Maar waarom belt u me dan?” Ik leg uit wat er gebeurd is bij de Trésor Public en dan begint er iets bij de heer te dagen.
“Ja, ik heb wel geld gestort naar Frankrijk maar dat was voor de reservering van een camping. Vanuit welk dorp belt u?” Ik noem de naam van ons dorp.
“Ja,” zegt de man, “dat herken ik, daar willen we op vakantie volgende maand.
Ik heb een plaats op de camping besproken, daarvoor heb ik geld overgemaakt naar het office du tourisme. Is dat niet goed overgekomen?” vraagt hij met duidelijk ongeloof in zijn stem.
“Nee, blijkbaar niet,” zeg ik lachend, “meneer, het is hier redelijk middeleeuws hoor!”

De heer begint nu ook schik in ons gesprekje te krijgen.
“Nou mevrouw, dat kunt u wel zeggen!  Wat ik al een briefwisselingen heb gehad met die camping, dat is werkelijk ongelooflijk!
Het was niet mogelijk om per bank te betalen, alleen iets met chèques geloof ik. Maar ja, die hebben wij niet. Uiteindelijk was het toch mogelijk en kreeg ik een ibannummer van het office du tourisme. Daar heb ik het geld op gestort onder vermelding van ‘reservering camping’.”
“Ja, en de camping en het office zijn van de gemeente, vandaar dat uw geld waarschijnlijk bij de Trésor Public terecht is gekomen.”, vul ik aan.
We zijn eruit maar de man is nog steeds vol ongeloof over deze bizarre situatie. “Nou dank u wel hoor mevrouw, dat u dit voor ons heeft gedaan.”
Ik zeg hem dat het voor mij geen enkele moeite was en dat ik blij ben dat het nu opgelost is.
“Ja,” zegt de heer, “ik zeg nog zo tegen mijn vrouw, “wat gek, een Frans nummer”, ik dacht: dat moet m’n broer zijn, die woont in Frankrijk.
We stonden namelijk in een kerk, weet u, we zijn nu ook in frankrijk op vakantie maar gewoon in een hotel, onze telefoon staat doorverbonden naar m’n mobiel.”
Aha, denk ik, vandaar die Franse computerstem.
De heer is nu helemaal op dreef en begint enthousiast te ratelen over deze wel heel bijzondere toevalligheden allemaal. “ Maar ja in een kerk heb je geen goede verbinding. Dus ik naar buiten. Ik heb toen teruggebeld maar kreeg geen gehoor. Wie had dit nu kunnen verwachten?
Ja, dat doen we namelijk elk jaar, dan zoeken we ook een leuke camping, mijn broer is namelijk……” Er volgt nog een heel relaas over zijn familie en hun gewoontes.
Waar een bezoek aan de Trésor Public al niet toe kan leiden, ik houd van dit soort vreemde ontmoetingen en zo te voelen deze onbekende heer ook.
“Oh, en u woont daar mevrouw? Permanent?” Nieuwsgierigen herkennen elkaar altijd direct, dus ook ik vertel iets over onze situatie.

Toen we het Jazz Café nog hadden, zou ik meteen gezegd hebben: “Kom gerust eens langs.” Maar ja, we zijn geen publieke personen meer, we hebben hier gewoon een huis en that’s it.
Omdat dit voor mij ook een vreemde situatie is, laat ik het een beetje in het midden. Ik leg wel uit dat ik erg dicht bij de camping woon maar twijfel ook weer of ik die mensen dan zomaar weer in mijn privé leven moet uitnodigen. Het blijft hangen.
Nadat de heer me nogmaals bedankt heeft en ik hem een fijne vakantie heb toegewenst hangen we op.
Gelijk bellen met de Trésorie. “Ik heb het raadsel opgelost”, val ik on-Frans direct met de deur in huis.
Ik vertel het hele verhaal en ook de dame is verbaasd, de camping, dat ze daar niet aan gedacht hebben!
Ze bedankt me en zegt dan wat lachend, “Misschien moeten we wat van je belastingschuld afhalen.” Hahaha, lach ik, “nou, als dat zou kunnen!”
“Nee,”zegt ze nog na-grinnikend, “laat ik dat maar niet doen, dan kom ik nog in de gevangenis.”

Twee weken later gaat de telefoon, het is de heer met de naam die één letter verschilt met een Nederlandse plaatsnaam. Hartelijk, begroet ik hem.
“Mijn vrouw en ik hebben er al zo ontzettend om gelachen, wat een toestand! Ik wil u nogmaals bedanken.”
Ik antwoord dat het echt geen enkele moeite was en dat ik het nog leuk gevonden had ook.
“Maar wij dachten, heeft u misschien iets nodig uit Nederland? Kunnen wij iets voor u meenemen?”
Wat een aardige spontane mensen. Toch bedank ik voor het aanbod. Het was zo’n kleine moeite voor mij, voor mijn gevoel kan ik moeilijk zeggen “Neem maar een kilo oude kaas mee.”
Nee dat gaat te ver. De man vist nog wat naar mijn adres en dan hangen we op.
Ik heb zo’n vermoeden dat ik hem nog ga zien deze zomer. 


                               _________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 


uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

vrijdag 9 augustus 2013

Speuren voor de Franse belastingdienst

Als ik op het punt sta te vertrekken, schuift de dame van de Trésor Public, een beetje schuchter een papiertje onder mijn neus. Ze heeft een probleem, want er is vanuit Nederland een storting gedaan en ze kan onmogelijk ontraadselen door wie en voor wat het is. Ze heeft geen enkel aanknopingspunt. Op haar blaadje staan wat woorden vluchtig in een hoekje gekrabbeld.
Deze gegevens heeft ze telefonisch van de Banque de France doorgekregen maar aan het onduidelijke handschrift is te zien dat ze niet begreep wat ze schreef.
Op zichzelf al een vaag verhaal, aangezien elke Nederlandse betaling gepaard gaat met een omschrijving van de storting en zo niet, dan toch in ieder geval met de naam van de betaler, gewoon via de computer getypt op het afschrift.
Ergens in het stortingsproces moeten deze gegevens dus verdwenen zijn en dit is ongetwijfeld aan de Franse kant van de grens gebeurd.
Hoe het Franse banksysteem georganiseerd is, is mij een volkomen raadsel, ik vind het verschrikkelijk omslachtig. Maar ach, je moet het niet willen begrijpen, het is nu eenmaal zo, zoals met zoveel dingen in Frankrijk. Toch heeft het zeker ook zijn charme.
Doordat het zo ingewikkeld is om iets te betalen, internetbankieren nog uitgevonden moet worden, mijn bankrekening wisselvallig is en het belastingkantoor in ons dorp staat, bezoek ik eens per maand de dames van de Trésor Public om, cash en in partjes, aan onze betalingsplicht te voldoen.
Nou, ik moet zeggen het zijn schatten, deze twee dames, wat een geduld hebben zij met mij!

Want ondanks dat ik heb geaccepteerd dat het betalen omslachtig gaat, wil het nog niet zeggen dat ik er ook mee om kan gaan. Ik raak helemaal verdwaald in het losbladig systeem dat bij mij maar niet in ordners terecht wil komen.
Voor elke betaling krijg ik weer een kwitantie en weer een lijstje met aangepaste bedragen, die weer in mijn tas belanden, vervolgens een week later op het dressoir, daarna in een laatje, en met een beetje mazzel toch nog tussen alle andere rekeningen op mijn bureau.
En dan gebeurt er iets wonderlijks, het verdwijnt.
Dus altijd als ik in de haast, want voor je het weet zijn ze weer gesloten, op zoek ben naar de documenten, kan ik niets vinden.
Het gevolg is, dat ik negen van de tien keer aankom om te betalen, maar dat de dames in de computer moeten zoeken naar het soort belasting en het bedrag.
En dat kunnen nogal wat verschillende zaken zijn, aangezien we twee panden hebben en dus alles dubbel is. Sommige belasting- of wateraanslagen staan dan ook nog eens op verschillende namen. De ene keer op mijn meisjesnaam, dan weer op het Café des Arts, op Maison des Arts of op Henk Arts. De ijver waarmee de dames me altijd weer helpen is haast ontroerend. Niet één keer hebben ze gezegd dat ik maar terug moet komen als ik mijn zaakjes op orde heb. 



Nee in tegendeel, ze verschuiven handmatig zelfs nog wel eens de betalingsdatum en boetes die er van hogerhand vanwege een te late betaling zijn opgelegd, worden gewoon ge-delete uit het systeem.
Dat is zo leuk aan wonen à la Campagne, zo’n dorps betalingskantoortje maakt dat burger en staat nog erg dicht bij elkaar staan. Nu heb ik natuurlijk wel heel veel geluk met deze dames, die mij tutoyeren en het duidelijk goed met mij voor hebben.
Maar hierdoor duurt een betaling gepaard met een praatje dus al snel  twintig minuten.
Nu kan ik redelijk ongeduldig zijn maar een bezoek aan de Franse belastingdienst is altijd een aangename belevenis, het voelt alsof je iets krijgt, terwijl je toch staat te betalen.
Onze verstandhouding geeft vertrouwen, alsof de dames haast lieve tantes zijn die mij beschermen tegen strenge oom Belasting.

Waarschijnlijk is de sympathie wederzijds en vergeten zij ook de barrière staat-burger en hun rol als ambtenaar, waardoor ik nu dit papier onder mijn neus krijg.
Nieuwsgierig bekijk ik het blaadje. De dame wil weten wat de naam van de Nederlander is, of ik die misschien ken en in welk Frans dorp hij dan een huis heeft.
Op het papier staat:  ‘De heer’ en dan een naam, die maar één letter verschilt met een stad in Nederland en verder iets wat lijkt op een straatnaam.


“De Heer, betekent monsieur,” zeg ik. “Hoewel,” voeg ik er weifelend aan toe, “ als die andere naam nu zijn verkeerd gespelde woonplaats is, dan kan ‘De Heer’ ook zijn naam zijn.
Ik weet dat er in Zuid-Nederland mensen wonen die zo heten.”
Dit maakt het er allemaal niet makkelijker op.
De dame schudt haar hoofd. “Ja, wist ik maar voor welke belasting dit bedrag stond, dan kon ik het daarop terugvinden.”
“Ik wil wel op internet kijken of deze naam die op een stad lijkt, ook als achternaam bestaat. Misschien kan ik die man wel vinden," stel ik spontaan voor.
Duidelijk verlegen met de situatie, geeft ze toe dat dat misschien wel een goed idee zou zijn.
“Ah oui,” zegt ze met een beschroomd lachje, “ het is zo moeilijk met de taal, het is stom van ons maar wij spreken geen Nederlands en zelfs geen Engels.”
Toch is ze wat besluiteloos en vraagt of ik het echt niet bezwaarlijk vind.
“Mais non, ik doe het met plezier, kan ik eindelijk voor jullie ook eens iets terugdoen!” zeg ik resoluut en schrijf de naam op de achterkant van mijn kersverse kwitantie.
“Ik bel jullie vanmiddag, à tout à l’heure.”
Haha, nu ben ik ook al speurneus van de Trésorie, denk ik grinnikend bij mezelf terwijl ik, met m’n paperassen in de hand, het gebouw uitloop. Wat melig, dit kan alleen maar in Frankrijk.
Als ik thuiskom duik ik meteen nieuwsgierig achter de computer, nu wil ik het weten ook!

                        ______________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99




uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014



woensdag 24 juli 2013

Part1, Gelukkig zijn we verzekerd...

Oktober 2012. Al jaren rijd ik, vanwege mijn werk als artieste, met zeer grote regelmaat het traject 'Aubusson d’Auvergne  -  Nederland' en weer terug, meestal alleen. Ik houd van autorijden en vind die acht uur alleen in de auto, terwijl ik heerlijk over het goede Franse wegennet zoef, geen belasting maar eerder ontspannend.
Ik rijd vaak ’s avonds en ‘s nachts omdat het dan rustig is op de weg. Muziekje aan en gaan.
Mijn ouders, zelf niet erg reislustig, vinden die nachtelijke ritten van mij niet zo prettig, want wat als er wat gebeurd, als ik pech krijg bijvoorbeeld, dan sta ik daar als vrouw alleen in het holst van de nacht langs de autoroute. Tot nu toe lachte ik het vrolijk weg. “Mij gebeurt niets, en daarbij ik ben toch verzekerd!”
Onlangs belandde ik met Henk dan toch in die gevreesde situatie, autopech.
Na een ontzettend leuk weekend in Nederland rijden we, op een dinsdagochtend, opgetogen en nagenietend weer naar huis. Henk heeft zijn verjaardag in Nederland gevierd en we hebben iedereen weer gezien, veel hartelijke famillie en vrienden.
Ook de auto is in goede doen want deze heeft in Nederland bij een bevriend 'mannetje' een grote beurt gehad, compleet met nieuwe distributieketting, dus niets staat een gezellige terugreis in de weg.
Alles gaat zeer voorspoedig tot, rond drie uur ’s middags, net nadat we de buitenring (N104) rond Parijs opdraaien, ineens de radio wat zachter gaat spelen en het lampje van de accu gaat branden.
Foute boel, ik verstijf achter het stuur en mijn hart slaat sneller. In paniek probeer ik tussen het drukke verkeer door van de linker naar de rechter rijbaan te komen. De boardcomputer schrijft nu met vuurrode letters STOPPEN!!
 “Oh Henk wat moeten we doen?” jammer ik met een ijl stemmetje. “Straks valt de auto hier stil op de ring.”
Na vijf minuten komt er een afslag. We slaan af en komen in een buitenwijk met veel beton, veel verkeer, veel rotondes en geen garages. “Oh, oh, oh”, kan ik alleen nog maar uitroepen.
Dan ineens, na twintig minuten cirkelen, een wonder! We zien een Speedy, een soort Quickfit. Opgelucht draaien we het terrein op. Eén persoon zit in het kantoortje te bellen en blijft maar bellen. Na twintig minuten wachten komt er een monteur die wel even wil kijken. Dynamo kapot, constateert hij. Verdorie, dat is ernstig. Maar nog erger, hij kan het niet maken want zij doen niet aan elektriciteit. Maar, hij wil ons uit de brand helpen en stelt voor een nieuwe dynamo te bestellen, die zal morgen aankomen en hij wil het wel voor een klein prijsje repareren.
We zeggen dat we ook de assistance van onze verzekering AXA kunnen bellen om ons naar een echte garage te laten verslepen. Hij maakt ons bang. “Je weet niet waar ze je heenbrengen, die garages kunnen woekerprijzen vragen omdat ze weten dat je toch geen kant meer op kunt.”

Nu hebben we naast deze autopech nog een ander, zo niet groter probleem. De auto zit afgeladen vol met veel en ook redelijk kostbare spullen zoals, cadeautjes, boeken, flessen drank, zeven kratten bier, twee basgitaren, een versterker, kleding, slaapspullen en twee honden. Waar blijven we met dit alles in een buitenwijk van Parijs?
We besluiten toch de assistance te bellen want op deze plek kunnen we echt niet blijven.
Zij sturen een sleepwagen. Wachten. Om half vijf komt hij de bocht om en na wat getob met opladen in het beginnende spitsuur, sleept hij ons naar een piepklein gehucht 40 km van Parijs. Volgens de chauffeur zijn alle garages in Parijs al gesloten. Rond zes uur komen we aan. Ook hier kan de auto niet direct gerepareerd worden.
Maar nu we via de verzekering hulp krijgen, hebben we ook recht op een hotelovernachting of een huurauto. We kiezen voor de huurauto, want dan kunnen we met de honden naar huis en kan Henk morgen in ieder geval naar zijn geplande optreden. Axa zegt dat we hiervoor een creditkaart met opstaande cijfers moeten hebben. Die hebben we niet maar we zeggen van wel. We zien wel hoe we dat straks daar weer oplossen.
Axa gaat het regelen en zegt dat ze over tien minuten terugbellen.
Twintig minuten later nog niets gehoord, ik bel zelf. Er is een probleem, ze kunnen geen vervangende auto vinden waar al onze spullen in kunnen. Ze beloven over tien minuten terug te bellen wat ze dus niet doen. Ik bel zelf en Axa zegt dat ze het opgeven en dat we maar in een hotel moeten overnachten. Ze zullen wederom over tien minuten terugbellen.
Ondertussen wordt het steeds maar later. Weer probleem, hotels die nog kamers hebben, accepteren geen honden. Half acht inmiddels, Axa belt en zegt toch een autobedrijf gevonden te hebben, alleen is het wat omslachtig want het bedrijf zit helemaal aan de andere kant van Parijs. Er zal een taxi komen om ons op te halen maar helaas zullen daar al onze spullen niet in passen. De garagehouder verzekert dat er niets met de spullen kan gebeuren want de auto staat op zijn terrein en het hek is gesloten als hij straks sluit.
Wachten, geen taxi.  Om acht uur zegt de garagehouder dat hij nu toch echt gaat sluiten. We besluiten de gitaren en versterker en wat kleding in ieder geval mee te nemen. De drank en de cadeautjes verstoppen we onder een dekbed.
De poort van de garage gaat dicht, de lichten uit en daar zitten we dan, met de honden en een groot deel van de spullen in het donker en de kou, langs de kant van de route nationale, waar de auto’s voorbij razen. De taxi blijkt dit afgelegen oord niet te kunnen vinden en komt pas aan om negen uur. Wij zijn inmiddels helemaal verkleumd.
Op naar de AVIS, het autoverhuurbedrijf. Hier komen we om kwart voor tien aan. We moeten de man uit zijn privéhuis bellen. Natuurlijk probleem met de creditkaart, maar bij hoge uitzondering en omdat hij van ons af wil op dit tijdsstip, belt hij zijn baas en accepteren ze een borg van tweehonderdvijftig euro.

We krijgen een busje. Spullen achterin, honden bij ons voorin in de piepkleine cabine. Het kleintje bij Henk op schoot en de grote op zijn voeten. Vijf uur rijden voor de boeg. Busje rijdt goed alleen hebben de koplampen een erg korte reikwijdte.
Onderweg, bij Nevers is er een niet van te voren aangegeven wegafzetting, ik zie het te laat en ram de eerste kegel. Dit geeft zulke enorme klappen dat het lijkt alsof de hele onderkant van het busje opengereten wordt.
We stoppen met hartkloppingen, een beginnende slaapaanval is volledig verdwenen.
In het pikdonker kruipt Henk onder het busje. De schade lijkt mee te vallen. Oh, laten we het hopen want wat moeten we doen als we de borg kwijt raken. Naast de reparatie die bijna zeshonderd euro zal gaan kosten, kunnen we er dat echt niet meer bij hebben!
Onderweg zien we allemaal kapot gereden kegels liggen. Blijkbaar zijn we niet de enigen die verrast zijn.  
Om vier uur ’s nachts rijden we uitgeput de parkeerplaats naast ons huis op. Thuis in de Auvergne. De volgende ochtend blijkt er een onderdeel uit de bumper van het busje te ontbreken maar Henk heeft in het donker iets van de weg gegrist, dit blijkt het ontbrekende kapje te zijn, dat is dan wel weer mazzel.
Poeh, is alles toch nog goed gekomen. Overmorgen weer terug naar Parijs en de film in tegengestelde richting afdraaien. Ik heb nu al frisse tegenzin.
Gelukkig weet ik hier nog niet wat me nog te wachten staat....
_______________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99



uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

part.2, Gelukkig zijn we verzekerd...

Donderdagochtend tien uur vertrek ik weer naar AVIS in Parijs, het voorstadje ligt westelijk van het centrum, voor mij precies aan de verkeerde kant van Parijs. De planning is om daar om drie uur aan te komen. Op de A6, voor Parijs file. Ik sta anderhalf uur stil. Hierdoor kom ik laat aan op de Périphérique. Ik moet dwars door Parijs heen en heb geen GPS en nog wel uit principe. Dat bij deze kan gaan varen!
De route, die ik thuis had uitgeprint, blijkt midden in het centrum, gedurende vier kilometer, hevige verkeershinder te hebben. Ze werken aan een reparatie of aanleg van de Tram- of Metrolijn. De hele  middenberm is één grote bouwput. 
‘Deze weg  vermijden!’ staat er op een bord. Ik weet geen andere weg. Zie ineens ook geen borden meer van het voorstadje. Ik twijfel en draai om en kom erachter dat ik toch goed zat. Aangezien hier alles éénrichtingverkeer is vlieg ik met het busje over een aantal stoepen, om toch weer terug op die weg te komen en sluit wederom aan in de file. Het is hectisch, aangezien er geen echte weg meer is maar meer een stofpad naast die bouwput, houdt niemand zich meer aan de verkeersregels en voegt iedereen maar kriskras in en uit. Wat een ellende want ik moet ook nog ergens zien te tanken.
Net voor ik bij AVIS ben zie ik gelukkig een tankstation. Deze werkt alleen op bankpasjes. Weer probleem, om onverklaarbare reden doet mijn Franse pasje niets, dus geen diesel.
Dan maar doorrijden naar AVIS, ik ben er in ieder geval aangekomen.
Ik vraag of ik de auto ook gewoon bij hen af kan tanken. Dat kan, maar dan wordt het drie euro per liter. Dat is te gek, dus weer op zoek naar een tankstation.
Het is half zes en ik rijd de file weer in. Zij zullen alvast Axa bellen om tijd te winnen, zodat die alvast een taxi kunnen bellen om mij naar de garage naar die verloren plek aan de oostkant van de stad te brengen.
Bij het tankstation is er weer ellende want ook hier doet mijn pas het niet. Omdat ik haast heb en zo even geen andere oplossing weet betaal ik dan maar contant van het geld dat ik voor de reparatie bij me heb. Zometeen heb ik daar dus te weinig geld. Ondertussen ben ik murw, eerst dit probleem oplossen de rest zie ik straks wel weer.

Een half uur later ben ik weer terug bij AVIS en heb aan alle voorwaarden voldaan. Axa heeft nog geen taxi geregeld, er blijken weer eens problemen te zijn met het vinden van een taxi, ze zullen over tien minuten terugbellen.
Na twintig minuten belt Axa en zegt dat ik de huurauto nog maar een dag moet lenen want het is te laat om nog naar de garage te gaan.
Nu raak ik toch echt in paniek, ik heb geen geld waar moet ik blijven? Ik bel zelf de garage en vraag smekend of ze op me willen wachten. Ze beloven tot acht uur open te blijven.
AVIS belt Axa dat er toch een taxi moet komen. Axa  twijfelt of we het gaan halen want er is overal file. Het toeval wil dat er juist vandaag ook nog staking is bij het openbaar vervoer, waardoor bijna alle taxis bezet zijn en al het verkeer in en om de stad nu helemaal plat ligt. Axa belooft terug te bellen en doet het niet.
AVIS belt nog drie keer want ook bij hen dringt de tijd, ze gaan sluiten om zeven uur. Dat is over tien minuten. Axa kan nog niets concreets beloven en de bedrijfsleider van AVIS is zo vriendelijk om toch nog even op kantoor te blijven en met mij te wachten op antwoord.
Half acht nog geen teken van Axa.
Ik bel weer naar de garage maar er wordt niet opgenomen. Weer paniek, straks sta ik daar met mijn taxi in the middle of nowhere en dan zijn ze er niet meer. Normaal gesproken ben ik redelijk stressbestendig maar ik trek het even niet meer, ik ben moe en op van de zenuwen. Ik heb niets bij me, geen spullen voor mijn lenzen, geen slaapspullen, niets te eten, niet genoeg geld voor een hotel en het begint al aardig koud te worden 's nachts. Ik heb nog niet eens een jas bij me. Ik kan mijn tranen niet meer bedwingen, bibberig zit ik te sniffen op mijn stoel.
Om tien voor acht arriveert de taxi. Ik spring haast een gat in de lucht. Nadat ik de mensen van AVIS heel hartelijk bedankt heb, vertrek ik dan eindelijk richting mijn auto.
En nu hebben we eindelijk eens wat geluk want vanwege het tijdsstip zijn er inmiddels minder files en de taxichauffeur is bereid om wat gas bij te geven. Volgens zijn routeplanner zullen we er over drie kwartier zijn. Ik probeer toch nog de garage te bellen, gelukkig, de man neemt nu wel op. Ik zeg dat ik in de taxi zit en lieg dat we er over 35 minuten zijn. De man zegt dat ik op moet schieten want hij heeft een afspraak.
In de buurt van de garage raakt ook deze taxi gps het spoor bijster. Ik vis nog een uitgeprint kaartje uit mijn tas. We zitten in de buurt, nog een rotonde en een dorp door en dan komen we op de weg van de garage. Al met al is de reis toch redelijk snel gegaan het is half negen als we aankomen.

Over tot betaling. Aangezien ik vijenveertig euro opgebruikt heb aan gasolie kom ik dat nu tekort. Ik tel al het kleingeld bij elkaar en kom best ver, maar ik mis toch twintig euro. Als afleiding vraag ik of ik het mag pinnen maar de man heeft het apparaat al opgeborgen. 
Ik trek mijn meest hulpeloze en betrouwbare gezicht en vraag hem of ik het geld dan op mag sturen. De man doet moeilijk.
Dan heb ik een idee. In de auto zit nog de drank die over was van het feestje van Henk. Ik betaal met vier kratten Heineken. Het kan me allemaal niks meer schelen als ik maar weg kan hier.
En dan hè hè, zit ik eindelijk in mijn auto maar zonder één cent op zak. Ik rijd richting rondweg, de opritten gaan alleen richting vliegveld en dat is precies de verkeerde kant op. Ik dwaal wat over het donkere platteland en kom uiteindelijk bij een goede oprit.
Ik bedenk me dat ik zonder geld dus ook niet over de tolweg kan en ik weet ook niet of ik het ga redden  met de dieselolie.
Als ik door de stad Melun kom zie ik een pinautomaat. Toch nog eens proberen. De Franse pas is nog steeds geblokkeerd, ik snap er niets van. Zonder veel hoop, probeer ik nog even een Nederlandse pas, die ik zelden gebruik en warempel ik kan pinnen. Ik slaag een zucht van verlichting en ga weer richting A6 de tolweg op.
De auto rijdt verder erg goed en om twee uur ‘s nachts ben ik thuis.... volledig uitgeput!  Als ik de volgende dag mijn moeder bel om het verhaal in geuren en kleuren te vertellen, antwoordt ze bezorgd: "Ga nu de volgende keer toch maar overdag rijden hoor." Ik wuif het weg. "Het is altijd een risico, maar ach, ik ben toch verzekerd." grap ik erachteraan.
Volgende week vrijdag is het weer zover en ga ik weer vol goede moed op weg naar Nederland voor een optreden, gelukkig zit ik dan weer alleen in de auto!

_______________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014 

dinsdag 16 juli 2013

Laissez-faire mentaliteit

“Ze zijn bezig met landmeten”, zegt Henk terloops terwijl hij zijn contrabas naar binnen sleurt. Hij komt net terug van een repetitie.
“Oh jee, zouden ze dan toch beginnen?”, reageer ik enigszins verontrust.  “Waar waren ze?”
“Net voor Berlet.”  
Berlet is een ‘hameau’, een gehuchtje dat iets verderop aan de weg ligt.
“En heb je dan niet gevraagd aan die mannen wat ze daar staan te doen?”
“Landmeten natuurlijk!” antwoordt Henk droog.
“Ja, hè hè, dat snap ik ook wel! Nee, ik bedoel of zij toevallig weten wat er gaat gebeuren.”
“Ik ben me besodemieterd, ik ga dat een beetje aan die lui vragen, die weten dat toch niet. Ik kijk wel uit, dan moet ik nog met ze praten ook.”
Ik had me deze vraag kunnen besparen want Henk zal nooit iets vragen, daar is hij niet nieuwsgierig genoeg voor en hij heeft een bloedhekel aan zomaar een praatje maken.
Ik wel, ik ben van het praatje en zeker van het vragen. Je weet het maar nooit, misschien weten ze het wel, dan zou ik het nu ook weten.
“Nou, we zien het wel hoor,” zegt Henk laconiek, “voor ze aan iets beginnen moeten ze toch eerst bij ons komen, lijkt me.”
“Ja, daar heb je ook weer gelijk in”, zeg ik terwijl ik weer aanstalten maak om naar mijn etage en schrijversbestaan te verdwijnen.
Een uurtje later roept Henk naar boven: “Lies, hier is je kans! Ze staan nu voor de deur.”
Ik schiet naar beneden, hup naar buiten en stap op de mannen af . Even later stap ik opgelucht weer naar binnen.
Het is voor de EDF, de energiemaatschappij, ze willen de stroomdraden ondergronds maken.
Poeh, gelukkig, loos alarm voor dit moment. Al hoewel we al bijna een jaar niets meer gehoord hebben hangt er, sinds januari 2012 iets bijzonder vervelends boven ons hoofd.

Op een dag rond een uur of twee in de middag wordt er aan de bel getrokken. Een dame en een heer staan voor de deur. De dame draagt een aktetas en de heer een grote rol papier, of ze even binnen mogen komen en in de tuin kijken. Ze komen voor de verbreding van de weg.
“Natuurlijk”, zeg ik verrast maar ook op mijn hoede. “Wat gaat er gebeuren?”
Het blijkt dat de weg tussen  de dorpjes Courpière en Aubusson in z’n geheel  met drie meter verbreed wordt.
Hier zijn ze tien jaar geleden aan begonnen, maar door geldgebrek is alleen het gedeelte tussen het kruispunt waaraan ons huis staat en Aubusson gedaan. Daar is de weg inderdaad breder.
Eind 2012 is het tweede gedeelte aan de beurt.
Wij weten niets van dit plan. We wonen hier nu sinds 2004 en we hebben nog nooit enig bericht gehad, het is ook niet besproken tijdens de koop.
Dit had ik totaal niet verwacht. Sterker nog, toevallig zeiden Henk en ik deze week nog tegen elkaar dat wij hier toch maar lekker rustig wonen, zonder kans op een snelweg of TGV-lijn voor de deur.
Wat vreselijk! Weg verbreden betekent meer verkeer en harder rijden. Daar gaat ons prachtige weggetje dat zo lieflijk langs de rivier kronkelt.
Het blijkt een omvangrijk project te zijn dat wel twee jaar kan duren. De eigenaren moeten eerst een strook van hun land verkopen. Ook het uitvoerend werk zal, vanwege de rotsen en de rivier, een hele klus worden. In principe kan de verbreding niet aan de rivierkant, dus op sommige plaatsen moeten ze rotspartijen met dynamiet opblazen.
De dame vraagt of ze even in de tuin mogen kijken.

Ons terrein kronkelt ongeveer honderdvijftig meter met de weg mee. Het eerste gedeelte van zo’n vijftig meter vanaf ons huis is plat en tuin, daarna gaat het omhoog en worden het rotsen met bos. Langs de gehele lengte van het tuingedeelte staat een enorme haag die voor beschutting en privacy zorgt. De rots achterin ligt in de bocht tussen ons en de weg, waardoor de automobilisten van die kant ook niet de tuin in kunnen kijken.
Als we de tuin in komen zie ik dat de dame dit niet had verwacht. “Mooi hè,” zeg ik breed lachend van trots, “hier zijn we nu voor naar Frankrijk gekomen.” De dame kan het zich indenken maar ze kijkt bedenkelijk. Al snel begrijp ik waarom.
Ondanks dat wij wel genoeg ruimte hebben aan de rivierkant van de weg, is ook hier de wegverbreding richting tuin gepland,  precies op de plek van de haag. Ook de lindeboom waar wij met mooi weer altijd onder eten, moet eraan en de rots die ons zo fijn afschermt, zal opgeblazen moeten worden. Paniek vliegt me naar de keel en ik voel een enorme knoop in mijn maag.
“Ja, maar dat kan niet,” zeg ik met een van emotie hoog stemmetje, dan zijn we onze tuin en privacy kwijt. Jullie kunnen toch niet zomaar een weg door onze tuin plannen?”
De dame geeft toe dat, nu ze dit ziet, het ook wel een ondoordachte keuze is. Ze zijn al jaren met het plan bezig en hebben alleen maar gewerkt met de gegevens van het kadaster. Hierop is onze tuin een weiland, ze hebben zich niet gerealiseerd dat het inmiddels een privétuin is.
“Nou dat kan echt niet hoor! Waarom zijn wij hierover nooit ingelicht? Als we dit hadden geweten hadden we nooit dit huis gekocht!”
Ik val stil. Dit is een regelrechte ramp! Maar mijn paniek verandert in boosheid en ik vervolg: “Aan de overkant is er plek genoeg, ga daar maar plannen! En daarbij als wij niet verkopen, dan kunnen jullie toch niets doen!”
De dame en de heer bekijken de optie , meten hier en daar wat en daarna gaan we weer naar binnen. De rol papier wordt op tafel uitgerold en ze laat ons de omvang van het project zien. De bedoeling is dat ze eind 2012 beginnen, aan onze kant.
Een kwartiertje later staan ze weer buiten. De dame heeft beloofd dat ze zal onderzoeken of er een mogelijkheid is om het plan bij ons te wijzigen.

De hele gemeenschap is in rep en roer. Niet alleen wij komen er slecht vanaf, bij de buurman die in Berlet woont, willen ze zowat door zijn keuken heen en verder zal zijn gehele tuin binnen het project vallen, dus die is hij kwijt. De waarde van onze huizen zal er ook niet op vooruitgaan, zijn huis zal zelfs onverkoopbaar worden. De oude man windt zich zo op dat hij naar de dokter moet om pillen te halen voor zijn hart. Er wordt in onze omgeving over niets anders meer gesproken dan de weg.
Omdat blijkbaar alle bewoners heftig geprotesteerd hebben, komt er een dorps enquête op gang. Iedereen erheen.
Het gaat heel knullig, er is een tafel waar het uiteindelijke plan op gepresenteerd ligt. De weg gaat nog steeds door onze tuin, zie ik direct. Iedereen mag het plan inzien en heeft dan één week de tijd om bezwaar te maken. Dit kun je aantekenen in een groot boek. Wij hebben thuis op de computer een bezwaarschrift opgesteld, compleet met tekening van onze suggestie.
Als we in het gemeentehuis aankomen, komt de buurman net naar buiten. Nou die moet vast wel een uurtje of wat binnen gezeten hebben, want hij heeft met de pen wel vier bladzijdes in het boek volgeschreven. Onze enveloppe wordt niet geaccepteerd, het bezwaar moet in het boek staan.
Omdat wij er nogal moeilijk over doen, plakt de burgemeester dan maar zelf onze brief in het boek en zet er een krabbel bij.
Dan wordt het wachten. Van sommige omwonenden horen we dat ze al terrein verkocht hebben.
De weg begint ons leven te beheersen en ons woonplezier te verpesten.
Onze dokter is een gitaar leerling van Henk en biedt aan om de zaak eens met een bevriend advocaat te bespreken. Misschien kan hij ook ons bezwaarschrift eens beoordelen. De man schrijft belangeloos een nieuw bezwaarschrift, dat wij weer naar de Préfecture sturen.
Als ik na een paar dagen bel om te controleren of het goed ontvangen is en om te vragen hoe het nu verder gaat, krijg ik te horen dat alles onder behandeling is en dat we spoedig bericht krijgen.


Zomer 2012 gaat voorbij en nog steeds hebben we geen bericht van het departement. Het wordt november, nog steeds geen teken van leven. Wij zijn zelfs nog niet eens benaderd voor de grondverkoop, terwijl ze toch als eerste bij ons zouden beginnen,  rond deze tijd zo’n beetje.
Inmiddels is het juli 2013 en zwijgt het departement in alle talen.
Via een lager in rangorde werkende ambtenaar van de buitendienst, die ik bij het Lac tegenkom, hoor ik dat er geen geld is. “C’est la crise”, zegt hij terwijl hij zijn schouders ophaalt en op z’n andere been gaat staan om ons genoeglijke praatje nog wat langer vol te houden.
Ik kijk meewarig maar jubel van binnen. Toch nog iets goeds aan die crisis! Opgetogen vertel ik het Henk later.
Inmiddels beginnen we al te denken dat het hele plan niet door zal gaan, dat het een storm in een glas water geweest is, zoals met zoveel zaken hier in Frankrijk.
Maar daar staan dan ineens vandaag die mannetjes te meten, gelukkig voor de EDF, niets te vrezen dus, in tegenstelling, het is voor iets waar ik ontzettend blij mee ben, de stroom komt ondergronds! Hoe vaak wij geen stroomstoring hebben als het waait.
In m’n nopjes zit ik wat over die stroom en de vooruitgang te mijmeren. Hoe zouden ze dat eigenlijk aan gaan pakken met al die rotsen hier? Dat wordt nog een heel project. In gedachte zie ik ze al langs de weg graven.
Ineens schiet er een angstaanjagende ‘Hollandse’ gedachte achteraan,  oh jee, ze zullen toch niet hun projecten koppelen en gaan samenwerken? Als ze slim zijn doen ze dat natuurlijk, dat scheelt veel tijd en geld!
Nu is dit een volkomen niet-Franse oplossing, maar je weet het maar nooit.
Gisteren klaagde een bevriende Franse muzikant gekscherend dat Frankrijk vernoordelijkt en haar Latijnse “laissez-faire” mentaliteit aan het verliezen is.    
“Lieve God, laat ze hier alstublieft nog wat langer Frans blijven”, doe ik een schietgebedje.
________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

 
Toekomstmuziek in Frankrijk, dromen over de grens
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten. 

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014