dinsdag 15 april 2014

Het kantoor

Januari. Toen we het café nog hadden had ik er geen tijd voor en later zag ik er tegenop. Na vier jaar jazzclub  was ik ook te moe en helemaal leeg, hoe kon ik zo mensen inspireren?
Maar toch komt de gedachte steeds weer op. Ik ben gek als ik er niets mee doe, want ik moet nodig geld verdienen en ik heb begrepen dat de Fransen er dol op zijn. Een gouden toekomst ligt in het verschiet, zou je zeggen.
Het probleem is dat ik het niet in ons eigen huis wil doen, te dicht bij m’n privéleven.
Daar komt ook bij dat wij in onze ijver zowat alle muren in ons huis doorgebroken hebben, dus behalve mijn schrijfkamer/bureau en Henks muziekkamer is er niet veel ruimte meer over voor een waarzegsterspraktijk.
In de schuur zou het kunnen maar daar zit al een tijdje geen dak meer op. Als mijn boek nu een bestseller wordt dan zou ik een aannemer laten komen en zou alles zo gefikst zijn. Of we zouden boven op de berg achter ons huis een leuke blokhut kunnen bouwen.  Als we maar geld hadden, dan was alles makkelijker hield ik mezelf steeds voor. Daarvoor zou ik nu weer juist moeten ‘waarzeggen’ en zo is het kringetje weer rond.
Nu weet ik diep van binnen ook wel dat dat allemaal niet echt de reden is waarom de ‘praktijk’ maar niet van de grond komt. Ik ben gewoon mijn bravoure ergens in het verhaal kwijtgeraakt.
Leven en vooral ondernemen à la campagne is een kunst op zich. Vier jaar lang zijn Henk en ik publieke personen geweest. Beroemd en berucht, geliefd en benijd.
Ondanks dat de sluiting nu twee jaar geleden is, kom ik nog steeds overal bekenden tegen.
En als je ‘anders’ bent dan wordt je ook altijd gezien. Er is veel jaloezie onder de mensen en je gaat hier snel over de tong.
En daar had ik het de laatste jaren even helemaal mee gehad! Ik verlangde weer naar een anoniem bestaan zoals we dat hadden toen we hier pas kwamen wonen, of zoals ik gewend was in Amsterdam. Werk en privéleven gescheiden.
“Geef mij maar een baan in het toerisme, een beetje mensen rondleiden bijvoorbeeld, dat lijkt me nog leuk ook!” zei ik vol goede moed tegen Henk.
Dat feestje ging in ieder geval niet door. “Ah, daar is madame Arts weer met haar ideeën,” lachte de juffrouw van de Communauté des Communes  vriendelijk maar met een schamper ondertoontje.
Te excentriek, te druk, te grote mond, maar vooral te dominant voor deze streek, weinig kans op een glorievolle ‘echte’ baan.
Nu heb ik die mijn hele leven nog niet gehad, dus misschien zit er toch wel enige redelijkheid in hun beoordeling. Aanpassen en in het gareel lopen zijn niet mijn sterkste kwaliteiten.   
Maar nood breekt wetten en gezien het feit dat ik toch niet in een ‘echte baan’ pas,  nam ik laatst  ferm het besluit om nu echt werk van een eigen praktijk te gaan maken. Prompt kreeg ik een goed idee.  
“Henk we zetten een caravan achter in de tuin en daar maak ik dan een kantoor van.”
Nu was het idee van een caravan al eens eerder voorbij gekomen, maar toen hadden we hem boven op de berg bedacht. Leuk, maar daarvoor zouden we iemand met een tractor moeten regelen, extra bomen omzagen en grond plat maken om een plek te creëren. Gedoe, en daar bleef het dus op hangen.
“Weet je, dan maken we de heg achter in de tuin open zodat we daar een poort kunnen zetten waar de mensen naar binnen kunnen, dan hoeven ze helemaal niet door onze tuin te komen.”
Blijkbaar ziet Henk het idee ook zitten want hij reageert direct positief: “ Ja, waarom eigenlijk niet? Er is plaats genoeg. Je weet dat we er zo één bij Jan op kunnen komen halen.”
“Het is misschien alleen niet zo mooi zo’n caravan in de tuin,” werp ik toch weer wat weifelend tegen.
“Ach joh, dat is toch geen probleem, ik kan hem helemaal met hout wegwerken hoor, dan zie je er niets meer van!”
We raken samen steeds enthousiaster over het idee. “Ja en ik zat te denken Henk, als hij zo dicht in de buurt van ons huis staat kunnen we hem ook gewoon als logeerkamer gebruiken.”

We bellen Jan.
“Kom er maar één uitzoeken hoor,” reageert Jan zoals altijd uiterst vriendelijk, “ik heb er een aantal staan die zo weg mogen.”
Jan, een lieve vrolijke vrijbuiter is ook Nederlander en runt met waarlijk ‘Franse slag’ een camping op een prachtige plek bij ons in de buurt. Hij is trouwens niet de enige. In een straal van vijftig kilometer zijn bijna alle campings in handen van Nederlanders, maar dat terzijde.
Op het terrein staan inderdaad enkele caravans die duidelijk hun beste verhuurtijd gehad hebben.
“Kies maar uit, deze gaan er alle drie vanaf,” wuift Jan vrolijk onze schroom weg.
We kiezen de grootste, een ‘twee-asser’, die toevallig ook nog de ‘mooiste’ is, voor zover je dat van caravans kunt zeggen.
Omdat deze caravan niet meer over geldige papieren beschikt en je dus eigenlijk niet meer met dit gevaarte over de weg mag, spreken we af dat Henk hem op maandag rond het middaguur op komt halen. Dat lijkt ons het geschiktste tijdstip met de minste pakkans.

Toet toe toet, hoor ik en als ik uit het raam kijk zie ik het kermisgezelschap voor de deur stoppen. Henk voorop met onze oude Renault Espace uit 1993 met daaraan vast een even oude joekel van een sleurhut en daarachter Jan met zijn auto met knipperlichten.
De tuin zelf is nog niet helemaal ‘caravan klaar’ gemaakt dus is het gevaarte, voor zolang dit duurt, op de parking langs ons huis gepland, naast de kapotte Peugeot.
Terwijl Henk druk bezig is met het achteruit indraaien, komt er een gendarmebusje voorbij. Ze kijken maar rijden gelukkig gewoon door.
“Wow,” jubel ik lachend, “wat een gaaf ding!”
Hij is zo ongelooflijk kitsch dat hij gewoon mooi wordt van lelijkheid.
Jan heeft haast en vertrekt direct en Henk en ik betreden het paleisje. Nieuwsgierig kijken we in alle kastjes. Hij is erg schoon en tegen verwachting in eigenlijk, ruikt de caravan totaal niet ranzig, nee eigenlijk gewoon neutraal fris.
“Het is nog een beste caravan hoor,” zegt Henk bewonderend. “Joh, moet je kijken Lies, het is nog een wintercaravan ook! Kijk nou een echte kachel, ik ga kijken of die het nog doet.”
Helemaal in zijn nopjes verdwijnt Henk ons huis in om lucifers te halen.
Even later komt er een vrolijk rookpluimpje uit het schoorsteentje.
“We kunnen zo verhuizen naar het zigeunerkamp aan het begin van de weg,” lach ik vrolijk.
“Nou, je zegt het, maar eigenlijk kun je hier prima in wonen hoor,” antwoord Henk serieus, “weet je als het ’s winters koud is, is zo’n caravan toch sneller warm gestookt dan een heel huis.”

“Eten,” roept Henk een paar uur later naar boven. Als ik beneden kom pakt hij m’n hand en leidt me naar de voordeur. “Dinner is served in het buitenhuis,” zegt hij gewichtig.
En zo zitten we gezellig samen, in de winter, naast ons huis, in een sfeerverlichte caravan compleet met kachel en rookpluim, op een druk gebloemde bank tegenover elkaar aan de gezellig gedekte campingtafel. Af en toe zoeft een auto ons rakelings voorbij.
“Van wie zou nu zo’n caravan geweest zijn?” vraag ik verwonderd, “dat iemand dit ooit zo bedacht heeft, wat een smaak!”
“Ja, maar alles is wel heel netjes en in stijl afgewerkt, dit zal geen goedkope caravan geweest zijn.”
“Het is zo erg, dat het haast leuk is om hem zo te houden.” Lach ik, ‘hoewel….Misschien als gastenverblijf maar als ‘praktijkruimte’ geeft het misschien toch een dubieuze sfeer zo met die roesjes en rode gordijntjes.”
Na een uurtje begin ik er genoeg van te krijgen en wat mij betreft gaan we weer gewoon lekker naar binnen, maar Henk is nog helemaal vol van dit nieuwe huisje en heeft andere plannen.
 
“We gaan hier vanavond slapen!” zegt hij enthousiast.
“Nou, mooi niet!”
“ Lies, doe niet zo zeikerig, dat is toch leuk!” Henk is niet meer te stuiten, ik zie aan z’n gezicht dat zijn plan vast staat, maar dat van mij ook!.
“Ik pieker er niet over, moet je voelen, die kussens zijn helemaal klam en daarbij, ik ga toch niet in zo’n kermistent op een parkeerplaats naast ons huis liggen te slapen als ik ook gewoon in m’n warme bed kan liggen?”
“Jij hebt geen gevoel voor romantiek!” dramt Henk door.
“Je zoekt het maar uit, ik doe niet mee.”
“Oh, oh, kunnen we eens iets leuk spontaans doen, verpest jij het weer, eigenlijk ben je best wel degelijk, weet je dat? ” jent Henk verder om zijn zin te krijgen.
M’n goede bui is omgeslagen en ik begin redelijk geïrriteerd de borden op elkaar te stapelen.
“Ik ga naar binnen!”
In huis ga ik direct naar boven om nog wat op de computer te werken en beneden hoor ik Henk druk heen en weer lopen, van buiten naar binnen en andersom.
Na een tijdje komt hij boven. Poeslief: “Lies het bed is opgemaakt, ga je mee daar slapen?”
“Nee echt niet Henk,” antwoord ik resoluut.
“Dan niet!” beledigd vertrekt Henk met een fles wijn ‘gezellig’ naar de caravan. Als ik een uur later wil gaan slapen is hij nog steeds niet terug.
Even twijfel ik of ik nog zal gaan kijken of alles goed gaat, maar mijn irritatie over zijn drammerigheid wint. Nee hoor, laat hij het maar zelf uitzoeken daar in die caravan.
Toch slaap ik niet helemaal rustig en rond vier uur ’s nachts schiet ik wakker met een enorm paniekerige gedachte in m’n hoofd. Als die kachel nu maar goed werkt en alle koolmonoxide naar buiten blaast. Dat ding heeft misschien wel jaren niet gebrand, wie weet zijn de leidingen wel poreus, straks ligt hij daar, omgekomen in een caravan, nota bene naast z’n huis onder mijn raam.  
Juist als ik besluit dat ik ga kijken, hoor ik gestommel op de trap.
“Ah, gelukkig, daar ben je!” zucht ik opgelucht.
“Ik werd wakker,” reageert Henk nuchter, zich totaal niet bewust van mijn paniek, “en zo alleen in bed is ook maar niks.”

De volgende ochtend is alles weer als vanouds. De koffie drinken we gewoon binnen in huis op de tussenetage. “Zie je dat het geen goed idee was om in die caravan te slapen, het bed was zeker vochtig?” Kan ik toch niet nalaten te zeggen.
“Nee hoor, helemaal niet, dat bed slaapt gewoon goed!” geeft Henk zich niet gewonnen.  
“Nou, ik wil best wel eens in de caravan slapen, maar dan moet het zomer zijn en moet ie op z’n minst in de tuin staan.  Maar even iets anders,” voeg ik er voor de duidelijkheid nog maar even aan toe, “het wordt wel mijn kantoor hoor!”




 _____________________________________________________________________________




In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

maandag 3 maart 2014

Opbouwen en afbreken

“Sterkte!” roep ik Henk na als hij naar de auto loopt om weg te gaan. Eigenlijk zou ik voor moeten stellen om mee te gaan maar ik kan me er niet toe zetten. Niet dat hij het alleen niet aankan, maar gewoon om hem te helpen deze vervelende klus te klaren.
Vroeger zouden we samen op pad zijn gegaan. Samen klussen en bouwen, opbouwen. Hard werken en lol maken. Maar in dit geval ligt het anders, deze klus heeft niets met opbouwen maar met afbreken te maken.


Eind van de maand is het zover,  het definitieve einde van ‘Café des Arts’.
Ons voormalig hotel, omgevormd tot Résidence d’artistes met jazzclub is verkocht.
Een pak van ons hart, maar een beetje triest zijn we wel.
Ondanks dat we beweerden dat het ons niet uitmaakt wat de nieuwe bestemming zal worden, als het maar verkocht wordt, hebben we stiekem toch steeds gehoopt dat iemand ons project, waar we met zoveel liefde maar ook bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebben, zal voortzetten. Het liefst nog in onveranderde staat.
Eigenlijk kunnen we ons haast niet voorstellen dat deze sfeervolle plek, waar zoveel plezier en muziek gemaakt is, verloren gaat. Muzikanten hebben genoten van het professioneel ingerichte podium, de sfeervolle concerten, de gezellige maaltijden.
Voor mensen uit de omgeving was het een ontmoetingsplek waar je voor weinig geld goede muziek kon horen en andere mensen ontmoeten. Vriendschappen en nieuwe liefdes zijn hier ontstaan. In de zomer trokken we toeristen die betoverd werden door deze afgelegen en toch culturele plek met het idyllische terras boven de rivier.
Onze artistieke kwaliteiten en onze gastvrijheid, maakten het Café een aantal jaren geleden tot een begrip in de regio.
Maar vanaf het begin was het financieel sappelen. Toen wij startten, begon ook de banken crisis. Een ramp, want deze regio is van zichzelf al niet rijk en de mensen hebben van nature een zuinige inslag.
Klanten hadden we genoeg, alleen hielden ze de hand op de knip en wij misten de geslepen horeca-mentaliteit om ze hun centjes te ontfutselen.
December 2011 besloten we om de stekker eruit te trekken.

En terwijl het Café in volle glorie op een koper stond te wachten, schampte de tijd aan de muren en  de herinnering.
Om deze herinneringen niet geheel verloren te laten gaan, maar ook om alles wat er gebeurd was voor mezelf een plek te geven, besloot ik het hele verhaal op te gaan schrijven.
Als ode aan de liefde. Voor Henk, voor het avontuur, voor muziek, voor Frankrijk.
Een periode van tien jaar waarin zoveel gebeurt beschrijf je niet in één boek, bleek al snel.
Deel één, “Toekomstmuziek in Frankrijk”, gaat over het begin, de aanloopperiode naar de emigratie.
Nu ben ik bezig met deel twee. Dit boek gaat over de totstandkoming en de opstartperiode van het Café.  En het toeval wil dat juist nu het pand verkocht is en het zeker is dat Café des Arts echt bijna verleden tijd is. Ons mooie Résidence d’Artistes met jazzclub wordt woonhuis.

Dus terwijl ik schrijf over de opbouw, de verwachtingsvolle tijd waarin we hard werkten, veel plezier hadden en ondertussen stukje bij beetje een pand creëerden om ons ideaal in te verwezenlijken, de hele aankleding zal ik maar zeggen, is Henk in tegenovergestelde richting het pand weer aan het uitkleden. Alles wat wij met veel liefde en zorg gecreëerd hebben gaat er nu weer uit.
Ik ben bang dat als ik met hem mee ga,  ik me niet zo goed meer kan concentreren op het pure blije gevoel van toen. Het is zo’n tegenovergestelde emotie.  
Gelukkig begrijpt Henk dat, hij wil niet eens dat ik met hem mee ga.  “Nee, Lies , blijf jij nu maar schrijven, het boek is veel belangrijker!”
Dit afscheid zat er aan te komen, natuurlijk is het pijnlijk maar ook fijn. Het pand was ook een enorme last op onze schouders en een café binnentreden dat al twee jaar niet gedraaid heeft, maar waar alle sporen van een enerverende tijd nog aanwezig zijn, is ook triest. Oké, het zal voor ons nog best een emotionele maand zijn, we moeten door de zure appel heen bijten, maar dan is het ook over.
Ondanks dat we blij zijn met onze beslissing toen om te stoppen en erg tevreden met ons bestaan nu, zal de gedachte aan 'Café des Arts' ons toch altijd een gevoel van weemoed geven. 
Maar het mooie is wel, dat deze periode door mijn geschrijf toch niet helemaal verloren zal gaan. 

Ik hoor een auto stoppen, Henk is terug met z’n eerste lading.
“En hoe was het?” vraag ik meelevend.
“Nou, het sjouwen op zich ging goed, ik heb aardig wat spullen bij me. Zelf die zware boxen heb ik alleen van de muur afgekregen. Maar het ziet er kaal uit nu.”
Zijn stem stokt even en hij ziet er verdrietig uit als hij zegt; “Terwijl ik alles aan het weghalen was, dacht ik steeds; ‘Het is de ontmanteling van een droom’.
Ik weet dat ik straks opgelucht ben dat het afgelopen is, maar nu doet het me zeer!”













   ____________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

vrijdag 31 januari 2014

Burenhulp

16 december
Ik open de voordeur en daar staat ze, buurvrouw Agnes.
71 jaar, keurig in de make up, sjieke lammycoat,  hoed een tikje schuin op haar hoofd, lekker luchtje.
“Coucou Lisbeth, On y va?” vraagt ze kokette.
“Wacht even, kom even binnen, ik moet je wat laten zien.”
We lopen naar de tafel waar het aanbiedingenkrantje van de Carrefour ligt. “Ah,” zegt ze met een gilletje, en haalt uit haar tas eenzelfde blaadje, met pen een grote cirkel om de advertentie.
We moeten lachen. “Mooi, dus jij vindt het ook wel wat,” constateer ik goedgemutst.
Nou dat gaat een makkie worden, we weten dus al wat we gaan kopen. Nu hoeven we niet helemaal naar de Fnac in Vichy zoals afgesproken maar kunnen we gewoon naar Thiers, twintig minuutjes hier vandaan.  
Vandaag is het namelijk een belangrijke dag, onze afspraak staat al een week.
Wij gaan vandaag een computer voor haar kopen en het geluk is aan onze kant, want eergisteren kwam deze fantastische advertentie van een super HP laptop in de bus vallen.
“Ok, on y va!” Ik pak snel mijn jas en daar gaan we dan, met haar auto.
Ik heb me er helemaal op ingesteld, vandaag ben ik volledig ten dienste van haar. Nou als dat nog geen staaltje van goed sociaal gedrag is dan weet ik het niet meer, denk ik om mijn ego op te poetsen en mezelf moed in te spreken.
Agnes en haar man wonen zo’n 500 meter bij ons vandaag in een keurig gestreken huis en tuintje. Het is een echtpaar op leeftijd, ik mag ze erg graag maar ik zie ze haast nooit omdat zij zich niet willen opdringen, zoals ze zeggen, en ik te druk ben met mijn eigen leven.
Nu beginnen ze inmiddels met hun gezondheid te kwakkelen en alleen hierom al vind ik dat je, zeker als je op zo’n geïsoleerde plek woont als wij,  blijk moet geven van enige belangstelling en burenhulp.
Maar ja een bezoekje aan hen kost tijd.  Agnes is erg gestructureerd zodat even ‘langs’ gaan eigenlijk niet mogelijk is, een bezoekje wordt gelijk een heel gedoe, Henk moet dan ook altijd weer meekomen. Het voelt erg als opzitten en pootjes geven, dus zonder een echte reden om te gaan, stel ik mijn bezoek steeds uit, ondanks mijn principes en het feit dat ik ze graag mag.
Toch voel ik me daar best wel schuldig over, zeker omdat ik weet dat er zo weinig gebeurt in hun leven en ze het zo ontzettend leuk vinden als wij komen.
Daarom ben ik blij dat ik nu eens iets concreets voor haar kan doen, nu eens niet dat opgeprikte gedoe maar gewoon aardigheid als vrouwen onder elkaar.

Maar m’n geduld wordt al direct op de proef gesteld; met een vaartje van zo’n 40 kilometer per uur tuffen wij gemoedelijk over de route nationale. Kachel op tien, ik stik zowat van de traagheid en de hitte. In mijn buitenspiegel zie ik achter ons een enorme staart aan auto's.
Phoe, blij dat we niet helemaal naar Vichy gaan. Even doorbijten deze middag en dan zit het eerste traject van mijn burenhulp er al op.
Nu is de aanschaf van een nieuwe computer natuurlijk altijd wel opwindend maar in dit geval is het veel meer dan dat, het is vreselijk spannend.
Wij gaan namelijk een helse machine kopen en Agnes is zich hierop al geruime tijd aan het voorbereiden.
Ze is zuinig, control freak, houdt van zekerheid en wil waar voor haar geld. Tja, en dan zit je met computers in een lastig parket want er zijn zoveel soorten, maten en mogelijkheden en natuurlijk heeft iedereen er ook nog een mening over. Verschillende mensen hebben haar al advies gegeven. Maar nu, na anderhalf jaar twijfelen, heeft ze uiteindelijk besloten dat ze mijn aanbod om haar te helpen aanneemt.
Ik ben de deskundige, de verantwoordelijkheid voor de aankoop komt op mijn schouders.
Achteloos aangeboden omdat ik het zo leuk voor haar zou vinden als ze wat meer verbonden zou zijn met de wereld. En omdat ze hier in de buurt ook geen computercursus kon vinden heb ik ook nog aangeboden om haar wat van de basisbeginselen te leren.

In de winkel blijkt dat het exemplaar dat we hebben uitgezocht al uitverkocht is.
Als het nu voor mezelf zou zijn dan was de keuze voor een andere computer simpel; de goedkoopste met de meeste mogelijkheden maar Agnes overweegt elk aanbod. Omdat ze echt niets van computers weet, stelt ze vragen die er niet toe doen en zaait hiermee verwarring. Computertaal is gewoonlijk al gecompliceerd en dan moet ik dit ook nog eens in het Frans zien uit te leggen aan iemand die er werkelijk geen snars van begrijpt maar die, eenmaal hier, toch een soort controle wil houden over wat ze koopt.
We halen er een verkoper bij en uiteindelijk komen we naar buiten met een exemplaar waar ik niet voor gekozen zou hebben. Maar hij is wel mooi.
Opgetogen dat de kogel door de kerk is gaan we naar huis. Agnes moet internet nog aanvragen dus tot die tijd blijft de computer bij mij, dan kan ik alles alvast installeren en voor haar gebruiksklaar maken.
“Ja,” zegt ze resoluut, “ik ben blij dat je me wilt helpen met de computer. Als ik nu straks les krijg wil ik je er wel voor betalen hoor, je hoeft dat niet voor niets te doen maar ik wil twee keer per week een uur les!  
Ik voel een licht beklemmend gevoel opkomen. Waar ben ik aan begonnen?

_______________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

maandag 20 januari 2014

Politiebezoek

Er stopt een auto voor de deur. Henk, die bij het raam zit, trekt een lange nek om langs ons huis naar beneden te kunnen kijken of het bezoek voor ons is. “Oh shit, les gendarmes,” zegt hij met een diepe zucht.
Het is zondagochtend tien uur, we zijn net uit bed en zitten gezellig samen in ons huiskloffie koffie te drinken, de krant te lezen en rustig de dag op te starten.  Maar onze rust wordt nu dus ernstig bedreigd. Ik spring op om me te verstoppen in de badkamer.
Henk is inmiddels naar beneden gelopen en heeft open gedaan. Ik hoor vrolijke stemmen en gelach. Tja, daar sta ik dan in de badkamer met m’n koffie, wat moet ik nu doen? Stilletjes sluip ik naar de overloop om boven aan de trap te luisteren wat er gaat gebeuren.
“Café?” hoor ik Henk vragen.
Ja hoor, dit wordt een echte visite, die zijn voorlopig nog niet weg.
Ik sta in dubio over wat ik moet doen, ik kan me moeilijk hier de hele tijd ‘stil’ houden boven aan de trap en daarbij weet ik dat Henk al helemaal niet graag zo vroeg in de ochtend al onder de mensen is. Er zit niets anders op, ik kan dit niet aan hem alleen overlaten, ik zal ook naar beneden moeten.
  
“Bonjour,” zeg ik enigszins lachend als ik even later ook de kamer binnenstap. “Ah, elle est là aussi!” Een grote gendarme, volledig in politiepak met pistolen en alles erop en eraan, staat op om mij hartelijk te begroeten.  “Comment tu vas Lisbethu, nous sommes pas venus trop tôt?” voegt hij er grijnzend aan toe. Ja, hij weet het wel de smiecht.
“ Non, pas du tout Pierre”  reageer ik spontaan en ik meen het inmiddels nog ook. Nu ik mezelf eenmaal weer in de ‘sociale stand’ gezet heb, ben ik werkelijk blij om hem te zien.
Pierre is een oude klant uit ons Café des Arts. Vier jaar lang organiseerden wij twee maal per maand een jamsessie en Pierre was als bassist altijd aanwezig, samen met zijn zoon die drumde. We wisten dat hij gendarme was maar daar merkten we niets van. Hij dronk gezellig een biertje en was vooral een zeer vrolijke en positieve muzikant waar je mee kon lachen. Ons café was voor heel veel mensen uit de regio een gezellige ontmoetingsplek en alle amateurmuzikanten die normaal gesproken alleen maar op hun ‘zolderkamertje’  konden oefenen, boden wij een podium en de mogelijkheid om samen te spelen. Toen we na vier jaar gingen sluiten waren er veel mensen teleurgesteld. Sommigen komen nog wel eens bij ons thuis op bezoek, waaronder Pierre dus.
“Pierre, het is alweer een tijdje geleden dat we je gezien hebben, hoe is het?” vraag ik lachend terwijl ik schuin naar zijn collega’s kijk.
“Nou met mij gaat het bijzonder goed” antwoordt Pierre ondeugend, ook met een schuin oog naar zijn metgezellen. “Dit zijn mijn nieuwe collega’s, ik werk ze in.” Weer een enorme grijns op zijn gezicht.
Zijn collega’s zijn twee mooie jonge meiden, keurig opgemaakte poppensmoeltjes, zo op het oog beiden nog geen twintig maar wel al full dressed in politiepak met pistolen en wapenstokken.
Pierre is duidelijk content met zijn pupillen, “ja, we zijn al een week lang samen op pad,” hahaha, “ik moet haast op gaan passen dat ik mijn vrouw niet met hun naam aanspreek,” grapt Pierre lustig voort.  
De meisjes lachen lief en we stellen ons aan elkaar voor. Ze willen graag een kopje thee.
Henk is blij dat ik nu ook beneden ben want nu kan hij het praten aan mij overlaten, hij gaat in de weer met koffie en de kopjes thee. We hebben het even over de inbraken die hier de laatste tijd plaatsvinden. Pierre beaamt dat het aantal is toegenomen maar dat de politie druk aan het speuren is.
Mijn boek ligt op tafel, dus vol trots show ik het aan onze gasten. Pierre bekijkt het aandachtig. “Jammer dat ik het niet kan lezen,” zegt hij spijtig.  Op de achterkant staat mijn foto, “pas mal” zegt hij goedkeurend. “Ja die foto is duidelijk niet ’s ochtends gemaakt,” zeg ik met lichte zelfspot. Pierre lacht bevestigend.
Zo flauw en al zo veel lol op de vroege ochtend en nog wel met de politie.
Maar het is Pierre, die man is zo innemend en positief daar wordt je vrolijk van. Je vergeet gewoon dat hij politieagent is. Hij is echt nog het type ‘oom agent’, redelijk en menselijk.
Henk komt erbij zitten en al snel komt het gesprek natuurlijk op muziek. Henk heeft een basgitaar te koop en vraagt of Pierre toevallig geen interesse heeft. Samen lopen ze naar boven, naar de muziekkamer.
Ik blijf achter met de politiemeisjes. Ik vraag of ze uit deze regio komen en of ze het naar hun zin hebben hier in Thiers waar ze op de Gendarmerie wonen.
Het blijkt tegen te vallen. Dat is niet geheel verwonderlijk want dit stadje is weliswaar heel mooi pittoresk maar redelijk verloederd. Er is veel werkeloosheid en armoede, veel mensen hebben een harde uitstraling. 
“U leest toch kaarten? ” vraagt ineens één van de twee, de mondigste. Ik beaam het. Er valt een kleine stilte, het meisje kijkt wat onzeker van haar theekopje naar haar handen. Het is duidelijk dat ze het niet durft te vragen. “Wil je dat ik je de kaart lees?” vraag ik welwillend. Ze knikt timide met haar hoofd.
“Ok, dan pak ik mijn kaarten.”
Ze wil iets weten over de liefde. Sinds kort heeft ze hier een vriendje maar het loopt niet zo lekker. Ze trekt kaarten. Als ik haar uitleg wat ik hierin zie, komen er spontaan waterlanders op. “Ja, zo is het precies,” zegt ze sniffend. Het is aandoenlijk,  nog zo’n jonge griet, ze blijkt net achttien, ineens bij de politie, quasi volwassen groot politiepak aan, wonend in een ander departement met heel ander soort mensen, vriendje bij de politie. Het lukt me aardig om haar een hart onder de riem te steken en haar wat tips te geven.  
Als we de sessie beëindigen kan ze weer lachen.
Ik kan het niet maken om nu het andere meisje niet de kaart te lezen, ze zit op het puntje van haar stoel. Ook bij haar gaat het over haar vriendje en alsof het zo hoort komen ook bij haar de waterlanders. Haast hetzelfde verhaal.
Henk en Pierre zijn inmiddels weer beneden en omdat er in het kaartlezen nogal wat tijd gaat zitten heeft  Henk zijn contrabas er maar weer bij gepakt en geeft nog even een basles aan Pierre.
Ineens overvalt mij de bizarheid van deze situatie. Buiten staat er een politiebus vervaarlijk voor het huis geparkeerd, we hebben duidelijk politiebezoek, en wij zitten hier met drie van die politiepakken rondom de tafel kaart te lezen en muziek te maken.
Als ik ook de tweede kaartlezing heb beëindigd wordt het voor Pierre tijd om eens aan ‘de tijd’ te denken. Het is half twaalf.
 “Oops, bijna midi, lacht hij vrolijk, “ allez les filles we moeten terug,  bijna etenstijd!”
“Jaha,”plaag ik, “jullie hebben het maar goed bij de politie, moesten jullie eigenlijk geen boeven vangen?” Pierre lacht dit maar eens fijntjes weg.
Hartelijk nemen we afscheid.
“Basles en kaartlezen onder diensttijd, zo gek heb ik het nog nooit meegemaakt,” zegt Henk lachend als hij de deur achter hen sluit.
“Inderdaad Henk, dit drietal hoort duidelijk niet bij de divisie ‘stoere’ boevenvangers of bonnenstrooiers van de Gendarmerie. Ach ja, die zijn er hier in Frankrijk wel genoeg. Nee, geef mij maar zulke agenten als Pierre, hij neemt gewoon nog de tijd voor iets." "Dat kun je wel zeggen ja," beaamt Henk, nou ik gun het hem hoor, het is gewoon een ontzettend aardige man, die Pierre."
"Ja en in feite heeft hij toch ook een belangrijke functie binnen de gendarmerie; hij onderhoudt de public relations.”

                    __________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

zondag 22 december 2013

In z'n drie door Vichy

We hebben de laatste tijd nogal wat pech met spullen die het begeven, met name ons wagenpark is ernstig verzwakt. Mijn reis-auto, onze ‘moderne’ Peugeot 406 uit 2002, heeft een hoog fluitende Turbo waardoor we er al maanden niet echt meer mee durven rijden. En nu, sinds enkele dagen voor mijn geplande vertrek, start hij zelfs helemaal niet meer. 
Aangezien ik een optreden in Nederland heb dat ik niet af kan en wil zeggen, ben ik genoodzaakt om met onze oude Renault Espace uit 1993 op pad te gaan.
Normaal heb ik zin om te gaan, maar deze keer zie ik er tegenop, ik heb een akelig voorgevoel.
Gelukkig blijft het bij een voorgevoel en verloopt de reis goed en, weliswaar met ijskoude voeten, kom ik rond half twee 's nachts toch veilig in Nederland aan.

En nu ben ik al weer uren onderweg, terug naar Frankrijk.
De Espace tuft gestadig voort. Het feit dat we nu nog maar één auto hebben en Henk deze ook eind van de middag nodig heeft voor een optreden in Clermont-Ferrand, geeft de reis wel een extra stressfactor. 
Te beginnen met het voor mij achterlijke vroege tijdstip om op te staan, zes uur vanochtend, terwijl ik gisteren tot middernacht moest werken. Maar ik ben trots, om zeven uur zat ik achter het stuur en afgezien van enkele kleine vermoeidheidsaanvallen gaat de reis toch weer voorspoedig, de zon schijnt, ik ben blij.
De snelweg ligt inmiddels achter me en ik rijd het laatste gedeelte van de reis, die gaat over een ‘Route Nationale’.
Ik ben zojuist het dorp Bessay- sur- Allier gepasseerd, nog zo’n 85 kilometer te gaan.
Omdat het zondag is rijden er gelukkig niet zoveel vrachtwagens en ook het personenverkeer valt redelijk mee.
Na een rotonde komt er weer een lang stuk driebaansweg dus kan ik weer even ‘door’ rijden.
Ik trek op en dan gebeurt er van alles tegelijk;  ik hoor ‘Tak’ , mijn linkervoet glijdt van het pedaal af, althans zo voelt het en de motor giert. Mijn voet vindt het pedaal weer maar nu schiet ik ook nog keihard op de rem. Dat was dus het rempedaal. Ik voel met mijn voet maar kan het koppelingspedaal niet meer vinden.
Oh god, dit is foute boel! De versnelling staat nog in zijn ‘vrij’, ik heb nog wat vaart en in een reflex geef ik de versnellingspook een zet, zodat hij met enige weerstand toch nog in z’n drie valt.
“Oh nee, laat dit niet waar zijn!” roep ik uit. Er overvalt me paniek en ongeloof tegelijk, m’n hart klopt in m’n keel. Wat moet ik doen?
Nu ik weer in z’n drie rijd draait de motor weer gewoon rustig. Als ik niet beter wist zou ik denken dat er niets aan de hand was, behalve dan dat ik alleen nog maar in deze versnelling kan blijven rijden en vooral niet kan stoppen, want dan is het ‘einde reis’.
Het geluk bij dit ongeluk is dat deze weg nog zo’n acht kilometer doorgaat voordat ik bij het eerste obstakel, een dorp,  aan zal komen. Ik bel Henk, hij neemt niet op.
Mijn hoofd draait op volle toeren, hoe moet ik dit probleem aanpakken? Bijna direct belt hij me terug. “Hee Lies, waar ben je nu?” vraagt hij vrolijk, “ik kom net teruggelopen uit het hotel,” gaat hij enthousiast verder.
“Henk, uh, stop even, er is iets niet goed, ik heb geen koppeling meer, de auto is kapot!” roep ik half huilend vol zelfmedelijden door de telefoon.
Even is het stil aan de andere kant van de lijn. “Nou schiet mij maar dood, dat was het dan, nu hebben we echt niets meer en kan ik nog niet werken ook!” reageert Henk theatraal, “Ik kan nog geeneens naar je toekomen, wat een klotezooi!”
“Weet je Henk, ik kan niet zolang praten want het dorp komt in zicht, ik zie wel hoe ver ik kom. Bel mij maar niet, want ik moet me nu concentreren… ik bel je zodra ik meer weet!”
“Ok” zegt Henk verslagen, “dan ga ik de muzikanten maar bellen.”

Ik arriveer bij het dorp en heb de mazzel dat het redelijk doorrijdt, in de verte springt het stoplicht op rood. Gelukkig kan dit oude barrel wel heel erg langzaam in z’n drie, dus met een slakkegang kan ik mijn aankomst uitstellen tot het stoplicht weer op groen springt, dan gas geven en ik ben er doorheen. Op dezelfde wijze passeer ik met mijn alarmlichten aan nog enkele rotondes.
En ondertussen denk ik maar steeds; hoe moet ik in godsnaam in z’n drie dwars door Vichy ? Als ik überhaupt al bij Vichy  kan komen.  
“Oh, laat me alsjeblieft hier niet stranden!” roep ik in paniek tot wie dan ook.
Natuurlijk ben ik wel verzekerd, maar daar heb ik sinds die keer dat ik rond Parijs gestrand ben nou niet bepaald zin en zeker geen vertrouwen in. Dat wordt uren wachten, waarna ze je vervolgens naar een (dure) garage slepen, en dan moet je ook maar weer thuis zien te komen.
Als ik nu maar Vichy  kan bereiken dan kan ik daar bevriende muzikanten bellen. Maar, oh wat gebeurt er als ik ergens moet stoppen, hoe kom ik aan de kant en krijg ik dan de auto nog wel geparkeerd?
Aangezien ik echt niets anders weet te doen, tuf ik maar gewoon door en werkelijk met gigantisch veel mazzel bereik ik Cusset, het voorstadje van Vichy . Vroeger kon je hier een soort van ‘recht’ doorheen rijden, weliswaar een weg met veel stoplichten maar wel met overzichtelijke kruisingen. Dat is veranderd. Je moet nu een soort lus door kleine straatjes met verkeersdrempels maken.
“Lieve engelen, HELP ME,” zeg ik indringend.
Als in een soort trance weet ik deze smalle straatjes en kruisingen te passeren.
Van de spanning zit ik zowat met mijn neus op het stuur en mijn mond herhaalt constant dezelfde riedel; “Geen auto’s voor m’n voeten, Geen auto's voor m' voeten, groen licht! Groen licht! Groen licht!……….”
Het lukt! Ik ben inmiddels Cusset gepasseerd en rijd nu  zowaar in Vichy .
Nu moet ik van links een drukke weg op draaien op een kruispunt waar je vanwege het slechte zicht, alleen maar kunt zien of er iets aankomt door te stoppen. Geen optie voor mij dus.  “Geen auto’s voor m’n voeten! Géén auto’s voor mijn voeten, géén auto’s…!” roep ik terwijl ik de weg op schiet.
Zucht van verlichting, gelukt.  “Dank je, dank je wel!”

Het onmogelijke is gebeurd, ik ben door Vichy heen gekomen en ben nog maar veertig kilometer van huis vandaan.
Nu zal ik verdorie thuis komen ook! denk ik vastbesloten. Er volgen nog enkele stoplichten in verscheidene dorpjes die ik door handig manoeuvreren, gas geven of juist inhouden en vooral veel geluk door weet te komen.
En dan eindelijk draai ik op de laatste rotonde, met een enorme zucht van verlichting de weg naar ons huis op. Ik bel Henk, “over vijf minuten ben ik thuis!”
Zwaaiend staat hij me op te wachten. Net voor ik aankom geef ik een ruk aan de pook zodat hij in z’n ‘vrij’ schiet. Ik draai m’n auto schuin op de weg, stop en zet de motor uit. Henk loopt naar de voorbumper en duwt hem met z’n kont het terrein op naast ons andere barrel.
“Joehoe, ik ben er, eindelijk…. Wat een geluk heb ik gehad!” roep ik lachend als ik uitstap en we elkaar in de armen vallen.
“Henk, het is echt ongelooflijk dat ik Vichy  ben doorgekomen,” begin ik van opluchting te ratelen,
 “ ik kan er nog steeds niet over uit! Nou, ik heb écht wel hulp gehad van bovenaf! Ik ben nogal wat door rood gereden en steeds kwam er net niets aan, of auto’s stopten om me erlangs te laten gaan zodat ik een soort zigzag over de kruising kon.”
“Nou geweldig Lies, alleen nu maar hopen dat er geen flitskastjes bij die stoplichten stonden, ”zegt Henk nuchter.
“Nou mijn beschermengel heeft me geholpen, terwijl ik nogal wat risico’s nam, als hij geweten had dat ik hierdoor giga in de problemen zou komen had hij me wel ergens tot stilstand gebracht,” zeg ik overmoedig. Lachend stappen we ons huis in.
Een voordeel van het feit dat Henk niet kan gaan werken is dat hij nu thuis blijft. Dat is als je aankomt na zo’n lange rit wel zo gezellig!


De volgende dag is de euforie aardig ingezakt. De harde werkelijkheid dient zich weer aan; inkomsten van een optreden gemist en twee auto’s ‘en panne’ terwijl de bodem van de clubkas al meer dan in zicht is.
Soms heb je mazzel, soms heb je pech, die twee hebben duidelijk iets met elkaar. Ik geloof ook echt dat een beschermengel daar een hand in heeft.
In mijn geval heb ik gisteren ongelooflijk veel mazzel gehad! Hoewel, deze engel had natuurlijk ook best kunnen zorgen dat de auto gewoon heel bleef of, op z’n minst, het dichter bij huis zou begeven.
Maar nee, dat heb ik weer! Mijn engel houdt van actie, laat eerst de boel in de soep lopen, dan kan hij daarna als ‘troubleshooter’ goed voor de dag komen.
Ik vermoed dat hij zich met mij aardig amuseert want de laatste jaren komt mazzel nou nooit eens gewoon als mazzel, als iets wat op je pad komt en waar je een tijdje relaxed van kunt genieten.
Nee, mijn mazzel komt altijd na pech, het  zogenaamde 'geluk bij een ongeluk', wel fijn, maar liever had ik toch de mazzel om geen pech te hebben!

_____________________________________________________________________________


In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99


uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014  

zaterdag 7 december 2013

Winter (2)

Het zal niet de eerste keer zijn dat ik mijn plan bij moet stellen vanwege één of andere omstandigheid van buitenaf. Pff de dag is nog maar net begonnen en het is weer eens zover. We zitten dus zonder elektriciteit.
Lichtelijk ontstemd snel ik naar beneden om poolshoogte te gaan nemen, met een soort valse hoop kijk ik in het voorbijgaan naar de internetbox. Daar branden natuurlijk geen lampjes, dus weg telefoon en internet.
“Eén van de Acacia’s is gevallen,” zegt Henk als ik vanaf de trap de keuken instap. Hij is druk bezig met de koffie, die hij nu met een keteltje staat op te gieten. Het is ons campingsetje maar sinds we in Frankrijk wonen, staat het altijd stand-by in de keukenkast.
“Oh, nee! Echt waar?” reageer ik onthutst en loop naar het raam.
Buiten is alles prachtig wit en ja hoor, daar ligt de wel vijftien meter hoge boom nu languit gestrekt in onze tuin. “Oh, wat jammer”, roep ik uit en loop de ‘cave’ in om mijn laarzen aan te trekken.
“Kom Henk, laten we even buiten kijken!” Hond Tess loopt enthousiast mee. Trucje blijft binnen, bij de deur trekt ze haar neus op en draait om. Al zou ze naar buiten gewild hebben dan had het niet eens gekund, ze is  te klein.   
Buiten zakken onze voeten weg in de wel veertig cm dikke laag sneeuw, Tess is door het dolle heen en maakt gekke bokkensprongen. Het is schitterend mooi buiten, het waait niet en de sneeuw absorbeert al het geluid, dus er heerst een serene stilte.
Maar er hangt ook een lugubere sfeer want in die stilte horen we overal om ons heen de bomen vervaarlijk kraken.  Ook zij gaan gebukt onder die enorme laag sneeuw en hun takken hangen treurig naar beneden. Tegen de muur in de hangende rozenstruik piepen nog twee lieflijk roze roosjes tussen de sneeuw door.
Krrrraakkkplof aan de overkant van de weg valt een boom. Kkrraakkkpof de volgende. Terwijl we hier zo in de tuin staan vallen er dus gewoon allerlei bomen om, krrrrakkk weer één, nu bij ons boven in de tuin.  De lindeboom op ons terras, waar we onder staan, piept en kraakt aan alle kanten.
“Oh nee hè boom, hou je taai, jij mag niet vallen hoor!” roep ik bemoedigend naar mijn lievelingsboom.
“Kom Lies,  we moeten naar binnen, het is nu hartstikke gevaarlijk buiten,” zegt Henk, “ze  vallen verdorie met bosjes.”  
Eenmaal binnen kijken we, vanuit het kamerraam, ook eens naar de weg. Het is verdacht stil. Nu zien we ook wat ons wakker gekraakt heeft. Het is de boom schuin tegenover ons aan de andere kant van het kruispunt. Het  bosje hangt als een waaier alle kanten uit en een middentak ligt geknakt over de weg. De elektriciteitspaal aan de andere kant hangt schuin naar achteren, vandaar dat we geen stroom hebben. Ondertussen blijft het maar sneeuwen.

Terwijl we aan de koffie zitten glijd er een auto achterstevoren ons huis voorbij, in een hoop sneeuw komt hij tot stilstand. Henk gaat naar buiten om te kijken of hij kan helpen. Ze zijn met z'
n tweeën.  De bestuurder is redelijk in paniek, zegt dat hij niet verder durft te rijden en vraagt of hij zijn auto bij ons mag stallen. Natuurlijk! Henk en één van de mannen duwen. Maar het valt niet mee om hem te verzetten, de auto blijkt niet eens winterbanden te hebben, dus hij heeft totaal geen grip. Henk geeft de mannen een schep en ze gaan druk in de weer om een spoor en een plek langs het huis schoon te scheppen zodat ze daar de auto in kunnen rijden. Ik ben inmiddels ook buiten. Om erger te voorkomen probeer ik de hoeveelheid sneeuw die onze heg bijna tegen de grond drukt van de takken af te slaan. Een gedeelte heg is geknakt, wat jammer denk ik spijtig.
Maar het is nog steeds niet pluis buiten dus ik vertrek weer naar binnen.
Tja en dan gaat de dag voort. Wat een gedoe en net nu ik zoveel wil doen! Ik had vandaag een volle werkdag gepland; lekker schrijven aan m’n boek maar ook bankzaken regelen, contact opnemen met de notaris en de koper van ons hotel, boekverslag sturen naar Nederland waar ze een paar dagen geleden om gevraagd hebben en nog veel meer kleine klusjes waarbij de computer onmisbaar is.
Zonder stroom en verbinding met de buitenwereld is de hele planning ineens in de war. Een beetje verdwaasd lopen we maar wat door het huis te scharrelen. Zelfs stofzuigen of de vaatwasser draaien gaat niet.  
Henk is, wat betreft zijn werk, gelukkig iets minder afhankelijk van elektriciteit. Hij schrijft nog muziek met een pen en stukken instuderen doet hij gewoon akoestisch. Hoewel, even een muziekstuk via internet opzoeken is er nu ook niet bij.
Voor mij is het echt een regelrechte ramp, zonder computer doe ik niets. Als redelijke control freak voel ik een lichte paniek opkomen, hoe moet het nu?  
Natuurlijk weet ik dat het overmacht is en dat ik het wereldgebeuren maar los moet laten, maar makkelijk is dat niet.  Door deze situatie moet ik mijn mind echt nodig 're-setten'.

’s Middag stopt het met sneeuwen en zien we ook een briesje langs de bomen gaan. Gelukkig want nu valt er mondjesmaat weer wat sneeuw van de takken en de bladeren, waardoor het kraken van de takken afneemt en het minder gevaarlijk wordt buiten.
Een sneeuwschuiver komt langs, sporadisch een auto. Het valt ons op dat de sneeuwschuiver bij ons  op het kruispunt niet naar rechts gaat, dit is vreemd want het is de doorgaande weg naar het dorp.  
Henk en ik besluiten om voordat het donker is nog even met Tess naar buiten te gaan.
Nu er toch bijna geen auto’s rijden, kunnen we de weg aflopen om eens te kijken wat er eigenlijk aan de hand is.
Het is een ravage, overal in het bos langs de weg liggen omgevallen bomen, niet alleen die bij ons voor de deur maar alle elektriciteitspalen zijn omgevallen of geknakt, bomen hangen over de leidingen. Bij ons buurgehuchtje zijn er een paar dikke joekels over de weg gevallen, één zelfs vlak langs het huis van Sofie, onze buurvrouw.
Aha, vandaar dat er dus geen sneeuwschuiver deze kant op rijdt.
Enkele mannen zijn druk bezig met zagen om de weg weer begaanbaar te maken.
De buurman knikt bevestigend en lacht schalks, als ik zeg dat ze wel heel veel mazzel hebben dat die boom niet op hun huis gevallen is. Volgens hem is het verderop nog erger en ligt de hele weg richting het dorp bezaaid met bomen.
De kans dat we dus vandaag nog met de auto weg kunnen om wat boodschappen te doen is verkeken, maar nog erger, de kans op stroom en telefoon waarschijnlijk ook.
Het is eigenlijk gewoon een soort natuurramp die zich hier heeft voltrokken. Een van de wat oudere Auvergnaanse buren zegt dat hij dit zijn hele leven nog nooit meegemaakt heeft.
“Ik snap het niet," zeg ik verbaasd, “er valt toch wel eens meer veertig centimeter sneeuw?”
Buurman legt uit dat het door de bladeren komt.
Omdat de sneeuw nu zo vroeg in het jaar is gevallen hebben de bomen nog blad, dus daar blijft de sneeuw op hangen en zodoende worden de takken dus topzwaar. Stom, zo had ik het nog niet bekeken. Logisch eigenlijk. Maar ja, de sneeuw valt dit jaar dan wel vroeg maar de bomen zijn ook laat met het vallen van hun blad.
Het is een indrukwekkend beeld al die sneeuw en de omgevallen bomen.  De natuur is krachtig maar helaas, voor ons en voor zichzelf, wel in de war!

Om vijf uur ‘s middags is het donker. En dan dus echt donker! En stil! Geen muziek, radio of tv, niemand die belt.
Samen zitten we in de keuken bij de houtoven, waar Henk toch gewoon een lekkere maaltijd op kan koken. Overal staan waxinelichtjes. “Eigenlijk toch best gezellig hè Henk,” zeg ik tevreden genietend van m’n wijntje. “Ach, ook best lekker, zo’n dagje verplicht niets doen, weer eens gewoon back to basic!”
“Ja, we kunnen het gelukkig nog," zegt Henk lachend, "het is eigenlijk wel een uitdaging!”
Als we een paar uur later ons bed in duiken, krijgt mijn tevreden ‘back to basic’ gevoel toch een kleine terugslag. Dit is niet leuk, zonder elektrische deken is het bed zo kouhoud…..




              ___________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

donderdag 5 december 2013

Winter

20 november, acht uur ’s ochtends.
Terwijl ik moed lig te verzamelen om ons warme bed uit te stappen en om de eerste niet erg aanlokkelijke taak van vandaag, mijn koude kleren aantrekken, te gaan trotseren, hoor ik een vreemd geluid.
Takgrrrr….grgr..tingpof…. Stilte.
“Wat was dat?” vraag ik licht verbaast aan Henk, die nog heerlijk warm naast me ligt te soezen. “Is het Trucje niet?” Antwoordt hij slaperig.
Truc is ons zeventien jaar oud half dementerende hondje dat soms meerdere keren per nacht uit haar slaap opschiet, een aantal rondjes door de kamer rent, soms met een bonkje omvalt, opstaat om verder te rennen waarbij ze lekker met haar pootjes over de houten vloer krast, plotsklaps stilstaat en verdwaasd rondkijkt om vervolgens weer naar haar mandje te rennen waar ze zich weer opkrult en verder slaapt.
Ik kijk naar het mandje aan mijn kant van het bed. “Nee hoor, ze ligt gewoon lekker te slapen. Wat raar, wat was het dan voor geluid?” vraag ik nieuwsgierig terwijl ik nog steeds geen aanstalten maak om op te staan.  “Het leek wel alsof er iets brak.”
 “Nou, dan kijk ik toch even,” zegt Henk en zwiept met een snelle beweging het bed uit en loopt de kamer in. “Hier zie ik echt niets bijzonders hoor.” Om meer licht te maken opent hij de gordijnen. “Sohee, het heeft gesneeuwd, nou en nog eens veel ook, zeker wel veertig centimeter!”
“Oh jee, is het dan niet ons dak dat is geknakt?” reageer ik schertsend maar toch zodanig ongerust dat Henk wel even gaat kijken. Sinds ons dak van de schuur op een goede ochtend ook zomaar ineens zonder aankondiging, een verdieping naar beneden zakte, ben ik altijd een beetje bezorgd.
Gelukkig blijkt alles op zolder nog hetzelfde.
Nu hij er toch uit is, gaat Henk ook maar direct naar beneden om koffie te zetten en ik begin met lichte tegenzin aan mijn aankleed expeditie. Eerst een hemd, dan thermo-shirt met lange mouwen, daarover t shirt ook met lange lange mouwen en daaroverheen een schapenwollen trui, een lekker warme trainingsbroek en twee paar sokken. Ik zou maar zeggen de voorwinter-home-outfit. Als het echt 'door' gaat vriezen dan komen daar nog een fleesetrui en een lange thermo-onderbroek bij. Eventueel nog een sjaal.
Ja, mijn man moet toch echt van me houden, door me ook nu zelfs nog complimenten te maken over mijn uiterlijk, terwijl ik me zo ongeveer als een vierkante Kaukasus boerin door het huis beweeg. Zeker als ik in m’n sneeuwboots de houtvoorraad in huis aanvul, lijk ik toch echt in niets meer op de mondaine Amsterdamse, die tot voor tien jaar terug alleen op hoge hakken liep en die alles wat casual kleding was afzweerde.
Voor we aan ons Frankrijk avontuur begonnen hadden we deze nieuwe levensstijl ook bij onze vrienden in de Cevennes gezien. Dat zag er allemaal ontzettend leuk en ouderwets gezellig uit, maar daar zouden wij nooit aan beginnen! Waarom een extra trui aantrekken als je toch gewoon ook de kachel wat harder kunt stoken? Ja, dat waren we roerend met elkaar eens. Niks voor ons dat hippie gedoe!
Tja, soms lopen dingen wat anders dan voorzien. Het mooie is dat we het inmiddels gewend zijn en sterker nog, het nog heerlijk vinden ook, dat hoort gewoon bij ons Franse leven !
Maar ja dat zeg ik nu. De winter is nog maar net aangebroken, er zit nog genoeg hout in het hok, alles doet het nog, er zijn nog geen waterleidingen bevroren en mijn heerlijke elektrische deken zorgt ervoor dat ‘s avonds een warm bed op me wacht.
Ondertussen ben ik aangekleed en voel me blij, oké het is wel koud maar Henk is beneden al bezig met de kachel en nu er sneeuw ligt is alles veel lichter in huis.  
Gezellig, na de koffie weer lekker achter de computer en verder schrijven aan mijn boek, denk ik opgetogen, daar is het nu echt een mooie dag voor! 
“Lies, we hebben geen stroom!” roept Henk naar boven. 


            _____________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014

vrijdag 15 november 2013

Viriel Frankrijk

Op een mooie lentedag rijd ik opgetogen vanuit Nederland naar huis. Ik heb een aantal leuke optredens in Nederland gehad, dus ik ben voldaan. Nederland was fijn, maar nu wil ik weer snel naar huis en naar Henk.
Rond twee uur ’s middags draai ik vanaf de drukke A6 Parijs-Lyon, de altijd rustige A77 richting Nevers op.
Heerlijk, de zon schijnt, een vrolijk briesje waait door mijn haar, cd speler aan, lekker meezingen en ondertussen, al kilometers vretend, genieten van het mooie natuurschoon om me heen.
Ik passeer een dikke Mercedes.
Als ik voor hem uit stuif, zie ik in mijn spiegel dat hij seint met z’n lampen. Ik moet er wel een beetje om lachen, dat is lang geleden, denk ik. Vroeger toen ik als jonge griet in mijn lelijke eend door Nederland crosste, kwam dit regelmatig voor.
Terwijl ik geamuseerd terugdenk aan die tijd en hoe ik in het begin steeds naïef dacht dat ze seinden om aan te geven dat er iets met mijn auto aan de hand was, heeft de dikke Mercedes flink gas bijgegeven en rijdt nu naast me. Een corpulente zestiger met lachend rood hoofd maakt hevig insinuerende gebaren.
Ik weet niet zo goed wat ik moet doen dus geef ik hem een snelle doch minzame blik, knik ‘nee’ en probeer verder net te doen of ik hem niet zie, ervan uit gaande dat hij dan wel door zal rijden.
Maar nee hoor, eenmaal voor me blijft hij in zijn spiegel kijkend zwaaien en gaat hij weer zachter rijden zodat ik hem weer in moet halen. Getver wat een creep, dit is niet leuk!
Ik geef een flinke peut gas, wegwezen!
Maar ja, zo’n Mercedes kan ook gewoon snel en hij blijft me volgen en seinen met zijn lichten. Na nog een aantal keren voorbij rijden en dan weer inhouden geeft hij het zo’n drie kwartier later eindelijk op en houdt gas in. Heel in de verte kan ik hem nog zien in m’n spiegel. Na Nevers ben ik hem kwijt. Wat een gekkigheid wat denkt die man wel niet, vraag ik me af.
Dat je eens een seintje geeft aan een ‘leuke’ vrouw, allez, maar zo opdringerig avances maken naar iemand die daar totaal geen aanleiding toe geeft en er ook niet op in gaat, is wel heel merkwaardig.
Het zal de lentekolder wel zijn.
Eenmaal thuis, een paar uur later, vermeld ik het voorval nog wel aan Henk maar verder houdt het me niet meer bezig.
Nu maanden later, op de heenweg naar Nederland word ik er weer aan herinnerd. Dit keer zijn Henk en ik samen onderweg en om de reiskosten een beetje te drukken hebben we besloten dat we de tolwegen zullen vermijden. Eigenlijk ook best wel weer eens leuk, op deze manier zie je toch wat meer van Frankrijk. En ons valt wel iets heel erg opmerkelijks op.
Henk ziet het als eerste. Een wit busje staat langs de weg, wat schuin achter een bosje.
“Kijk Lies, staan ze nu ook al hier?” Hoewel we al drie uur onderweg zijn, zijn we nog niet ver gevorderd op onze reis, we zitten net boven Nevers. Snel kijk ik nog even terug over mijn schouder, “Ja hoor, het is er één, wat apart” antwoord ik verwonderd.
Ik heb het nog maar net uitgesproken of we zien er wéér een staan op een uitval weggetje, er naast staat een personenauto.
Ach, helemaal nieuw is het niet, tien jaar geleden hadden we er ook al enkelen gezien, dat was in de bossen langs de weg tussen Soissons en Parijs. We weten dus wel van het bestaan af, maar tot nu toe hadden we ze hier, zo ver van Parijs, in de Allier grens Bourgogne nog niet gezien, deze witte busjes die overduidelijk dienst doen als peeskamer.  Bij sommigen zijn de ramen geblindeerd met een soort aluminiumfolie, anderen met stukken karton en weer anderen hebben zelfs een kaars op het dashboard staan.
“Gedverderrie”, gruwel ik, “dat is toch hartstikke smerig. Hoe moeten die vrouwen zich wassen in zo’n busje?”
“Kijk wéér één…” en daar wéér één…”, roept Henk uit. Het is echt ongelooflijk maar hoe dichter we bij Parijs komen, hoe bosrijker het gebied en je kunt geen bospad meer inkijken of er staat wel zo’n wit busje. Een vrachtwagen langs de weg? Ja hoor een busje erbij.
Nieuwsgierig en geïntrigeerd door dit fenomeen kijken we speurend om ons heen. Inmiddels weer vijftig kilometer verder op de route staan de jonge en vaak erg knappe vrouwen zelfs ook gewoon zonder busje langs de weg of zitten ze samen op een hefboom die een weggetje afsluit.
Tussen Fontainebleau en Melun is het ‘t ergst, het hele bos waar we doorheen rijden zit er vol mee.
“Jeetje, je zou met je gezin lekker in het bos willen picknicken, gezellig hoor, met overal om je heen kreunende busjes,” grap ik.
We zien een jogger een bospad inslaan. “Jaja, joggen zeker!” zeg ik met een knipoog naar Henk. Vanaf nu is elke man die we zien verdacht als hoerenloper.
Doordat het er zo bizar veel zijn kunnen Henk en ik er niet mee stoppen: “ Daar wéér één, en daar…”
Je ontkomt er ook niet aan, ze staan echt overal! “Nou, al zou ik moeten pissen, dan ga ik toch echt hier het bos niet in,” grapt Henk, “wie weet wat ik tegenkom!”
“Mijn god, heel midden Frankrijk en met name het île de France is een hoerenkiet geworden, je zal hier maar wonen met zo’n busje als buurvrouw, ik moet er niet aan denken! En hoe kijken ze hier aan tegen deze vrouwen of hoe denken ze überhaupt over vrouwen in het algemeen?” vraag ik peinzend.
Als we door een stadje komen merk ik, dat ook ik zelfs de meisjes die alleen rondlopen bekijk of ze toevallig niet aan het tippelen zijn. Nu ben ik gewoon een vrouw, die toevallig door dit gebied rijdt, die nietsvermoedend overvallen wordt door verbazing over dit fenomeen, en zelfs ik ga loslopende vrouwen in deze streek al met andere ogen bekijken.
Kun je nagaan wat er in het hoofd van een hitsige viriele man omgaat?
En dat te bedenken dat wij in het begin van ons Frankrijk avontuur ook een wit busje hadden, nou lekker als ik er nu nog in zou rijden, zeker als je bedenkt dat ik soms, ’s nachts langs de snelweg, op een air nog wel eens een tukkie doe.
Ineens moet ik aan die dikke Mercedes denken, die man was er vast ook zo één. Het was weliswaar op de snelweg, maar wel in deze streek. Als hij hier vaak komt is zijn blik waarschijnlijk alleen nog maar op loslopende of losrijdende vrouwen gericht, allemaal één pot nat in zijn ogen.
Wat een walgelijk idee. Hoe is dit de laatste jaren zo uit de hand gelopen? Zijn er zoveel mannen die hoge nood hebben en op deze manier aan hun gerief moeten komen? Is dit nu eigenlijk in Nederland ook zo aan de orde of zijn de Fransen virieler dan Nederlanders? Is het vanwege de crisis dat vrouwen weer teruggrijpen naar het oudste beroep van de wereld? Zoeken mannen meer afleiding of is het omdat de grenzen met Oost-Europa opengesteld zijn waardoor die vrouwen hierheen komen en de mannen worden blootgesteld aan al dat vrouwelijk schoon?
Waarom wordt dit niet aan de kaak gesteld, best wel gek eigenlijk? Ook voor de prostitué is het niet de meest ideale situatie, lijkt me. Sta je daar alleen in een bos met een klant, er kan van alles gebeuren of zouden er zich dan achter de bosjes weer pooiers bevinden om hen ‘te beschermen’? Hoe groot is dit netwerk?
Eigenlijk weet ik niet wat ik ervan moet denken, maar voor mij voelt het toch vooral als “Niet in de haak”!
Maar, zoals met zoveel ‘wereldse’ zaken waarvan ik niet weet wat ik ermee aan moet, verdwijnt de gedachte eraan zodra ik weer lekker in de onbedorven en ongerepte natuur van onze Auvergne ben.
Ook nu, na de hectiek in Nederland is het weer heerlijk thuiskomen. De simpelheid van het bestaan. Geen vertier, wat ook wel eens saai te noemen is, maar wel zo rustig. Hier rijden er gewoon nog mannen in witte busjes, techniciens. Gewoon hardwerkende pappa’s die na een drukke werkdag, ’s avonds moe maar voldaan, weer thuiskomen in hun vertrouwde wereld waar het familieleven hoog in het vaandel staat.
Hoewel ik hierover, door de ontmoeting vandaag met Monsieur Ducros, de energie-expert die vandaag, tijdens mijn afwezigheid, ons lege Hotel kwam keuren voor de verkoop, ook zo mijn twijfels heb.
“Dit is m’n vrouw” zei hij, met blosjes op de wangen, toen hij met een schone jonge deerne in zijn kielzog rond 11.30 uur de trap afkwam en ineens mij in de keuken aantrof. “Ze is een week op vakantie geweest, en we gaan nu even samen lunchen…”

_______________________________________________________________________________________

In 2007 ben ik samen met Henk (contrabassist) verhuisd naar het Franse platteland.
Over deze wonderlijke periode heb ik een boek geschreven:

Ben je geïnteresseerd?  Via deze linken kun je het bestellen:
  Bol.com  
boek € 16,95

  Ebook  
  ebook: €4,99
 

uitg.: Vandorp educatief/ Grenzeloos
Het verhaal over een waarzegster en een muzikant die samen hun geluk in Frankrijk willen beproeven om daar een centrum voor muziek en levenskunst op te zetten

Als Lies op een avond Henk ontmoet slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen.
Het begint met dromen over 'later als...' maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het andere.
Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.
Wat kan er veel gebeuren als je gewoon ‘ja’ durft te zeggen! Zij gaan er in ieder geval vanuit dat hun idee fantastisch is en alle gebeurtenissen lijken dit ook te bevestigen…


Deel twee komt uit in september/ oktober 2014