Om kwart over acht ‘s ochtends begint mijn mobiele telefoon te rinkelen, op het display zie ik een onbekend Frans nummer. Zondagochtend, wie belt er nu op dit
tijdstip? Een beetje verwonderd neem ik op.
Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn stelt zich voor in het
Nederlands en vraagt of ik nog steeds plaats in de auto heb. Haar man en
dochter zijn in Breda en zoeken een lift naar Parijs.
“Ja natuurlijk!” antwoord ik verrast. Ze geeft me zijn telefoonnummer zodat ik het
verder met hem kan regelen.
Zo dat is geluk hebben, denk ik in m’n nopjes, toch nog gedeelde reiskosten.
Vier dagen geleden ben ik, met redelijke bibbers in mijn lijf, toch weer in onze
oude Renault Espace uit 1993 naar Nederland gereden voor een optreden.
Een reis waar ik van te voren wel heel erg tegenop zag maar die wonderwel toch weer goed
verlopen is. De motor liep zelfs als een zonnetje en ook in Nederland reed ik vlekkeloos nog zo'n driehonderd kilometer weg.
Dit had me de moed gegeven om toch een oproep voor co-voiturage voor de
terugweg te plaatsen op Nederlanders.fr
Helaas heeft er niemand gereageerd, maar daar heb ik met Henk door de telefoon ontzettend om gelachen. “Die hebben natuurlijk allemaal m’n blogverhaal ‘In z’n
drie door Vichy’ gelezen”.
Ik bel de man en krijg een adres in het Ginniken, een wat sjiekere wijk in
Breda. De man klinkt aardig en keurig. “Ik heb wel een oude auto hoor, geen
luxe!” waarschuw ik toch maar even voor de zekerheid. Hij vindt het geen enkel
probleem en we spreken af dat ik er om tien uur zal zijn.
Ik vind het spannend, dit is de eerste keer dat ik iemand meeneem die ik niet
ken. Ik rijd bijna altijd alleen, daar houd ik van, dan heb ik m’n gedachten voor
mezelf en kan ik lekker harde muziek luisteren. Nu gaat deze man met dochter, alleen maar mee tot Parijs, de helft
van mijn reis, maar toch zullen we nog zo’n drie à vier uur bij elkaar in
de auto moeten zitten, hopelijk hebben we wat gespreksstof anders duurt zo’n
reis knap lang.
Wat zou het eigenlijk voor iemand zijn?
Een vader en een dochter die naar Parijs gaan en een moeder die uit Parijs
belt, zoiets maakt me toch nieuwsgierig. Het zal wel een gescheiden man zijn,
denk ik het antwoord te weten. Het kind zal dan wel bij haar moeder in Parijs
wonen. Als het maar niet zo’n kleine krijsende dreumes is.
Ojee, en ik moet lachen bij de gedachte, straks heeft hij allemaal ‘kinderen
voor kinderen’ cd tjes bij zich om het meisje zoet te houden. Dat zal mijn
geluk weer wezen!
Ach, we zullen wel zien, voorlopig ben ik blij dat ik mijn kosten wat kan
delen, maar vooral dat ik weer naar huis ga.
Deze keer verloopt het bezoek aan Nederland niet echt ontspannen. Ik weet niet
wat ik heb, ik ben gevoeliger dan normaal, erg moe en kan me slecht
concentreren.
M’n optreden is daardoor nogal zwaar geweest.
Het bezoek aan m’n dochter in Amsterdam voelt als 'veel tekort' en ondanks dat is
het parkeertarief nog te hoog.
Hoewel ik op het ogenblik best gelukkig ben en ik me erg verheugd heb om haar weer
te zien, maakt ons weerzien me dit keer melancholiek. Wat mis ik eigenlijk een
groot deel van haar handel en wandel, nooit kunnen we eens even gezellig bij elkaar langs.
Wat is nu eigenlijk mijn moederrol? Ik ben me pijnlijk bewust dat ik haar al
een hele tijd niet meer even lekker heb kunnen verwennen met cadeautjes of
leuke kleren. Een bezoekje aan de ‘stad’ en samen lekker lunchen op een
terrasje, wanneer was dat voor het laatst?
Ik voel me verdrietig en in de war.
Wat is de prijs eigenlijk die ik betaal voor mijn droomleven in Frankrijk? Ik
houd van mijn dochter en toch kies ik voor een leven met een veel lagere
levensstandaard, zodat ik haar lang niet zo vaak kan zien als dat ik zou
willen. Groeien we niet uit elkaar? Ze is vijfentwintig inmiddels, terwijl ze
in mijn hoofd maar steeds achttien blijft.
Ik kijk naar mezelf met mijn oude autobrik, om me heen vliegen de grote en
vooral nieuwe auto’s langs me heen. Nederland is één en al bling bling, het
levensritme is hier twee of misschien wel drie keer zo snel als in de Auvergne.
Dit kan ik nooit evenaren. Ik ben blij dat ik hier nog kan komen voor een
bezoekje maar meer zit er voorlopig niet in. Toch voel ik tegelijkertijd ook
dat ik deze snelle wereld aardig begin te ontgroeien, ik moet er niet aan
denken om nog aan deze ratrace mee te doen.
Met een behoorlijke brok in m’n keel rijd ik weer naar Brabant, naar m’n ouders
om hier nog één nachtje te slapen voor mijn terugkeer naar huis. Terug naar de
rust en de natuur.
Maar in plaats van nog een laatste gezellig avondje krijg ik op de valreep nog
een tirade van m’n vader over me heen.
Dit heb ik sinds mijn pubertijd niet meer meegemaakt en je zou het op mijn
leeftijd ook niet meer verwachten, maar blijkbaar zit het hem erg hoog.
De strekking is duidelijk: het wordt tijd dat ik terugkom. De résidence d’artistes en jazzclub, waarvoor we naar Frankrijk zijn verhuisd
is van de baan, dus waarom zouden we dan nog in Frankrijk blijven?
“Je kunt daar de kost maar amper verdienen, wat zoek je daar toch in die
armoede!” roept hij boos uit. Hiermee volkomen voorbijgaand aan alles wat me
lief is en waar ik trots op ben.
Nu kan ik me zijn standpunt ook wel voorstellen, we moeten best wel sappelen om rond te komen en soms raak ik daar
ook wel van in de stress, maar anders
dan mijn vader zie ik nog steeds mogelijkheden.
Hij gaat ook voorbij aan het feit dat ik al bijna tien jaar weg ben. Behalve mijn dierbare
familie en een paar goede vrienden en af en toe een optreden, is er niets meer dat
me aan Nederland bindt. Ik heb in Frankrijk een nieuw leven opgebouwd. We
hebben ontzettend hard gewerkt om ons huis prachtig te verbouwen en een
gezellige stek te creëren. Ik heb een geweldige werkplek waar ik heerlijk kan
schrijven.
Maar vooral dat het leven in Frankrijk een ‘mode de vie’ is die mij ontzettend
bevalt en dat ik dit leven niet zomaar meer wil en kan loslaten, is iets wat hij totaal
niet begrijpt.
Voor hem is het gewoon terugkomen en de draad weer oppakken, nou zo simpel ligt
dat niet!
Dit probeer ik hem allemaal uit te leggen maar hij heeft zijn mening gevormd en
staat totaal niet open voor mijn argumenten.
Ondertussen voel ik me gefrustreerd over zoveel onbegrip maar eigenlijk nog
meer dat ik mezelf, als een kind, toch weer aan het verdedigen ben.
Ik zie mijn boze vader maar ik zie ook zijn onmacht en liefde. Hij begrijpt gewoon niets van mijn leven in
Frankrijk. Hij ziet mijn struggling niet als een avontuur en een uitdaging,
zoals ik dat zelf ervaar.
Eigenlijk heb ik deze tirade ook wel aan mezelf te danken. Ik ben veel te
open geweest al die tijd, ik vertel mijn ouders altijd alles over mijn voor en tegenspoed
omdat ik dat graag wil delen, maar daar moet ik mee gaan stoppen. Vooral voor mijn
vader is dit heel moeilijk, hij staat niet open voor het onbekende, het maakt
hem alleen maar angstig, zodat hij alleen maar de “negatieve” kant van mijn verhaal hoort.
Hij wil me gelukkig en vooral welvarend zien, gewoon, lekker veilig in Nederland.
En misschien ligt onder deze hele discussie ook nog wel het feit dat hij me mist.
Of het feit dat hij ouder wordt en dat er zomaar dingen kunnen gebeuren en dat
ik dan erg ver weg ben.
Mijn moeder die er de hele tijd wat stilletjes bijgezeten heeft, roept ons tot
de orde. “Zullen we er over ophouden? Jullie komen er toch niet uit, de
situatie is zoals hij is, laten we nog even een gezellige avond hebben met
elkaar.”
Gedurende de avond proberen we weer gewoon te doen, maar gemakkelijk is dat niet.
De opgeroepen emoties blijven als een soort mistwolk om ons heen hangen.
Emigreren is soms ook gewoon heel erg pijnlijk.
Maar nu is het zondagochtend en ik sta op het punt om te vertrekken. Ondanks dat
ik me nog steeds redelijk geëmotioneerd voel, ben ik ook erg opgelucht dat ik
weg kan, naar huis en naar Henk.
Mijn ouders zwaaien me na. “Tot de volgende keer Lies, doe voorzichtig!”
Het zijn gewoon heel erg lieve mensen, ik hoop dat ik weer snel terug kan
komen.
Maar voor nu… op naar Breda. Terug naar mijn nieuw gekozen leven, ik ben benieuwd wat deze reis weer gaat
brengen…………
_________________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in
Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en
levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve
hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk
delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun
enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en
belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf,
dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er
in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle
gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
zaterdag 24 mei 2014
zaterdag 10 mei 2014
Internet in de Auvergne
April. Sinds de sneeuwstorm in november (zie blog:
winter) waarbij alle telefoonpalen geknakt en omgevallen zijn en de draden er
maar verloren bijhangen, hebben wij problemen met de verbinding.
Het hoeft maar wat harder te waaien of te regenen en wij zitten zonder telefoon en internet. De storing duurt dan een middag, een dag of zelfs enkele dagen. Soms doet de stroom ook nog mee en zijn we werkelijk van de moderne wereld afgesneden.
Het heeft niet echt zin om te klagen want de schade is over een gebied van zo’n twintig vierkante kilometer, dus het probleem zit overal.
Toen het gebeurde, zat zo’n beetje de hele streek zonder telefoon en reageerde France telecom redelijk snel. Overal zag je autootjes en hoogwerkers van het bedrijf en waren mannen bezig om alles weer provisorisch aan elkaar te knopen
Natuurlijk begrijpen wij ook wel dat het veel tijd kost om het telefoonnetwerk helemaal te vernieuwen, maar dit duurt wel erg lang, ondertussen zijn we al een half jaar verder.
Ik heb begrepen dat ze wat hogerop in de bergen alles al vernieuwd hebben, maar bij ons is er verdomd weinig activiteit.
Sinds gisteren is het weer zover, alles ligt er weer uit, maar er is een lichtpuntje want Henk heeft net ontdekt dat er draden uit de box steken, dit euvel moet dus zo te verhelpen zijn.
De box is een verdeelkast, niet zover van ons huis, waar alle telefoondraden uit onze buurtgemeenschap samenkomen. Deze is normaal gesproken keurig aan een paal gemonteerd maar hangt nu dus al vanaf november gewoon in de berm langs de weg te bungelen.
Ik bel SFR en leg de helpdeskmedewerker uit dat het probleem exterieur is en dat ik zelfs weet waar de storing zit.
De man zegt een dossier aan te maken en er zal een technicien van France telecom komen, binnen nu en vijf dagen. SFR zelf zal ook over vijf dagen contact met ons opnemen om te kijken of alles goed verlopen is.
“Wat is dat een achterlijke werkwijze,” foetert Henk, “ze kunnen toch zo komen, het is een kleinigheid en dat moet vijf dagen duren?”
Henks ogen schieten vuur. “Ik ga zelf kijken wat ik kan doen, hier ga ik niet op zitten wachten!” Hij zoekt wat gereedschap en gaat vastberaden de deur uit.
Een half uur later hoor ik de telefoon geluidjes maken, wow het is hem gelukt!
“Joehoe,” gil ik uit het raam, “hij doet het Henk!”
Opgetogen komt Henk teruglopen. Hij heeft de box open geschroefd, goed gekeken en toen het draadje dat vanaf ons huis kwam vastgemaakt aan eenzelfde kleur draadje in de box.
“Wow, Henk je bent een kanjer!” zeg ik bewonderend.
“Eigenlijk heel simpel,” zegt hij voldaan, “maaruh, ik ga nog even terug om de boel wat in te pakken en een beetje beter vast te zetten. Ik zal er ook een brief bij doen voor de technicien.”
Het is maar goed dat Henk de verbinding zelf gemaakt heeft, want na vijf dagen is er nog steeds geen technicien geweest, de brief zit nog steeds in de tas. Ook SFR laat niets meer van zich horen. Inmiddels heeft Henk ook nog een stoel met reflecterend jasje in de berm gezet om automobilisten te attenderen voorzichtig te zijn.
Een week later is het weer raak. Een vrachtwagen heeft de telefoonleiding, die schuin boven de weg hangt, doormidden gereden.
Toevallig zie ik het gebeuren, dus ik bel direct naar de SFR.
Voor de zoveelste keer weer de riedel uitgelegd over de storm en dat daardoor de draden te laag hangen, bla bla bla…. en dat er nu dus een vrachtwagen de draad kapot heeft gereden.
De helpdeskmedewerker zegt het te onderzoeken en zet me in de wacht. Twee minuten later is hij er weer.
“Nee hoor mevrouw, er is niets aan de hand, u heeft gewoon verbinding.”
“Hoe is het mogelijk! Ik heb toch duidelijk gezien dat de kabel in twee stukken getrokken is, hoe kan er dan verbinding zijn? Als dat zo was dan zou ik toch niet bellen!” werp ik geirriteerd tegen.
“Nee, echt mevrouw, volgens de computer heeft u gewoon telefoon.”
Wat is dit nu weer? Dit kan niet waar zijn, denk ik ongelovig. Maar wat ik ook probeer, de man houdt bij hoog en laag vol dat ik gewoon verbinding heb.
“Maar als u niets doet, hoe moet ik dit dan oplossen? Ik kan toch niet zelf een hoofdkabel aan elkaar knopen?” vraag ik haast wanhopig.
De man zegt dat, als ik toch wil dat er iemand komt ik maar contact op moet nemen met de gemeente, de burgemeester moet maar bellen. Beduusd hang ik op.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt, van alle ‘kastje naar de muur’ ervaringen hier in Frankrijk is dit wel de meest bizarre, die man poeiert mij gewoon af met een leugen!
“Het komt vast doordat jij de kabel vorige week zelf hebt gerepareerd,” zeg ik peinzend tegen Henk. “ Het is ook gek dat er niemand is geweest zoals afgesproken. Waarschijnlijk hebben ze eerst de lijn gemanipuleerd met hun computer om te kijken waar de storing zat en toen bleek dat alles werkte, hebben ze natuurlijk gedacht dat ik vals alarm had geslagen.”
Ik bel de burgemeester en hij belooft er werk van te maken. Drie dagen later is het weer gefikst. De kabel is gerepareerd maar hangt nog steeds net zo laag als voordat hij kapot gereden werd, het wachten is op het volgende euvel.
En dat komt er al weer vrij snel, twee weken later. Mannen van de gemeente zijn de hele dag bezig geweest met het maaien van de wegenbermen en ja hoor de verbinding is weer verbroken, niet bij ons maar bij het buurtschap verderop.
De buurvrouw komt aanbellen om te kijken of wij er ook uit liggen. Ze is woedend en zegt dat ze direct naar de Mairie gaat. Twee dagen later hebben zij weer verbinding maar nu liggen wij er weer uit.
“Wanneer wordt het nu eens echt goed gemaakt, dat steeds maar provisorisch oplossen, ik word er gek van,” zucht ik moedeloos.
“Het is een schande dat ze alles er zo maar bij laten hangen! We kunnen klagen wat we willen maar niemand doet wat, ze laten ons gewoon stikken.”
Even later heeft Henk de oplossing. “Als ik die box nu eens helemaal los trap, dan zit echt iedereen zonder telefoon en dan zal er toch iets moeten gebeuren!” zegt Henk strijdbaar en voegt meteen de daad bij het woord en loopt naar de deur om naar buiten te gaan. “Ik ben het hartstikke zat!”
Even later is hij terug, “ Zo, nu zitten minstens 25 huizen zonder telefoon!” zegt hij tevreden lachend, “als die allemaal gaan klagen dan zal het probleem toch eindelijk wel eens afdoende opgelost worden!”
“En heeft iemand je gezien?” vraag ik toch een beetje ongerust. “Welnee, ben je gek! Maar ik heb de stoelconstructie ook nog een trap gegeven zodat het echt een aanrijding lijkt.”
Ach, ik moet het loslaten, denk ik bij mezelf. In Frankrijk moet je niet alles willen weten en vooral niet zoeken naar logica.
Dan maar weer provisorisch... we hebben nu in ieder geval weer verbinding met de buitenwereld. Dat is toch weer een geluk bij een ongeluk vandaag!
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Het hoeft maar wat harder te waaien of te regenen en wij zitten zonder telefoon en internet. De storing duurt dan een middag, een dag of zelfs enkele dagen. Soms doet de stroom ook nog mee en zijn we werkelijk van de moderne wereld afgesneden.
Het heeft niet echt zin om te klagen want de schade is over een gebied van zo’n twintig vierkante kilometer, dus het probleem zit overal.
Toen het gebeurde, zat zo’n beetje de hele streek zonder telefoon en reageerde France telecom redelijk snel. Overal zag je autootjes en hoogwerkers van het bedrijf en waren mannen bezig om alles weer provisorisch aan elkaar te knopen
Natuurlijk begrijpen wij ook wel dat het veel tijd kost om het telefoonnetwerk helemaal te vernieuwen, maar dit duurt wel erg lang, ondertussen zijn we al een half jaar verder.
Ik heb begrepen dat ze wat hogerop in de bergen alles al vernieuwd hebben, maar bij ons is er verdomd weinig activiteit.
Sinds gisteren is het weer zover, alles ligt er weer uit, maar er is een lichtpuntje want Henk heeft net ontdekt dat er draden uit de box steken, dit euvel moet dus zo te verhelpen zijn.
De box is een verdeelkast, niet zover van ons huis, waar alle telefoondraden uit onze buurtgemeenschap samenkomen. Deze is normaal gesproken keurig aan een paal gemonteerd maar hangt nu dus al vanaf november gewoon in de berm langs de weg te bungelen.
Ik bel SFR en leg de helpdeskmedewerker uit dat het probleem exterieur is en dat ik zelfs weet waar de storing zit.
De man zegt een dossier aan te maken en er zal een technicien van France telecom komen, binnen nu en vijf dagen. SFR zelf zal ook over vijf dagen contact met ons opnemen om te kijken of alles goed verlopen is.
“Wat is dat een achterlijke werkwijze,” foetert Henk, “ze kunnen toch zo komen, het is een kleinigheid en dat moet vijf dagen duren?”
Henks ogen schieten vuur. “Ik ga zelf kijken wat ik kan doen, hier ga ik niet op zitten wachten!” Hij zoekt wat gereedschap en gaat vastberaden de deur uit.
Een half uur later hoor ik de telefoon geluidjes maken, wow het is hem gelukt!
“Joehoe,” gil ik uit het raam, “hij doet het Henk!”
Opgetogen komt Henk teruglopen. Hij heeft de box open geschroefd, goed gekeken en toen het draadje dat vanaf ons huis kwam vastgemaakt aan eenzelfde kleur draadje in de box.
“Wow, Henk je bent een kanjer!” zeg ik bewonderend.
“Eigenlijk heel simpel,” zegt hij voldaan, “maaruh, ik ga nog even terug om de boel wat in te pakken en een beetje beter vast te zetten. Ik zal er ook een brief bij doen voor de technicien.”
Het is maar goed dat Henk de verbinding zelf gemaakt heeft, want na vijf dagen is er nog steeds geen technicien geweest, de brief zit nog steeds in de tas. Ook SFR laat niets meer van zich horen. Inmiddels heeft Henk ook nog een stoel met reflecterend jasje in de berm gezet om automobilisten te attenderen voorzichtig te zijn.
Een week later is het weer raak. Een vrachtwagen heeft de telefoonleiding, die schuin boven de weg hangt, doormidden gereden.
Toevallig zie ik het gebeuren, dus ik bel direct naar de SFR.
Voor de zoveelste keer weer de riedel uitgelegd over de storm en dat daardoor de draden te laag hangen, bla bla bla…. en dat er nu dus een vrachtwagen de draad kapot heeft gereden.
De helpdeskmedewerker zegt het te onderzoeken en zet me in de wacht. Twee minuten later is hij er weer.
“Nee hoor mevrouw, er is niets aan de hand, u heeft gewoon verbinding.”
“Hoe is het mogelijk! Ik heb toch duidelijk gezien dat de kabel in twee stukken getrokken is, hoe kan er dan verbinding zijn? Als dat zo was dan zou ik toch niet bellen!” werp ik geirriteerd tegen.
“Nee, echt mevrouw, volgens de computer heeft u gewoon telefoon.”
Wat is dit nu weer? Dit kan niet waar zijn, denk ik ongelovig. Maar wat ik ook probeer, de man houdt bij hoog en laag vol dat ik gewoon verbinding heb.
“Maar als u niets doet, hoe moet ik dit dan oplossen? Ik kan toch niet zelf een hoofdkabel aan elkaar knopen?” vraag ik haast wanhopig.
De man zegt dat, als ik toch wil dat er iemand komt ik maar contact op moet nemen met de gemeente, de burgemeester moet maar bellen. Beduusd hang ik op.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt, van alle ‘kastje naar de muur’ ervaringen hier in Frankrijk is dit wel de meest bizarre, die man poeiert mij gewoon af met een leugen!
“Het komt vast doordat jij de kabel vorige week zelf hebt gerepareerd,” zeg ik peinzend tegen Henk. “ Het is ook gek dat er niemand is geweest zoals afgesproken. Waarschijnlijk hebben ze eerst de lijn gemanipuleerd met hun computer om te kijken waar de storing zat en toen bleek dat alles werkte, hebben ze natuurlijk gedacht dat ik vals alarm had geslagen.”
Ik bel de burgemeester en hij belooft er werk van te maken. Drie dagen later is het weer gefikst. De kabel is gerepareerd maar hangt nog steeds net zo laag als voordat hij kapot gereden werd, het wachten is op het volgende euvel.
En dat komt er al weer vrij snel, twee weken later. Mannen van de gemeente zijn de hele dag bezig geweest met het maaien van de wegenbermen en ja hoor de verbinding is weer verbroken, niet bij ons maar bij het buurtschap verderop.
De buurvrouw komt aanbellen om te kijken of wij er ook uit liggen. Ze is woedend en zegt dat ze direct naar de Mairie gaat. Twee dagen later hebben zij weer verbinding maar nu liggen wij er weer uit.
“Wanneer wordt het nu eens echt goed gemaakt, dat steeds maar provisorisch oplossen, ik word er gek van,” zucht ik moedeloos.
“Het is een schande dat ze alles er zo maar bij laten hangen! We kunnen klagen wat we willen maar niemand doet wat, ze laten ons gewoon stikken.”
Even later heeft Henk de oplossing. “Als ik die box nu eens helemaal los trap, dan zit echt iedereen zonder telefoon en dan zal er toch iets moeten gebeuren!” zegt Henk strijdbaar en voegt meteen de daad bij het woord en loopt naar de deur om naar buiten te gaan. “Ik ben het hartstikke zat!”
Even later is hij terug, “ Zo, nu zitten minstens 25 huizen zonder telefoon!” zegt hij tevreden lachend, “als die allemaal gaan klagen dan zal het probleem toch eindelijk wel eens afdoende opgelost worden!”
“En heeft iemand je gezien?” vraag ik toch een beetje ongerust. “Welnee, ben je gek! Maar ik heb de stoelconstructie ook nog een trap gegeven zodat het echt een aanrijding lijkt.”
Vier dagen later hebben we nog geen hoogwerker met
nieuwe kabels en palen gezien, wel stopt er een klein bestelautootje voor de deur.
Het blijkt een monteur van France telecom te zijn die langskomt om de situatie
te verkennen zodat ze later met grof geschut terug kunnen komen om alles te
repareren, tenminste dat veronderstellen wij.
We wijzen hem de omgevallen palen her en der, en ook waar de box ligt. Hij rijdt er met zijn auto heen.
Een half uurtje later horen we hem wegrijden, nieuwsgierig gaan we bij de box kijken en zijn zwaar teleurgesteld; deze ligt weer op z’n oude plek en alle draden zitten er weer in. Er is niets veranderd, zelfs de stoel heeft hij er weer keurig voor gezet.
De hele actie is voor niets geweest, hier zijn we
voorlopig dus nog niet vanaf. Ik begrijp werkelijk niet waarom France Telecom niets aan deze situatie doet. Je kan iets provisorisch maar ook direct goed maken. Er zijn nu al zo vaak mensen geweest om te repareren, wat kan het belang van deze omslachtige handelswijze zijn? We wijzen hem de omgevallen palen her en der, en ook waar de box ligt. Hij rijdt er met zijn auto heen.
Een half uurtje later horen we hem wegrijden, nieuwsgierig gaan we bij de box kijken en zijn zwaar teleurgesteld; deze ligt weer op z’n oude plek en alle draden zitten er weer in. Er is niets veranderd, zelfs de stoel heeft hij er weer keurig voor gezet.
Ach, ik moet het loslaten, denk ik bij mezelf. In Frankrijk moet je niet alles willen weten en vooral niet zoeken naar logica.
Dan maar weer provisorisch... we hebben nu in ieder geval weer verbinding met de buitenwereld. Dat is toch weer een geluk bij een ongeluk vandaag!
____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland. Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
dinsdag 15 april 2014
Het kantoor
Januari. Toen we het café nog hadden had ik er geen tijd voor
en later zag ik er tegenop. Na vier jaar jazzclub was ik ook te moe en helemaal leeg, hoe kon ik zo
mensen inspireren?
Maar toch komt de gedachte steeds weer op. Ik ben gek als ik er niets mee doe, want ik moet nodig geld verdienen en ik heb begrepen dat de Fransen er dol op zijn. Een gouden toekomst ligt in het verschiet, zou je zeggen.
Het probleem is dat ik het niet in ons eigen huis wil doen, te dicht bij m’n privéleven.
Daar komt ook bij dat wij in onze ijver zowat alle muren in ons huis doorgebroken hebben, dus behalve mijn schrijfkamer/bureau en Henks muziekkamer is er niet veel ruimte meer over voor een waarzegsterspraktijk.
In de schuur zou het kunnen maar daar zit al een tijdje geen dak meer op. Als mijn boek nu een bestseller wordt dan zou ik een aannemer laten komen en zou alles zo gefikst zijn. Of we zouden boven op de berg achter ons huis een leuke blokhut kunnen bouwen. Als we maar geld hadden, dan was alles makkelijker hield ik mezelf steeds voor. Daarvoor zou ik nu weer juist moeten ‘waarzeggen’ en zo is het kringetje weer rond.
Nu weet ik diep van binnen ook wel dat dat allemaal niet echt de reden is waarom de ‘praktijk’ maar niet van de grond komt. Ik ben gewoon mijn bravoure ergens in het verhaal kwijtgeraakt.
Leven en vooral ondernemen à la campagne is een kunst op zich. Vier jaar lang zijn Henk en ik publieke personen geweest. Beroemd en berucht, geliefd en benijd.
Ondanks dat de sluiting nu twee jaar geleden is, kom ik nog steeds overal bekenden tegen.
En als je ‘anders’ bent dan wordt je ook altijd gezien. Er is veel jaloezie onder de mensen en je gaat hier snel over de tong.
En daar had ik het de laatste jaren even helemaal mee gehad! Ik verlangde weer naar een anoniem bestaan zoals we dat hadden toen we hier pas kwamen wonen, of zoals ik gewend was in Amsterdam. Werk en privéleven gescheiden.
“Geef mij maar een baan in het toerisme, een beetje mensen rondleiden bijvoorbeeld, dat lijkt me nog leuk ook!” zei ik vol goede moed tegen Henk.
Dat feestje ging in ieder geval niet door. “Ah, daar is madame Arts weer met haar ideeën,” lachte de juffrouw van de Communauté des Communes vriendelijk maar met een schamper ondertoontje.
Te excentriek, te druk, te grote mond, maar vooral te dominant voor deze streek, weinig kans op een glorievolle ‘echte’ baan.
Nu heb ik die mijn hele leven nog niet gehad, dus misschien zit er toch wel enige redelijkheid in hun beoordeling. Aanpassen en in het gareel lopen zijn niet mijn sterkste kwaliteiten.
Maar nood breekt wetten en gezien het feit dat ik toch niet in een ‘echte baan’ pas, nam ik laatst ferm het besluit om nu echt werk van een eigen praktijk te gaan maken. Prompt kreeg ik een goed idee.
“Henk we zetten een caravan achter in de tuin en daar maak ik dan een kantoor van.”
Nu was het idee van een caravan al eens eerder voorbij gekomen, maar toen hadden we hem boven op de berg bedacht. Leuk, maar daarvoor zouden we iemand met een tractor moeten regelen, extra bomen omzagen en grond plat maken om een plek te creëren. Gedoe, en daar bleef het dus op hangen.
“Weet je, dan maken we de heg achter in de tuin open zodat we daar een poort kunnen zetten waar de mensen naar binnen kunnen, dan hoeven ze helemaal niet door onze tuin te komen.”
Blijkbaar ziet Henk het idee ook zitten want hij reageert direct positief: “ Ja, waarom eigenlijk niet? Er is plaats genoeg. Je weet dat we er zo één bij Jan op kunnen komen halen.”
“Het is misschien alleen niet zo mooi zo’n caravan in de tuin,” werp ik toch weer wat weifelend tegen.
“Ach joh, dat is toch geen probleem, ik kan hem helemaal met hout wegwerken hoor, dan zie je er niets meer van!”
We raken samen steeds enthousiaster over het idee. “Ja en ik zat te denken Henk, als hij zo dicht in de buurt van ons huis staat kunnen we hem ook gewoon als logeerkamer gebruiken.”
We bellen Jan.
“Kom er maar één uitzoeken hoor,” reageert Jan zoals altijd uiterst vriendelijk, “ik heb er een aantal staan die zo weg mogen.”
Jan, een lieve vrolijke vrijbuiter is ook Nederlander en runt met waarlijk ‘Franse slag’ een camping op een prachtige plek bij ons in de buurt. Hij is trouwens niet de enige. In een straal van vijftig kilometer zijn bijna alle campings in handen van Nederlanders, maar dat terzijde.
Op het terrein staan inderdaad enkele caravans die duidelijk hun beste verhuurtijd gehad hebben.
“Kies maar uit, deze gaan er alle drie vanaf,” wuift Jan vrolijk onze schroom weg.
We kiezen de grootste, een ‘twee-asser’, die toevallig ook nog de ‘mooiste’ is, voor zover je dat van caravans kunt zeggen.
Omdat deze caravan niet meer over geldige papieren beschikt en je dus eigenlijk niet meer met dit gevaarte over de weg mag, spreken we af dat Henk hem op maandag rond het middaguur op komt halen. Dat lijkt ons het geschiktste tijdstip met de minste pakkans.
Toet toe toet, hoor ik en als ik uit het raam kijk zie ik het kermisgezelschap voor de deur stoppen. Henk voorop met onze oude Renault Espace uit 1993 met daaraan vast een even oude joekel van een sleurhut en daarachter Jan met zijn auto met knipperlichten.
De tuin zelf is nog niet helemaal ‘caravan klaar’ gemaakt dus is het gevaarte, voor zolang dit duurt, op de parking langs ons huis gepland, naast de kapotte Peugeot.
Terwijl Henk druk bezig is met het achteruit indraaien, komt er een gendarmebusje voorbij. Ze kijken maar rijden gelukkig gewoon door.
“Wow,” jubel ik lachend, “wat een gaaf ding!”
Hij is zo ongelooflijk kitsch dat hij gewoon mooi wordt van lelijkheid.
Jan heeft haast en vertrekt direct en Henk en ik betreden het paleisje. Nieuwsgierig kijken we in alle kastjes. Hij is erg schoon en tegen verwachting in eigenlijk, ruikt de caravan totaal niet ranzig, nee eigenlijk gewoon neutraal fris.
“Het is nog een beste caravan hoor,” zegt Henk bewonderend. “Joh, moet je kijken Lies, het is nog een wintercaravan ook! Kijk nou een echte kachel, ik ga kijken of die het nog doet.”
Helemaal in zijn nopjes verdwijnt Henk ons huis in om lucifers te halen.
Even later komt er een vrolijk rookpluimpje uit het schoorsteentje.
“We kunnen zo verhuizen naar het zigeunerkamp aan het begin van de weg,” lach ik vrolijk.
“Nou, je zegt het, maar eigenlijk kun je hier prima in wonen hoor,” antwoord Henk serieus, “weet je als het ’s winters koud is, is zo’n caravan toch sneller warm gestookt dan een heel huis.”
“Eten,” roept Henk een paar uur later naar boven. Als ik beneden kom pakt hij m’n hand en leidt me naar de voordeur. “Dinner is served in het buitenhuis,” zegt hij gewichtig.
En zo zitten we gezellig samen, in de winter, naast ons huis, in een sfeerverlichte caravan compleet met kachel en rookpluim, op een druk gebloemde bank tegenover elkaar aan de gezellig gedekte campingtafel. Af en toe zoeft een auto ons rakelings voorbij.
“Van wie zou nu zo’n caravan geweest zijn?” vraag ik verwonderd, “dat iemand dit ooit zo bedacht heeft, wat een smaak!”
“Ja, maar alles is wel heel netjes en in stijl afgewerkt, dit zal geen goedkope caravan geweest zijn.”
“Het is zo erg, dat het haast leuk is om hem zo te houden.” Lach ik, ‘hoewel….Misschien als gastenverblijf maar als ‘praktijkruimte’ geeft het misschien toch een dubieuze sfeer zo met die roesjes en rode gordijntjes.”
Na een uurtje begin ik er genoeg van te krijgen en wat mij betreft gaan we weer gewoon lekker naar binnen, maar Henk is nog helemaal vol van dit nieuwe huisje en heeft andere plannen.
“We gaan hier vanavond slapen!” zegt hij enthousiast.
“Nou, mooi niet!”
“ Lies, doe niet zo zeikerig, dat is toch leuk!” Henk is niet meer te stuiten, ik zie aan z’n gezicht dat zijn plan vast staat, maar dat van mij ook!.
“Ik pieker er niet over, moet je voelen, die kussens zijn helemaal klam en daarbij, ik ga toch niet in zo’n kermistent op een parkeerplaats naast ons huis liggen te slapen als ik ook gewoon in m’n warme bed kan liggen?”
“Jij hebt geen gevoel voor romantiek!” dramt Henk door.
“Je zoekt het maar uit, ik doe niet mee.”
“Oh, oh, kunnen we eens iets leuk spontaans doen, verpest jij het weer, eigenlijk ben je best wel degelijk, weet je dat? ” jent Henk verder om zijn zin te krijgen.
M’n goede bui is omgeslagen en ik begin redelijk geïrriteerd de borden op elkaar te stapelen.
“Ik ga naar binnen!”
In huis ga ik direct naar boven om nog wat op de computer te werken en beneden hoor ik Henk druk heen en weer lopen, van buiten naar binnen en andersom.
Na een tijdje komt hij boven. Poeslief: “Lies het bed is opgemaakt, ga je mee daar slapen?”
“Nee echt niet Henk,” antwoord ik resoluut.
“Dan niet!” beledigd vertrekt Henk met een fles wijn ‘gezellig’ naar de caravan. Als ik een uur later wil gaan slapen is hij nog steeds niet terug.
Even twijfel ik of ik nog zal gaan kijken of alles goed gaat, maar mijn irritatie over zijn drammerigheid wint. Nee hoor, laat hij het maar zelf uitzoeken daar in die caravan.
Toch slaap ik niet helemaal rustig en rond vier uur ’s nachts schiet ik wakker met een enorm paniekerige gedachte in m’n hoofd. Als die kachel nu maar goed werkt en alle koolmonoxide naar buiten blaast. Dat ding heeft misschien wel jaren niet gebrand, wie weet zijn de leidingen wel poreus, straks ligt hij daar, omgekomen in een caravan, nota bene naast z’n huis onder mijn raam.
Juist als ik besluit dat ik ga kijken, hoor ik gestommel op de trap.
“Ah, gelukkig, daar ben je!” zucht ik opgelucht.
“Ik werd wakker,” reageert Henk nuchter, zich totaal niet bewust van mijn paniek, “en zo alleen in bed is ook maar niks.”
De volgende ochtend is alles weer als vanouds. De koffie drinken we gewoon binnen in huis op de tussenetage. “Zie je dat het geen goed idee was om in die caravan te slapen, het bed was zeker vochtig?” Kan ik toch niet nalaten te zeggen.
“Nee hoor, helemaal niet, dat bed slaapt gewoon goed!” geeft Henk zich niet gewonnen.
“Nou, ik wil best wel eens in de caravan slapen, maar dan moet het zomer zijn en moet ie op z’n minst in de tuin staan. Maar even iets anders,” voeg ik er voor de duidelijkheid nog maar even aan toe, “het wordt wel mijn kantoor hoor!”
_____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Maar toch komt de gedachte steeds weer op. Ik ben gek als ik er niets mee doe, want ik moet nodig geld verdienen en ik heb begrepen dat de Fransen er dol op zijn. Een gouden toekomst ligt in het verschiet, zou je zeggen.
Het probleem is dat ik het niet in ons eigen huis wil doen, te dicht bij m’n privéleven.
Daar komt ook bij dat wij in onze ijver zowat alle muren in ons huis doorgebroken hebben, dus behalve mijn schrijfkamer/bureau en Henks muziekkamer is er niet veel ruimte meer over voor een waarzegsterspraktijk.
In de schuur zou het kunnen maar daar zit al een tijdje geen dak meer op. Als mijn boek nu een bestseller wordt dan zou ik een aannemer laten komen en zou alles zo gefikst zijn. Of we zouden boven op de berg achter ons huis een leuke blokhut kunnen bouwen. Als we maar geld hadden, dan was alles makkelijker hield ik mezelf steeds voor. Daarvoor zou ik nu weer juist moeten ‘waarzeggen’ en zo is het kringetje weer rond.
Nu weet ik diep van binnen ook wel dat dat allemaal niet echt de reden is waarom de ‘praktijk’ maar niet van de grond komt. Ik ben gewoon mijn bravoure ergens in het verhaal kwijtgeraakt.
Leven en vooral ondernemen à la campagne is een kunst op zich. Vier jaar lang zijn Henk en ik publieke personen geweest. Beroemd en berucht, geliefd en benijd.
Ondanks dat de sluiting nu twee jaar geleden is, kom ik nog steeds overal bekenden tegen.
En als je ‘anders’ bent dan wordt je ook altijd gezien. Er is veel jaloezie onder de mensen en je gaat hier snel over de tong.
En daar had ik het de laatste jaren even helemaal mee gehad! Ik verlangde weer naar een anoniem bestaan zoals we dat hadden toen we hier pas kwamen wonen, of zoals ik gewend was in Amsterdam. Werk en privéleven gescheiden.
“Geef mij maar een baan in het toerisme, een beetje mensen rondleiden bijvoorbeeld, dat lijkt me nog leuk ook!” zei ik vol goede moed tegen Henk.
Dat feestje ging in ieder geval niet door. “Ah, daar is madame Arts weer met haar ideeën,” lachte de juffrouw van de Communauté des Communes vriendelijk maar met een schamper ondertoontje.
Te excentriek, te druk, te grote mond, maar vooral te dominant voor deze streek, weinig kans op een glorievolle ‘echte’ baan.
Nu heb ik die mijn hele leven nog niet gehad, dus misschien zit er toch wel enige redelijkheid in hun beoordeling. Aanpassen en in het gareel lopen zijn niet mijn sterkste kwaliteiten.
Maar nood breekt wetten en gezien het feit dat ik toch niet in een ‘echte baan’ pas, nam ik laatst ferm het besluit om nu echt werk van een eigen praktijk te gaan maken. Prompt kreeg ik een goed idee.
“Henk we zetten een caravan achter in de tuin en daar maak ik dan een kantoor van.”
Nu was het idee van een caravan al eens eerder voorbij gekomen, maar toen hadden we hem boven op de berg bedacht. Leuk, maar daarvoor zouden we iemand met een tractor moeten regelen, extra bomen omzagen en grond plat maken om een plek te creëren. Gedoe, en daar bleef het dus op hangen.
“Weet je, dan maken we de heg achter in de tuin open zodat we daar een poort kunnen zetten waar de mensen naar binnen kunnen, dan hoeven ze helemaal niet door onze tuin te komen.”
Blijkbaar ziet Henk het idee ook zitten want hij reageert direct positief: “ Ja, waarom eigenlijk niet? Er is plaats genoeg. Je weet dat we er zo één bij Jan op kunnen komen halen.”
“Het is misschien alleen niet zo mooi zo’n caravan in de tuin,” werp ik toch weer wat weifelend tegen.
“Ach joh, dat is toch geen probleem, ik kan hem helemaal met hout wegwerken hoor, dan zie je er niets meer van!”
We raken samen steeds enthousiaster over het idee. “Ja en ik zat te denken Henk, als hij zo dicht in de buurt van ons huis staat kunnen we hem ook gewoon als logeerkamer gebruiken.”
We bellen Jan.
“Kom er maar één uitzoeken hoor,” reageert Jan zoals altijd uiterst vriendelijk, “ik heb er een aantal staan die zo weg mogen.”
Jan, een lieve vrolijke vrijbuiter is ook Nederlander en runt met waarlijk ‘Franse slag’ een camping op een prachtige plek bij ons in de buurt. Hij is trouwens niet de enige. In een straal van vijftig kilometer zijn bijna alle campings in handen van Nederlanders, maar dat terzijde.
Op het terrein staan inderdaad enkele caravans die duidelijk hun beste verhuurtijd gehad hebben.
“Kies maar uit, deze gaan er alle drie vanaf,” wuift Jan vrolijk onze schroom weg.
We kiezen de grootste, een ‘twee-asser’, die toevallig ook nog de ‘mooiste’ is, voor zover je dat van caravans kunt zeggen.
Omdat deze caravan niet meer over geldige papieren beschikt en je dus eigenlijk niet meer met dit gevaarte over de weg mag, spreken we af dat Henk hem op maandag rond het middaguur op komt halen. Dat lijkt ons het geschiktste tijdstip met de minste pakkans.
Toet toe toet, hoor ik en als ik uit het raam kijk zie ik het kermisgezelschap voor de deur stoppen. Henk voorop met onze oude Renault Espace uit 1993 met daaraan vast een even oude joekel van een sleurhut en daarachter Jan met zijn auto met knipperlichten.
De tuin zelf is nog niet helemaal ‘caravan klaar’ gemaakt dus is het gevaarte, voor zolang dit duurt, op de parking langs ons huis gepland, naast de kapotte Peugeot.
Terwijl Henk druk bezig is met het achteruit indraaien, komt er een gendarmebusje voorbij. Ze kijken maar rijden gelukkig gewoon door.
“Wow,” jubel ik lachend, “wat een gaaf ding!”
Hij is zo ongelooflijk kitsch dat hij gewoon mooi wordt van lelijkheid.
Jan heeft haast en vertrekt direct en Henk en ik betreden het paleisje. Nieuwsgierig kijken we in alle kastjes. Hij is erg schoon en tegen verwachting in eigenlijk, ruikt de caravan totaal niet ranzig, nee eigenlijk gewoon neutraal fris.
“Het is nog een beste caravan hoor,” zegt Henk bewonderend. “Joh, moet je kijken Lies, het is nog een wintercaravan ook! Kijk nou een echte kachel, ik ga kijken of die het nog doet.”
Helemaal in zijn nopjes verdwijnt Henk ons huis in om lucifers te halen.
Even later komt er een vrolijk rookpluimpje uit het schoorsteentje.
“We kunnen zo verhuizen naar het zigeunerkamp aan het begin van de weg,” lach ik vrolijk.
“Nou, je zegt het, maar eigenlijk kun je hier prima in wonen hoor,” antwoord Henk serieus, “weet je als het ’s winters koud is, is zo’n caravan toch sneller warm gestookt dan een heel huis.”
“Eten,” roept Henk een paar uur later naar boven. Als ik beneden kom pakt hij m’n hand en leidt me naar de voordeur. “Dinner is served in het buitenhuis,” zegt hij gewichtig.
En zo zitten we gezellig samen, in de winter, naast ons huis, in een sfeerverlichte caravan compleet met kachel en rookpluim, op een druk gebloemde bank tegenover elkaar aan de gezellig gedekte campingtafel. Af en toe zoeft een auto ons rakelings voorbij.
“Van wie zou nu zo’n caravan geweest zijn?” vraag ik verwonderd, “dat iemand dit ooit zo bedacht heeft, wat een smaak!”
“Ja, maar alles is wel heel netjes en in stijl afgewerkt, dit zal geen goedkope caravan geweest zijn.”
“Het is zo erg, dat het haast leuk is om hem zo te houden.” Lach ik, ‘hoewel….Misschien als gastenverblijf maar als ‘praktijkruimte’ geeft het misschien toch een dubieuze sfeer zo met die roesjes en rode gordijntjes.”
Na een uurtje begin ik er genoeg van te krijgen en wat mij betreft gaan we weer gewoon lekker naar binnen, maar Henk is nog helemaal vol van dit nieuwe huisje en heeft andere plannen.
“We gaan hier vanavond slapen!” zegt hij enthousiast.
“Nou, mooi niet!”
“ Lies, doe niet zo zeikerig, dat is toch leuk!” Henk is niet meer te stuiten, ik zie aan z’n gezicht dat zijn plan vast staat, maar dat van mij ook!.
“Ik pieker er niet over, moet je voelen, die kussens zijn helemaal klam en daarbij, ik ga toch niet in zo’n kermistent op een parkeerplaats naast ons huis liggen te slapen als ik ook gewoon in m’n warme bed kan liggen?”
“Jij hebt geen gevoel voor romantiek!” dramt Henk door.
“Je zoekt het maar uit, ik doe niet mee.”
“Oh, oh, kunnen we eens iets leuk spontaans doen, verpest jij het weer, eigenlijk ben je best wel degelijk, weet je dat? ” jent Henk verder om zijn zin te krijgen.
M’n goede bui is omgeslagen en ik begin redelijk geïrriteerd de borden op elkaar te stapelen.
“Ik ga naar binnen!”
In huis ga ik direct naar boven om nog wat op de computer te werken en beneden hoor ik Henk druk heen en weer lopen, van buiten naar binnen en andersom.
Na een tijdje komt hij boven. Poeslief: “Lies het bed is opgemaakt, ga je mee daar slapen?”
“Nee echt niet Henk,” antwoord ik resoluut.
“Dan niet!” beledigd vertrekt Henk met een fles wijn ‘gezellig’ naar de caravan. Als ik een uur later wil gaan slapen is hij nog steeds niet terug.
Even twijfel ik of ik nog zal gaan kijken of alles goed gaat, maar mijn irritatie over zijn drammerigheid wint. Nee hoor, laat hij het maar zelf uitzoeken daar in die caravan.
Toch slaap ik niet helemaal rustig en rond vier uur ’s nachts schiet ik wakker met een enorm paniekerige gedachte in m’n hoofd. Als die kachel nu maar goed werkt en alle koolmonoxide naar buiten blaast. Dat ding heeft misschien wel jaren niet gebrand, wie weet zijn de leidingen wel poreus, straks ligt hij daar, omgekomen in een caravan, nota bene naast z’n huis onder mijn raam.
Juist als ik besluit dat ik ga kijken, hoor ik gestommel op de trap.
“Ah, gelukkig, daar ben je!” zucht ik opgelucht.
“Ik werd wakker,” reageert Henk nuchter, zich totaal niet bewust van mijn paniek, “en zo alleen in bed is ook maar niks.”
De volgende ochtend is alles weer als vanouds. De koffie drinken we gewoon binnen in huis op de tussenetage. “Zie je dat het geen goed idee was om in die caravan te slapen, het bed was zeker vochtig?” Kan ik toch niet nalaten te zeggen.
“Nee hoor, helemaal niet, dat bed slaapt gewoon goed!” geeft Henk zich niet gewonnen.
“Nou, ik wil best wel eens in de caravan slapen, maar dan moet het zomer zijn en moet ie op z’n minst in de tuin staan. Maar even iets anders,” voeg ik er voor de duidelijkheid nog maar even aan toe, “het wordt wel mijn kantoor hoor!”
_____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
maandag 3 maart 2014
Opbouwen en afbreken
“Sterkte!” roep ik Henk na als hij naar de auto
loopt om weg te gaan. Eigenlijk zou ik voor moeten stellen om mee te gaan maar
ik kan me er niet toe zetten. Niet dat hij het alleen niet aankan, maar gewoon
om hem te helpen deze vervelende klus te klaren.
Vroeger zouden we samen op pad zijn gegaan. Samen klussen en bouwen, opbouwen. Hard werken en lol maken. Maar in dit geval ligt het anders, deze klus heeft niets met opbouwen maar met afbreken te maken.
Vroeger zouden we samen op pad zijn gegaan. Samen klussen en bouwen, opbouwen. Hard werken en lol maken. Maar in dit geval ligt het anders, deze klus heeft niets met opbouwen maar met afbreken te maken.
Eind van de maand is het zover, het definitieve einde van ‘Café des Arts’.
Ons voormalig hotel, omgevormd tot Résidence d’artistes met jazzclub is verkocht.
Een pak van ons hart, maar een beetje triest zijn we wel.
Ondanks dat we beweerden dat het ons niet uitmaakt wat de nieuwe bestemming zal worden, als het maar verkocht wordt, hebben we stiekem toch steeds gehoopt dat iemand ons project, waar we met zoveel liefde maar ook bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebben, zal voortzetten. Het liefst nog in onveranderde staat.
Eigenlijk kunnen we ons haast niet voorstellen dat deze sfeervolle plek, waar zoveel plezier en muziek gemaakt is, verloren gaat. Muzikanten hebben genoten van het professioneel ingerichte podium, de sfeervolle concerten, de gezellige maaltijden.
Voor mensen uit de omgeving was het een ontmoetingsplek waar je voor weinig geld goede muziek kon horen en andere mensen ontmoeten. Vriendschappen en nieuwe liefdes zijn hier ontstaan. In de zomer trokken we toeristen die betoverd werden door deze afgelegen en toch culturele plek met het idyllische terras boven de rivier.
Onze artistieke kwaliteiten en onze gastvrijheid, maakten het Café een aantal jaren geleden tot een begrip in de regio.
Maar vanaf het begin was het financieel sappelen. Toen wij startten, begon ook de banken crisis. Een ramp, want deze regio is van zichzelf al niet rijk en de mensen hebben van nature een zuinige inslag.
Klanten hadden we genoeg, alleen hielden ze de hand op de knip en wij misten de geslepen horeca-mentaliteit om ze hun centjes te ontfutselen.
December 2011 besloten we om de stekker eruit te trekken.
En terwijl het Café in volle glorie op een koper stond te wachten, schampte de tijd aan de muren en de herinnering.
Om deze herinneringen niet geheel verloren te laten gaan, maar ook om alles wat er gebeurd was voor mezelf een plek te geven, besloot ik het hele verhaal op te gaan schrijven.
Als ode aan de liefde. Voor Henk, voor het avontuur, voor muziek, voor Frankrijk.
Een periode van tien jaar waarin zoveel gebeurt beschrijf je niet in één boek, bleek al snel.
Deel één, “Toekomstmuziek in Frankrijk”, gaat over het begin, de aanloopperiode naar de emigratie.
Nu ben ik bezig met deel twee. Dit boek gaat over de totstandkoming en de opstartperiode van het Café. En het toeval wil dat juist nu het pand verkocht is en het zeker is dat Café des Arts echt bijna verleden tijd is. Ons mooie Résidence d’Artistes met jazzclub wordt woonhuis.
Dus terwijl ik schrijf over de opbouw, de verwachtingsvolle tijd waarin we hard werkten, veel plezier hadden en ondertussen stukje bij beetje een pand creëerden om ons ideaal in te verwezenlijken, de hele aankleding zal ik maar zeggen, is Henk in tegenovergestelde richting het pand weer aan het uitkleden. Alles wat wij met veel liefde en zorg gecreëerd hebben gaat er nu weer uit.
Ik ben bang dat als ik met hem mee ga, ik me niet zo goed meer kan concentreren op het pure blije gevoel van toen. Het is zo’n tegenovergestelde emotie.
Gelukkig begrijpt Henk dat, hij wil niet eens dat ik met hem mee ga. “Nee, Lies , blijf jij nu maar schrijven, het boek is veel belangrijker!”
Dit afscheid zat er aan te komen, natuurlijk is het pijnlijk maar ook fijn. Het pand was ook een enorme last op onze schouders en een café binnentreden dat al twee jaar niet gedraaid heeft, maar waar alle sporen van een enerverende tijd nog aanwezig zijn, is ook triest. Oké, het zal voor ons nog best een emotionele maand zijn, we moeten door de zure appel heen bijten, maar dan is het ook over.
Ondanks dat we blij zijn met onze beslissing toen om te stoppen en erg tevreden met ons bestaan nu, zal de gedachte aan 'Café des Arts' ons toch altijd een gevoel van weemoed geven.
Maar het mooie is wel, dat deze periode door mijn geschrijf toch niet helemaal verloren zal gaan.
Ik hoor een auto stoppen, Henk is terug met z’n eerste lading.
“En hoe was het?” vraag ik meelevend.
“Nou, het sjouwen op zich ging goed, ik heb aardig wat spullen bij me. Zelf die zware boxen heb ik alleen van de muur afgekregen. Maar het ziet er kaal uit nu.”
Zijn stem stokt even en hij ziet er verdrietig uit als hij zegt; “Terwijl ik alles aan het weghalen was, dacht ik steeds; ‘Het is de ontmanteling van een droom’.
Ik weet dat ik straks opgelucht ben dat het afgelopen is, maar nu doet het me zeer!”
____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Ons voormalig hotel, omgevormd tot Résidence d’artistes met jazzclub is verkocht.
Een pak van ons hart, maar een beetje triest zijn we wel.
Ondanks dat we beweerden dat het ons niet uitmaakt wat de nieuwe bestemming zal worden, als het maar verkocht wordt, hebben we stiekem toch steeds gehoopt dat iemand ons project, waar we met zoveel liefde maar ook bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebben, zal voortzetten. Het liefst nog in onveranderde staat.
Eigenlijk kunnen we ons haast niet voorstellen dat deze sfeervolle plek, waar zoveel plezier en muziek gemaakt is, verloren gaat. Muzikanten hebben genoten van het professioneel ingerichte podium, de sfeervolle concerten, de gezellige maaltijden.
Voor mensen uit de omgeving was het een ontmoetingsplek waar je voor weinig geld goede muziek kon horen en andere mensen ontmoeten. Vriendschappen en nieuwe liefdes zijn hier ontstaan. In de zomer trokken we toeristen die betoverd werden door deze afgelegen en toch culturele plek met het idyllische terras boven de rivier.
Onze artistieke kwaliteiten en onze gastvrijheid, maakten het Café een aantal jaren geleden tot een begrip in de regio.
Maar vanaf het begin was het financieel sappelen. Toen wij startten, begon ook de banken crisis. Een ramp, want deze regio is van zichzelf al niet rijk en de mensen hebben van nature een zuinige inslag.
Klanten hadden we genoeg, alleen hielden ze de hand op de knip en wij misten de geslepen horeca-mentaliteit om ze hun centjes te ontfutselen.
December 2011 besloten we om de stekker eruit te trekken.
En terwijl het Café in volle glorie op een koper stond te wachten, schampte de tijd aan de muren en de herinnering.
Om deze herinneringen niet geheel verloren te laten gaan, maar ook om alles wat er gebeurd was voor mezelf een plek te geven, besloot ik het hele verhaal op te gaan schrijven.
Als ode aan de liefde. Voor Henk, voor het avontuur, voor muziek, voor Frankrijk.
Een periode van tien jaar waarin zoveel gebeurt beschrijf je niet in één boek, bleek al snel.
Deel één, “Toekomstmuziek in Frankrijk”, gaat over het begin, de aanloopperiode naar de emigratie.
Nu ben ik bezig met deel twee. Dit boek gaat over de totstandkoming en de opstartperiode van het Café. En het toeval wil dat juist nu het pand verkocht is en het zeker is dat Café des Arts echt bijna verleden tijd is. Ons mooie Résidence d’Artistes met jazzclub wordt woonhuis.
Dus terwijl ik schrijf over de opbouw, de verwachtingsvolle tijd waarin we hard werkten, veel plezier hadden en ondertussen stukje bij beetje een pand creëerden om ons ideaal in te verwezenlijken, de hele aankleding zal ik maar zeggen, is Henk in tegenovergestelde richting het pand weer aan het uitkleden. Alles wat wij met veel liefde en zorg gecreëerd hebben gaat er nu weer uit.
Ik ben bang dat als ik met hem mee ga, ik me niet zo goed meer kan concentreren op het pure blije gevoel van toen. Het is zo’n tegenovergestelde emotie.
Gelukkig begrijpt Henk dat, hij wil niet eens dat ik met hem mee ga. “Nee, Lies , blijf jij nu maar schrijven, het boek is veel belangrijker!”
Dit afscheid zat er aan te komen, natuurlijk is het pijnlijk maar ook fijn. Het pand was ook een enorme last op onze schouders en een café binnentreden dat al twee jaar niet gedraaid heeft, maar waar alle sporen van een enerverende tijd nog aanwezig zijn, is ook triest. Oké, het zal voor ons nog best een emotionele maand zijn, we moeten door de zure appel heen bijten, maar dan is het ook over.
Ondanks dat we blij zijn met onze beslissing toen om te stoppen en erg tevreden met ons bestaan nu, zal de gedachte aan 'Café des Arts' ons toch altijd een gevoel van weemoed geven.
Maar het mooie is wel, dat deze periode door mijn geschrijf toch niet helemaal verloren zal gaan.
Ik hoor een auto stoppen, Henk is terug met z’n eerste lading.
“En hoe was het?” vraag ik meelevend.
“Nou, het sjouwen op zich ging goed, ik heb aardig wat spullen bij me. Zelf die zware boxen heb ik alleen van de muur afgekregen. Maar het ziet er kaal uit nu.”
Zijn stem stokt even en hij ziet er verdrietig uit als hij zegt; “Terwijl ik alles aan het weghalen was, dacht ik steeds; ‘Het is de ontmanteling van een droom’.
Ik weet dat ik straks opgelucht ben dat het afgelopen is, maar nu doet het me zeer!”
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
vrijdag 31 januari 2014
Burenhulp
16 december
Ik open de voordeur en daar staat ze, buurvrouw Agnes.
71 jaar, keurig in de make up, sjieke lammycoat, hoed een tikje schuin op haar hoofd, lekker luchtje.
“Coucou Lisbeth, On y va?” vraagt ze kokette.
“Wacht even, kom even binnen, ik moet je wat laten zien.”
We lopen naar de tafel waar het aanbiedingenkrantje van de Carrefour ligt. “Ah,” zegt ze met een gilletje, en haalt uit haar tas eenzelfde blaadje, met pen een grote cirkel om de advertentie.
We moeten lachen. “Mooi, dus jij vindt het ook wel wat,” constateer ik goedgemutst.
Nou dat gaat een makkie worden, we weten dus al wat we gaan kopen. Nu hoeven we niet helemaal naar de Fnac in Vichy zoals afgesproken maar kunnen we gewoon naar Thiers, twintig minuutjes hier vandaan.
Vandaag is het namelijk een belangrijke dag, onze afspraak staat al een week.
Wij gaan vandaag een computer voor haar kopen en het geluk is aan onze kant, want eergisteren kwam deze fantastische advertentie van een super HP laptop in de bus vallen.
“Ok, on y va!” Ik pak snel mijn jas en daar gaan we dan, met haar auto.
Ik heb me er helemaal op ingesteld, vandaag ben ik volledig ten dienste van haar. Nou als dat nog geen staaltje van goed sociaal gedrag is dan weet ik het niet meer, denk ik om mijn ego op te poetsen en mezelf moed in te spreken.
Agnes en haar man wonen zo’n 500 meter bij ons vandaag in een keurig gestreken huis en tuintje. Het is een echtpaar op leeftijd, ik mag ze erg graag maar ik zie ze haast nooit omdat zij zich niet willen opdringen, zoals ze zeggen, en ik te druk ben met mijn eigen leven.
Nu beginnen ze inmiddels met hun gezondheid te kwakkelen en alleen hierom al vind ik dat je, zeker als je op zo’n geïsoleerde plek woont als wij, blijk moet geven van enige belangstelling en burenhulp.
Maar ja een bezoekje aan hen kost tijd. Agnes is erg gestructureerd zodat even ‘langs’ gaan eigenlijk niet mogelijk is, een bezoekje wordt gelijk een heel gedoe, Henk moet dan ook altijd weer meekomen. Het voelt erg als opzitten en pootjes geven, dus zonder een echte reden om te gaan, stel ik mijn bezoek steeds uit, ondanks mijn principes en het feit dat ik ze graag mag.
Toch voel ik me daar best wel schuldig over, zeker omdat ik weet dat er zo weinig gebeurt in hun leven en ze het zo ontzettend leuk vinden als wij komen.
Daarom ben ik blij dat ik nu eens iets concreets voor haar kan doen, nu eens niet dat opgeprikte gedoe maar gewoon aardigheid als vrouwen onder elkaar.
Maar m’n geduld wordt al direct op de proef gesteld; met een vaartje van zo’n 40 kilometer per uur tuffen wij gemoedelijk over de route nationale. Kachel op tien, ik stik zowat van de traagheid en de hitte. In mijn buitenspiegel zie ik achter ons een enorme staart aan auto's.
Phoe, blij dat we niet helemaal naar Vichy gaan. Even doorbijten deze middag en dan zit het eerste traject van mijn burenhulp er al op.
Nu is de aanschaf van een nieuwe computer natuurlijk altijd wel opwindend maar in dit geval is het veel meer dan dat, het is vreselijk spannend.
Wij gaan namelijk een helse machine kopen en Agnes is zich hierop al geruime tijd aan het voorbereiden.
Ze is zuinig, control freak, houdt van zekerheid en wil waar voor haar geld. Tja, en dan zit je met computers in een lastig parket want er zijn zoveel soorten, maten en mogelijkheden en natuurlijk heeft iedereen er ook nog een mening over. Verschillende mensen hebben haar al advies gegeven. Maar nu, na anderhalf jaar twijfelen, heeft ze uiteindelijk besloten dat ze mijn aanbod om haar te helpen aanneemt.
Ik ben de deskundige, de verantwoordelijkheid voor de aankoop komt op mijn schouders.
Achteloos aangeboden omdat ik het zo leuk voor haar zou vinden als ze wat meer verbonden zou zijn met de wereld. En omdat ze hier in de buurt ook geen computercursus kon vinden heb ik ook nog aangeboden om haar wat van de basisbeginselen te leren.
In de winkel blijkt dat het exemplaar dat we hebben uitgezocht al uitverkocht is.
Als het nu voor mezelf zou zijn dan was de keuze voor een andere computer simpel; de goedkoopste met de meeste mogelijkheden maar Agnes overweegt elk aanbod. Omdat ze echt niets van computers weet, stelt ze vragen die er niet toe doen en zaait hiermee verwarring. Computertaal is gewoonlijk al gecompliceerd en dan moet ik dit ook nog eens in het Frans zien uit te leggen aan iemand die er werkelijk geen snars van begrijpt maar die, eenmaal hier, toch een soort controle wil houden over wat ze koopt.
We halen er een verkoper bij en uiteindelijk komen we naar buiten met een exemplaar waar ik niet voor gekozen zou hebben. Maar hij is wel mooi.
Opgetogen dat de kogel door de kerk is gaan we naar huis. Agnes moet internet nog aanvragen dus tot die tijd blijft de computer bij mij, dan kan ik alles alvast installeren en voor haar gebruiksklaar maken.
“Ja,” zegt ze resoluut, “ik ben blij dat je me wilt helpen met de computer. Als ik nu straks les krijg wil ik je er wel voor betalen hoor, je hoeft dat niet voor niets te doen maar ik wil twee keer per week een uur les!
Ik voel een licht beklemmend gevoel opkomen. Waar ben ik aan begonnen?
_______________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Ik open de voordeur en daar staat ze, buurvrouw Agnes.
71 jaar, keurig in de make up, sjieke lammycoat, hoed een tikje schuin op haar hoofd, lekker luchtje.
“Coucou Lisbeth, On y va?” vraagt ze kokette.
“Wacht even, kom even binnen, ik moet je wat laten zien.”
We lopen naar de tafel waar het aanbiedingenkrantje van de Carrefour ligt. “Ah,” zegt ze met een gilletje, en haalt uit haar tas eenzelfde blaadje, met pen een grote cirkel om de advertentie.
We moeten lachen. “Mooi, dus jij vindt het ook wel wat,” constateer ik goedgemutst.
Nou dat gaat een makkie worden, we weten dus al wat we gaan kopen. Nu hoeven we niet helemaal naar de Fnac in Vichy zoals afgesproken maar kunnen we gewoon naar Thiers, twintig minuutjes hier vandaan.
Vandaag is het namelijk een belangrijke dag, onze afspraak staat al een week.
Wij gaan vandaag een computer voor haar kopen en het geluk is aan onze kant, want eergisteren kwam deze fantastische advertentie van een super HP laptop in de bus vallen.
“Ok, on y va!” Ik pak snel mijn jas en daar gaan we dan, met haar auto.
Ik heb me er helemaal op ingesteld, vandaag ben ik volledig ten dienste van haar. Nou als dat nog geen staaltje van goed sociaal gedrag is dan weet ik het niet meer, denk ik om mijn ego op te poetsen en mezelf moed in te spreken.
Agnes en haar man wonen zo’n 500 meter bij ons vandaag in een keurig gestreken huis en tuintje. Het is een echtpaar op leeftijd, ik mag ze erg graag maar ik zie ze haast nooit omdat zij zich niet willen opdringen, zoals ze zeggen, en ik te druk ben met mijn eigen leven.
Nu beginnen ze inmiddels met hun gezondheid te kwakkelen en alleen hierom al vind ik dat je, zeker als je op zo’n geïsoleerde plek woont als wij, blijk moet geven van enige belangstelling en burenhulp.
Maar ja een bezoekje aan hen kost tijd. Agnes is erg gestructureerd zodat even ‘langs’ gaan eigenlijk niet mogelijk is, een bezoekje wordt gelijk een heel gedoe, Henk moet dan ook altijd weer meekomen. Het voelt erg als opzitten en pootjes geven, dus zonder een echte reden om te gaan, stel ik mijn bezoek steeds uit, ondanks mijn principes en het feit dat ik ze graag mag.
Toch voel ik me daar best wel schuldig over, zeker omdat ik weet dat er zo weinig gebeurt in hun leven en ze het zo ontzettend leuk vinden als wij komen.
Daarom ben ik blij dat ik nu eens iets concreets voor haar kan doen, nu eens niet dat opgeprikte gedoe maar gewoon aardigheid als vrouwen onder elkaar.
Maar m’n geduld wordt al direct op de proef gesteld; met een vaartje van zo’n 40 kilometer per uur tuffen wij gemoedelijk over de route nationale. Kachel op tien, ik stik zowat van de traagheid en de hitte. In mijn buitenspiegel zie ik achter ons een enorme staart aan auto's.
Phoe, blij dat we niet helemaal naar Vichy gaan. Even doorbijten deze middag en dan zit het eerste traject van mijn burenhulp er al op.
Nu is de aanschaf van een nieuwe computer natuurlijk altijd wel opwindend maar in dit geval is het veel meer dan dat, het is vreselijk spannend.
Wij gaan namelijk een helse machine kopen en Agnes is zich hierop al geruime tijd aan het voorbereiden.
Ze is zuinig, control freak, houdt van zekerheid en wil waar voor haar geld. Tja, en dan zit je met computers in een lastig parket want er zijn zoveel soorten, maten en mogelijkheden en natuurlijk heeft iedereen er ook nog een mening over. Verschillende mensen hebben haar al advies gegeven. Maar nu, na anderhalf jaar twijfelen, heeft ze uiteindelijk besloten dat ze mijn aanbod om haar te helpen aanneemt.
Ik ben de deskundige, de verantwoordelijkheid voor de aankoop komt op mijn schouders.
Achteloos aangeboden omdat ik het zo leuk voor haar zou vinden als ze wat meer verbonden zou zijn met de wereld. En omdat ze hier in de buurt ook geen computercursus kon vinden heb ik ook nog aangeboden om haar wat van de basisbeginselen te leren.
In de winkel blijkt dat het exemplaar dat we hebben uitgezocht al uitverkocht is.
Als het nu voor mezelf zou zijn dan was de keuze voor een andere computer simpel; de goedkoopste met de meeste mogelijkheden maar Agnes overweegt elk aanbod. Omdat ze echt niets van computers weet, stelt ze vragen die er niet toe doen en zaait hiermee verwarring. Computertaal is gewoonlijk al gecompliceerd en dan moet ik dit ook nog eens in het Frans zien uit te leggen aan iemand die er werkelijk geen snars van begrijpt maar die, eenmaal hier, toch een soort controle wil houden over wat ze koopt.
We halen er een verkoper bij en uiteindelijk komen we naar buiten met een exemplaar waar ik niet voor gekozen zou hebben. Maar hij is wel mooi.
Opgetogen dat de kogel door de kerk is gaan we naar huis. Agnes moet internet nog aanvragen dus tot die tijd blijft de computer bij mij, dan kan ik alles alvast installeren en voor haar gebruiksklaar maken.
“Ja,” zegt ze resoluut, “ik ben blij dat je me wilt helpen met de computer. Als ik nu straks les krijg wil ik je er wel voor betalen hoor, je hoeft dat niet voor niets te doen maar ik wil twee keer per week een uur les!
Ik voel een licht beklemmend gevoel opkomen. Waar ben ik aan begonnen?
_______________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
maandag 20 januari 2014
Politiebezoek
Er
stopt een auto voor de deur. Henk, die bij het raam zit, trekt een lange nek om
langs ons huis naar beneden te kunnen kijken of het bezoek voor ons is. “Oh
shit, les gendarmes,” zegt hij met een diepe zucht.
Het is zondagochtend tien uur, we zijn net uit bed en zitten gezellig samen in ons huiskloffie koffie te drinken, de krant te lezen en rustig de dag op te starten. Maar onze rust wordt nu dus ernstig bedreigd. Ik spring op om me te verstoppen in de badkamer.
Henk is inmiddels naar beneden gelopen en heeft open gedaan. Ik hoor vrolijke stemmen en gelach. Tja, daar sta ik dan in de badkamer met m’n koffie, wat moet ik nu doen? Stilletjes sluip ik naar de overloop om boven aan de trap te luisteren wat er gaat gebeuren.
“Café?” hoor ik Henk vragen.
Ja hoor, dit wordt een echte visite, die zijn voorlopig nog niet weg.
Ik sta in dubio over wat ik moet doen, ik kan me moeilijk hier de hele tijd ‘stil’ houden boven aan de trap en daarbij weet ik dat Henk al helemaal niet graag zo vroeg in de ochtend al onder de mensen is. Er zit niets anders op, ik kan dit niet aan hem alleen overlaten, ik zal ook naar beneden moeten.
“Bonjour,” zeg ik enigszins lachend als ik even later ook de kamer binnenstap. “Ah, elle est là aussi!” Een grote gendarme, volledig in politiepak met pistolen en alles erop en eraan, staat op om mij hartelijk te begroeten. “Comment tu vas Lisbethu, nous sommes pas venus trop tôt?” voegt hij er grijnzend aan toe. Ja, hij weet het wel de smiecht.
“ Non, pas du tout Pierre” reageer ik spontaan en ik meen het inmiddels nog ook. Nu ik mezelf eenmaal weer in de ‘sociale stand’ gezet heb, ben ik werkelijk blij om hem te zien.
Pierre is een oude klant uit ons Café des Arts. Vier jaar lang organiseerden wij twee maal per maand een jamsessie en Pierre was als bassist altijd aanwezig, samen met zijn zoon die drumde. We wisten dat hij gendarme was maar daar merkten we niets van. Hij dronk gezellig een biertje en was vooral een zeer vrolijke en positieve muzikant waar je mee kon lachen. Ons café was voor heel veel mensen uit de regio een gezellige ontmoetingsplek en alle amateurmuzikanten die normaal gesproken alleen maar op hun ‘zolderkamertje’ konden oefenen, boden wij een podium en de mogelijkheid om samen te spelen. Toen we na vier jaar gingen sluiten waren er veel mensen teleurgesteld. Sommigen komen nog wel eens bij ons thuis op bezoek, waaronder Pierre dus.
“Pierre, het is alweer een tijdje geleden dat we je gezien hebben, hoe is het?” vraag ik lachend terwijl ik schuin naar zijn collega’s kijk.
“Nou met mij gaat het bijzonder goed” antwoordt Pierre ondeugend, ook met een schuin oog naar zijn metgezellen. “Dit zijn mijn nieuwe collega’s, ik werk ze in.” Weer een enorme grijns op zijn gezicht.
Zijn collega’s zijn twee mooie jonge meiden, keurig opgemaakte poppensmoeltjes, zo op het oog beiden nog geen twintig maar wel al full dressed in politiepak met pistolen en wapenstokken.
Pierre is duidelijk content met zijn pupillen, “ja, we zijn al een week lang samen op pad,” hahaha, “ik moet haast op gaan passen dat ik mijn vrouw niet met hun naam aanspreek,” grapt Pierre lustig voort.
De meisjes lachen lief en we stellen ons aan elkaar voor. Ze willen graag een kopje thee.
Henk is blij dat ik nu ook beneden ben want nu kan hij het praten aan mij overlaten, hij gaat in de weer met koffie en de kopjes thee. We hebben het even over de inbraken die hier de laatste tijd plaatsvinden. Pierre beaamt dat het aantal is toegenomen maar dat de politie druk aan het speuren is.
Mijn boek ligt op tafel, dus vol trots show ik het aan onze gasten. Pierre bekijkt het aandachtig. “Jammer dat ik het niet kan lezen,” zegt hij spijtig. Op de achterkant staat mijn foto, “pas mal” zegt hij goedkeurend. “Ja die foto is duidelijk niet ’s ochtends gemaakt,” zeg ik met lichte zelfspot. Pierre lacht bevestigend.
Zo flauw en al zo veel lol op de vroege ochtend en nog wel met de politie.
Maar het is Pierre, die man is zo innemend en positief daar wordt je vrolijk van. Je vergeet gewoon dat hij politieagent is. Hij is echt nog het type ‘oom agent’, redelijk en menselijk.
Henk komt erbij zitten en al snel komt het gesprek natuurlijk op muziek. Henk heeft een basgitaar te koop en vraagt of Pierre toevallig geen interesse heeft. Samen lopen ze naar boven, naar de muziekkamer.
Ik blijf achter met de politiemeisjes. Ik vraag of ze uit deze regio komen en of ze het naar hun zin hebben hier in Thiers waar ze op de Gendarmerie wonen.
Het blijkt tegen te vallen. Dat is niet geheel verwonderlijk want dit stadje is weliswaar heel mooi pittoresk maar redelijk verloederd. Er is veel werkeloosheid en armoede, veel mensen hebben een harde uitstraling.
“U leest toch kaarten? ” vraagt ineens één van de twee, de mondigste. Ik beaam het. Er valt een kleine stilte, het meisje kijkt wat onzeker van haar theekopje naar haar handen. Het is duidelijk dat ze het niet durft te vragen. “Wil je dat ik je de kaart lees?” vraag ik welwillend. Ze knikt timide met haar hoofd.
“Ok, dan pak ik mijn kaarten.”
Ze wil iets weten over de liefde. Sinds kort heeft ze hier een vriendje maar het loopt niet zo lekker. Ze trekt kaarten. Als ik haar uitleg wat ik hierin zie, komen er spontaan waterlanders op. “Ja, zo is het precies,” zegt ze sniffend. Het is aandoenlijk, nog zo’n jonge griet, ze blijkt net achttien, ineens bij de politie, quasi volwassen groot politiepak aan, wonend in een ander departement met heel ander soort mensen, vriendje bij de politie. Het lukt me aardig om haar een hart onder de riem te steken en haar wat tips te geven.
Als we de sessie beëindigen kan ze weer lachen.
Ik kan het niet maken om nu het andere meisje niet de kaart te lezen, ze zit op het puntje van haar stoel. Ook bij haar gaat het over haar vriendje en alsof het zo hoort komen ook bij haar de waterlanders. Haast hetzelfde verhaal.
Henk en Pierre zijn inmiddels weer beneden en omdat er in het kaartlezen nogal wat tijd gaat zitten heeft Henk zijn contrabas er maar weer bij gepakt en geeft nog even een basles aan Pierre.
Ineens overvalt mij de bizarheid van deze situatie. Buiten staat er een politiebus vervaarlijk voor het huis geparkeerd, we hebben duidelijk politiebezoek, en wij zitten hier met drie van die politiepakken rondom de tafel kaart te lezen en muziek te maken.
Als ik ook de tweede kaartlezing heb beëindigd wordt het voor Pierre tijd om eens aan ‘de tijd’ te denken. Het is half twaalf.
“Oops, bijna midi, lacht hij vrolijk, “ allez les filles we moeten terug, bijna etenstijd!”
“Jaha,”plaag ik, “jullie hebben het maar goed bij de politie, moesten jullie eigenlijk geen boeven vangen?” Pierre lacht dit maar eens fijntjes weg.
Hartelijk nemen we afscheid.
“Basles en kaartlezen onder diensttijd, zo gek heb ik het nog nooit meegemaakt,” zegt Henk lachend als hij de deur achter hen sluit.
“Inderdaad Henk, dit drietal hoort duidelijk niet bij de divisie ‘stoere’ boevenvangers of bonnenstrooiers van de Gendarmerie. Ach ja, die zijn er hier in Frankrijk wel genoeg. Nee, geef mij maar zulke agenten als Pierre, hij neemt gewoon nog de tijd voor iets." "Dat kun je wel zeggen ja," beaamt Henk, nou ik gun het hem hoor, het is gewoon een ontzettend aardige man, die Pierre."
"Ja en in feite heeft hij toch ook een belangrijke functie binnen de gendarmerie; hij onderhoudt de public relations.”
__________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Het is zondagochtend tien uur, we zijn net uit bed en zitten gezellig samen in ons huiskloffie koffie te drinken, de krant te lezen en rustig de dag op te starten. Maar onze rust wordt nu dus ernstig bedreigd. Ik spring op om me te verstoppen in de badkamer.
Henk is inmiddels naar beneden gelopen en heeft open gedaan. Ik hoor vrolijke stemmen en gelach. Tja, daar sta ik dan in de badkamer met m’n koffie, wat moet ik nu doen? Stilletjes sluip ik naar de overloop om boven aan de trap te luisteren wat er gaat gebeuren.
“Café?” hoor ik Henk vragen.
Ja hoor, dit wordt een echte visite, die zijn voorlopig nog niet weg.
Ik sta in dubio over wat ik moet doen, ik kan me moeilijk hier de hele tijd ‘stil’ houden boven aan de trap en daarbij weet ik dat Henk al helemaal niet graag zo vroeg in de ochtend al onder de mensen is. Er zit niets anders op, ik kan dit niet aan hem alleen overlaten, ik zal ook naar beneden moeten.
“Bonjour,” zeg ik enigszins lachend als ik even later ook de kamer binnenstap. “Ah, elle est là aussi!” Een grote gendarme, volledig in politiepak met pistolen en alles erop en eraan, staat op om mij hartelijk te begroeten. “Comment tu vas Lisbethu, nous sommes pas venus trop tôt?” voegt hij er grijnzend aan toe. Ja, hij weet het wel de smiecht.
“ Non, pas du tout Pierre” reageer ik spontaan en ik meen het inmiddels nog ook. Nu ik mezelf eenmaal weer in de ‘sociale stand’ gezet heb, ben ik werkelijk blij om hem te zien.
Pierre is een oude klant uit ons Café des Arts. Vier jaar lang organiseerden wij twee maal per maand een jamsessie en Pierre was als bassist altijd aanwezig, samen met zijn zoon die drumde. We wisten dat hij gendarme was maar daar merkten we niets van. Hij dronk gezellig een biertje en was vooral een zeer vrolijke en positieve muzikant waar je mee kon lachen. Ons café was voor heel veel mensen uit de regio een gezellige ontmoetingsplek en alle amateurmuzikanten die normaal gesproken alleen maar op hun ‘zolderkamertje’ konden oefenen, boden wij een podium en de mogelijkheid om samen te spelen. Toen we na vier jaar gingen sluiten waren er veel mensen teleurgesteld. Sommigen komen nog wel eens bij ons thuis op bezoek, waaronder Pierre dus.
“Pierre, het is alweer een tijdje geleden dat we je gezien hebben, hoe is het?” vraag ik lachend terwijl ik schuin naar zijn collega’s kijk.
“Nou met mij gaat het bijzonder goed” antwoordt Pierre ondeugend, ook met een schuin oog naar zijn metgezellen. “Dit zijn mijn nieuwe collega’s, ik werk ze in.” Weer een enorme grijns op zijn gezicht.
Zijn collega’s zijn twee mooie jonge meiden, keurig opgemaakte poppensmoeltjes, zo op het oog beiden nog geen twintig maar wel al full dressed in politiepak met pistolen en wapenstokken.
Pierre is duidelijk content met zijn pupillen, “ja, we zijn al een week lang samen op pad,” hahaha, “ik moet haast op gaan passen dat ik mijn vrouw niet met hun naam aanspreek,” grapt Pierre lustig voort.
De meisjes lachen lief en we stellen ons aan elkaar voor. Ze willen graag een kopje thee.
Henk is blij dat ik nu ook beneden ben want nu kan hij het praten aan mij overlaten, hij gaat in de weer met koffie en de kopjes thee. We hebben het even over de inbraken die hier de laatste tijd plaatsvinden. Pierre beaamt dat het aantal is toegenomen maar dat de politie druk aan het speuren is.
Mijn boek ligt op tafel, dus vol trots show ik het aan onze gasten. Pierre bekijkt het aandachtig. “Jammer dat ik het niet kan lezen,” zegt hij spijtig. Op de achterkant staat mijn foto, “pas mal” zegt hij goedkeurend. “Ja die foto is duidelijk niet ’s ochtends gemaakt,” zeg ik met lichte zelfspot. Pierre lacht bevestigend.
Zo flauw en al zo veel lol op de vroege ochtend en nog wel met de politie.
Maar het is Pierre, die man is zo innemend en positief daar wordt je vrolijk van. Je vergeet gewoon dat hij politieagent is. Hij is echt nog het type ‘oom agent’, redelijk en menselijk.
Henk komt erbij zitten en al snel komt het gesprek natuurlijk op muziek. Henk heeft een basgitaar te koop en vraagt of Pierre toevallig geen interesse heeft. Samen lopen ze naar boven, naar de muziekkamer.
Ik blijf achter met de politiemeisjes. Ik vraag of ze uit deze regio komen en of ze het naar hun zin hebben hier in Thiers waar ze op de Gendarmerie wonen.
Het blijkt tegen te vallen. Dat is niet geheel verwonderlijk want dit stadje is weliswaar heel mooi pittoresk maar redelijk verloederd. Er is veel werkeloosheid en armoede, veel mensen hebben een harde uitstraling.
“U leest toch kaarten? ” vraagt ineens één van de twee, de mondigste. Ik beaam het. Er valt een kleine stilte, het meisje kijkt wat onzeker van haar theekopje naar haar handen. Het is duidelijk dat ze het niet durft te vragen. “Wil je dat ik je de kaart lees?” vraag ik welwillend. Ze knikt timide met haar hoofd.
“Ok, dan pak ik mijn kaarten.”
Ze wil iets weten over de liefde. Sinds kort heeft ze hier een vriendje maar het loopt niet zo lekker. Ze trekt kaarten. Als ik haar uitleg wat ik hierin zie, komen er spontaan waterlanders op. “Ja, zo is het precies,” zegt ze sniffend. Het is aandoenlijk, nog zo’n jonge griet, ze blijkt net achttien, ineens bij de politie, quasi volwassen groot politiepak aan, wonend in een ander departement met heel ander soort mensen, vriendje bij de politie. Het lukt me aardig om haar een hart onder de riem te steken en haar wat tips te geven.
Als we de sessie beëindigen kan ze weer lachen.
Ik kan het niet maken om nu het andere meisje niet de kaart te lezen, ze zit op het puntje van haar stoel. Ook bij haar gaat het over haar vriendje en alsof het zo hoort komen ook bij haar de waterlanders. Haast hetzelfde verhaal.
Henk en Pierre zijn inmiddels weer beneden en omdat er in het kaartlezen nogal wat tijd gaat zitten heeft Henk zijn contrabas er maar weer bij gepakt en geeft nog even een basles aan Pierre.
Ineens overvalt mij de bizarheid van deze situatie. Buiten staat er een politiebus vervaarlijk voor het huis geparkeerd, we hebben duidelijk politiebezoek, en wij zitten hier met drie van die politiepakken rondom de tafel kaart te lezen en muziek te maken.
Als ik ook de tweede kaartlezing heb beëindigd wordt het voor Pierre tijd om eens aan ‘de tijd’ te denken. Het is half twaalf.
“Oops, bijna midi, lacht hij vrolijk, “ allez les filles we moeten terug, bijna etenstijd!”
“Jaha,”plaag ik, “jullie hebben het maar goed bij de politie, moesten jullie eigenlijk geen boeven vangen?” Pierre lacht dit maar eens fijntjes weg.
Hartelijk nemen we afscheid.
“Basles en kaartlezen onder diensttijd, zo gek heb ik het nog nooit meegemaakt,” zegt Henk lachend als hij de deur achter hen sluit.
“Inderdaad Henk, dit drietal hoort duidelijk niet bij de divisie ‘stoere’ boevenvangers of bonnenstrooiers van de Gendarmerie. Ach ja, die zijn er hier in Frankrijk wel genoeg. Nee, geef mij maar zulke agenten als Pierre, hij neemt gewoon nog de tijd voor iets." "Dat kun je wel zeggen ja," beaamt Henk, nou ik gun het hem hoor, het is gewoon een ontzettend aardige man, die Pierre."
"Ja en in feite heeft hij toch ook een belangrijke functie binnen de gendarmerie; hij onderhoudt de public relations.”
__________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)



