Ze staan al klaar als ik aankom. De vader, een
keurige eind-vijftiger en zijn dochter, geen
peuter maar een leuk pubermeisje.
We stellen ons aan elkaar voor en nadat de koffers in de auto zijn gezet en
vader het huis heeft afgesloten vertrekken we.
“Ik heb gezegd dat het geen luxe auto is hè,” zeg ik lachend maar inwendig
wat verlegen met de situatie.
Deze mensen zijn een heel ander vervoersmiddel gewend, dat is duidelijk.
“Nee hoor, geen enkel probleem,” zegt de man vriendelijk, “we zijn blij dat we
mee kunnen rijden en hij rijdt toch?”
Om mij gerust te stellen voegt hij er aan toe dat hij graag in een Renault Espace
rijdt, hij heeft er zelf ook één. Maar die van hem staat ondanks zijn beduidend
jongere leeftijd nu bij de garage, en die van mij rijdt in ieder geval.
“Tja, dit is voor mij ook weer eens wat anders,”zegt de man zorgeloos, “ik reis het
traject Parijs-Nederland vrij vaak en meestal ben ik degene die de lift aanbiedt.”
Ik vertel hem dat dit de eerste keer is dat ik mensen georganiseerd meeneem.
Dat ik geaarzeld heb om co-voiturage voor te stellen, vanwege mijn oude auto,
maar dat deze oude brik zich op de heenweg zo goed gedragen heeft, dat ik toch
maar een bericht heb geplaatst op nederlanders.fr.
Dat er vervolgens niemand reageerde en dat ik erg verrast was dat zijn vrouw vanochtend
op de valreep nog belde. Ze heeft zeker mijn blogverhaaltje ‘In z’n drie door
Vichy’ niet gelezen,” vraag ik lachend.
Ik vertel hem het verhaal over mijn autopech en de helse rit die ik heb gehad. Hij ziet de grappigheid er blijkbaar ook van in want hij moet lachen. Zo, de kop is eraf, denk ik opgelucht, op naar Parijs.
“Nou, zo te horen klinkt de auto nu toch goed, hij haalt wel hoor!” zegt de man
bemoedigend.
“Maar woon jij nu in Breda of in Parijs?” vraag ik nieuwsgierig. Het blijkt beiden het geval te zijn. Zijn vrouw werkt in Parijs en heeft daarnaast ook een baan
in Nederland, vanwege haar werk pendelen ze nu een beetje heen en weer. Hij is tot voor kort een hoge officier bij Nederlandse defensie geweest, in de
diplomatieke dienst. "Zo, dus ik ben in hoog gezelschap," constateer ik lachend. "Ach," antwoordt hij, "wat zal ik zeggen, in principe wel, maar ik ben niet meer in functie hoor. Die legerbaan is voorbij en in feite ben ik nu een vrij burgerman, daardoor kan ik nu nog meer genieten van het dubbelleven Parijs-Nederland.
Ik zit in de comfortabele positie dat ik kan kiezen, een oriënterende fase, kijken wat ik nog wil gaan doen."
Wat een interessante man denk ik met enig ontzag, wat leuk dat hij zo open is.
Voor mij is iemand uit het leger, zeker met zo'n hoge rang één en al gezag, autoriteit en afstandelijkheid, daar zou ik dit nooit van verwachten.
Een grappige situatie schiet door m'n hoofd.
Er is al het hele weekend sinds ik in
Nederland ben van alles te doen rondom de ‘Nucleaire top’, die overmorgen, dinsdag
25 maart zal plaatsvinden in Den Haag.
Rijkswegen die afgezet zijn, extra security.
Wij rijden Nederland dan wel uit, maar
je weet het nooit, deze auto heeft al meerdere keren de aandacht van de douane
getrokken, wat als we aangehouden worden? Dan rijd ik hier zowaar met de defensietop de grens over!
“Oh, dus ik zit hartstikke goed met jou naast me als we aangehouden worden,”
grap ik vrolijk.
Ik zie het al helemaal voor me, de douane die denkt een stelletje alternatieve actievoerders
aan te houden en dan kom ik met hem op de proppen.
Jammer wat een kans, reden we maar richting Nederland, dan was de pakkans groter. Dat zou ik nu graag eens mee
willen maken.
Net als vroeger, toen ik met een vriendje liftend naar Frankrijk trok. Dat was
trouwens precies de omgekeerde situatie; een keurige heer nam ons, 'langharig tuig’
mee de grens België - Frankrijk over.
We moesten stoppen want de douane kreeg ons in het vizier. De arme man mocht
helaas ook niet verder. Onze bagage werd onderzocht en ja hoor, beet!
Triomfantelijk viste de douanier een plastic zakje voor één vierde gevuld met wit
poeder uit één van de rugzakken. De douaniers waren in alle staten van
opwinding, dit was de ‘betere’ vangst!
Het zakje ging van hand tot hand en verdween, met een douanier mee naar een
andere ruimte.
Het wachten, op dat wat wij al wisten wat zou gaan komen, begon. De man wachtte
noodgedwongen mee.
Na anderhalf uur kwam een duidelijk teleurgestelde douanier onvriendelijk zeggen
dat we mochten vertrekken.
Ondanks zijn stoere onverzorgde uiterlijk had mijn vriendje een keurig en zeer
zorgzaam moedertje en die had nog net voor we vertrokken, ondanks onze protesten,
een zakje waspoeder in zijn tas weggemoffeld.
Het was wel erg sneu voor deze douaniers en onze liftgever, die ons overigens
toch gewoon weer mee verder nam. Wat een situatie! Dagenlang hebben we er lol
om gehad.
Mijn emotionele bui, die mij aan het begin van mijn bezoek aan Nederland was
overvallen, begint op te klaren. Ik ben weer in m’n element, lekker reizen en ondertussen ook nog van gedachten wisselen met iemand die een totaal ander leven heeft dan ik, maar in feite in net zo'n onzekere positie zit ten aanzien van zijn eigen doelstellingen.
Leuk deze onverwachte ontmoeting!
De man vertelt verder over zijn leven vroeger als diplomaat, dat hij dus met zijn gezin de halve
wereld over gezworven heeft. Hij heeft maar liefst vijf kinderen, die allemaal minimaal
drietalig zijn. Opgegroeid in het buitenland, internationale
scholen. Maar ook over de moeilijke keuzes waar je als diplomaat soms voor gesteld staat.
Wow, dat is echt iets wat ik ontzettend interessant vind! Wat leuk om eens een kijkje te krijgen in zo'n andere wereld.
Maar we hebben toch ook aardig wat gemeenschappelijke ervaringen.
We bespreken hoe je leven verandert als je
eenmaal in het buitenland woont.
Elke emigrant is toch een soort avonturier.
“Daarom neem ik graag lifters mee,”
zegt de man, “je ontmoet altijd mensen met een bijzonder verhaal!”"Zou jij weer echt helemaal in Nederland kunnen wonen?" vraag ik geïnteresseerd, dit is natuurlijk ook mijn actuele thema; moet ik keuzes maken en zo ja, welke dan?
Hij geeft aan dat hij zich dat ook niet meer kan voorstellen, dat je verandert naarmate je langer uit Nederland weg bent.
Je vervreemdt van je geboorteland en de achterblijvers begrijpen je steeds minder, je krijgt steeds minder gemeenschappelijke ervaringen. En dat dat soms heel jammer of pijnlijk is, is iets wat ook bij hem heeft gespeeld.
Zie je wel denk ik, geld heeft hier dus helemaal niets mee te maken.
Geanimeerd vertel ik mijn verhaal, over Henk die Bassist is, over de jazzclub, het
werken met muzikanten, maar ook dat ik weer terug ben naar mijn leven als
artiest, dat ik nu ook in Frankrijk begin door te breken en dat ik daar erg trots op ben. En natuurlijk vertel ik over mijn boek en m'n schrijverij.
Hoe blij ik ben met mijn leven maar dat de economische situatie mij toch erg in verwarring brengt.
Hij luistert geïnteresseerd naar mijn verhaal. "Nou," reageert hij lachend, "als ik jou zo hoor, zou ik lekker doorgaan waar ik mee bezig was. Uit alles blijkt dat daar jouw hart ligt en ik denk ook dat je dat ontzettend goed doet."
Wat een leuk compliment en wat een speciale autorit!
“Jaha, zegt de man, muziek is in mijn familie ook altijd belangrijk geweest, vooral
de klassieke muziek.”
Natuurlijk, denk ik, dat lijkt me logisch, volkomen in de lijn van mijn verwachtingen.
“Maar ook hardrock,” vervolgt hij.
“Echt waar?” verwonderd kijk ik hem aan. Hij lacht een beetje geheimzinnig. “Je
weet inmiddels mijn achternaam...”
“Adje!” roep ik verrast uit. “De gitarist van uh..." "Whitesnake en VandenBerg," vult hij aan.
"Nee, echt waar, is dat jouw broer? Wat bijzonder!"
“Ja,” zegt de man trots, “Ad heeft weer een nieuwe band bij elkaar en
binnenkort hebben ze een optreden in Parijs, dan ben ik zeker ook van de partij
met mijn gezin, reken maar dat wij vooraan zitten!”
Ik moet lachen.
Wat is het leven toch wonderlijk. Alles aan deze man is anders dan ik het me
had voorgesteld.
Zit ik hier ineens ook nog met de broer van een bekende hardrock gitarist in de auto.
Zo zie je maar weer, alles is betrekkelijk, denk ik opgelucht.
Mijn stemming is vrolijk en luchtig geworden.
Dit zou ik nooit meer willen missen. Ik houd van vreemde en
onverwachte ontmoetingen en nieuwe situaties, sinds mijn leven in Frankrijk zit het hier vol
van.
Zelfs deze man met het ogenschijnlijk keurige leven is ook een vrijbuiter net als ik
en daarom kunnen we het, ondanks het verschillende sociale milieu waarin we leven toch ontzettend goed vinden met elkaar. Wat maakt het
uit dat we nu in deze oude brik zitten, we rijden en bereiken beiden ons doel.
Hij Parijs en ik straks de Auvergne.
Zijn dochter zit al die tijd keurig en stilletjes achterin, waarschijnlijk kan
ze door de herrie van de auto ons gesprek maar amper volgen. Als ik zeg dat ik het rot vind dat ze op deze manier zo buitengesloten wordt, lacht ze lief. Het is geen probleem, ze
heeft haar iphone.
De tijd is omgevlogen en we naderen Parijs. Vader en dochter moeten naar het stadscentrum,
maar we hebben afgesproken dat ik hen afzet bij het treinstation van het
vliegveld ‘Charles de Gaulle’.
Kan ik gemakkelijk de snelweg weer opdraaien en voor hen is het dan nog maar
een klein stukje met de trein.
We rijden de ‘dépose minute’ bij het treinstation op. Het is gelukkig niet
druk. Ze halen hun koffers uit de achterbak, hij geeft me een bijdrage voor de rit,
ik geef hem een visitekaartje van Henk en van mij. Vrolijk schudden we elkaar
de hand en wensen elkaar een goede reis.
Ik stap weer in de auto, draai schuin achteruit het parkeervak uit en terwijl
ik in z’n één optrek zie ik ze over mijn schouder nog net het gebouw binnenstappen.
Zo, dat was leuk en nog een centje verdiend ook, geweldig! Ik ben vrolijk en blij,
het leven is mooi!
Ik geef gas, hup in z’n twee maar dan ineens Tak ,
ik hoor een enorme knal en mijn linkervoet schiet naar beneden en rust nu, samen met het schakelpedaal, op de bodem
van de auto……
"Oh nee, niet wéér!" roep ik hartgrondig uit terwijl ik de auto met het behaalde vaartje weer een parkeervak in stuur. "Oh God, wat nu?"
_______________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in
Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en
levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve
hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk
delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun
enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en
belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf,
dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er
in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle
gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
woensdag 28 mei 2014
zaterdag 24 mei 2014
Uit je comfortzone(1)
Om kwart over acht ‘s ochtends begint mijn mobiele telefoon te rinkelen, op het display zie ik een onbekend Frans nummer. Zondagochtend, wie belt er nu op dit
tijdstip? Een beetje verwonderd neem ik op.
Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn stelt zich voor in het Nederlands en vraagt of ik nog steeds plaats in de auto heb. Haar man en dochter zijn in Breda en zoeken een lift naar Parijs.
“Ja natuurlijk!” antwoord ik verrast. Ze geeft me zijn telefoonnummer zodat ik het verder met hem kan regelen.
Zo dat is geluk hebben, denk ik in m’n nopjes, toch nog gedeelde reiskosten.
Vier dagen geleden ben ik, met redelijke bibbers in mijn lijf, toch weer in onze oude Renault Espace uit 1993 naar Nederland gereden voor een optreden.
Een reis waar ik van te voren wel heel erg tegenop zag maar die wonderwel toch weer goed verlopen is. De motor liep zelfs als een zonnetje en ook in Nederland reed ik vlekkeloos nog zo'n driehonderd kilometer weg.
Dit had me de moed gegeven om toch een oproep voor co-voiturage voor de terugweg te plaatsen op Nederlanders.fr
Helaas heeft er niemand gereageerd, maar daar heb ik met Henk door de telefoon ontzettend om gelachen. “Die hebben natuurlijk allemaal m’n blogverhaal ‘In z’n drie door Vichy’ gelezen”.
Ik bel de man en krijg een adres in het Ginniken, een wat sjiekere wijk in Breda. De man klinkt aardig en keurig. “Ik heb wel een oude auto hoor, geen luxe!” waarschuw ik toch maar even voor de zekerheid. Hij vindt het geen enkel probleem en we spreken af dat ik er om tien uur zal zijn.
Ik vind het spannend, dit is de eerste keer dat ik iemand meeneem die ik niet ken. Ik rijd bijna altijd alleen, daar houd ik van, dan heb ik m’n gedachten voor mezelf en kan ik lekker harde muziek luisteren. Nu gaat deze man met dochter, alleen maar mee tot Parijs, de helft van mijn reis, maar toch zullen we nog zo’n drie à vier uur bij elkaar in de auto moeten zitten, hopelijk hebben we wat gespreksstof anders duurt zo’n reis knap lang.
Wat zou het eigenlijk voor iemand zijn?
Een vader en een dochter die naar Parijs gaan en een moeder die uit Parijs belt, zoiets maakt me toch nieuwsgierig. Het zal wel een gescheiden man zijn, denk ik het antwoord te weten. Het kind zal dan wel bij haar moeder in Parijs wonen. Als het maar niet zo’n kleine krijsende dreumes is.
Ojee, en ik moet lachen bij de gedachte, straks heeft hij allemaal ‘kinderen voor kinderen’ cd tjes bij zich om het meisje zoet te houden. Dat zal mijn geluk weer wezen!
Ach, we zullen wel zien, voorlopig ben ik blij dat ik mijn kosten wat kan delen, maar vooral dat ik weer naar huis ga.
Deze keer verloopt het bezoek aan Nederland niet echt ontspannen. Ik weet niet wat ik heb, ik ben gevoeliger dan normaal, erg moe en kan me slecht concentreren.
M’n optreden is daardoor nogal zwaar geweest.
Het bezoek aan m’n dochter in Amsterdam voelt als 'veel tekort' en ondanks dat is het parkeertarief nog te hoog.
Hoewel ik op het ogenblik best gelukkig ben en ik me erg verheugd heb om haar weer te zien, maakt ons weerzien me dit keer melancholiek. Wat mis ik eigenlijk een groot deel van haar handel en wandel, nooit kunnen we eens even gezellig bij elkaar langs.
Wat is nu eigenlijk mijn moederrol? Ik ben me pijnlijk bewust dat ik haar al een hele tijd niet meer even lekker heb kunnen verwennen met cadeautjes of leuke kleren. Een bezoekje aan de ‘stad’ en samen lekker lunchen op een terrasje, wanneer was dat voor het laatst?
Ik voel me verdrietig en in de war.
Wat is de prijs eigenlijk die ik betaal voor mijn droomleven in Frankrijk? Ik houd van mijn dochter en toch kies ik voor een leven met een veel lagere levensstandaard, zodat ik haar lang niet zo vaak kan zien als dat ik zou willen. Groeien we niet uit elkaar? Ze is vijfentwintig inmiddels, terwijl ze in mijn hoofd maar steeds achttien blijft.
Ik kijk naar mezelf met mijn oude autobrik, om me heen vliegen de grote en vooral nieuwe auto’s langs me heen. Nederland is één en al bling bling, het levensritme is hier twee of misschien wel drie keer zo snel als in de Auvergne.
Dit kan ik nooit evenaren. Ik ben blij dat ik hier nog kan komen voor een bezoekje maar meer zit er voorlopig niet in. Toch voel ik tegelijkertijd ook dat ik deze snelle wereld aardig begin te ontgroeien, ik moet er niet aan denken om nog aan deze ratrace mee te doen.
Met een behoorlijke brok in m’n keel rijd ik weer naar Brabant, naar m’n ouders om hier nog één nachtje te slapen voor mijn terugkeer naar huis. Terug naar de rust en de natuur.
Maar in plaats van nog een laatste gezellig avondje krijg ik op de valreep nog een tirade van m’n vader over me heen.
Dit heb ik sinds mijn pubertijd niet meer meegemaakt en je zou het op mijn leeftijd ook niet meer verwachten, maar blijkbaar zit het hem erg hoog.
De strekking is duidelijk: het wordt tijd dat ik terugkom. De résidence d’artistes en jazzclub, waarvoor we naar Frankrijk zijn verhuisd is van de baan, dus waarom zouden we dan nog in Frankrijk blijven?
“Je kunt daar de kost maar amper verdienen, wat zoek je daar toch in die armoede!” roept hij boos uit. Hiermee volkomen voorbijgaand aan alles wat me lief is en waar ik trots op ben.
Nu kan ik me zijn standpunt ook wel voorstellen, we moeten best wel sappelen om rond te komen en soms raak ik daar ook wel van in de stress, maar anders dan mijn vader zie ik nog steeds mogelijkheden.
Hij gaat ook voorbij aan het feit dat ik al bijna tien jaar weg ben. Behalve mijn dierbare familie en een paar goede vrienden en af en toe een optreden, is er niets meer dat me aan Nederland bindt. Ik heb in Frankrijk een nieuw leven opgebouwd. We hebben ontzettend hard gewerkt om ons huis prachtig te verbouwen en een gezellige stek te creëren. Ik heb een geweldige werkplek waar ik heerlijk kan schrijven.
Maar vooral dat het leven in Frankrijk een ‘mode de vie’ is die mij ontzettend bevalt en dat ik dit leven niet zomaar meer wil en kan loslaten, is iets wat hij totaal niet begrijpt.
Voor hem is het gewoon terugkomen en de draad weer oppakken, nou zo simpel ligt dat niet!
Dit probeer ik hem allemaal uit te leggen maar hij heeft zijn mening gevormd en staat totaal niet open voor mijn argumenten.
Ondertussen voel ik me gefrustreerd over zoveel onbegrip maar eigenlijk nog meer dat ik mezelf, als een kind, toch weer aan het verdedigen ben.
Ik zie mijn boze vader maar ik zie ook zijn onmacht en liefde. Hij begrijpt gewoon niets van mijn leven in Frankrijk. Hij ziet mijn struggling niet als een avontuur en een uitdaging, zoals ik dat zelf ervaar.
Eigenlijk heb ik deze tirade ook wel aan mezelf te danken. Ik ben veel te open geweest al die tijd, ik vertel mijn ouders altijd alles over mijn voor en tegenspoed omdat ik dat graag wil delen, maar daar moet ik mee gaan stoppen. Vooral voor mijn vader is dit heel moeilijk, hij staat niet open voor het onbekende, het maakt hem alleen maar angstig, zodat hij alleen maar de “negatieve” kant van mijn verhaal hoort.
Hij wil me gelukkig en vooral welvarend zien, gewoon, lekker veilig in Nederland.
En misschien ligt onder deze hele discussie ook nog wel het feit dat hij me mist. Of het feit dat hij ouder wordt en dat er zomaar dingen kunnen gebeuren en dat ik dan erg ver weg ben.
Mijn moeder die er de hele tijd wat stilletjes bijgezeten heeft, roept ons tot de orde. “Zullen we er over ophouden? Jullie komen er toch niet uit, de situatie is zoals hij is, laten we nog even een gezellige avond hebben met elkaar.”
Gedurende de avond proberen we weer gewoon te doen, maar gemakkelijk is dat niet. De opgeroepen emoties blijven als een soort mistwolk om ons heen hangen.
Emigreren is soms ook gewoon heel erg pijnlijk.
Maar nu is het zondagochtend en ik sta op het punt om te vertrekken. Ondanks dat ik me nog steeds redelijk geëmotioneerd voel, ben ik ook erg opgelucht dat ik weg kan, naar huis en naar Henk.
Mijn ouders zwaaien me na. “Tot de volgende keer Lies, doe voorzichtig!”
Het zijn gewoon heel erg lieve mensen, ik hoop dat ik weer snel terug kan komen.
Maar voor nu… op naar Breda. Terug naar mijn nieuw gekozen leven, ik ben benieuwd wat deze reis weer gaat brengen…………
_________________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn stelt zich voor in het Nederlands en vraagt of ik nog steeds plaats in de auto heb. Haar man en dochter zijn in Breda en zoeken een lift naar Parijs.
“Ja natuurlijk!” antwoord ik verrast. Ze geeft me zijn telefoonnummer zodat ik het verder met hem kan regelen.
Zo dat is geluk hebben, denk ik in m’n nopjes, toch nog gedeelde reiskosten.
Vier dagen geleden ben ik, met redelijke bibbers in mijn lijf, toch weer in onze oude Renault Espace uit 1993 naar Nederland gereden voor een optreden.
Een reis waar ik van te voren wel heel erg tegenop zag maar die wonderwel toch weer goed verlopen is. De motor liep zelfs als een zonnetje en ook in Nederland reed ik vlekkeloos nog zo'n driehonderd kilometer weg.
Dit had me de moed gegeven om toch een oproep voor co-voiturage voor de terugweg te plaatsen op Nederlanders.fr
Helaas heeft er niemand gereageerd, maar daar heb ik met Henk door de telefoon ontzettend om gelachen. “Die hebben natuurlijk allemaal m’n blogverhaal ‘In z’n drie door Vichy’ gelezen”.
Ik bel de man en krijg een adres in het Ginniken, een wat sjiekere wijk in Breda. De man klinkt aardig en keurig. “Ik heb wel een oude auto hoor, geen luxe!” waarschuw ik toch maar even voor de zekerheid. Hij vindt het geen enkel probleem en we spreken af dat ik er om tien uur zal zijn.
Ik vind het spannend, dit is de eerste keer dat ik iemand meeneem die ik niet ken. Ik rijd bijna altijd alleen, daar houd ik van, dan heb ik m’n gedachten voor mezelf en kan ik lekker harde muziek luisteren. Nu gaat deze man met dochter, alleen maar mee tot Parijs, de helft van mijn reis, maar toch zullen we nog zo’n drie à vier uur bij elkaar in de auto moeten zitten, hopelijk hebben we wat gespreksstof anders duurt zo’n reis knap lang.
Wat zou het eigenlijk voor iemand zijn?
Een vader en een dochter die naar Parijs gaan en een moeder die uit Parijs belt, zoiets maakt me toch nieuwsgierig. Het zal wel een gescheiden man zijn, denk ik het antwoord te weten. Het kind zal dan wel bij haar moeder in Parijs wonen. Als het maar niet zo’n kleine krijsende dreumes is.
Ojee, en ik moet lachen bij de gedachte, straks heeft hij allemaal ‘kinderen voor kinderen’ cd tjes bij zich om het meisje zoet te houden. Dat zal mijn geluk weer wezen!
Ach, we zullen wel zien, voorlopig ben ik blij dat ik mijn kosten wat kan delen, maar vooral dat ik weer naar huis ga.
Deze keer verloopt het bezoek aan Nederland niet echt ontspannen. Ik weet niet wat ik heb, ik ben gevoeliger dan normaal, erg moe en kan me slecht concentreren.
M’n optreden is daardoor nogal zwaar geweest.
Het bezoek aan m’n dochter in Amsterdam voelt als 'veel tekort' en ondanks dat is het parkeertarief nog te hoog.
Hoewel ik op het ogenblik best gelukkig ben en ik me erg verheugd heb om haar weer te zien, maakt ons weerzien me dit keer melancholiek. Wat mis ik eigenlijk een groot deel van haar handel en wandel, nooit kunnen we eens even gezellig bij elkaar langs.
Wat is nu eigenlijk mijn moederrol? Ik ben me pijnlijk bewust dat ik haar al een hele tijd niet meer even lekker heb kunnen verwennen met cadeautjes of leuke kleren. Een bezoekje aan de ‘stad’ en samen lekker lunchen op een terrasje, wanneer was dat voor het laatst?
Ik voel me verdrietig en in de war.
Wat is de prijs eigenlijk die ik betaal voor mijn droomleven in Frankrijk? Ik houd van mijn dochter en toch kies ik voor een leven met een veel lagere levensstandaard, zodat ik haar lang niet zo vaak kan zien als dat ik zou willen. Groeien we niet uit elkaar? Ze is vijfentwintig inmiddels, terwijl ze in mijn hoofd maar steeds achttien blijft.
Ik kijk naar mezelf met mijn oude autobrik, om me heen vliegen de grote en vooral nieuwe auto’s langs me heen. Nederland is één en al bling bling, het levensritme is hier twee of misschien wel drie keer zo snel als in de Auvergne.
Dit kan ik nooit evenaren. Ik ben blij dat ik hier nog kan komen voor een bezoekje maar meer zit er voorlopig niet in. Toch voel ik tegelijkertijd ook dat ik deze snelle wereld aardig begin te ontgroeien, ik moet er niet aan denken om nog aan deze ratrace mee te doen.
Met een behoorlijke brok in m’n keel rijd ik weer naar Brabant, naar m’n ouders om hier nog één nachtje te slapen voor mijn terugkeer naar huis. Terug naar de rust en de natuur.
Maar in plaats van nog een laatste gezellig avondje krijg ik op de valreep nog een tirade van m’n vader over me heen.
Dit heb ik sinds mijn pubertijd niet meer meegemaakt en je zou het op mijn leeftijd ook niet meer verwachten, maar blijkbaar zit het hem erg hoog.
De strekking is duidelijk: het wordt tijd dat ik terugkom. De résidence d’artistes en jazzclub, waarvoor we naar Frankrijk zijn verhuisd is van de baan, dus waarom zouden we dan nog in Frankrijk blijven?
“Je kunt daar de kost maar amper verdienen, wat zoek je daar toch in die armoede!” roept hij boos uit. Hiermee volkomen voorbijgaand aan alles wat me lief is en waar ik trots op ben.
Nu kan ik me zijn standpunt ook wel voorstellen, we moeten best wel sappelen om rond te komen en soms raak ik daar ook wel van in de stress, maar anders dan mijn vader zie ik nog steeds mogelijkheden.
Hij gaat ook voorbij aan het feit dat ik al bijna tien jaar weg ben. Behalve mijn dierbare familie en een paar goede vrienden en af en toe een optreden, is er niets meer dat me aan Nederland bindt. Ik heb in Frankrijk een nieuw leven opgebouwd. We hebben ontzettend hard gewerkt om ons huis prachtig te verbouwen en een gezellige stek te creëren. Ik heb een geweldige werkplek waar ik heerlijk kan schrijven.
Maar vooral dat het leven in Frankrijk een ‘mode de vie’ is die mij ontzettend bevalt en dat ik dit leven niet zomaar meer wil en kan loslaten, is iets wat hij totaal niet begrijpt.
Voor hem is het gewoon terugkomen en de draad weer oppakken, nou zo simpel ligt dat niet!
Dit probeer ik hem allemaal uit te leggen maar hij heeft zijn mening gevormd en staat totaal niet open voor mijn argumenten.
Ondertussen voel ik me gefrustreerd over zoveel onbegrip maar eigenlijk nog meer dat ik mezelf, als een kind, toch weer aan het verdedigen ben.
Ik zie mijn boze vader maar ik zie ook zijn onmacht en liefde. Hij begrijpt gewoon niets van mijn leven in Frankrijk. Hij ziet mijn struggling niet als een avontuur en een uitdaging, zoals ik dat zelf ervaar.
Eigenlijk heb ik deze tirade ook wel aan mezelf te danken. Ik ben veel te open geweest al die tijd, ik vertel mijn ouders altijd alles over mijn voor en tegenspoed omdat ik dat graag wil delen, maar daar moet ik mee gaan stoppen. Vooral voor mijn vader is dit heel moeilijk, hij staat niet open voor het onbekende, het maakt hem alleen maar angstig, zodat hij alleen maar de “negatieve” kant van mijn verhaal hoort.
Hij wil me gelukkig en vooral welvarend zien, gewoon, lekker veilig in Nederland.
En misschien ligt onder deze hele discussie ook nog wel het feit dat hij me mist. Of het feit dat hij ouder wordt en dat er zomaar dingen kunnen gebeuren en dat ik dan erg ver weg ben.
Mijn moeder die er de hele tijd wat stilletjes bijgezeten heeft, roept ons tot de orde. “Zullen we er over ophouden? Jullie komen er toch niet uit, de situatie is zoals hij is, laten we nog even een gezellige avond hebben met elkaar.”
Gedurende de avond proberen we weer gewoon te doen, maar gemakkelijk is dat niet. De opgeroepen emoties blijven als een soort mistwolk om ons heen hangen.
Emigreren is soms ook gewoon heel erg pijnlijk.
Maar nu is het zondagochtend en ik sta op het punt om te vertrekken. Ondanks dat ik me nog steeds redelijk geëmotioneerd voel, ben ik ook erg opgelucht dat ik weg kan, naar huis en naar Henk.
Mijn ouders zwaaien me na. “Tot de volgende keer Lies, doe voorzichtig!”
Het zijn gewoon heel erg lieve mensen, ik hoop dat ik weer snel terug kan komen.
Maar voor nu… op naar Breda. Terug naar mijn nieuw gekozen leven, ik ben benieuwd wat deze reis weer gaat brengen…………
_________________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
zaterdag 10 mei 2014
Internet in de Auvergne
April. Sinds de sneeuwstorm in november (zie blog:
winter) waarbij alle telefoonpalen geknakt en omgevallen zijn en de draden er
maar verloren bijhangen, hebben wij problemen met de verbinding.
Het hoeft maar wat harder te waaien of te regenen en wij zitten zonder telefoon en internet. De storing duurt dan een middag, een dag of zelfs enkele dagen. Soms doet de stroom ook nog mee en zijn we werkelijk van de moderne wereld afgesneden.
Het heeft niet echt zin om te klagen want de schade is over een gebied van zo’n twintig vierkante kilometer, dus het probleem zit overal.
Toen het gebeurde, zat zo’n beetje de hele streek zonder telefoon en reageerde France telecom redelijk snel. Overal zag je autootjes en hoogwerkers van het bedrijf en waren mannen bezig om alles weer provisorisch aan elkaar te knopen
Natuurlijk begrijpen wij ook wel dat het veel tijd kost om het telefoonnetwerk helemaal te vernieuwen, maar dit duurt wel erg lang, ondertussen zijn we al een half jaar verder.
Ik heb begrepen dat ze wat hogerop in de bergen alles al vernieuwd hebben, maar bij ons is er verdomd weinig activiteit.
Sinds gisteren is het weer zover, alles ligt er weer uit, maar er is een lichtpuntje want Henk heeft net ontdekt dat er draden uit de box steken, dit euvel moet dus zo te verhelpen zijn.
De box is een verdeelkast, niet zover van ons huis, waar alle telefoondraden uit onze buurtgemeenschap samenkomen. Deze is normaal gesproken keurig aan een paal gemonteerd maar hangt nu dus al vanaf november gewoon in de berm langs de weg te bungelen.
Ik bel SFR en leg de helpdeskmedewerker uit dat het probleem exterieur is en dat ik zelfs weet waar de storing zit.
De man zegt een dossier aan te maken en er zal een technicien van France telecom komen, binnen nu en vijf dagen. SFR zelf zal ook over vijf dagen contact met ons opnemen om te kijken of alles goed verlopen is.
“Wat is dat een achterlijke werkwijze,” foetert Henk, “ze kunnen toch zo komen, het is een kleinigheid en dat moet vijf dagen duren?”
Henks ogen schieten vuur. “Ik ga zelf kijken wat ik kan doen, hier ga ik niet op zitten wachten!” Hij zoekt wat gereedschap en gaat vastberaden de deur uit.
Een half uur later hoor ik de telefoon geluidjes maken, wow het is hem gelukt!
“Joehoe,” gil ik uit het raam, “hij doet het Henk!”
Opgetogen komt Henk teruglopen. Hij heeft de box open geschroefd, goed gekeken en toen het draadje dat vanaf ons huis kwam vastgemaakt aan eenzelfde kleur draadje in de box.
“Wow, Henk je bent een kanjer!” zeg ik bewonderend.
“Eigenlijk heel simpel,” zegt hij voldaan, “maaruh, ik ga nog even terug om de boel wat in te pakken en een beetje beter vast te zetten. Ik zal er ook een brief bij doen voor de technicien.”
Het is maar goed dat Henk de verbinding zelf gemaakt heeft, want na vijf dagen is er nog steeds geen technicien geweest, de brief zit nog steeds in de tas. Ook SFR laat niets meer van zich horen. Inmiddels heeft Henk ook nog een stoel met reflecterend jasje in de berm gezet om automobilisten te attenderen voorzichtig te zijn.
Een week later is het weer raak. Een vrachtwagen heeft de telefoonleiding, die schuin boven de weg hangt, doormidden gereden.
Toevallig zie ik het gebeuren, dus ik bel direct naar de SFR.
Voor de zoveelste keer weer de riedel uitgelegd over de storm en dat daardoor de draden te laag hangen, bla bla bla…. en dat er nu dus een vrachtwagen de draad kapot heeft gereden.
De helpdeskmedewerker zegt het te onderzoeken en zet me in de wacht. Twee minuten later is hij er weer.
“Nee hoor mevrouw, er is niets aan de hand, u heeft gewoon verbinding.”
“Hoe is het mogelijk! Ik heb toch duidelijk gezien dat de kabel in twee stukken getrokken is, hoe kan er dan verbinding zijn? Als dat zo was dan zou ik toch niet bellen!” werp ik geirriteerd tegen.
“Nee, echt mevrouw, volgens de computer heeft u gewoon telefoon.”
Wat is dit nu weer? Dit kan niet waar zijn, denk ik ongelovig. Maar wat ik ook probeer, de man houdt bij hoog en laag vol dat ik gewoon verbinding heb.
“Maar als u niets doet, hoe moet ik dit dan oplossen? Ik kan toch niet zelf een hoofdkabel aan elkaar knopen?” vraag ik haast wanhopig.
De man zegt dat, als ik toch wil dat er iemand komt ik maar contact op moet nemen met de gemeente, de burgemeester moet maar bellen. Beduusd hang ik op.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt, van alle ‘kastje naar de muur’ ervaringen hier in Frankrijk is dit wel de meest bizarre, die man poeiert mij gewoon af met een leugen!
“Het komt vast doordat jij de kabel vorige week zelf hebt gerepareerd,” zeg ik peinzend tegen Henk. “ Het is ook gek dat er niemand is geweest zoals afgesproken. Waarschijnlijk hebben ze eerst de lijn gemanipuleerd met hun computer om te kijken waar de storing zat en toen bleek dat alles werkte, hebben ze natuurlijk gedacht dat ik vals alarm had geslagen.”
Ik bel de burgemeester en hij belooft er werk van te maken. Drie dagen later is het weer gefikst. De kabel is gerepareerd maar hangt nog steeds net zo laag als voordat hij kapot gereden werd, het wachten is op het volgende euvel.
En dat komt er al weer vrij snel, twee weken later. Mannen van de gemeente zijn de hele dag bezig geweest met het maaien van de wegenbermen en ja hoor de verbinding is weer verbroken, niet bij ons maar bij het buurtschap verderop.
De buurvrouw komt aanbellen om te kijken of wij er ook uit liggen. Ze is woedend en zegt dat ze direct naar de Mairie gaat. Twee dagen later hebben zij weer verbinding maar nu liggen wij er weer uit.
“Wanneer wordt het nu eens echt goed gemaakt, dat steeds maar provisorisch oplossen, ik word er gek van,” zucht ik moedeloos.
“Het is een schande dat ze alles er zo maar bij laten hangen! We kunnen klagen wat we willen maar niemand doet wat, ze laten ons gewoon stikken.”
Even later heeft Henk de oplossing. “Als ik die box nu eens helemaal los trap, dan zit echt iedereen zonder telefoon en dan zal er toch iets moeten gebeuren!” zegt Henk strijdbaar en voegt meteen de daad bij het woord en loopt naar de deur om naar buiten te gaan. “Ik ben het hartstikke zat!”
Even later is hij terug, “ Zo, nu zitten minstens 25 huizen zonder telefoon!” zegt hij tevreden lachend, “als die allemaal gaan klagen dan zal het probleem toch eindelijk wel eens afdoende opgelost worden!”
“En heeft iemand je gezien?” vraag ik toch een beetje ongerust. “Welnee, ben je gek! Maar ik heb de stoelconstructie ook nog een trap gegeven zodat het echt een aanrijding lijkt.”
Ach, ik moet het loslaten, denk ik bij mezelf. In Frankrijk moet je niet alles willen weten en vooral niet zoeken naar logica.
Dan maar weer provisorisch... we hebben nu in ieder geval weer verbinding met de buitenwereld. Dat is toch weer een geluk bij een ongeluk vandaag!
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Het hoeft maar wat harder te waaien of te regenen en wij zitten zonder telefoon en internet. De storing duurt dan een middag, een dag of zelfs enkele dagen. Soms doet de stroom ook nog mee en zijn we werkelijk van de moderne wereld afgesneden.
Het heeft niet echt zin om te klagen want de schade is over een gebied van zo’n twintig vierkante kilometer, dus het probleem zit overal.
Toen het gebeurde, zat zo’n beetje de hele streek zonder telefoon en reageerde France telecom redelijk snel. Overal zag je autootjes en hoogwerkers van het bedrijf en waren mannen bezig om alles weer provisorisch aan elkaar te knopen
Natuurlijk begrijpen wij ook wel dat het veel tijd kost om het telefoonnetwerk helemaal te vernieuwen, maar dit duurt wel erg lang, ondertussen zijn we al een half jaar verder.
Ik heb begrepen dat ze wat hogerop in de bergen alles al vernieuwd hebben, maar bij ons is er verdomd weinig activiteit.
Sinds gisteren is het weer zover, alles ligt er weer uit, maar er is een lichtpuntje want Henk heeft net ontdekt dat er draden uit de box steken, dit euvel moet dus zo te verhelpen zijn.
De box is een verdeelkast, niet zover van ons huis, waar alle telefoondraden uit onze buurtgemeenschap samenkomen. Deze is normaal gesproken keurig aan een paal gemonteerd maar hangt nu dus al vanaf november gewoon in de berm langs de weg te bungelen.
Ik bel SFR en leg de helpdeskmedewerker uit dat het probleem exterieur is en dat ik zelfs weet waar de storing zit.
De man zegt een dossier aan te maken en er zal een technicien van France telecom komen, binnen nu en vijf dagen. SFR zelf zal ook over vijf dagen contact met ons opnemen om te kijken of alles goed verlopen is.
“Wat is dat een achterlijke werkwijze,” foetert Henk, “ze kunnen toch zo komen, het is een kleinigheid en dat moet vijf dagen duren?”
Henks ogen schieten vuur. “Ik ga zelf kijken wat ik kan doen, hier ga ik niet op zitten wachten!” Hij zoekt wat gereedschap en gaat vastberaden de deur uit.
Een half uur later hoor ik de telefoon geluidjes maken, wow het is hem gelukt!
“Joehoe,” gil ik uit het raam, “hij doet het Henk!”
Opgetogen komt Henk teruglopen. Hij heeft de box open geschroefd, goed gekeken en toen het draadje dat vanaf ons huis kwam vastgemaakt aan eenzelfde kleur draadje in de box.
“Wow, Henk je bent een kanjer!” zeg ik bewonderend.
“Eigenlijk heel simpel,” zegt hij voldaan, “maaruh, ik ga nog even terug om de boel wat in te pakken en een beetje beter vast te zetten. Ik zal er ook een brief bij doen voor de technicien.”
Het is maar goed dat Henk de verbinding zelf gemaakt heeft, want na vijf dagen is er nog steeds geen technicien geweest, de brief zit nog steeds in de tas. Ook SFR laat niets meer van zich horen. Inmiddels heeft Henk ook nog een stoel met reflecterend jasje in de berm gezet om automobilisten te attenderen voorzichtig te zijn.
Een week later is het weer raak. Een vrachtwagen heeft de telefoonleiding, die schuin boven de weg hangt, doormidden gereden.
Toevallig zie ik het gebeuren, dus ik bel direct naar de SFR.
Voor de zoveelste keer weer de riedel uitgelegd over de storm en dat daardoor de draden te laag hangen, bla bla bla…. en dat er nu dus een vrachtwagen de draad kapot heeft gereden.
De helpdeskmedewerker zegt het te onderzoeken en zet me in de wacht. Twee minuten later is hij er weer.
“Nee hoor mevrouw, er is niets aan de hand, u heeft gewoon verbinding.”
“Hoe is het mogelijk! Ik heb toch duidelijk gezien dat de kabel in twee stukken getrokken is, hoe kan er dan verbinding zijn? Als dat zo was dan zou ik toch niet bellen!” werp ik geirriteerd tegen.
“Nee, echt mevrouw, volgens de computer heeft u gewoon telefoon.”
Wat is dit nu weer? Dit kan niet waar zijn, denk ik ongelovig. Maar wat ik ook probeer, de man houdt bij hoog en laag vol dat ik gewoon verbinding heb.
“Maar als u niets doet, hoe moet ik dit dan oplossen? Ik kan toch niet zelf een hoofdkabel aan elkaar knopen?” vraag ik haast wanhopig.
De man zegt dat, als ik toch wil dat er iemand komt ik maar contact op moet nemen met de gemeente, de burgemeester moet maar bellen. Beduusd hang ik op.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt, van alle ‘kastje naar de muur’ ervaringen hier in Frankrijk is dit wel de meest bizarre, die man poeiert mij gewoon af met een leugen!
“Het komt vast doordat jij de kabel vorige week zelf hebt gerepareerd,” zeg ik peinzend tegen Henk. “ Het is ook gek dat er niemand is geweest zoals afgesproken. Waarschijnlijk hebben ze eerst de lijn gemanipuleerd met hun computer om te kijken waar de storing zat en toen bleek dat alles werkte, hebben ze natuurlijk gedacht dat ik vals alarm had geslagen.”
Ik bel de burgemeester en hij belooft er werk van te maken. Drie dagen later is het weer gefikst. De kabel is gerepareerd maar hangt nog steeds net zo laag als voordat hij kapot gereden werd, het wachten is op het volgende euvel.
En dat komt er al weer vrij snel, twee weken later. Mannen van de gemeente zijn de hele dag bezig geweest met het maaien van de wegenbermen en ja hoor de verbinding is weer verbroken, niet bij ons maar bij het buurtschap verderop.
De buurvrouw komt aanbellen om te kijken of wij er ook uit liggen. Ze is woedend en zegt dat ze direct naar de Mairie gaat. Twee dagen later hebben zij weer verbinding maar nu liggen wij er weer uit.
“Wanneer wordt het nu eens echt goed gemaakt, dat steeds maar provisorisch oplossen, ik word er gek van,” zucht ik moedeloos.
“Het is een schande dat ze alles er zo maar bij laten hangen! We kunnen klagen wat we willen maar niemand doet wat, ze laten ons gewoon stikken.”
Even later heeft Henk de oplossing. “Als ik die box nu eens helemaal los trap, dan zit echt iedereen zonder telefoon en dan zal er toch iets moeten gebeuren!” zegt Henk strijdbaar en voegt meteen de daad bij het woord en loopt naar de deur om naar buiten te gaan. “Ik ben het hartstikke zat!”
Even later is hij terug, “ Zo, nu zitten minstens 25 huizen zonder telefoon!” zegt hij tevreden lachend, “als die allemaal gaan klagen dan zal het probleem toch eindelijk wel eens afdoende opgelost worden!”
“En heeft iemand je gezien?” vraag ik toch een beetje ongerust. “Welnee, ben je gek! Maar ik heb de stoelconstructie ook nog een trap gegeven zodat het echt een aanrijding lijkt.”
Vier dagen later hebben we nog geen hoogwerker met
nieuwe kabels en palen gezien, wel stopt er een klein bestelautootje voor de deur.
Het blijkt een monteur van France telecom te zijn die langskomt om de situatie
te verkennen zodat ze later met grof geschut terug kunnen komen om alles te
repareren, tenminste dat veronderstellen wij.
We wijzen hem de omgevallen palen her en der, en ook waar de box ligt. Hij rijdt er met zijn auto heen.
Een half uurtje later horen we hem wegrijden, nieuwsgierig gaan we bij de box kijken en zijn zwaar teleurgesteld; deze ligt weer op z’n oude plek en alle draden zitten er weer in. Er is niets veranderd, zelfs de stoel heeft hij er weer keurig voor gezet.
De hele actie is voor niets geweest, hier zijn we
voorlopig dus nog niet vanaf. Ik begrijp werkelijk niet waarom France Telecom niets aan deze situatie doet. Je kan iets provisorisch maar ook direct goed maken. Er zijn nu al zo vaak mensen geweest om te repareren, wat kan het belang van deze omslachtige handelswijze zijn? We wijzen hem de omgevallen palen her en der, en ook waar de box ligt. Hij rijdt er met zijn auto heen.
Een half uurtje later horen we hem wegrijden, nieuwsgierig gaan we bij de box kijken en zijn zwaar teleurgesteld; deze ligt weer op z’n oude plek en alle draden zitten er weer in. Er is niets veranderd, zelfs de stoel heeft hij er weer keurig voor gezet.
Ach, ik moet het loslaten, denk ik bij mezelf. In Frankrijk moet je niet alles willen weten en vooral niet zoeken naar logica.
Dan maar weer provisorisch... we hebben nu in ieder geval weer verbinding met de buitenwereld. Dat is toch weer een geluk bij een ongeluk vandaag!
____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland. Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
dinsdag 15 april 2014
Het kantoor
Januari. Toen we het café nog hadden had ik er geen tijd voor
en later zag ik er tegenop. Na vier jaar jazzclub was ik ook te moe en helemaal leeg, hoe kon ik zo
mensen inspireren?
Maar toch komt de gedachte steeds weer op. Ik ben gek als ik er niets mee doe, want ik moet nodig geld verdienen en ik heb begrepen dat de Fransen er dol op zijn. Een gouden toekomst ligt in het verschiet, zou je zeggen.
Het probleem is dat ik het niet in ons eigen huis wil doen, te dicht bij m’n privéleven.
Daar komt ook bij dat wij in onze ijver zowat alle muren in ons huis doorgebroken hebben, dus behalve mijn schrijfkamer/bureau en Henks muziekkamer is er niet veel ruimte meer over voor een waarzegsterspraktijk.
In de schuur zou het kunnen maar daar zit al een tijdje geen dak meer op. Als mijn boek nu een bestseller wordt dan zou ik een aannemer laten komen en zou alles zo gefikst zijn. Of we zouden boven op de berg achter ons huis een leuke blokhut kunnen bouwen. Als we maar geld hadden, dan was alles makkelijker hield ik mezelf steeds voor. Daarvoor zou ik nu weer juist moeten ‘waarzeggen’ en zo is het kringetje weer rond.
Nu weet ik diep van binnen ook wel dat dat allemaal niet echt de reden is waarom de ‘praktijk’ maar niet van de grond komt. Ik ben gewoon mijn bravoure ergens in het verhaal kwijtgeraakt.
Leven en vooral ondernemen à la campagne is een kunst op zich. Vier jaar lang zijn Henk en ik publieke personen geweest. Beroemd en berucht, geliefd en benijd.
Ondanks dat de sluiting nu twee jaar geleden is, kom ik nog steeds overal bekenden tegen.
En als je ‘anders’ bent dan wordt je ook altijd gezien. Er is veel jaloezie onder de mensen en je gaat hier snel over de tong.
En daar had ik het de laatste jaren even helemaal mee gehad! Ik verlangde weer naar een anoniem bestaan zoals we dat hadden toen we hier pas kwamen wonen, of zoals ik gewend was in Amsterdam. Werk en privéleven gescheiden.
“Geef mij maar een baan in het toerisme, een beetje mensen rondleiden bijvoorbeeld, dat lijkt me nog leuk ook!” zei ik vol goede moed tegen Henk.
Dat feestje ging in ieder geval niet door. “Ah, daar is madame Arts weer met haar ideeën,” lachte de juffrouw van de Communauté des Communes vriendelijk maar met een schamper ondertoontje.
Te excentriek, te druk, te grote mond, maar vooral te dominant voor deze streek, weinig kans op een glorievolle ‘echte’ baan.
Nu heb ik die mijn hele leven nog niet gehad, dus misschien zit er toch wel enige redelijkheid in hun beoordeling. Aanpassen en in het gareel lopen zijn niet mijn sterkste kwaliteiten.
Maar nood breekt wetten en gezien het feit dat ik toch niet in een ‘echte baan’ pas, nam ik laatst ferm het besluit om nu echt werk van een eigen praktijk te gaan maken. Prompt kreeg ik een goed idee.
“Henk we zetten een caravan achter in de tuin en daar maak ik dan een kantoor van.”
Nu was het idee van een caravan al eens eerder voorbij gekomen, maar toen hadden we hem boven op de berg bedacht. Leuk, maar daarvoor zouden we iemand met een tractor moeten regelen, extra bomen omzagen en grond plat maken om een plek te creëren. Gedoe, en daar bleef het dus op hangen.
“Weet je, dan maken we de heg achter in de tuin open zodat we daar een poort kunnen zetten waar de mensen naar binnen kunnen, dan hoeven ze helemaal niet door onze tuin te komen.”
Blijkbaar ziet Henk het idee ook zitten want hij reageert direct positief: “ Ja, waarom eigenlijk niet? Er is plaats genoeg. Je weet dat we er zo één bij Jan op kunnen komen halen.”
“Het is misschien alleen niet zo mooi zo’n caravan in de tuin,” werp ik toch weer wat weifelend tegen.
“Ach joh, dat is toch geen probleem, ik kan hem helemaal met hout wegwerken hoor, dan zie je er niets meer van!”
We raken samen steeds enthousiaster over het idee. “Ja en ik zat te denken Henk, als hij zo dicht in de buurt van ons huis staat kunnen we hem ook gewoon als logeerkamer gebruiken.”
We bellen Jan.
“Kom er maar één uitzoeken hoor,” reageert Jan zoals altijd uiterst vriendelijk, “ik heb er een aantal staan die zo weg mogen.”
Jan, een lieve vrolijke vrijbuiter is ook Nederlander en runt met waarlijk ‘Franse slag’ een camping op een prachtige plek bij ons in de buurt. Hij is trouwens niet de enige. In een straal van vijftig kilometer zijn bijna alle campings in handen van Nederlanders, maar dat terzijde.
Op het terrein staan inderdaad enkele caravans die duidelijk hun beste verhuurtijd gehad hebben.
“Kies maar uit, deze gaan er alle drie vanaf,” wuift Jan vrolijk onze schroom weg.
We kiezen de grootste, een ‘twee-asser’, die toevallig ook nog de ‘mooiste’ is, voor zover je dat van caravans kunt zeggen.
Omdat deze caravan niet meer over geldige papieren beschikt en je dus eigenlijk niet meer met dit gevaarte over de weg mag, spreken we af dat Henk hem op maandag rond het middaguur op komt halen. Dat lijkt ons het geschiktste tijdstip met de minste pakkans.
Toet toe toet, hoor ik en als ik uit het raam kijk zie ik het kermisgezelschap voor de deur stoppen. Henk voorop met onze oude Renault Espace uit 1993 met daaraan vast een even oude joekel van een sleurhut en daarachter Jan met zijn auto met knipperlichten.
De tuin zelf is nog niet helemaal ‘caravan klaar’ gemaakt dus is het gevaarte, voor zolang dit duurt, op de parking langs ons huis gepland, naast de kapotte Peugeot.
Terwijl Henk druk bezig is met het achteruit indraaien, komt er een gendarmebusje voorbij. Ze kijken maar rijden gelukkig gewoon door.
“Wow,” jubel ik lachend, “wat een gaaf ding!”
Hij is zo ongelooflijk kitsch dat hij gewoon mooi wordt van lelijkheid.
Jan heeft haast en vertrekt direct en Henk en ik betreden het paleisje. Nieuwsgierig kijken we in alle kastjes. Hij is erg schoon en tegen verwachting in eigenlijk, ruikt de caravan totaal niet ranzig, nee eigenlijk gewoon neutraal fris.
“Het is nog een beste caravan hoor,” zegt Henk bewonderend. “Joh, moet je kijken Lies, het is nog een wintercaravan ook! Kijk nou een echte kachel, ik ga kijken of die het nog doet.”
Helemaal in zijn nopjes verdwijnt Henk ons huis in om lucifers te halen.
Even later komt er een vrolijk rookpluimpje uit het schoorsteentje.
“We kunnen zo verhuizen naar het zigeunerkamp aan het begin van de weg,” lach ik vrolijk.
“Nou, je zegt het, maar eigenlijk kun je hier prima in wonen hoor,” antwoord Henk serieus, “weet je als het ’s winters koud is, is zo’n caravan toch sneller warm gestookt dan een heel huis.”
“Eten,” roept Henk een paar uur later naar boven. Als ik beneden kom pakt hij m’n hand en leidt me naar de voordeur. “Dinner is served in het buitenhuis,” zegt hij gewichtig.
En zo zitten we gezellig samen, in de winter, naast ons huis, in een sfeerverlichte caravan compleet met kachel en rookpluim, op een druk gebloemde bank tegenover elkaar aan de gezellig gedekte campingtafel. Af en toe zoeft een auto ons rakelings voorbij.
“Van wie zou nu zo’n caravan geweest zijn?” vraag ik verwonderd, “dat iemand dit ooit zo bedacht heeft, wat een smaak!”
“Ja, maar alles is wel heel netjes en in stijl afgewerkt, dit zal geen goedkope caravan geweest zijn.”
“Het is zo erg, dat het haast leuk is om hem zo te houden.” Lach ik, ‘hoewel….Misschien als gastenverblijf maar als ‘praktijkruimte’ geeft het misschien toch een dubieuze sfeer zo met die roesjes en rode gordijntjes.”
Na een uurtje begin ik er genoeg van te krijgen en wat mij betreft gaan we weer gewoon lekker naar binnen, maar Henk is nog helemaal vol van dit nieuwe huisje en heeft andere plannen.
“We gaan hier vanavond slapen!” zegt hij enthousiast.
“Nou, mooi niet!”
“ Lies, doe niet zo zeikerig, dat is toch leuk!” Henk is niet meer te stuiten, ik zie aan z’n gezicht dat zijn plan vast staat, maar dat van mij ook!.
“Ik pieker er niet over, moet je voelen, die kussens zijn helemaal klam en daarbij, ik ga toch niet in zo’n kermistent op een parkeerplaats naast ons huis liggen te slapen als ik ook gewoon in m’n warme bed kan liggen?”
“Jij hebt geen gevoel voor romantiek!” dramt Henk door.
“Je zoekt het maar uit, ik doe niet mee.”
“Oh, oh, kunnen we eens iets leuk spontaans doen, verpest jij het weer, eigenlijk ben je best wel degelijk, weet je dat? ” jent Henk verder om zijn zin te krijgen.
M’n goede bui is omgeslagen en ik begin redelijk geïrriteerd de borden op elkaar te stapelen.
“Ik ga naar binnen!”
In huis ga ik direct naar boven om nog wat op de computer te werken en beneden hoor ik Henk druk heen en weer lopen, van buiten naar binnen en andersom.
Na een tijdje komt hij boven. Poeslief: “Lies het bed is opgemaakt, ga je mee daar slapen?”
“Nee echt niet Henk,” antwoord ik resoluut.
“Dan niet!” beledigd vertrekt Henk met een fles wijn ‘gezellig’ naar de caravan. Als ik een uur later wil gaan slapen is hij nog steeds niet terug.
Even twijfel ik of ik nog zal gaan kijken of alles goed gaat, maar mijn irritatie over zijn drammerigheid wint. Nee hoor, laat hij het maar zelf uitzoeken daar in die caravan.
Toch slaap ik niet helemaal rustig en rond vier uur ’s nachts schiet ik wakker met een enorm paniekerige gedachte in m’n hoofd. Als die kachel nu maar goed werkt en alle koolmonoxide naar buiten blaast. Dat ding heeft misschien wel jaren niet gebrand, wie weet zijn de leidingen wel poreus, straks ligt hij daar, omgekomen in een caravan, nota bene naast z’n huis onder mijn raam.
Juist als ik besluit dat ik ga kijken, hoor ik gestommel op de trap.
“Ah, gelukkig, daar ben je!” zucht ik opgelucht.
“Ik werd wakker,” reageert Henk nuchter, zich totaal niet bewust van mijn paniek, “en zo alleen in bed is ook maar niks.”
De volgende ochtend is alles weer als vanouds. De koffie drinken we gewoon binnen in huis op de tussenetage. “Zie je dat het geen goed idee was om in die caravan te slapen, het bed was zeker vochtig?” Kan ik toch niet nalaten te zeggen.
“Nee hoor, helemaal niet, dat bed slaapt gewoon goed!” geeft Henk zich niet gewonnen.
“Nou, ik wil best wel eens in de caravan slapen, maar dan moet het zomer zijn en moet ie op z’n minst in de tuin staan. Maar even iets anders,” voeg ik er voor de duidelijkheid nog maar even aan toe, “het wordt wel mijn kantoor hoor!”
_____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Maar toch komt de gedachte steeds weer op. Ik ben gek als ik er niets mee doe, want ik moet nodig geld verdienen en ik heb begrepen dat de Fransen er dol op zijn. Een gouden toekomst ligt in het verschiet, zou je zeggen.
Het probleem is dat ik het niet in ons eigen huis wil doen, te dicht bij m’n privéleven.
Daar komt ook bij dat wij in onze ijver zowat alle muren in ons huis doorgebroken hebben, dus behalve mijn schrijfkamer/bureau en Henks muziekkamer is er niet veel ruimte meer over voor een waarzegsterspraktijk.
In de schuur zou het kunnen maar daar zit al een tijdje geen dak meer op. Als mijn boek nu een bestseller wordt dan zou ik een aannemer laten komen en zou alles zo gefikst zijn. Of we zouden boven op de berg achter ons huis een leuke blokhut kunnen bouwen. Als we maar geld hadden, dan was alles makkelijker hield ik mezelf steeds voor. Daarvoor zou ik nu weer juist moeten ‘waarzeggen’ en zo is het kringetje weer rond.
Nu weet ik diep van binnen ook wel dat dat allemaal niet echt de reden is waarom de ‘praktijk’ maar niet van de grond komt. Ik ben gewoon mijn bravoure ergens in het verhaal kwijtgeraakt.
Leven en vooral ondernemen à la campagne is een kunst op zich. Vier jaar lang zijn Henk en ik publieke personen geweest. Beroemd en berucht, geliefd en benijd.
Ondanks dat de sluiting nu twee jaar geleden is, kom ik nog steeds overal bekenden tegen.
En als je ‘anders’ bent dan wordt je ook altijd gezien. Er is veel jaloezie onder de mensen en je gaat hier snel over de tong.
En daar had ik het de laatste jaren even helemaal mee gehad! Ik verlangde weer naar een anoniem bestaan zoals we dat hadden toen we hier pas kwamen wonen, of zoals ik gewend was in Amsterdam. Werk en privéleven gescheiden.
“Geef mij maar een baan in het toerisme, een beetje mensen rondleiden bijvoorbeeld, dat lijkt me nog leuk ook!” zei ik vol goede moed tegen Henk.
Dat feestje ging in ieder geval niet door. “Ah, daar is madame Arts weer met haar ideeën,” lachte de juffrouw van de Communauté des Communes vriendelijk maar met een schamper ondertoontje.
Te excentriek, te druk, te grote mond, maar vooral te dominant voor deze streek, weinig kans op een glorievolle ‘echte’ baan.
Nu heb ik die mijn hele leven nog niet gehad, dus misschien zit er toch wel enige redelijkheid in hun beoordeling. Aanpassen en in het gareel lopen zijn niet mijn sterkste kwaliteiten.
Maar nood breekt wetten en gezien het feit dat ik toch niet in een ‘echte baan’ pas, nam ik laatst ferm het besluit om nu echt werk van een eigen praktijk te gaan maken. Prompt kreeg ik een goed idee.
“Henk we zetten een caravan achter in de tuin en daar maak ik dan een kantoor van.”
Nu was het idee van een caravan al eens eerder voorbij gekomen, maar toen hadden we hem boven op de berg bedacht. Leuk, maar daarvoor zouden we iemand met een tractor moeten regelen, extra bomen omzagen en grond plat maken om een plek te creëren. Gedoe, en daar bleef het dus op hangen.
“Weet je, dan maken we de heg achter in de tuin open zodat we daar een poort kunnen zetten waar de mensen naar binnen kunnen, dan hoeven ze helemaal niet door onze tuin te komen.”
Blijkbaar ziet Henk het idee ook zitten want hij reageert direct positief: “ Ja, waarom eigenlijk niet? Er is plaats genoeg. Je weet dat we er zo één bij Jan op kunnen komen halen.”
“Het is misschien alleen niet zo mooi zo’n caravan in de tuin,” werp ik toch weer wat weifelend tegen.
“Ach joh, dat is toch geen probleem, ik kan hem helemaal met hout wegwerken hoor, dan zie je er niets meer van!”
We raken samen steeds enthousiaster over het idee. “Ja en ik zat te denken Henk, als hij zo dicht in de buurt van ons huis staat kunnen we hem ook gewoon als logeerkamer gebruiken.”
We bellen Jan.
“Kom er maar één uitzoeken hoor,” reageert Jan zoals altijd uiterst vriendelijk, “ik heb er een aantal staan die zo weg mogen.”
Jan, een lieve vrolijke vrijbuiter is ook Nederlander en runt met waarlijk ‘Franse slag’ een camping op een prachtige plek bij ons in de buurt. Hij is trouwens niet de enige. In een straal van vijftig kilometer zijn bijna alle campings in handen van Nederlanders, maar dat terzijde.
Op het terrein staan inderdaad enkele caravans die duidelijk hun beste verhuurtijd gehad hebben.
“Kies maar uit, deze gaan er alle drie vanaf,” wuift Jan vrolijk onze schroom weg.
We kiezen de grootste, een ‘twee-asser’, die toevallig ook nog de ‘mooiste’ is, voor zover je dat van caravans kunt zeggen.
Omdat deze caravan niet meer over geldige papieren beschikt en je dus eigenlijk niet meer met dit gevaarte over de weg mag, spreken we af dat Henk hem op maandag rond het middaguur op komt halen. Dat lijkt ons het geschiktste tijdstip met de minste pakkans.
Toet toe toet, hoor ik en als ik uit het raam kijk zie ik het kermisgezelschap voor de deur stoppen. Henk voorop met onze oude Renault Espace uit 1993 met daaraan vast een even oude joekel van een sleurhut en daarachter Jan met zijn auto met knipperlichten.
De tuin zelf is nog niet helemaal ‘caravan klaar’ gemaakt dus is het gevaarte, voor zolang dit duurt, op de parking langs ons huis gepland, naast de kapotte Peugeot.
Terwijl Henk druk bezig is met het achteruit indraaien, komt er een gendarmebusje voorbij. Ze kijken maar rijden gelukkig gewoon door.
“Wow,” jubel ik lachend, “wat een gaaf ding!”
Hij is zo ongelooflijk kitsch dat hij gewoon mooi wordt van lelijkheid.
Jan heeft haast en vertrekt direct en Henk en ik betreden het paleisje. Nieuwsgierig kijken we in alle kastjes. Hij is erg schoon en tegen verwachting in eigenlijk, ruikt de caravan totaal niet ranzig, nee eigenlijk gewoon neutraal fris.
“Het is nog een beste caravan hoor,” zegt Henk bewonderend. “Joh, moet je kijken Lies, het is nog een wintercaravan ook! Kijk nou een echte kachel, ik ga kijken of die het nog doet.”
Helemaal in zijn nopjes verdwijnt Henk ons huis in om lucifers te halen.
Even later komt er een vrolijk rookpluimpje uit het schoorsteentje.
“We kunnen zo verhuizen naar het zigeunerkamp aan het begin van de weg,” lach ik vrolijk.
“Nou, je zegt het, maar eigenlijk kun je hier prima in wonen hoor,” antwoord Henk serieus, “weet je als het ’s winters koud is, is zo’n caravan toch sneller warm gestookt dan een heel huis.”
“Eten,” roept Henk een paar uur later naar boven. Als ik beneden kom pakt hij m’n hand en leidt me naar de voordeur. “Dinner is served in het buitenhuis,” zegt hij gewichtig.
En zo zitten we gezellig samen, in de winter, naast ons huis, in een sfeerverlichte caravan compleet met kachel en rookpluim, op een druk gebloemde bank tegenover elkaar aan de gezellig gedekte campingtafel. Af en toe zoeft een auto ons rakelings voorbij.
“Van wie zou nu zo’n caravan geweest zijn?” vraag ik verwonderd, “dat iemand dit ooit zo bedacht heeft, wat een smaak!”
“Ja, maar alles is wel heel netjes en in stijl afgewerkt, dit zal geen goedkope caravan geweest zijn.”
“Het is zo erg, dat het haast leuk is om hem zo te houden.” Lach ik, ‘hoewel….Misschien als gastenverblijf maar als ‘praktijkruimte’ geeft het misschien toch een dubieuze sfeer zo met die roesjes en rode gordijntjes.”
Na een uurtje begin ik er genoeg van te krijgen en wat mij betreft gaan we weer gewoon lekker naar binnen, maar Henk is nog helemaal vol van dit nieuwe huisje en heeft andere plannen.
“We gaan hier vanavond slapen!” zegt hij enthousiast.
“Nou, mooi niet!”
“ Lies, doe niet zo zeikerig, dat is toch leuk!” Henk is niet meer te stuiten, ik zie aan z’n gezicht dat zijn plan vast staat, maar dat van mij ook!.
“Ik pieker er niet over, moet je voelen, die kussens zijn helemaal klam en daarbij, ik ga toch niet in zo’n kermistent op een parkeerplaats naast ons huis liggen te slapen als ik ook gewoon in m’n warme bed kan liggen?”
“Jij hebt geen gevoel voor romantiek!” dramt Henk door.
“Je zoekt het maar uit, ik doe niet mee.”
“Oh, oh, kunnen we eens iets leuk spontaans doen, verpest jij het weer, eigenlijk ben je best wel degelijk, weet je dat? ” jent Henk verder om zijn zin te krijgen.
M’n goede bui is omgeslagen en ik begin redelijk geïrriteerd de borden op elkaar te stapelen.
“Ik ga naar binnen!”
In huis ga ik direct naar boven om nog wat op de computer te werken en beneden hoor ik Henk druk heen en weer lopen, van buiten naar binnen en andersom.
Na een tijdje komt hij boven. Poeslief: “Lies het bed is opgemaakt, ga je mee daar slapen?”
“Nee echt niet Henk,” antwoord ik resoluut.
“Dan niet!” beledigd vertrekt Henk met een fles wijn ‘gezellig’ naar de caravan. Als ik een uur later wil gaan slapen is hij nog steeds niet terug.
Even twijfel ik of ik nog zal gaan kijken of alles goed gaat, maar mijn irritatie over zijn drammerigheid wint. Nee hoor, laat hij het maar zelf uitzoeken daar in die caravan.
Toch slaap ik niet helemaal rustig en rond vier uur ’s nachts schiet ik wakker met een enorm paniekerige gedachte in m’n hoofd. Als die kachel nu maar goed werkt en alle koolmonoxide naar buiten blaast. Dat ding heeft misschien wel jaren niet gebrand, wie weet zijn de leidingen wel poreus, straks ligt hij daar, omgekomen in een caravan, nota bene naast z’n huis onder mijn raam.
Juist als ik besluit dat ik ga kijken, hoor ik gestommel op de trap.
“Ah, gelukkig, daar ben je!” zucht ik opgelucht.
“Ik werd wakker,” reageert Henk nuchter, zich totaal niet bewust van mijn paniek, “en zo alleen in bed is ook maar niks.”
De volgende ochtend is alles weer als vanouds. De koffie drinken we gewoon binnen in huis op de tussenetage. “Zie je dat het geen goed idee was om in die caravan te slapen, het bed was zeker vochtig?” Kan ik toch niet nalaten te zeggen.
“Nee hoor, helemaal niet, dat bed slaapt gewoon goed!” geeft Henk zich niet gewonnen.
“Nou, ik wil best wel eens in de caravan slapen, maar dan moet het zomer zijn en moet ie op z’n minst in de tuin staan. Maar even iets anders,” voeg ik er voor de duidelijkheid nog maar even aan toe, “het wordt wel mijn kantoor hoor!”
_____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
maandag 3 maart 2014
Opbouwen en afbreken
“Sterkte!” roep ik Henk na als hij naar de auto
loopt om weg te gaan. Eigenlijk zou ik voor moeten stellen om mee te gaan maar
ik kan me er niet toe zetten. Niet dat hij het alleen niet aankan, maar gewoon
om hem te helpen deze vervelende klus te klaren.
Vroeger zouden we samen op pad zijn gegaan. Samen klussen en bouwen, opbouwen. Hard werken en lol maken. Maar in dit geval ligt het anders, deze klus heeft niets met opbouwen maar met afbreken te maken.
Vroeger zouden we samen op pad zijn gegaan. Samen klussen en bouwen, opbouwen. Hard werken en lol maken. Maar in dit geval ligt het anders, deze klus heeft niets met opbouwen maar met afbreken te maken.
Eind van de maand is het zover, het definitieve einde van ‘Café des Arts’.
Ons voormalig hotel, omgevormd tot Résidence d’artistes met jazzclub is verkocht.
Een pak van ons hart, maar een beetje triest zijn we wel.
Ondanks dat we beweerden dat het ons niet uitmaakt wat de nieuwe bestemming zal worden, als het maar verkocht wordt, hebben we stiekem toch steeds gehoopt dat iemand ons project, waar we met zoveel liefde maar ook bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebben, zal voortzetten. Het liefst nog in onveranderde staat.
Eigenlijk kunnen we ons haast niet voorstellen dat deze sfeervolle plek, waar zoveel plezier en muziek gemaakt is, verloren gaat. Muzikanten hebben genoten van het professioneel ingerichte podium, de sfeervolle concerten, de gezellige maaltijden.
Voor mensen uit de omgeving was het een ontmoetingsplek waar je voor weinig geld goede muziek kon horen en andere mensen ontmoeten. Vriendschappen en nieuwe liefdes zijn hier ontstaan. In de zomer trokken we toeristen die betoverd werden door deze afgelegen en toch culturele plek met het idyllische terras boven de rivier.
Onze artistieke kwaliteiten en onze gastvrijheid, maakten het Café een aantal jaren geleden tot een begrip in de regio.
Maar vanaf het begin was het financieel sappelen. Toen wij startten, begon ook de banken crisis. Een ramp, want deze regio is van zichzelf al niet rijk en de mensen hebben van nature een zuinige inslag.
Klanten hadden we genoeg, alleen hielden ze de hand op de knip en wij misten de geslepen horeca-mentaliteit om ze hun centjes te ontfutselen.
December 2011 besloten we om de stekker eruit te trekken.
En terwijl het Café in volle glorie op een koper stond te wachten, schampte de tijd aan de muren en de herinnering.
Om deze herinneringen niet geheel verloren te laten gaan, maar ook om alles wat er gebeurd was voor mezelf een plek te geven, besloot ik het hele verhaal op te gaan schrijven.
Als ode aan de liefde. Voor Henk, voor het avontuur, voor muziek, voor Frankrijk.
Een periode van tien jaar waarin zoveel gebeurt beschrijf je niet in één boek, bleek al snel.
Deel één, “Toekomstmuziek in Frankrijk”, gaat over het begin, de aanloopperiode naar de emigratie.
Nu ben ik bezig met deel twee. Dit boek gaat over de totstandkoming en de opstartperiode van het Café. En het toeval wil dat juist nu het pand verkocht is en het zeker is dat Café des Arts echt bijna verleden tijd is. Ons mooie Résidence d’Artistes met jazzclub wordt woonhuis.
Dus terwijl ik schrijf over de opbouw, de verwachtingsvolle tijd waarin we hard werkten, veel plezier hadden en ondertussen stukje bij beetje een pand creëerden om ons ideaal in te verwezenlijken, de hele aankleding zal ik maar zeggen, is Henk in tegenovergestelde richting het pand weer aan het uitkleden. Alles wat wij met veel liefde en zorg gecreëerd hebben gaat er nu weer uit.
Ik ben bang dat als ik met hem mee ga, ik me niet zo goed meer kan concentreren op het pure blije gevoel van toen. Het is zo’n tegenovergestelde emotie.
Gelukkig begrijpt Henk dat, hij wil niet eens dat ik met hem mee ga. “Nee, Lies , blijf jij nu maar schrijven, het boek is veel belangrijker!”
Dit afscheid zat er aan te komen, natuurlijk is het pijnlijk maar ook fijn. Het pand was ook een enorme last op onze schouders en een café binnentreden dat al twee jaar niet gedraaid heeft, maar waar alle sporen van een enerverende tijd nog aanwezig zijn, is ook triest. Oké, het zal voor ons nog best een emotionele maand zijn, we moeten door de zure appel heen bijten, maar dan is het ook over.
Ondanks dat we blij zijn met onze beslissing toen om te stoppen en erg tevreden met ons bestaan nu, zal de gedachte aan 'Café des Arts' ons toch altijd een gevoel van weemoed geven.
Maar het mooie is wel, dat deze periode door mijn geschrijf toch niet helemaal verloren zal gaan.
Ik hoor een auto stoppen, Henk is terug met z’n eerste lading.
“En hoe was het?” vraag ik meelevend.
“Nou, het sjouwen op zich ging goed, ik heb aardig wat spullen bij me. Zelf die zware boxen heb ik alleen van de muur afgekregen. Maar het ziet er kaal uit nu.”
Zijn stem stokt even en hij ziet er verdrietig uit als hij zegt; “Terwijl ik alles aan het weghalen was, dacht ik steeds; ‘Het is de ontmanteling van een droom’.
Ik weet dat ik straks opgelucht ben dat het afgelopen is, maar nu doet het me zeer!”
____________________________________________________________________________
In 2007 ben ik
samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse
platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Ons voormalig hotel, omgevormd tot Résidence d’artistes met jazzclub is verkocht.
Een pak van ons hart, maar een beetje triest zijn we wel.
Ondanks dat we beweerden dat het ons niet uitmaakt wat de nieuwe bestemming zal worden, als het maar verkocht wordt, hebben we stiekem toch steeds gehoopt dat iemand ons project, waar we met zoveel liefde maar ook bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebben, zal voortzetten. Het liefst nog in onveranderde staat.
Eigenlijk kunnen we ons haast niet voorstellen dat deze sfeervolle plek, waar zoveel plezier en muziek gemaakt is, verloren gaat. Muzikanten hebben genoten van het professioneel ingerichte podium, de sfeervolle concerten, de gezellige maaltijden.
Voor mensen uit de omgeving was het een ontmoetingsplek waar je voor weinig geld goede muziek kon horen en andere mensen ontmoeten. Vriendschappen en nieuwe liefdes zijn hier ontstaan. In de zomer trokken we toeristen die betoverd werden door deze afgelegen en toch culturele plek met het idyllische terras boven de rivier.
Onze artistieke kwaliteiten en onze gastvrijheid, maakten het Café een aantal jaren geleden tot een begrip in de regio.
Maar vanaf het begin was het financieel sappelen. Toen wij startten, begon ook de banken crisis. Een ramp, want deze regio is van zichzelf al niet rijk en de mensen hebben van nature een zuinige inslag.
Klanten hadden we genoeg, alleen hielden ze de hand op de knip en wij misten de geslepen horeca-mentaliteit om ze hun centjes te ontfutselen.
December 2011 besloten we om de stekker eruit te trekken.
En terwijl het Café in volle glorie op een koper stond te wachten, schampte de tijd aan de muren en de herinnering.
Om deze herinneringen niet geheel verloren te laten gaan, maar ook om alles wat er gebeurd was voor mezelf een plek te geven, besloot ik het hele verhaal op te gaan schrijven.
Als ode aan de liefde. Voor Henk, voor het avontuur, voor muziek, voor Frankrijk.
Een periode van tien jaar waarin zoveel gebeurt beschrijf je niet in één boek, bleek al snel.
Deel één, “Toekomstmuziek in Frankrijk”, gaat over het begin, de aanloopperiode naar de emigratie.
Nu ben ik bezig met deel twee. Dit boek gaat over de totstandkoming en de opstartperiode van het Café. En het toeval wil dat juist nu het pand verkocht is en het zeker is dat Café des Arts echt bijna verleden tijd is. Ons mooie Résidence d’Artistes met jazzclub wordt woonhuis.
Dus terwijl ik schrijf over de opbouw, de verwachtingsvolle tijd waarin we hard werkten, veel plezier hadden en ondertussen stukje bij beetje een pand creëerden om ons ideaal in te verwezenlijken, de hele aankleding zal ik maar zeggen, is Henk in tegenovergestelde richting het pand weer aan het uitkleden. Alles wat wij met veel liefde en zorg gecreëerd hebben gaat er nu weer uit.
Ik ben bang dat als ik met hem mee ga, ik me niet zo goed meer kan concentreren op het pure blije gevoel van toen. Het is zo’n tegenovergestelde emotie.
Gelukkig begrijpt Henk dat, hij wil niet eens dat ik met hem mee ga. “Nee, Lies , blijf jij nu maar schrijven, het boek is veel belangrijker!”
Dit afscheid zat er aan te komen, natuurlijk is het pijnlijk maar ook fijn. Het pand was ook een enorme last op onze schouders en een café binnentreden dat al twee jaar niet gedraaid heeft, maar waar alle sporen van een enerverende tijd nog aanwezig zijn, is ook triest. Oké, het zal voor ons nog best een emotionele maand zijn, we moeten door de zure appel heen bijten, maar dan is het ook over.
Ondanks dat we blij zijn met onze beslissing toen om te stoppen en erg tevreden met ons bestaan nu, zal de gedachte aan 'Café des Arts' ons toch altijd een gevoel van weemoed geven.
Maar het mooie is wel, dat deze periode door mijn geschrijf toch niet helemaal verloren zal gaan.
Ik hoor een auto stoppen, Henk is terug met z’n eerste lading.
“En hoe was het?” vraag ik meelevend.
“Nou, het sjouwen op zich ging goed, ik heb aardig wat spullen bij me. Zelf die zware boxen heb ik alleen van de muur afgekregen. Maar het ziet er kaal uit nu.”
Zijn stem stokt even en hij ziet er verdrietig uit als hij zegt; “Terwijl ik alles aan het weghalen was, dacht ik steeds; ‘Het is de ontmanteling van een droom’.
Ik weet dat ik straks opgelucht ben dat het afgelopen is, maar nu doet het me zeer!”
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:
Ben je geïnteresseerd? Via deze linken kun je het bestellen:
Bol.com boek € 16,95
Ebook ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten.
Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…
Deel twee komt uit in september/ oktober 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)



